Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) vormt een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van jonge kinderen. In de periode van 2019, zoals beschreven in de lokale regelgeving van gemeenten zoals Valkenswaard en Werkendam, zijn er duidelijke eisen en richtlijnen opgesteld voor de kinderopvang. Deze richtlijnen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de opvang, het stimuleren van de taalontwikkeling en het opsporen en aanpakken van onderwijsachterstanden op jonge leeftijd. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de relevante wettelijke kaders, de verantwoordelijkheden van gemeenten en instellingen, en de specifieke eisen die in 2019 golden voor kinderopvangorganisaties die VVE aanboden.
Inleiding
De wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE), ingevoerd in 2010, vormt een kernkader voor voor- en vroegschoolse educatie in Nederland. Deze wet is gericht op het stimuleren van de taalontwikkeling bij jonge kinderen en op het verbeteren van de kwaliteit van peuterspeelzalen. In 2019 was de uitwerking van deze wet op gemeentelijk niveau verder ontwikkeld, met name in gemeenten zoals Valkenswaard, waar het beleid rond VVE was uitgebreid en aangepast aan landelijke wetswijzigingen.
Voor- en vroegschoolse educatie richt zich op kinderen van 2 tot 6 jaar met een (taal- of spraak)achterstand. De nadruk ligt op de ontwikkeling van de taal, rekenvaardigheid, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Kinderopvangorganisaties die VVE aanboden moesten voldoen aan kwaliteitsborgingseisen, zoals toetsing door de GGD, en werden beoordeeld op hun vermogen om doelgroepkinderen adequaat te ondersteunen. In Valkenswaard was een deel van de kinderopvangorganisaties in 2019 al geregistreerd voor VVE, terwijl anderen nog op het startmoment wachtten.
Wettelijke kaders en beleid
Wet OKE: een kernkader voor VVE
De Wet OKE is het belangrijkste kader dat de voor- en vroegschoolse educatie regelt. Deze wet is een verzamelnaam voor drie wetswijzigingen en beoogt de kwaliteit van kinderopvang te verbeteren en de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. In 2019 gold deze wet als uitgangspunt voor het beleid in gemeenten zoals Valkenswaard en Werkendam.
De Wet OKE bepaalt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de voorschoolse educatie van kinderen van 2 tot 4 jaar, terwijl basisscholen verantwoordelijk zijn voor de vroegschoolse educatie van kinderen van 4 tot 6 jaar. De samenwerking tussen gemeenten en scholen is essentieel om een doorgaande lijn te creëren in de ontwikkeling van kinderen. Dit betekent dat de VVE-activiteiten in de kinderopvang moeten aansluiten op de activiteiten in de basisschool, met name in groep 1 en 2.
In Valkenswaard werd het VVE-beleid uitgewerkt binnen het kader van het 3D beleidskader van het sociaal domein, dat in juni 2019 vastgesteld was. Dit beleid richtte zich op preventie, met name het vroegtijdig opsporen en aanpakken van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. De gemeente was verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie, terwijl de schoolbesturen zich focusten op de vroegschoolse educatie. De samenwerking tussen kinderopvang, basisscholen en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) was een kernaspect van het beleid in Valkenswaard.
Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK)
De Wet IKK, ingevoerd per 1 januari 2018, had ook directe gevolgen voor de eisen aan kinderopvangorganisaties die VVE aanboden. Deze wet legde nieuwe eisen op, zoals een lagere leidster-kind-ratio, aangescherpte taaleisen voor medewerkers en het verplicht stellen van een mentor voor elk kind. Deze eisen gold in 2019 als een onderdeel van de kwaliteitsborging die nodig was om VVE aan te kunnen bieden.
In Valkenswaard werden deze eisen met name aangebracht door organisaties zoals Kids World en Mira, die in 2018 geregistreerd werden voor VVE. Stichting Peuterdorp, die al sinds 2010 een peuterprogramma aanbod, was ook geregistreerd en voldoet aan de landelijke kwaliteitseisen. De harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen was in Valkenswaard sinds 1 mei 2017 in werking, wat betekende dat de financieringsstructuur voor kinderopvang en VVE gelijk was getrokken. Dit gold als een stap in de richting van een consistente aanpak van jonge kinderen in de gemeente.
Organisatorische eisen voor kinderopvang
Aanbod en registratie
Voor een kinderopvangorganisatie om VVE te mogen bieden, moest deze voldoen aan een aantal formele eisen. In 2019 gold in Valkenswaard dat een kinderopvanginstelling geregistreerd moest zijn bij de GGD om VVE aan te kunnen bieden. De GGD was verantwoordelijk voor de toetsing van de kwaliteit van het aanbod en voor het indelen van kinderen in het VVE-programma.
De JGZ-verpleegkundige speelde een belangrijke rol in het toewijzen van kinderen aan een VVE-locatie. Als een kind in aanmerking kwam voor VVE, werd het kind via de JGZ toegewezen aan een organisatie die geregistreerd was voor VVE. Ouders hadden de vrije keuze om het kind op welke locatie dan ook te plaatsen, mits deze geregistreerd was voor VVE.
In Valkenswaard was het aantal VVE-geregistreerde organisaties in 2019 uitgebreid. Naast Kids World en Mira had ook Stichting Peuterdorp VVE geregistreerd. De locaties van Horizon verwachtten in 2021 ook VVE aan te kunnen bieden. Dit betekende dat het aanbod in Valkenswaard in 2019 al vrij dekkelijk was, maar er waren nog organisaties die geen VVE aan boden. IkOok! en Bij de Boer gaven aan in 2020 geen VVE aan te kunnen of willen bieden.
Wachtlijsten en toezicht
Een belangrijk aspect van VVE in 2019 was het bestrijden van wachtlijsten. Kinderopvangorganisaties waren verplicht om eventuele wachtlijsten direct te melden aan de gemeente en de JGZ. Er was sprake van een wachtlijst als een kind niet binnen twee maanden na aanmelding geplaatst kon worden voor het vereiste aantal VVE-uren. Dit was een cruciaal punt, aangezien kinderen met onderwijsachterstanden zo snel mogelijk begeleiding moesten ontvangen.
De toezichttaker op VVE lag in 2019 bij de Onderwijsinspectie. De Wet OKE had uitgebreide bepalingen opgenomen over toezicht en handhaving van de kwaliteit van VVE. De Onderwijsinspectie had de taak om te controleren of kinderopvangorganisaties voldeden aan de kwaliteitseisen en of ze adequaat functioneerden in hun VVE-activiteiten. Dit was een garantie voor ouders dat hun kind het juiste ondersteuningssysteem zou krijgen.
Financiële en administratieve kant
Financiering van VVE
De financiering van VVE in 2019 was in Valkenswaard en Werkendam grotendeels via de gemeente en de Belastingdienst geregeld. Ouders die recht hadden op kinderopvangtoeslag kregen hun financiering via de Belastingdienst, terwijl VVE-specifieke financiering via de gemeente ging. Ouders die geen recht hadden op kinderopvangtoeslag moesten via de gemeente terecht voor financiering van VVE.
In Valkenswaard was Stichting Peuterdorp sinds 2010 verantwoordelijk voor een peuterprogramma dat voldoet aan de landelijke kwaliteitseisen. De financieringsstructuur was sinds 1 mei 2017 gelijkgetrokken met die van kinderopvang, wat betekende dat de kwaliteitseisen en financiering voor VVE en kinderopvang qua structuur gelijk liepen. Dit gold als een positieve ontwikkeling, omdat het een consistente aanpak mogelijk maakte voor kinderen in de voorschoolse periode.
Subsidieregelingen
In Werkendam gold in 2019 een subsidieregeling voor peuteropvang, die geldend was vanaf 1 januari 2019 tot 31 december 2020. Deze regeling was bedoeld om de sociale, creatieve en educatieve ontplooiing van jonge kinderen te stimuleren. De regeling was opgenomen in de Algemene subsidieverordening van Werkendam en was gericht op kinderopvanginstellingen die een beperkt aantal uren binnen de kinderopvang aanboden. Deze instellingen moesten werken met een peuterprogramma en mogen maximaal 16 peuters tegelijkertijd begeleiden.
De subsidieregeling was een aanvulling op de wettelijke kaders en gaf gemeenten de mogelijkheid om aanvullende middelen te bieden aan kinderopvangorganisaties die VVE aan boden. In Werkendam gold dit als een manier om de kwaliteit van de VVE-activiteiten te verhogen en om meer kinderen toegang te geven tot VVE.
Resultaten en evaluatie
Resultaatafspraken
In Valkenswaard werden in 2019 voorbereidingen gedaan voor regionale resultaatafspraken voor VVE. Deze afspraken zouden vanaf 2020 actief worden gemonitord om te bepalen of het beleid effect had op de ontwikkeling van kinderen. De Memorie van Toelichting bij de Wet OKE gaf enkele voorbeelden van mogelijke resultaten, zoals groei in de ontwikkeling van kinderen volgens het Kindvolgsysteem, een stijgende groepsgemiddelde op de school, of het bereiken van een bepaalde woordenschat bij eindgroep 2.
De resultaatafspraken waren vanuit het beleid in Valkenswaard bedoeld om een meetbare impact van VVE op de ontwikkeling van jonge kinderen vast te stellen. Aangezien ieder kind anders is, was het doel niet om dezelfde vooruitgang te zien bij iedereen, maar om een doorgaande verbetering in de kwaliteit van VVE aan te tonen.
Evaluatie en toezicht
De evaluatie van VVE in 2019 was grotendeels gecentreerd op het monitoren van resultaten. In Valkenswaard was het plan om in 2020 regionale resultaatafspraken op te stellen en deze vanaf dat jaar actief te monitoren. Dit betekende dat er een systematische evaluatie zou plaatsvinden van de effectiviteit van VVE in de gemeente.
De toezichttaker op VVE was de Onderwijsinspectie, die in 2019 al toezicht hield op de kwaliteit van VVE-activiteiten. De inspectie had bepaalde taken, zoals het controleren van de kwaliteit van de VVE-organisaties, het beoordelen van de uitvoering van de eisen en het monitoren van de toewijzing van kinderen aan VVE-locaties.
Conclusie
In 2019 gold in gemeenten zoals Valkenswaard en Werkendam een uitgebreid kader van wettelijke en beleidsmatige eisen voor de kinderopvang die VVE aan boden. De Wet OKE was het kernkader dat de richtlijnen voor VVE bepaalde, terwijl de Wet IKK extra eisen oplegde aan kinderopvangorganisaties. In Valkenswaard was het VVE-beleid verder uitgewerkt binnen het 3D beleidskader, dat zich richtte op preventie en vroegtijdige interventie.
De organisatorische eisen voor VVE in 2019 waren gericht op kwaliteitsborging, met name via registratie bij de GGD en toezicht door de Onderwijsinspectie. De financiering van VVE in Valkenswaard verliep via de gemeente en de Belastingdienst, afhankelijk van het recht van ouders op kinderopvangtoeslag. In Werkendam gold een subsidieregeling voor peuteropvang die de financiering van VVE ondersteunde.
De resultaatafspraken voor VVE in Valkenswaard stonden op het punt om in 2020 actief te worden gemonitord, wat betekende dat de gemeente een systematische evaluatie wilde uitvoeren van de effectiviteit van het beleid. De toezichttaker op VVE in 2019 was de Onderwijsinspectie, die een essentiële rol speelde in het controleren van de kwaliteit van VVE-activiteiten.
In samenvattend kader kan gesteld worden dat in 2019 in gemeenten zoals Valkenswaard en Werkendam een sterke focus was op het verbeteren van de kwaliteit van VVE en het stimuleren van de ontwikkeling van jonge kinderen. De eisen voor kinderopvangorganisaties die VVE aan boden waren duidelijk en gericht op kwaliteitsborging, toezicht en financiering. Dit kader vormt een solide basis voor de verdere ontwikkeling van VVE in de jaren erna.