Het VVE-programma en het verrekenmodel in de jeugdhulp

Inleiding

De jeugdhulp in Nederland is sinds de invoering van de nieuwe Jeugdwet in 2015 onderhevig aan omvangrijke veranderingen. Deze transformatie richt zich op een efficiëntere en doelgerichtere aanpak van jeugdhulp en -zorg, waarbij zowel preventie als hulp op verschillende niveaus centraal staan. Een kernaspect van deze transformatie is het VVE-programma (Voor- en Vroegschoolse Educatie), dat gericht is op jonge kinderen en hun ontwikkeling vanaf 0 tot 6 jaar. Daarnaast speelt een verrekenmodel tussen gemeenten een belangrijke rol bij de financiële afwikkeling van jeugdhulp. Deze twee thema’s — het VVE-programma en het verrekenmodel — vormen de kern van dit artikel. Aan de hand van de voorliggende bronnen wordt ingegaan op de inhoud van het VVE-programma, de implementatie ervan in de praktijk, en de financiële mechanismen die bijdragen aan een duurzame en eerlijke verdeling van middelen tussen gemeenten in regio Drenthe.

Het VVE-programma: doelstellingen en uitvoering

Het VVE-programma is een centraal instrument binnen de jeugdhulp en is gericht op jonge kinderen en hun omgeving. Het doel van het programma is om een doorlopende ontwikkelingslijn te creëren van 0 tot 6 jaar, waarbij zowel ouders als professionals een actieve rol spelen. In de uitvoeringsnotitie VVE is beschreven dat alle peuterspeelzalen, kinderopvang en het basisonderwijs werken met één gemeenschappelijk programma, namelijk het programma ‘Piramide’. Dit programma is ontworpen om de kwaliteit van de vroege jeugdeducatie te verhogen en te zorgen voor een betere overgang naar de basisschool.

Inmiddels zijn 55 peuterspeelzaalleidsters, pedagogisch medewerkers en docenten geschoold in het VVE-programma. Deze medewerkers ontvangen daarnaast materiaal dat nodig is om het programma effectief uit te voeren. Om de doorgaande lijn van de educatieve aanpak te optimaliseren, zijn er wijkgerichte bijeenkomsten georganiseerd voor scholen, peuterspeelzalen en kinderopvang. Deze bijeenkomsten dienen als platform voor het maken van afspraken over het VVE-programma en de uitvoering ervan in de praktijk.

Daarnaast zijn er borgingsbijeenkomsten, die tweemaal per jaar georganiseerd worden. Deze bijeenkomsten hebben als doel om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het VVE-programma op peil blijft. Hierbij wordt geëvalueerd of de implementatie in de praktijk voldoet aan de gestelde doelen en of er eventueel aandacht nodig is voor verbeteringen.

De rol van het CJG in het VVE-programma

Het Centrum Jeugdgezondheid (CJG) speelt een cruciale rol in de uitvoering van het VVE-programma. Het CJG investeert expliciet in de samenwerking met vindplaatsen zoals peuterspeelzalen, kinderopvang, buitenschoolse opvang en scholen. Samen met deze partijen zijn zogenaamde zorgroutes opgesteld. Een zorgroute is een stappenplan dat aangeeft welke acties een professional moet ondernemen wanneer hij of zij zorgen heeft over een kind. Op basis van deze routes zijn binnen de vindplaatsen CJG-ers zoals verpleegkundigen, schoolmaatschappelijk werkers, jeugdartsen, logopedisten en orthopedagogen beschikbaar. Dit maakt de dienstverlening laagdrempelig en zorgt voor directe connecties tussen de CJG en de vindplaatsen in het voorliggende veld.

Een belangrijk uitgangspunt van de dienstverlening binnen het CJG is het bevorderen van eigen kracht en het vermogen van gezinnen om problemen zelf op te lossen. Dit houdt in dat er meer aandacht is voor preventie en het vroegtijdig signaleren van potentiële problemen bij jonge kinderen. Door vroegtijdig ingrijpen wordt proberen te voorkomen dat kinderen uiteindelijk afhankelijk raken van intensievere vormen van jeugdhulp.

Het verrekenmodel tussen gemeenten

Het verrekenmodel is een essentieel mechanisme voor de financiële afwikkeling van de jeugdhulp in Drenthe. In het kader van de transitie naar de nieuwe Jeugdwet is gekozen voor een eenvoudig verrekenmodel tussen gemeenten. Dit model is bedoeld om de kosten van jeugdhulp eerlijk en efficiënt te verdelen. Er zijn twee varianten van het model beschreven in de bronnen:

  1. Solidariteit: Gemeenten delen de kosten gezamenlijk, naar rato van de rijksbijdrage.
  2. Alternatieve verdeling: Een ander verdeelmodel dat mogelijk aandacht heeft voor specifieke kenmerken van gemeenten, zoals hoge zorggebruik.

In 2014 was er een incidentele beschikking van € 1.000.000,00 via de provinciale budgetten voor het versterken van het voorliggende veld, waarvan € 350.000 naar de subregio Noord Midden Drenthe ging. In 2015 was er een vaste afspraak dat 4% van het budget van zorgaanbieders zou worden ingezet voor het versterken van het voorliggende veld.

De uitwerking van het verrekenmodel is voorzien in de domeinindeling zoals die in 2015 gebruikt wordt. Deze indeling dient om de transitie van de oude jeugdzorg naar de nieuwe jeugdhulp te faciliteren. Daarnaast wordt er gewerkt met prestatiegericht contracteren in de aanloop naar resultaatgericht contracteren. Dit betekent dat zorgaanbieders in de beginfase nog geëvalueerd worden op basis van hoe goed ze presteren, en in een later stadium op basis van de resultaten die ze behalen.

Monitoring en evaluatie

Om ervoor te zorgen dat het verrekenmodel en het VVE-programma effectief functioneren, wordt er regelmatig gemonitord. De zorgaanbieders die jeugdhulp in Drenthe leveren (vanaf interventieniveau drie) nemen verplicht deel aan het ‘factlab jeugdhulp’, dat jaarlijks door onderzoeksinstituut Pionn wordt georganiseerd. Het doel van het factlab is om inzicht te krijgen in het aantal ‘unieke cliënten’ dat in zorg zit. Hiervoor worden gegevens verzameld die direct worden versleuteld tot niet herleidbare informatie.

Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een transitie- en transformatiemeter om de voortgang van de transformatie te monitoren. Met dit instrument worden indicatoren van zowel de resultaten als processen gevolgd. Dit zorgt voor transparantie en helpt bij het aanpassen van het verrekenmodel indien nodig.

De toekomst van het verrekenmodel

Er zijn enkele onzekerheden en uitdagingen die het verrekenmodel in de toekomst kunnen beïnvloeden. Zo is er onduidelijkheid over de omvang, duur en kosten van de doorlopende afspraken en afgegeven indicatiebesluiten in het kader van zorgcontinuïteit. Daarom is het belangrijk om keuzemogelijkheden te bieden aan cliënten, zodat zij bijvoorbeeld een andere aanbieder of een lichtere vorm van zorg kunnen kiezen.

Daarnaast is er onzekerheid over het toekomstige verdeelmodel. Het is van belang om hier aandacht voor te blijven hebben, met name voor gemeenten of gebieden met een hoog zorggebruik. Afspraken over doorlooptijden, wachtlijsten en de aanpak van zorg zijn hierin essentieel.

Conclusie

Het VVE-programma en het verrekenmodel vormen samen een kernaspect van de huidige aanpak van jeugdhulp in Drenthe. Het VVE-programma zorgt voor een doorgaande educatieve lijn van 0 tot 6 jaar en draagt bij aan het verbeteren van de ontwikkeling van jonge kinderen. Het CJG speelt een centrale rol in de uitvoering van dit programma, waarbij samenwerking met vindplaatsen en preventie centraal staan.

Het verrekenmodel tussen gemeenten is een essentieel instrument voor een eerlijke en efficiënte financiële afwikkeling van de jeugdhulp. Het model biedt twee varianten voor de verdeling van kosten, en wordt voorzien in de domeinindeling uit 2015. Door monitoring en evaluatie wordt ervoor gezorgd dat het model effectief functioneert en eventuele verbeteringen kunnen worden aangebracht.

De transitie van de oude jeugdzorg naar de nieuwe jeugdhulp is een complex proces dat tijd en voorbereiding vereist. Met behulp van het VVE-programma, het verrekenmodel en een continue monitoring is het mogelijk om een duurzame en doelgerichte jeugdhulp aan te bieden die zowel ouders als kinderen kan steunen.

Bronnen

  1. lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR352237

Related Posts