In de huidige context van sterk stijgende energieprijzen zijn regering en overheid in de afgelopen maanden actief geweest om de financiële druk op huishoudens te verlichten. Eén van de maatregelen die het sterkst in het oog springt, is het zogenaamde energieprijsplafond. Dit prijsplafond is bedoeld om huishoudens een zekere mate van schermutsel te bieden tegen de stijgende energiekosten. Toch blijkt dat voor VvE’s (Verenigingen van Eigenaars) en bewoners van appartementencomplexen met collectieve aansluitingen (zoals blokverwarming of centrale elektriciteitsaansluiting), de toepassing van het prijsplafond niet altijd vanzelfsprekend is.
Deze artikel biedt een overzicht van de huidige regelgeving, het effect op VvE’s en mogelijke oplossingen. Het is gebaseerd op de beschikbare informatie vanaf september 2022 tot januari 2023. Het artikel richt zich op zowel juridische aspecten, technische aansluitingen en praktische toepassing van het prijsplafond binnen VvE’s.
Wat is het energieprijsplafond?
Het energieprijsplafond is een maatregel waarbij huishoudens een bepaalde schijf van hun energieverbruik wordt vergoed of verlaagd tot een voorgeschreven tarief. Het doel is om de impact van de stijgende energieprijzen op huishoudens te beperken. Het prijsplafond geldt voor zowel elektriciteit als gas en is opgenomen in een tijdelijke regeling.
Bij elektriciteit geldt het plafond voor een verbruik tot 2.900 kWh per jaar, met een tarief van maximaal 0,40 euro per kWh (all-in). Voor gas is het plafond 1.200 m³ per jaar, met een tarief van maximaal 1,45 euro per m³ (all-in). Deze tarieven zijn in het voorjaar van 2022 gemiddeld.
Daarnaast is er een overbruggingsregeling van 190 euro per maand voor november en december 2022, gericht op huishoudens die via particuliere aansluitingen worden beleverd. Deze regeling is niet van toepassing op VvE’s met collectieve aansluitingen.
Hoe werkt het energieprijsplafond in de praktijk?
1. Individuele aansluitingen
Voor huishoudens met een individuele elektriciteits- of gasaansluiting, is het energieprijsplafond van directe toepassing. Deze huishoudens ontvangen automatisch een korting op hun energienotareel, zolang hun verbruik binnen de aangegeven schijven blijft.
Het verschil tussen de huidige marktprijs en het plafond wordt verrekend via de energienota. Hierbij is het verbruik en de aansluiting bepalend. De overheid stelt geen actie vereist van de kant van de bewoner. De korting wordt automatisch toegepast.
2. VvE’s met collectieve aansluitingen
Het energieprijsplafond raakt echter niet automatisch huishoudens die wonen in appartementencomplexen met collectieve aansluitingen. Dit betreft bijvoorbeeld appartementen met:
- Blokverwarming (waarbij het gas via één centrale aansluiting binnenkomt en via een centrale verwarmingsinstallatie wordt verdeeld).
- Collectieve elektriciteitsaansluiting (waarbij het elektriciteitsverbruik van meerdere huishoudens wordt geregeld via één meter en daarna via een stookkostenmeter per appartement).
In dit geval wordt het gas- of elektriciteitsverbruik niet per huishouden gemeten, maar als één aansluiting. De overheid ziet dit als één huishouden, terwijl in werkelijkheid meerdere bewoners betrokken zijn.
Hierdoor vallen deze bewoners niet onder het energieprijsplafond of de overbruggingsregeling, ook al zijn zij huishoudens in de traditionele zin. Dit heeft geleid tot veel vragen en onrust bij VvE-bestuursleden en bewoners.
Het probleem: Collectieve aansluitingen vallen buiten de regeling
1. Juridische en praktische grenzen
Een van de hoofdproblemen is dat het energieprijsplafond is gekoppeld aan het begrip "huishouden". Omdat bij blokverwarming of collectieve elektriciteitsaansluiting het gas of elektriciteit via één meter wordt gemeten en vervolgens verdeeld, ziet de overheid dit als één huishouden. In werkelijkheid zijn er meerdere huishoudens betrokken, maar de regeling is zo opgezet dat deze bewoners geen recht hebben op de steun.
Dit probleem is expliciet genoemd in de Troonrede van 2023, waarin de koning aankondigde dat het energieprijsplafond zou gelden vanaf 1 januari 2023. Toch blijkt dat VvE’s met collectieve aansluitingen niet automatisch onder deze regeling vallen.
2. Kamervragen en politieke actie
Om dit probleem aan te kaarten, zijn er verschillende kamervragen gesteld. Zo heeft Pieter Omzigt (VVD) expliciet vragen gesteld over het energieprijsplafond voor huishoudens in appartementencomplexen met blokverwarming. De kernvraag was of deze bewoners per huishouden kunnen profiteren van de steun.
Inmiddels is er een tijdelijke oplossing aangekondigd in de vorm van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming Blokaansluiting (RttB). Deze regeling is vergelijkbaar met het energieprijsplafond en de 190 euro-overbruggingsregeling. De RttB is gericht op huishoudens die wonen in appartementencomplexen met:
- Blokverwarming of collectieve elektriciteitsaansluiting.
- Minimaal drie woningen in het complex.
De regeling is bedoeld om 700.000 huishoudens te bereiken. De exacte uitvoering is niet volledig bekend, maar er is gesproken over een vaste tegemoetkoming per huishouden, ongeacht het verbruik. De uitvoering lijkt via de Belastingdienst te gaan.
3. De RttB in de praktijk
De regeling is in januari 2023 aangekondigd. Bewoners van appartementencomplexen met blokverwarming of collectieve elektriciteitsaansluiting kunnen in de eerste helft van 2023 een bedrag van 786,45 euro ontvangen (voor blokverwarming) en 351,13 euro (voor collectieve elektriciteitsaansluiting). Bewoners met beide aansluitingen ontvangen het totaalbedrag: 1.137,58 euro.
Deze tegemoetkoming is bedoeld om de financiële druk te verlichten, aangezien deze bewoners anders volledig zouden moeten afrekenen met de huidige marktprijs.
Technische en juridische aspecten van collectieve aansluitingen
1. Definitie en werking van collectieve aansluitingen
Bij een collectieve aansluiting wordt elektriciteit of gas via één centrale aansluiting binnen het appartementencomplex gemeten. Het verbruik wordt vervolgens verdeeld over de afzonderlijke woningen via stookkostenmeters of verdelingsregels.
Voor gas is dit vaak het geval bij appartementencomplexen met blokverwarming. Het gas komt via één aansluiting binnen en wordt gebruikt voor verwarming en warm water, die vervolgens via een centrale installatie naar de appartementen worden gebracht. Het verbruik per appartement wordt vaak bepaald via een stookkostenmeter.
Voor elektriciteit kan het gaan om complexen waar het elektriciteitsverbruik via één meter wordt gemeten en vervolgens via een verdelingsregel per appartement wordt berekend.
2. Juridische implicaties
Uit juridisch oogpunt is het belangrijk dat het gas- of elektriciteitsverbruik bij een collectieve aansluiting niet per huishouden wordt gemeten. Dit heeft gevolgen voor regelgevingen zoals het energieprijsplafond, waarbij het verbruik per huishouden centraal staat.
De juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de aansluiting is meestal een VvE of een andere juridische organisatie die op de KvK staat. De bewoners zijn dan gebruikers van de energie, maar niet aansluitende partijen in juridisch opzicht.
Deze situatie heeft geleid tot de conclusie dat bewoners van appartementencomplexen met collectieve aansluitingen niet automatisch onder het prijsplafond vallen, omdat de regeling is gericht op afzonderlijke huishoudens met eigen aansluitingen.
Mogelijke oplossingen en ontwikkelingen
1. De RttB als tijdelijke oplossing
De aangekondigde Regeling tijdelijke tegemoetkoming Blokaansluiting (RttB) is de eerste concrete maatregel die het probleem probeert aan te kaarten. Deze regeling is niet gelijk aan het energieprijsplafond, maar vergelijkbaar qua doel. Het is bedoeld om bewoners van appartementencomplexen met collectieve aansluitingen te compenseren voor de stijgende energiekosten.
De RttB biedt een vaste tegemoetkoming per huishouden, ongeacht het verbruik. Dit is een belangrijke stap in de richting van gelijkheid, omdat deze bewoners anders volledig zouden moeten afrekenen met de marktprijs.
De regeling is bedoeld voor 700.000 huishoudens, wat overeenkomt met het aantal huishoudens dat in appartementencomplexen woont met blokverwarming of collectieve elektriciteitsaansluiting.
2. Toekomstige maatregelen
In de huidige regelgeving is er sprake van tijdelijke maatregelen. Het energieprijsplafond geldt voor 2023, en de RttB is ook een tijdelijke oplossing. De overheid heeft aangekondigd dat zij voor 1 mei 2023 concrete plannen zullen voordragen voor gerichte steun in 2024 en daarbinnen.
De regering zegt te beseffen dat de huidige regelingen niet volledig het probleem oplossen en dat er meer gerichte maatregelen nodig zijn. Hierbij is het de bedoeling om de steun zo gericht mogelijk te maken, zodat deze terechtkomt bij de mensen die het het hardst nodig hebben.
Conclusie
Het energieprijsplafond is een belangrijke maatregel om de financiële druk op huishoudens te verlichten in tijden van stijgende energiekosten. Voor huishoudens met een individuele aansluiting is deze regeling direct van toepassing. Het is echter duidelijk geworden dat VvE’s met collectieve aansluitingen (zoals blokverwarming of collectieve elektriciteitsaansluiting) niet automatisch onder deze regeling vallen.
Hoewel er een tijdelijke regeling is aangekondigd in de vorm van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming Blokaansluiting (RttB), blijft het duidelijk dat er meer gerichte maatregelen nodig zijn voor de toekomst. De overheid erkent het probleem en heeft aangekondigd dat zij concrete plannen zullen voordragen voor 2024 en verder, met als doel om meer gelijkheid in de toepassing van steunmaatregelen te bereiken.
Voor VvE-bestuursleden en bewoners is het belangrijk om zich bewust te zijn van de huidige regelgeving en de mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is tevens raadzaam om actief te blijven bij het volgen van de ontwikkelingen en eventueel contact op te nemen met de betrokken partijen, zoals de energieleveranciers, VvE, of de politiek.