Inleiding
Wateroverlast is huidige uitdaging die steeds vaker wordt ervaren door Verenigingen van Eigenaren (VvE’s), met gevolgen als ondergelopen kelders en vochtige bergingen. Deze problemen kunnen ontstaan door verschillende oorzaken, waaronder klimaatverandering, lekkende rioleringen of bouwkundige tekortkomingen zoals onvoldoende waterdichte kelders of slecht onderhouden vloeren. Het begrijpen van de oorzaken en verantwoordelijkheden is van groot belang, zowel voor VvE’s als voor gemeenten en waterschappen, die ook verantwoordelijkheden dragen bij het beheer van het watersysteem. In dit artikel wordt ingegaan op de rol van VvE’s en rioleringen in de context van wateroverlast, de juridische en technische aspecten van afwatering en het belang van een duurzame aanpak.
Wateroverlast in VvE’s
Wateroverlast kan verschillende oorzaken hebben. Volgens de beschikbare informatie is klimaatverandering een belangrijk aandrijfmechanisme, aangevuld met waterhuiskundige oorzaken zoals lekkende rioleringen en bouwkundige tekortkomingen zoals onvoldoende waterdichting van kelders of slecht onderhouden vloeren. De sleutel tot het nemen van effectieve maatregelen is het onderzoeken van de specifieke oorzaak van de wateroverlast. Pas dan wordt duidelijk wie verantwoordelijk kan worden gehouden voor de herstelkosten.
Voor VvE’s betekent dit dat het verantwoordelijk is om te onderzoeken of de oorzaak van de wateroverlast op hun eigen niveau ligt (bijvoorbeeld door slechte bouwkwaliteit of onvoldoende onderhoud) of dat de oorzaak elders zit, zoals in het openbaar watersysteem.
Juridische verantwoordelijkheid van gemeenten en waterschappen
Gemeenten hebben een grondwatertaak en een rioleringstaak op grond van de Omgevingswet. De grondwatertaak betreft het voorkomen of beperken van nadelige gevolgen van de grondwaterstand. De rioleringstaak betreft het inzamelen en afvoeren van stedelijk afvalwater naar een zuiveringsinstallatie. Beide taken zijn relevant voor de beheersing van wateroverlast en kunnen bepalen welke maatregelen nodig zijn.
Waterschappen spelen eveneens een essentiële rol, met verantwoordelijkheden die gericht zijn op de afvoer van hemelwater en de preventie van wateroverlast. Ze kunnen bijvoorbeeld eisen dat nieuwe ontwikkelingen compenserende maatregelen nemen om de afvoer van hemelwater te beheersen. Deze maatregelen kunnen afgewogen worden in het kader van een "stroomgebiedbenadering", waarbij niet alleen het lokale watersysteem wordt bekeken, maar ook het gehele deelstroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van is.
Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO)
Een belangrijke strategie bij het afvoeren van hemelwater is Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO). Dit houdt in dat bij nieuwe ontwikkelingen compenserende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat het ontvangende watersysteem over- of onderlast raakt. Deze aanpak is gericht op de principes van "vasthouden-bergen-afvoeren", waarbij zoveel mogelijk water vastgehouden wordt, vervolgens geborgen en uiteindelijk pas afgevoerd.
De toename van verhard oppervlak kan leiden tot een versnelde afvoer van hemelwater. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak – het onderbreken van de afvoer van hemelwater via een riolering naar een zuiveringsinstallatie – stroomt het water direct af naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot piekafvoer en dus tot wateroverlast. Daarom is het belangrijk dat dergelijke ontwikkelingen op een hydrologisch neutrale manier worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door infiltratie of berging van water.
De rol van VvE’s in de afwatering
VvE’s dragen verantwoordelijkheid voor de onderhouding van rioleringen en afwateringssystemen binnen hun eigen complex. Dit betreft zowel het onderhouden van de privé-rioleringen als het coördineren van eventuele aanpassingen die nodig zijn om wateroverlast te voorkomen. Indien de oorzaak van wateroverlast op het niveau van de VvE ligt, zoals lekkende rioleringen of onvoldoende waterdichte kelders, is de VvE verantwoordelijk voor het nemen van herstelmaatregelen.
Een belangrijk aspect is het onderzoek naar de oorzaak van wateroverlast. Pas na een grondig onderzoek kan worden bepaald of de verantwoordelijkheid bij de VvE ligt of bij de gemeente of waterschap. In sommige gevallen kan het ook gaan om een gezamenlijke verantwoordelijkheid, afhankelijk van de aard van de problematiek.
Aansluiting en afkoppelen van rioleringen
De aansluiting van rioleringen op een zuiveringsinstallatie is een essentieel aspect van het waterbeheer. In sommige situaties kan afkoppelen van het rioleringssysteem wenselijk zijn, bijvoorbeeld om infiltratie of berging van hemelwater mogelijk te maken. Dit kan bijdragen aan een duurzamere afwatering en helpt om piekafvoeren te voorkomen.
In de praktijk kan het echter voorkomen dat er juridische of technische obstakels zijn bij afkoppelen. Zo is in een voorbeeld in Oosterwold duidelijk dat het niet toegestaan is om hemelwater aan te sluiten op het riool. De gemeente Almere heeft hierbij duidelijke regels opgesteld, waarbij regenwater niet meer via de riolering kan worden afgevoerd, maar direct moet worden afgestreefd of ingefiltreerd.
Compensatie en inpassing in het watersysteem
Bij de inpassing van nieuwe ontwikkelingen in het watersysteem moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor het ontvangende watersysteem. Het doel is om te voorkomen dat de afvoer van hemelwater leidt tot wateroverlast of onderlast. Daarom wordt vaak geëist dat ontwikkelaars compenserende maatregelen nemen, zoals het aanleggen van een vervangende berging.
De inpassing in het watersysteem moet bovendien worden gekeken in het licht van andere waterdoelen, zoals het behoud van voldoende systeemrobuustheid, de oplossing van waterkwaliteitsproblemen of het tegengaan van verdroging. Hierbij kunnen waterschappen en gemeenten andere aspecten meenemen in de afweging, naast de puur hydrologische aspecten.
Technische voorwaarden voor ontwikkelingen
Voor ontwikkelingen met betrekking tot wateroverlast en afwatering zijn er verschillende technische voorwaarden die moeten worden opgevolgd. Zo moet de uitgangssituatie van maaiveldhoogteligging, ontwatering en afwatering worden beschreven en op ten minste schaal 1:5.000 worden weergegeven. Ook dient een beschrijving te worden gegeven van bekende grondwaterstanden en, indien deze niet bekend zijn, hoe een vergelijkbare hoogste grondwaterstand kan worden vastgesteld.
De bepaling van de toename van verhard oppervlak of het af te koppelen oppervlak dient eveneens op een duidelijke topografische ondergrond te worden aangeduid. De beoogde inrichting van het plangebied, met maaiveldhoogte en ligging van voorzieningen, moet op ten minste schaal 1:5.000 worden weergegeven en uitgebreid worden toegelicht.
Daarnaast moeten berekeningen worden gedaan om te tonen wat de veranderingen in waterstanden, afvoeren en grondwaterstanden zijn in de omgeving van het plan. Deze berekeningen moeten rekening houden met gemiddeld hoogste grondwaterstanden, oppervlaktewaterstanden bij maatgevende afvoeren en inundatiekansen bij extreme situaties. Waterschappen kunnen adviseren over de toepassing van de berekeningsmethoden.
Duurzame waterbeheerstrategieën
In het kader van duurzame waterbeheerstrategieën worden principes zoals "niet afwentelen", "stroomgebiedbenadering" en de "trits" vasthouden-bergen-afvoeren toegepast. Deze principes zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat oplossingen op de ene plek niet leiden tot problemen elders. Door water te vasthouden en te bergen, kan de afvoer van water worden beheerst en worden piekafvoeren voorkomen.
In praktische termen betekent dit dat bij ontwikkelingen zoveel mogelijk water vastgehouden kan worden via infiltratie of berging. Pas wanneer het water niet langer vastgehouden kan worden, mag het worden afgevoerd. Dit helpt om piekafvoeren te verminderen en zorgt voor een beter functioneren van het watersysteem.
Verantwoordelijkheid bij appartementsrechten en riolering
In situaties waarin appartementsrechten betrokken zijn bij de aanleg van rioleringen, kan de juridische verantwoordelijkheid niet altijd duidelijk worden toegewezen. Bijvoorbeeld in een situatie waarbij een VvE een nieuwe riolering moet aansluiten op een gemeentelijke of waterschapsgemene riolering, kan het onduidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor de kosten en uitvoering.
In dergelijke gevallen is het belangrijk dat de VvE samenwerkt met de gemeente en eventueel met het waterschap om duidelijke afspraken te maken over de verantwoordelijkheden. Dit kan worden geregeld in een overeenkomst of via een duidelijke afspraak tijdens de aanlegfase.
Praktijkvoorbeelden en uitvoering
Praktijkvoorbeelden tonen aan hoe VvE’s en gemeenten samen kunnen werken aan een duurzame oplossing voor wateroverlast en afwatering. In Oosterwold, bijvoorbeeld, wordt er gewerkt aan het hergebruik van IBA’s (Individuele Biologische Afvalzuivering) en CBA’s (Collectieve Biologische Afvalzuivering) voor de zuivering van grijze en zwarte stoffen. In dit project wordt het grijze water niet meer via een riolering afgevoerd, maar via een zuiveringsinstallatie die op locatie wordt aangelegd.
Een belangrijk aspect in dit project is de samenwerking tussen de VvE, de gemeente en de bewoners. Zo wordt er gezorgd voor een duidelijke communicatie over de regels en mogelijkheden. Bewoners kunnen bijvoorbeeld via digitale of inloopspreekuren in contact treden met de gemeente voor vragen rondom de aanleg van wegen of rioleringen.
De rol van composttoiletten en afvalwaterzuivering
Composttoiletten kunnen een alternatief bieden voor traditionele rioleringen. Een composttoilet verwijderd het zwarte water (urine en feces), maar het grijze water (water uit de keuken, badkamer en wastafel) moet nog steeds worden afgevoerd of gezuiverd. In situaties waarin een VvE of bewoner kiest voor een composttoilet, is het dus nog steeds verplicht om het grijze water te zuiveren via een IBA of CBA-installatie.
In sommige gevallen kan dit leiden tot een verplichte aansluiting op een gemeentelijke riolering of een particuliere zuiveringsinstallatie. Dit hangt af van de regelgeving in de betreffende gemeente en het waterschap.
Technische en juridische voorzieningen
Voor het afvoeren van hemelwater zijn er zowel technische als juridische voorzieningen nodig. Op juridisch vlak geldt dat het verboden is om zonder watervergunning neerslag via toename van verhard oppervlak of afkoppelen van bestaand oppervlak versneld te laten afvoeren naar het oppervlaktewater. Dit betekent dat ontwikkelaars en VvE’s aandacht moeten besteden aan de regelgeving rondom afwatering en hemelwater.
Op technisch vlak is het belangrijk om berekeningen te maken en afwegingen te doen rondom de gevolgen van nieuwe ontwikkelingen voor het watersysteem. Hierbij kan het waterschap adviseren over de juiste methode en eventuele afgeweken voorwaarden.
Conclusie
Wateroverlast is een complex probleem dat niet alleen de VvE’s betreft, maar ook gemeenten en waterschappen. Het begrijpen van de oorzaken en de bijbehorende verantwoordelijkheden is essentieel voor het nemen van effectieve maatregelen. Door een duurzame aanpak zoals Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO) en het toepassen van principes zoals "stroomgebiedbenadering" en "vasthouden-bergen-afvoeren", kan wateroverlast worden voorkomen of beperkt.
VvE’s spelen een centrale rol in de onderhouding van rioleringen en afwateringssystemen binnen hun eigen complex. Het is verantwoordelijk voor het onderzoeken van de oorzaak van wateroverlast en het nemen van herstelmaatregelen indien nodig. Gemeenten en waterschappen dragen hun eigen verantwoordelijkheden, met een focus op het beheer van het watersysteem en de voorkoming van wateroverlast.
Samenwerking tussen VvE’s, gemeenten en waterschappen is essentieel voor een duurzame en effectieve oplossing. Door duidelijke afspraken te maken, berekeningen uit te voeren en compenserende maatregelen te nemen, kan wateroverlast worden beheerst en het watersysteem duurzaam worden aangepast.