Voor- en Vroegschoolse Educatie in Gemeenten: Rechtskader, Praktijk en Samenwerking tussen GGD en Kindcentra

Inleiding

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een overheidsbeleid dat gericht is op het stimuleren van de vroege ontwikkeling van jonge kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand, met als doel hen een sterke basis te geven voor het basisonderwijs. Het beleid is geïnitieerd uit de behoefte om kinderen met risico op achterstand vroegtijdig te ondersteunen, zodat hun ontwikkeling wordt aangevoed en de kansen op succes in de schoolloopbaan worden vergroot. De bronnen geven een duidelijk beeld van het rechtskader, de praktijkuitvoering en de samenwerking tussen de belanghebbenden in gemeenten zoals Valkenswaard en Alphen aan den Rijn. De gemeente is verantwoordelijk voor het stellen van criteria voor toeleiding naar VVE, terwijl de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) een sleutelrol speelt in het signaleren van taalachterstanden en het afgeven van een VVE-indicatie. De uitvoering van VVE gebeurt via kinderopvangorganisaties die een VVE-certificaat moeten hebben, en de gemeente zorgt voor de financiering van kindplekken via wederkerigheidsovereenkomsten. Deze gemeenschappelijke inspanningen zijn gericht op een uniforme, efficiënte en kwalitatief goede toeleiding van kinderen naar VVE, met als doel doelmatigheid en doelgerichtheid bij het inzetten van overheidsmiddelen. Deze tekst biedt een uitgebreide, feitelijke en geïntegreerde weergave van het huidige systeem van VVE op basis van de beschikbare bronnen.

Rechtskader en verantwoordelijkheden

De juridische basis voor het VVE-beleid is geïntegreerd in een reeks regelgeving en overheidsbeleid, met name de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) die per 1 januari 2018 gedeeltelijk in werking is getreden. Deze wet heeft gevolgen voor de kwaliteitseisen in de kinderopvang, waaronder een aangepaste leidster-kindverhouding en verhoogde eisen aan de competenties van medewerkers, zoals voldoen aan aangescherpte taaleisen. Bovendien moet elk kind in de kinderopvang een mentor hebben, wat de persoonlijke ontwikkeling van het kind ondersteunt. Deze wet versterkt het kwaliteitsniveau van het geheel van kinderopvang en voorschoolse educatie, maar is niet direct gericht op VVE zelf. Het recht op VVE is gebaseerd op een indicatie van de GGD, die een VVE-indicatie afgeeft op grond van een vastgesteld risico op taal- of ontwikkelingsachterstand. Deze indicatie is een voorwaarde voor de toegang tot een VVE-kindplek.

De verordening inzake inkoop kindplekken en kwaliteitseisen bij de ontwikkeling naar integrale kindcentra, die van kracht was van 1 september 2012 tot 31 december 2016, bepaalt in hoofdstuk 3 de vereisten voor een houder die VVE gecertificeerd is. Volgens artikel 6 zijn er duidelijke verantwoordelijkheden voor de houder van een kinderopvangorganisatie. Voordat een kind wordt geplaatst, moet de houder controleren of het kind een VVE-indicatie heeft. Mocht dit niet het geval zijn, maar is er sprake van een mogelijke taal- of ontwikkelingsachterstand, dan dient er contact te worden opgenomen met het Kenniscentrum VVE voor ondersteuning. Deze samenwerking moet vastgelegd worden in een overeenkomst die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in de verordening. Als tijdens de plaatsing een vermoeden ontstaat van een achterstand, dient ook hier het Kenniscentrum te worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat er sprake is van een geldige VVE-indicatie van de GGD. De gemeente is verantwoordelijk voor de financiering van VVE-kindplekken, en daarvoor is een wederkerigheidsovereenkomst nodig tussen de gemeente en de ouder. Deze overeenkomst bevat de afspraken rondom de wederkerigheid, waarmee wordt gewaarborgd dat het kind wordt geplaatst op grond van een erkende indicatie.

In de gemeente Alphen aan den Rijn is een gemeenschappelijke visie ontwikkeld met de JGZ van GGD Hollands Midden gericht op een uniforme, kwalitatief goede en efficiënte signalering, toeleiding en monitoring van kinderen die in aanmerking komen voor VVE. Dit doel wordt gesteund door een gemeenschappelijke aanpak tussen gemeente, GGD en VVE-organisaties. De gemeente investeert aanzienlijke middelen in VVE, en door het uniformeren van het proces wordt de doelmatigheid van het systeem verhoogd. Dit maakt het mogelijk om middelen efficiënter in te zetten en doelstellingen beter te halen. De gemeente is verantwoordelijk voor het stellen van criteria voor toeleiding naar VVE, terwijl de JGZ de rol van signalerende instantie vervult.

Praktijkuitvoering van VVE in gemeenten

In de gemeente Valkenswaard zijn in totaal vijf organisaties die kinderopvang aanbieden met een aanbod voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Sinds 2018 zijn er drie organisaties – Kids World, Mira en Stichting Peuterdorp – geregistreerd voor het leveren van VVE. Daarnaast zijn er twee organisaties, IkOok! en Bij de Boer, die in 2020 aangegeven hebben geen VVE te kunnen of willen bieden. Het doel van de gemeente is om in het hele gemeentelijk gebied een dekkend aanbod aan VVE te realiseren. In 2020 zijn de locaties van Horizon begonnen met de scholing van VVE en is verwacht dat zij in 2021 ook VVE kunnen aanbieden. Hiermee is het doel van een volledig aanbod binnen de gemeente geboekst. Deze ontwikkeling laat zien dat het beleid gericht is op uitgebreidheid en bereikbaarheid van VVE, met name voor kinderen uit gezinnen met een achterstand in de Nederlandse taalvaardigheid.

De praktijk van VVE is gericht op het stimuleren van de vroege ontwikkeling van peuters van 2,5 tot 3 jaar, zowel op de peuterschool als in de kinderopvang. Vroegschoolse educatie wordt gegeven in groep 1 en 2 van de basisschool, waar de verantwoordelijkheid bij de basisschool ligt. In de meeste gemeenten zijn de professionals in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) verantwoordelijk voor het uitvoeren van het beleid en het doorverwijzen naar VVE. De JGZ, via de jeugdartsen en -verpleegkundigen, speelt een cruciale rol in het signaleren van taalachterstanden en het afgeven van een VVE-indicatie. Dit proces is essentieel, omdat alleen kinderen met een dergelijke indicatie recht hebben op een VVE-kindplek. De indicatie is gebaseerd op een beoordeling van de ontwikkeling van het kind, met name op het gebied van taalvaardigheid.

In het kader van het onderzoek in Alphen aan den Rijn zijn de kennisbehoefte en werkwijze van professionals in de jeugdzorg onderzocht. Deze analyse is uitgevoerd door TNO, afdeling Child Health in samenwerking met de Hogeschool Utrecht en GGD Hollands Midden, in opdracht van de gemeente Alphen aan den Rijn. Het doel was om inzicht te krijgen in de huidige werkwijze van artsen en verpleegkundigen om te kunnen bepalen welke bijscholing en lokale protocollen nodig zijn voor een optimale toeleiding tot VVE. Het onderzoek is uitgevoerd via een online vragenlijst onder artsen en verpleegkundigen in de 0-4 jarige zorg bij GGD Hollands Midden. De resultaten tonen aan dat er behoefte is aan gerichte bijscholing, zodat professionals beter in staat zijn om blootstellingsachterstanden adequaat te signaleren en op een gestructureerde manier te verwijzen naar VVE.

Rol van de GGD en het Kenniscentrum VVE

De GGD speelt een centrale rol in het VVE-systeem als instantie die de indicatie afgeeft. Deze indicatie is een voorwaarde voor het afnemen van een VVE-kindplek. De GGD is verantwoordelijk voor het signaleren van taalachterstanden en het bepalen of een kind voldoet aan de criteria voor VVE. De JGZ-verpleegkundige, in samenwerking met de jeugdarts, helpt bij het bepalen van de noodzaak van VVE op basis van de ontwikkelingsstatus van het kind. De indicatie wordt gegeven op basis van een beoordeling van de taalontwikkeling, maar ook van de sociaal-emotionele ontwikkeling, waarbij risico’s op achterstand worden geïdentificeerd.

In geval van een mogelijke achterstand, maar zonder geldige indicatie, dient de houder van de kinderopvang, op grond van het verdrag, contact op te nemen met het Kenniscentrum VVE. Dit centrum biedt ondersteuning gericht op het wegnemen van de taal- of ontwikkelingsachterstand. De samenwerking tussen de houder en het Kenniscentrum wordt vastgelegd in een overeenkomst die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in de verordening. Dit zorgt ervoor dat de ondersteuning systematisch en gestructureerd verloopt. Het Kenniscentrum speelt een belangrijke rol in het ontwikkelen van protocollen en het bieden van ondersteuning aan kinderopvangorganisaties.

Er zijn echter signalen uit de praktijk dat niet alle kinderen die naar VVE worden gestuurd, daadwerkelijk baat hebben bij deze vorm van educatie. VVE is gericht op kinderen met een blootstellingsachterstand, dat wil zeggen kinderen die onvoldoende of geen blootstelling hebben gehad aan de Nederlandse taal. Er is echter een risico op dat kinderen zonder daadwerkelijke taalachterstand worden aangemeld, of dat kinderen met andere problemen (zoals ontwikkelingsachterstand op andere gebieden dan taal) worden doorgestuurd naar VVE. Dit kan leiden tot een ondoelgerichte inzet van middelen. Daarom is het belangrijk dat de indicatie nauwkeurig wordt beoordeeld en dat er een duidelijke afbakening is van de doelgroep. De gemeente en GGD werken daarom aan het uniformeren van het proces om te voorkomen dat kinderen onnodig worden ingeschreven.

Financiële en organisatorische voorwaarden

De financiering van VVE-kindplekken gebeurt via een wederkerigheidsovereenkomst tussen de gemeente en de ouder. Deze overeenkomst is een vereiste voor het afnemen van een kindplek in een kindcentrum dat VVE aanbiedt. De gemeente stelt de financieringsvoorwaarden vast, en de ouder moet voldoen aan bepaalde eisen, zoals de aanwezigheid van een geldige indicatie. De gemeente is verantwoordelijk voor het leveren van een doelgerichte en doelmatige financiering van VVE, waarbij de middelen doelgericht worden ingezet op kinderen die daadwerkelijk baat hebben bij de educatieve ondersteuning.

De gemeente Alphen aan den Rijn investeert aanzienlijk in VVE, omdat het een belangrijk onderdeel is van het gemeentelijk beleid gericht op vroege ontwikkelingsstimulering. Het doel is om zowel de kwaliteit als de bereikbaarheid van VVE te verhogen. Door de verdeling van taken tussen gemeente, GGD en kinderopvangorganisaties wordt het proces efficiënter en doelgerichter. De gemeente zorgt voor de financiering, de GGD voor de indicatie, en de kinderopvangorganisatie voor de uitvoering van VVE. Deze verdeling van taken zorgt voor een duidelijke verantwoordelijkheid en voorkomt dubbele inspanning.

De gemeente is verantwoordelijk voor het stellen van criteria voor toeleiding naar VVE. Deze criteria zijn gebaseerd op de indicatie van de GGD en de vereiste voorwaarden voor een VVE-kindplek. De gemeente zorgt er ook voor dat het systeem doelmatig en efficiënt is. Door het uniformeren van het proces wordt de kans op fouten verkleind en wordt de kwaliteit van het beleid verbeterd. De gemeente Alphen aan den Rijn heeft daarmee het doel om de doelstellingen van het VVE-beleid beter te kunnen halen en de middelen doelgericht in te zetten.

Conclusie

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk beleid gericht op vroege ontwikkelingsstimulering van kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand. Het doel is om kinderen een sterke basis te geven voor het basisonderwijs, met name door te zorgen dat ze vóór het begin van groep 1 al voldoende taalvaardigheid hebben ontwikkeld. Het systeem is gebaseerd op een duidelijke verdeling van taken tussen de gemeente, de GGD en de kinderopvangorganisaties. De gemeente is verantwoordelijk voor het stellen van criteria voor toeleiding naar VVE en de financiering via wederkerigheidsovereenkomsten. De GGD is verantwoordelijk voor het signaleren van taalachterstanden en het afgeven van een VVE-indicatie, terwijl de kinderopvangorganisaties de uitvoering van VVE verzorgen. De gemeente Alphen aan den Rijn en gemeente Valkenswaard tonen aan dat er een gemeenschappelijke visie bestaat op het belang van een uniforme, efficiënte en kwalitatief goede toeleiding. Het doel is om middelen doelgericht in te zetten en de doelstellingen van het beleid beter te halen. Er zijn echter risico’s op ondoelgerichte toewijzing van kinderen die niet voldoen aan de criteria voor VVE. Daarom is het belangrijk dat er een nauwkeurige indicatie plaatsvindt en dat er samenwerking is met het Kenniscentrum VVE voor het verhelpen van achterstanden. Door dit systeem te verbeteren en te uniformeren, wordt de kwaliteit van VVE verhoogd en wordt het doel van het beleid bereikt.

Bronnen

  1. Voor- en vroegschoolse educatie VVE
  2. Regeling inkopen kindplekken en kwaliteitseisen bij ontwikkeling naar integrale kindcentra

Related Posts