Voor- en vroegschoolse educatie in de kinderopvang: structuur, eisen en organisatie van VVE-groepen

Inleiding

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een gerichtheid op de vroeginfantile ontwikkeling van kinderen van 2 tot 4 jaar, met als doel kinderen die in een risicogroep zijn geplaatst, te ondersteunen in hun taalontwikkeling, sociaal-emotionele vaardigheden, motoriek en algemene ontwikkeling. De bronnen geven een duidelijk beeld van de juridische kaderstelling, het programma, de eisen aan de kwaliteit van de opvang en de financieringsregeling. De uitvoering van VVE-arrangementen vindt plaats binnen kindercentra in de kinderopvang, in combinatie met het reguliere kinderdagverblijf. Het doel van deze samenvatting is om de beschikbare informatie over VVE-groepen in de kinderopvang te herzien en te structureren, met nadruk op de juridische, pedagogische en financiële aspecten. De informatie is grotendeels gebaseerd op de wet- en regelgeving uit de periode 2009 tot 2010, met een duidelijke focus op de gemeente Rheden en de bijbehorende kindercentra.

De juridische kaderstelling van VVE in de kinderopvang

De uitvoering van VVE-arrangementen in de kinderopvang is geregeld door een specifieke regeling, de "Regeling bekostiging VVE in de kinderopvang", die geldig was van 1 september 2009 tot 21 april 2010. Deze regeling was opgezet om het mogelijk te maken dat VVE-programma's, die in het kader van het verkleinen van onderwijsachterstanden zijn ontwikkeld, ook worden aangeboden door kindercentra binnen de kinderopvang. Het doel was om kinderen die in risico staan op onderwijsachterstand, vroeg en doelgericht ondersteuning te bieden binnen hun dagelijkse opvangomgeving. De regeling was gebaseerd op de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voor- en vroegschoolse educatie. De uitvoering van de VVE-uitgaven was afhankelijk van een subsidie, die werd verleend op basis van de Algemene Subsidieverordening. De subsidie was bedoeld voor de periode van 1 juli 2009 tot 31 december 2009, met een maximumbedrag van € 200.000,-. Indien de subsidie voor een kortere periode werd aangevraagd, werd het bedrag naar verhouding aangepast.

De subsidie werd verdeeld over drie hoofdonderdelen: scholing, materiaal en vervanging/voorbereiding van leidsters. Deze financieringsvorm was bedoeld om de kosten van de uitvoering van het VVE-programma te dekken. De subsidieverlening werd gecontroleerd op het bereiken van het subsidieplafond. Indien de totale aanvragen het plafond overschreden, werd voorrang gegeven aan kindercentra met het grootste aantal doelgroepkinderen. Vervolgens werden de aanvragen op basis van de binnenkomstdatum behandeld. Deze procedure zorgde voor een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen, met nadruk op de doelgroep van kinderen die het meest in behoefte zijn aan extra ondersteuning. De regeling was beperkt tot kindercentra gevestigd in Amersfoortse prioriteitswijken, wat aantoont dat het doel van de subsidie gericht was op het verkleinen van regionale ongelijkheden in de toegang tot vroeg- en vroegschoolse educatie.

De doelgroep en de indicatieprocedure

De doelgroep voor VVE-arrangementen bestaat uit kinderen van 2 tot 4 jaar die in risico zijn gesteld op onderwijsachterstand. De bepaling van een doelgroepkind gebeurt op basis van een gewichtenregeling uit het onderwijs, waarbij het opleidingsniveau van de ouders als belangrijkste indicator wordt gebruikt. Kinderen met een lager opleidingsniveau van de ouders worden als doelgroepkind beschouwd, omdat er wetenschappelijk bewijs is dat dit een sterke voorspeller is voor onderwijsachterstand. Dit betekent dat kinderen uit gezinnen met lagere educatieve achtergrond het meeste voordeel hebben van de VVE-uitgave. Om een kind in een VVE-groep op te nemen, is een indicatie nodig. Deze indicatie wordt uitgegeven door het consultatiebureau, dat beoordeelt of een kind voldoet aan de criteria voor VVE. Zonder deze indicatie kan een kind niet in een VVE-groep worden geplaatst, zelfs niet als het kindercentrum VVE aanbiedt.

De indicatieprocedure is dus een cruciaal eerste stap. Zonder indicatie is een kind niet in staat om deel te nemen aan het VVE-programma, ongeacht of het kindercentrum daadwerkelijk een VVE-uitgave aanbiedt. De indicatie is geen toestemming voor opvang, maar een medische en pedagogische beoordeling van de ontwikkeling van het kind. Het doel van deze indicatie is om ervoor te zorgen dat de middelen en middelen worden ingezet daar waar ze het meest nodig zijn. Zonder indicatie is er geen recht op subsidie, en daarmee ook geen financiering voor het VVE-programma.

Kwaliteitseisen voor VVE-groepen

De uitvoering van VVE-arrangementen in de kinderopvang moet voldoen aan een aantal wettelijke en kwaliteitsgerelateerde eisen. De basisvoorwaarden zijn vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, dat geldt voor alle kindercentra die VVE aanbieden. Bovendien zijn er extra eisen gesteld door de gemeente Enschede, die gelden voor VVE-groepen binnen haar gemeente. Deze extra eisen zijn gericht op het waarborgen van hoge kwaliteit in het VVE-programma. De belangrijkste eis is dat ten minste één van de beroepskrachten in een VVE-groep een certificaat moet hebben van een met succes afgerond scholingsprogramma met betrekking tot het VVE-programma. Dit certificaat is een bewijs van deskundigheid in het VVE-programma.

De tweede beroepskracht in dezelfde groep moet, indien zij niet over dit certificaat beschikt, minstens een opleiding hebben gevolgd zoals genoemd in artikel 4 lid 2 of 3 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Bovendien moet deze beroepskracht binnen zes maanden na het begin van haar werkzaamheden met het volgen van het scholingsprogramma met betrekking tot het VVE-programma starten. Deze opleiding moet binnen twee jaar na de start met goed gevolg zijn afgerond. Deze eisen zijn bedoeld om te garanderen dat alle medewerkers in een VVE-groep voldoende kennis en vaardigheden hebben om het programma effectief uit te voeren. De kwaliteit van het VVE-programma hangt sterk af van de kennis en vaardigheden van de medewerkers. Zonder deze competenties kan de kwaliteit van het programma niet worden gewaarborgd, en daarmee ook niet de doelstelling van het programma.

De organisatie van VVE-groepen in kindercentra

In de gemeente Rheden zijn er een aantal kindercentra die VVE aanbieden. Deze zijn: Kindercentra Puck&Co op de locaties 't Spank in Spankeren, Annie M.G. Schmidt en Koningin Emma in Dieren, en De Vlinder in Dieren, evenals Kroeseboom in Rheden. Deze kindercentra zijn geselecteerd op grond van hun capaciteit om VVE-programma's aan te bieden. De VVE-groepen zijn 40 weken per jaar geopend, gelijk aan de schoolvakanties. De kinderen gaan vier dagdelen per week, elk van vier uur, wat in totaal 16 uur per week bedraagt. Dit is een intensieve vorm van opvang, gericht op de maximale ontwikkeling van het kind in de belangrijkste ontwikkelingsdomeinen.

Het VVE-programma is gericht op vier belangrijke domeinen: taal, motoriek, sociaal-emotionele ontwikkeling en algemene ontwikkeling. De activiteiten zijn gebaseerd op thema’s zoals lente of het lichaam, en zijn gericht op spelend leren. De kinderen worden voorgelezen, knutselen, dansen en zingen. Deze activiteiten zijn ontworpen om de ontwikkeling van het kind te stimuleren op een speelse manier. Het programma is erkend door het Nederlands Jeugdinstituut en is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies. Dit betekent dat het programma is getoetst op effectiviteit en dat het bewijs heeft geleverd van een positief effect op de ontwikkeling van kinderen uit risicogroepen. De gebruikte uitgave is Uk & Puk, een unieke uitgave voor kinderen van 0 tot 4 jaar, die actief is op het gebied van ontdekken en groeien door spelen. Het programma is ontwikkeld door Uitgeverij Zwijsen en de CED-Groep, op basis van het ‘Pedagogisch kader kindercentra 0 – 4 jaar’ en de ‘Taallijn in de kinderopvang’.

De rol van het VVE-programma en de pedagogische benadering

Het VVE-programma is gericht op het stimuleren van de brede ontwikkeling van peuters. Het is geen lesgeven of lesjes leren, maar gericht op het bevorderen van ontwikkeling door actief bezig zijn en spelen. Het doel is om kinderen voor te bereiden op het basisonderwijs door hun taalvaardigheid, sociale vaardigheden en motorische vaardigheden te versterken. De activiteiten zijn ontworpen op een manier die past binnen de dagelijkse routine van het kindercentrum. Het thematisch ontwerp van het programma zorgt ervoor dat de activiteiten samenhangend en doordacht zijn. Zo worden kinderen in het thema “lente” geïntroduceerd in de natuur, de bloemen, de dieren en de veranderingen in het seizoen. Dit stimuleert zowel hun taalvaardigheid als hun begrip van de wereld.

De pedagogische aanpak is gebaseerd op het idee dat spelen het belangrijkste middel van ontwikkeling is voor peuters. Door spelen ontdekken kinderen de wereld, leren ze emoties uiten, sociale vaardigheden ontwikkelen en hun lichaam coördineren. De leidsters in een VVE-groep zijn gespecialiseerd in het begeleiden van dit spel. Ze weten hoe ze een kind kunnen stimuleren om te praten, samen te spelen en te experimenteren. Ze gebruiken hun kennis van ontwikkelingsfase en ontwikkelingsdomeinen om de juiste activiteiten te kiezen en de juiste vragen te stellen. De VVE-groep is dus meer dan een reguliere kinderopvanggroep; het is een gecontroleerde omgeving waarin elke activiteit een doel heeft.

De financiële ondersteuning van VVE

De financiering van het VVE-programma is gebaseerd op een subsidie die werd verleend door de overheid. De subsidie was bedoeld voor de periode van 1 juli 2009 tot 31 december 2009, met een maximumbedrag van € 200.000,-. Deze subsidie was bedoeld om de kosten van het VVE-programma te dekken, met name de kosten voor scholing, materiaal en het vervangen of voorbereiden van leidsters. De subsidie was éénmalig en werd verleend op basis van de Algemene Subsidieverordening. De subsidieverlening was afhankelijk van het bereiken van het subsidieplafond. Indien de aanvragen het plafond overschreden, werd voorrang gegegeven aan kindercentra met het grootste aantal doelgroepkinderen, en daarna op basis van binnenkomstdatum.

Deze financieringsvorm was gebaseerd op een beperkte periode en een vast bedrag. Het was dus geen duurzame financieringsvorm, maar bedoeld als overgangsmaatregel om de uitvoering van het VVE-programma te stimuleren. Na 21 april 2010 was de regeling beëindigd, en er is geen informatie beschikbaar over een vervanging of voortzetting van deze subsidie. Dit betekent dat kindercentra die VVE aanboden, na 2010 zelf de kosten moesten dragen of andere financieringsbronnen moesten vinden. De financiering van het VVE-programma is dus afhankelijk van de beschikbaarheid van subsidie, en er is geen continue financieringsregeling bekend uit de bronnen.

Conclusie

De beschikbare bronnen geven een duidelijk beeld van het mechanisme van VVE-arrangementen in de kinderopvang, met nadruk op de juridische kaderstelling, de doelgroep, de kwaliteitseisen en de financiering. Het programma is gericht op het verkleinen van onderwijsachterstanden bij kinderen uit risicogroepen door middel van gerichte vroegopvoeding. De uitvoering van het programma vindt plaats in VVE-groepen binnen kindercentra, waar kinderen vijftien uur per week worden opgevangen. De kwaliteit van het programma is gebaseerd op de competenties van de medewerkers, die een certificaat moeten hebben van een gespecialiseerd scholingsprogramma. De financiering is gebaseerd op een eenmalige subsidie, die was aangekondigd voor een beperkte periode. Na 21 april 2010 was de regeling beëindigd. Er is geen informatie beschikbaar over een vervanging of voortzetting van deze financiering. De informatie is gebaseerd op een oude regeling, en er is geen actuele informatie beschikbaar over de huidige status van het programma.

Bronnen

  1. VVE - Voor- en vroegschoolse educatie voor peuters
  2. Nadere regels voor VVE-arrangementen
  3. Regeling bekostiging VVE in de kinderopvang
  4. Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

Related Posts