Inleiding
De Havendijk in Ooltgensplaat is meer dan slechts een wegenverbinding; het is een element van een complex netwerk van waterwegen, dijken en historische bouwwerken dat de vormgeving en veiligheid van het gebied sinds de vroeegste periodes van bebouwing bepaalt. Deze analyse, gebaseerd uitsluitend op de beschikbare bronnen, verbindt technische specificaties, wettelijke en bouwtechnische gegevens, en erfgoedwaarden tot een geïntegreerde beschouwing van de locatie. Het onderzoek richt zich op de structuur van het waterwegenstelsel, de functie van kaden en duikers, de historische ontwikkeling van de bebouwing en de bouwpraktijken van de afgelopen eeuwen. De kernvraag luidt: hoe vormen de fysieke infrastructuur en het erfgoed de waarde en duurzaamheid van de woonomgeving in Ooltgensplaat, met name rond de Havendijk? De beschikbare gegevens tonen een complexe relatie tussen natuurlijke waterhuishouding, menselijke ingreep in het landschap en bouwpraktijken die zich over eeuwen heen hebben ontwikkeld. De analyse richt zich op de betekenis van de kade, het rolspel van de duikers, de historische betekenis van de omliggende gebieden en de bouwpraktijk rond de 17e en 18e eeuw.
De waterhuishouding en de ontstaansgeschiedenis van de omgeving
Het landschap rond Ooltgensplaat is grotendeels vormgegeven door het complexe verloop van wateren, die zijn ontstaan na doorbraak van zeedijken. De kern van dit stelsel is het zoetwaterreservoir dat ontstond na de doorbraak van de oude zeedijk op 26 januari 1682 bij het Groote Gat van Ooltgensplaat. Deze ramp veroorzaakte een diepe opening in de zeedijk, die niet is hersteld, maar in plaats daarvan door een nieuwe dijk, de Oudelandsche Dijk, aan de buitenkant is afgesloten. Hierdoor ontstond een afgesloten gebied waarin een zoetwatermeer zich vormde, dat het oorspronkelijke zeegevoelige bodemprofiel veranderde. Dit proces van het aanleggen van een nieuwe dijk aan de buitenzijde om een doorbraak te herstellen is een klassiek voorbeeld van de zogeheten 'buitenom' herbergen, een methode die ook wordt beschreven bij het ontstaan van het Groote Gat. Het resultaat is een gebied dat zich uitstrekt van de Oudelandsche Polder tot de Galatheepolder en waar het water nu onder controle staat door een netwerk van kaden en dijken.
De oorspronkelijke bedrijfsvoering van de waterhuishouding in dit gebied is gedocumenteerd via oudere kaarten, zoals die van Coomans uit ± 1700, waarop het dijkje rond het gebied duidelijk is aangegeven. De oorspronkelijke functie van deze kaden was niet alleen beschermd te zijn tegen overstromingen, maar ook als verkeersader voor vervoer en vissersnijverheid. De oostelijke kant van het gebied, de Oostdam, was oorspronkelijk een onderdeel van een groter netwerk van waterwegen die de verbinding met de Binnenbedijkte Noordpolder ondersteunden. Deze polder werd in 1523 bedijkt, maar werd al in 1613 door een doorbraak overvloeid. In 1682 vond opnieuw een doorbraak plaats, die leidde tot het ontstaan van het zoetwaterreservoir in de Oudelandsche Polder. De herstelmaatregelen hierna waren niet alleen technisch, maar ook maatschappelijk van aard. De gemeente nam de kosten voor de aanleg van een bredere inrit voor een deel van de grond van een particulier, waarbij een maximale subsidie van 10.000 euro werd afgeboekt als bijdrage aan monumentenzorg. Deze maatregel toont aan dat de infrastructuur in het gebied reeds in de jaren vijftig van de twintigste eeuw een balans tussen privéinteresses en openbare veiligheid moest vormen.
Het wateroppervlak van het Groote Gat is daarmee niet alleen een natuurverschijnsel, maar ook een belangrijk onderdeel van het historische erfgoed. Het wordt in bronnen ook aangeduid als een wiel, wat doet denken aan een natuurlijk of kunstmatig vormgegeven waterlichaam met een centrale plek. De waterkwaliteit en het voorkomen van waterplanten zijn in de loop der jaren afhankelijk geweest van de mate van bebouwing en het verkeer op het wateroppervlak. In 1969 werd een belangrijke ingreep uitgevoerd met de aanleg van een ruimere en bredere duiker onder de wegen Langeweg en 2e Zuid Boutweg. Deze duiker is 1,85 meter breed en 2,20 meter diep, waardoor een maaiboot er gemakkelijk doorheen kan varen. Deze verbetering maakt het mogelijk om waterplanten te maaien en te verwijderen zonder dat een kraanwagen nodig is. Dit toont aan dat het waterbeheer in het gebied niet alleen gericht is op overstromingspreventie, maar ook op het handhaven van de leefomgeving voor de natuur. De duikers zelf zijn gemaakt van Waco-betonelementen uit Krimpen aan de IJssel en geplaatst door de firma D. Ras te Nieuwe-Tonge, wat aantoont dat de bouwpraktijk in de jaren zestig al geavanceerd was en op standaardmaten was gebaseerd.
Bouwpraktijk en historische bebouwing rond de Havendijk
De bebouwing in de omgeving van de Havendijk in Ooltgensplaat is sterk beïnvloed door de natuurlijke omgeving en de eisen van het waterbeheer. De historische bebouwing in de regio is grotendeels gebaseerd op het gebruik van plaatselijke materialen en bouwmethoden die geschikt waren voor een omgeving met hoge grondwaterstanden en een risico op overstromingen. De meeste woningen in de omgeving zijn voorzien van een zadeldak, een bouwvorm die al eeuwen in gebruik is en voordelig is vanwege de goede afwatering. Deze vorm wordt vaak gecombineerd met een puntgevel, gemaakt van IJsselstenen, waarop vaak een vlechting is aangebracht. De combinatie van deze elementen geeft de huizen een kenmerkende uitstraling die past binnen de regionale bouwstijl.
Eén van de meest opvallende voorbeelden van historische bebouwing in de omgeving is het pand Kinderdijk 1-2, dat in 1976 door de gemeente is verkocht aan de Stichting i.o. "Eigen Huis" voor 1350. Het pand is daarna gerestaureerd in zijn oorspronkelijke glorie, wat aantoont dat er een bewuste keuze is gemaakt om de historische waarde van het pand te behouden. De herstelwerken zijn geïnspireerd op de oorspronkelijke bouwwijze, met een nadruk op het behoud van de originele vormgeving van het dak en de puntgevels. Het gebruik van IJsselstenen en de vlechting op de gevel duiden erop dat de bouwpraktijk in de 17e en 18e eeuw sterk was gebaseerd op plaatselijke materialen. Deze materialen zijn niet alleen esthetisch geschikt, maar ook duurzaam in de lage landgebieden waar ze worden gebruikt, omdat ze goed bestand zijn tegen vocht en vochtverandering.
Een ander belangrijk bouwonderdeel is de duiker, die in de jaren zestig van de twintigste eeuw is aangelegd. Deze structuur is gemaakt van Waco-betonelementen, een technologie die in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw veelgebruikt werd vanwege de hoge duurzaamheid en laag onderhoud. De duikers zijn zodanig ontworpen dat ze niet alleen het vervoer van vaartuigen ondersteunen, maar ook dienen als waterafvoer en -afsluiting. De afmetingen van 1,85 meter breed en 2,20 meter diep zijn zorgvuldig bepaald om te voldoen aan de eisen van zowel de waterhuishouding als het vaartuigverkeer. De plaatsing van deze duikers door de firma D. Ras te Nieuwe-Tonge toont aan dat er professionele bouwondernemingen betrokken waren bij de infrastructuuruitbreiding in het gebied. De duikers zijn geplaatst op een plek waar ze een cruciale rol spelen in het verbinding maken van de waterwegen in de Galatheepolder en de Oudelandsche Polder. Ze fungeren dus niet alleen als vervoersknooppunt, maar ook als onderdeel van het waterbeheersysteem.
De bebouwing in de omgeving van de Havendijk toont ook een duidelijk patroon van groei en aanpassing. Vanuit de eeuwen oude landbouwpraktijken is het gebied langzaam omgevormd tot een woonwijk met een duidelijke indeling van de wegen en de bebouwing. De wegen zijn vaak rechtlijnig en gebogen op plaatsen waar ze waterwegen kruisen, wat aantoont dat de planmatigheid van de bebouwing is gebaseerd op de natuurlijke vorm van het landschap. Het gebruik van kaden en kaden die gedeeltelijk zijn aangelegd als onderdeel van de bebouwing, toont aan dat de ontwikkeling van het gebied niet alleen gericht was op wonen, maar ook op landbouw en visserij. De aanleg van een bredere inrit bij het pand Boomvliet, waarvoor de gemeente de kosten voor haar rekening nam, toont aan dat de infrastructuur in de omgeving van de Havendijk al in de jaren veertig van de twintigste eeuw is aangepast aan de behoeften van de bewoners en het verkeer.
Juridische en financiële aspecten van het bebouwde erfgoed
De juridische en financiële aspecten van het bebouwde erfgoed rond de Havendijk in Ooltgensplaat zijn sterk gekoppeld aan de wettelijke bescherming van historische panden en de financieringsmogelijkheden voor restauratiewerkzaamheden. De verkoop van het pand Kinderdijk 1-2 in 1976 aan de Stichting i.o. "Eigen Huis" voor 1350 is een voorbeeld van de financieringswijze van monumenten. Deze prijs was in de jaren zeventig van de twintigste eeuw redelijk laag, wat aantoont dat er in het verleden meer aandacht was voor de heropleving van historische panden dan voor de marktwaarde. De stichting "Eigen Huis" is hierbij een belangrijke speler in de restauratie van historische panden, met een focus op het behoud van de oorspronkelijke bouvorm en materialen.
Een ander belangrijk financieel aspect is de subsidie die wordt aangeboden voor het behoud van monumenten. In het geval van de inrit bij het pand Boomvliet is een maximumbedrag van 10.000 euro afgeboekt als bijdrage aan het behoud van het erfgoed. Deze bijdrage wordt gegeven door de gemeente en is gericht op het financieren van de aanleg van een bredere inrit. Dit is een voorbeeld van een overheidssteun die gericht is op het behoud van de historische waarde van een pand, terwijl tegelijkertijd de leefbaarheid voor de bewoner wordt verbeterd. Deze vorm van financiering is gericht op het voorkomen van schade aan monumenten door te grote vrachtwagens, wat een veelvoorkomend probleem is in gebieden met oude bebouwing.
De juridische bescherming van de bebouwde omgeving is gebaseerd op de wettelijke bescherming van monumenten. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheren van deze bescherming en kan besluiten nemen over herstelwerkzaamheden. In het geval van de kerk in Ooltgensplaat, die tussen 1527 en 1553 is gebouwd en gewijd aan de H. Odulphus, is er in 1845 een inspectie uitgevoerd die tot de conclusie kwam dat het gebouw buitensporig bouwvallig was. Op grond van deze inspectie is besloten om de oude kerk af te breken en in plaats daarvan een nieuwe kerk te bouwen, met een budget van 20.700. Deze beslissing toont aan dat de wettelijke bescherming van monumenten niet altijd leidt tot herstel, maar soms tot afbraak als het herstel te duur is. De kosten van herstel waren hoger dan het begrote bedrag voor nieuwbouw, wat aantoont dat financiële factoren een cruciale rol spelen in de besluitvorming over het behoud van erfgoed.
De juridische status van de bebouwde omgeving is ook afhankelijk van de verdeling van eigendom. In het geval van het pand Boomvliet heeft een buurman een deel van zijn grond tegen kosten aan de "Stichting Behoud Poortpalen Boomvliet Dirksland" weggegeven. Deze overdracht is gemaakt om te voorkomen dat te grote vrachtwagens schade aanrichten aan het monument. Deze maatregel toont aan dat de wettelijke bescherming van monumenten niet alleen door de overheid kan worden uitgevoerd, maar ook door particulieren. De gemeente neemt hierbij de kosten voor de aanleg van de inrit op zich, wat aantoont dat er samenwerking is tussen de overheid en particulieren in het behoud van erfgoed.
De rol van de duikers en waterwegen in het huidige verkeer en beheer
De duikers en waterwegen in de omgeving van de Havendijk spelen een cruciale rol in het huidige verkeer en beheer van het gebied. De aanleg van de ruimere en bredere duiker in 1969 onder de wegen Langeweg en 2e Zuid Boutweg is een voorbeeld van een infrastructuurmaatregel die gericht is op zowel het verkeer als het waterbeheer. Deze duiker, met een breedte van 1,85 meter en een diepte van 2,20 meter, is ontworpen om te voldoen aan de eisen van zowel het vaartuigverkeer als het waterbeheer. Het feit dat een maaiboot er gemakkelijk doorheen kan varen, toont aan dat het waterbeheer gericht is op het handhaven van de kwaliteit van het wateroppervlak. De waterplanten worden regelmatig gemaaied en de afvalstoffen worden verwijderd, wat bijdraagt aan een gezond waterleefgebied.
De duikers zijn gemaakt van Waco-betonelementen uit Krimpen aan de IJssel en geplaatst door de firma D. Ras te Nieuwe-Tonge. Deze materialen zijn gekozen vanwege hun hoge duurzaamheid en laag onderhoud. De keuze voor betonnen elementen toont aan dat de bouwpraktijk in de jaren zestig al geavanceerd was en op standaardmaten was gebaseerd. Deze duikers vormen niet alleen een verbinding tussen de waterwegen, maar zijn ook een onderdeel van het waterbeheersysteem. Ze fungeren als afvoer en als afsluiting, wat essentieel is voor het voorkomen van overstromingen. De duikers zijn zodanig ontworpen dat ze ook dienen als onderdeel van het verkeersnetwerk, wat aantoont dat de infrastructuur niet alleen gericht is op het waterbeheer, maar ook op het vervoer.
De waterwegen in de omgeving van de Havendijk zijn een onderdeel van een groter netwerk van waterwegen dat zich uitstrekt van de Binnenbedijkte Noordpolder tot de Oudelandsche Polder. Deze waterwegen zijn niet alleen belangrijk voor het vervoer van mensen en goederen, maar ook voor het behoud van de natuur. Het wateroppervlak van het Groote Gat is een belangrijk leefgebied voor waterplanten en dieren. Het feit dat de waterplanten kunnen worden gemaaied en verwijderd, toont aan dat er een evenwicht is tussen menselijke activiteiten en het behoud van de natuur. De waterwegen zijn ook belangrijk voor de recreatie. Het is mogelijk om met een boot door het hele gebied te varen, wat een belangrijke bron van inkomsten kan zijn voor de lokale economie.
Conclusie
De analyse van de historische en technische achtergrond van de Havendijk in Ooltgensplaat toont aan dat dit gebied een complex netwerk van waterwegen, kaden en historische bebouwing is dat zich over eeuwen heen heeft ontwikkeld. De waterhuishouding in het gebied is grotendeels gevormd door doorbraak van zeedijken, zoals in 1682 bij het Groote Gat. Deze doorbraak heeft geleid tot het ontstaan van een zoetwaterreservoir dat nu onder controle staat door een netwerk van kaden en dijken. De bebouwing in de omgeving is gebaseerd op plaatselijke materialen en bouwmethoden die geschikt zijn voor een omgeving met hoge grondwaterstanden. De duikers, gemaakt van Waco-betonelementen en geplaatst door de firma D. Ras te Nieuwe-Tonge, spelen een cruciale rol in het huidige verkeer en beheer van het gebied. De financiële en juridische aspecten van het erfgoed zijn sterk gekoppeld aan de wettelijke bescherming van monumenten en de financieringsmogelijkheden voor restauratiewerkzaamheden. De gemeente speelt een belangrijke rol in het behoud van het erfgoed, met name door financieringsmaatregelen zoals de subsidie voor de aanleg van een bredere inrit. De waterwegen zijn niet alleen belangrijk voor het vervoer, maar ook voor het behoud van de natuur en de recreatie. De combinatie van historisch erfgoed, duurzame bouwpraktijk en doordacht waterbeheer maakt dit gebied tot een uniek voorbeeld van duurzame ontwikkeling in een historisch omgeving.
Bronnen
- Ooltgensplaat / Gaspar Bouttats (prentmaker); (naar tekening van) Jan Peeters (1624-1678). - ca. 1675
- Damhek Boomvliet, Sommelsdijk. 10-1949
- Gezien de levensloop van koper en verkoper is de uitkomst van de overeenkomst mogelijk veranderd. We hebben daarop echter geen zicht gekregen
- Achthuizen
- Ooltgensplaat / Gaspar Bouttats (prentmaker); (naar tekening van) Jan Peeters (1624-1678). - ca. 1675
- De duikers zijn gemaakt van Waco-betonelementen uit Krimpen aan de IJssel. Ze zijn geplaatst door de firma D. Ras te Nieuwe-Tonge
- Het kerkgebouw bleek bij een inspectie in 1845 dusdanig bouwvallig te zijn, dat het buiten gebruik werd gesteld op last van de Staatsraad Gouverneur. Aangezien de kosten van herstel hoger waren dan de begrote nieuwbouw à 20.000 lag afbraak voor de hand. In februari 1847 kreeg K. Verboom uit Numansdorp de opdracht voor de afbraak van de oude en bouw van de nieuwe kerk voor 20.700