Subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Oldambt: Richtlijnen en vereisten voor 2019

Inleiding

De Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019, in werking van 1 januari tot 11 december 2019, streefde ernaar om financiële steun te bieden aan aanbieders van kinderopvang in de vorm van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor kinderen in de leeftijd van twee tot zes jaar. Deze regeling was bedoeld voor houders van kindercentra die geregistreerd waren in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en gevestigd lagen binnen de gemeentegrenzen van Oldambt. Het doel was de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie te versterken door middel van financiering van extra onderwijsactiviteiten, met name gericht op kinderen uit doelgroepen die een specifieke ondersteuning nodig hebben. De regeling omvatte duidelijke richtsnoeren voor de toekenning van subsidies, verantwoording van middelen, en de eisen aan de uitvoering van de VVE-activiteiten. De bronnen geven een duidelijk beeld van de wettelijke grondslag, de toepassingsgebieden, de vereisten voor aanvraag en verantwoording, en de financieringskaders. Deze informatie is essentieel voor houders van kindercentra die in aanmerking willen komen voor de subsidie, evenals voor bevoegde instanties die de uitvoering en controle ervan toezichthouden.

Juridische en beleidskader

De Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019 was juridisch gegrondvest op de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 156 lid 3 van de Gemeentewet, en de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Oldambt 2015. Deze wettelijke basis legde de juridische grondslag voor de vaststelling van de regeling door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt. De regeling was van toepassing op een periode van 12 maanden, van 1 januari tot 11 december 2019, en werd per 12 december 2019 beëindigd. Het doel van de subsidie was de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatieactiviteiten in kindercentra binnen de gemeente, met een nadruk op de kwaliteit en toegankelijkheid van het aanbod voor doelgroepen, met name kinderen van 2,5 tot 6 jaar oud die in aanmerking komen voor een CJG-doelgroepindicatie. De subsidie was gericht op het aanvullen van bestaande VVE-programma’s, zoals het vve-programma peuteropvang en het vve-programma dagopvang, met extra educatieve activiteiten. De regeling streefde ernaar om de kwaliteit van de educatieve dienstverlening te versterken en te waarborgen dat kinderen met specifieke behoeften voldoende ondersteuning konden ontvangen.

Doelgroep en activiteiten

Het doel van de subsidie was gericht op kinderen van 2,5 tot 6 jaar oud, met name die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen. Voor deze doelgroep werd het vve-programma Extra spelen en leren uitgebreid vanaf het schooljaar 2019-2020. Het programma was ontworpen voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot het moment dat ze op de basisschool startten. De activiteiten moesten zijn gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, met name in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar. Het programma moest zowel in de peuteropvang als in de kinderdagopvang worden toegepast, met een doelstelling van 480 uur per jaar in de peuteropvang en 480 uur per jaar in de kinderdagopvang. De activiteiten moesten worden aangeboden in de vorm van extra educatieve activiteiten, inclusief de tijden voor brengen en halen. De activiteiten moesten zijn gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar, met een nadruk op het stimuleren van de ontwikkeling van vaardigheden zoals taal, sociale competentie, en lichamelijke ontwikkeling. De subsidie moest worden ingezet voor het aanbieden van deze extra educatieve activiteiten, met name voor kinderen die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen. De regeling streefde ernaar om de kwaliteit van de educatieve dienstverlening te versterken en te waarborgen dat kinderen met specifieke behoeften voldoende ondersteuning konden ontvangen.

Toepassingsgebied en aanvraagprocedure

De subsidie was uitsluitend bestemd voor houders van kindercentra die geregistreerd waren in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en gevestigd binnen de gemeentegrenzen van Oldambt. De toepassingsperiode voor de subsidie was beperkt tot het kalenderjaar 2019, van 1 januari tot en met 11 december 2019. De aanvraagprocedure omvatte duidelijke stappen, waarbij de houder zelf bepaalde documenten moest voorbereiden en indienen. Nieuwe subsidieaanvragen konden tot en met 31 mei 2019 worden ingediend. Voor houders die al een subsidie hadden ontvangen, was er een mogelijkheid tot wijziging van de subsidie tot 19 april 2019. De aanvraag tot wijziging moest worden ingediend met een eerste tussenrapportage, een overzicht per locatie van het aanbod van de voor- en vroegschoolse educatie, en een toelichting op de toepassing van de eisen van artikel 6, veertiende lid, onderdeel a tot en met h. Deze eisen omvatten de verdeling van de activiteiten over de week, de duur van de activiteiten per dag, en de leeftijd van de kinderen. De subsidie moest worden ingezet voor activiteiten die gericht waren op het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen, met name die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen. De subsidie moest worden ingezet voor het aanbieden van extra educatieve activiteiten, met name voor kinderen die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen.

Financiële vereisten en verantwoording

De financiële vereisten voor de subsidie waren duidelijk gedefinieerd in de Subsidieregeling. Voor een subsidie vanaf € 25.000 tot en met € 50.000 moest de houder aan het college een reeks documenten voorleggen, waaronder een volledig ingevuld Word-formulier ‘Verantwoording subsidie vve 2019’, een volledig ingevuld Excel-formulier ‘Verantwoording subsidie vve 2019’ in Excel-formaat, en een volledig ingevuld Excel-formulier ‘Opbrengsten vve 2019’ in Excel-formaat. Daarnaast moest een financiële verantwoording worden ingediend, waarin de werkelijke lasten van de gesubsidieerde activiteiten afgezet werden tegen de inkomsten uit subsidie en ouderbijdragen. Afwijkingen van meer dan 10% van de subsidieverlening betreffende de subsidieomvang en ouderbijdragen moesten worden toegelicht. Voor een subsidie vanaf € 50.000 tot en met € 200.000 moesten dezelfde documenten worden ingediend, maar de verantwoording moest worden gecontroleerd door een accountantskantoor. De accountant controleerde of de totalen van de gefactureerde en de geïnde ouderbijdragen overeenkwamen met de administratie van de houder. De houder moest in het Excel-verantwoordingsformulier voor het kalenderjaar 2019 het aantal doelgroepkinderen vermelden die in aanvulling op de vijf uur vve-programma kinderdagopvang ook vijf uur vve-programma Extra spelen en leren kregen. Deze vijf uur waren gratis voor de ouders en konden alleen worden aangeboden aan doelgroepkinderen met een CJG-doelgroepindicatie. Het aantal gratis uren vve-programma Extra spelen en leren moest worden vermeld, aangezien deze activiteiten gratis waren voor ouders van kinderen met een CJG-doelgroepindicatie.

Tijdschema en controlemaatregelen

Het tijdschema voor de verantwoording van de subsidie was strikt gestructureerd. De eindverantwoording moest uiterlijk op 31 maart 2020 worden ingediend. De gemeente streefde ernaar om binnen acht weken na ontvangst van de verantwoording de subsidie vast te stellen, met een mogelijke verlenging van maximaal twaalf weken. Tussenrapportages waren vereist, waarbij de prognoses bij aanvraag van de subsidie afgezet werden tegen de werkelijke situatie. De eerste tussenrapportage moest uiterlijk op 18 oktober 2019 worden ingediend. Ook moesten de gegevens voor de OBI-monitor uiterlijk op 18 oktober 2019 worden ingeleverd. De gemeente streefde ernaar om de vaststelling van de subsidie binnen acht weken na ontvangst van de verantwoording te verzekeren, met een mogelijke verlenging van maximaal twaalf weken. De gemeente had het recht om de subsidie vast te stellen op basis van de ingediende documenten en de verantwoording van de houder. De controlemaatregelen omvatten een grondige controle door een accountantskantoor van de financiële verantwoording. De accountant controleerde of de totalen van de gefactureerde en de geïnde ouderbijdragen overeenkwamen met de administratie van de houder. De verantwoording moest worden gecontroleerd op nauwkeurigheid en volledigheid. Afwijkingen van meer dan 10% van de subsidieverlening moesten worden toegelicht in de financiële verantwoording.

Toepassing van de subsidie en controle

De subsidie was bestemd voor de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatieactiviteiten in kindercentra binnen de gemeente Oldambt. De activiteiten moesten zijn gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen, met name die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen. De activiteiten moesten worden aangeboden in de vorm van extra educatieve activiteiten, inclusief de tijden voor brengen en halen. De activiteiten moesten zijn gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar, met een nadruk op het stimuleren van de ontwikkeling van vaardigheden zoals taal, sociale competentie, en lichamelijke ontwikkeling. De subsidie moest worden ingezet voor het aanbieden van deze extra educatieve activiteiten, met name voor kinderen die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen. De activiteiten moesten worden aangeboden in de vorm van extra educatieve activiteiten, inclusief de tijden voor brengen en halen. De activiteiten moesten zijn gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar, met een nadruk op het stimuleren van de ontwikkeling van vaardigheden zoals taal, sociale competentie, en lichamelijke ontwikkeling. De subsidie moest worden ingezet voor het aanbieden van deze extra educatieve activiteiten, met name voor kinderen die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen. De activiteiten moesten worden aangeboden in de vorm van extra educatieve activiteiten, inclusief de tijden voor brengen en halen. De activiteiten moesten zijn gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar, met een nadruk op het stimuleren van de ontwikkeling van vaardigheden zoals taal, sociale competentie, en lichamelijke ontwikkeling. De subsidie moest worden ingezet voor het aanbieden van deze extra educatieve activiteiten, met name voor kinderen die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen.

Conclusie

De Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019 was een gerichte maatregel om de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie te verbeteren voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar, met een nadruk op kinderen uit doelgroepen die een CJG-doelgroepindicatie hadden. De subsidie was gericht op het aanvullen van bestaande VVE-programma’s, zoals het vve-programma peuteropvang en het vve-programma dagopvang, met extra educatieve activiteiten. De regeling streefde ernaar om de kwaliteit van de educatieve dienstverlening te versterken en te waarborgen dat kinderen met specifieke behoeften voldoende ondersteuning konden ontvangen. De financiering was gericht op het aanbieden van extra educatieve activiteiten, met name voor kinderen die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen. De regeling streefde ernaar om de kwaliteit van de educatieve dienstverlening te versterken en te waarborgen dat kinderen met specifieke behoeften voldoende ondersteuning konden ontvangen. De financiering was gericht op het aanbieden van extra educatieve activiteiten, met name voor kinderen die in de doelgroep van de CJG-uitsluiting vallen.

Bronnen

  1. Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019
  2. Vve-programma Extra spelen en leren

Related Posts