Inleiding
De gemeente Apeldoorn streeft ernaar om een toegankelijke, kwalitatief hoogwaardige en ondersteunende kinderopvang te waarborgen voor peuters in de leeftijd van twee tot vier jaar. Deze verordening, die geldt voor de periode vanaf 1 januari 2015, regelt zowel de financiële ondersteuning via de gemeentetoeslag voor peuteropvang als de toewijzing van extra educatieve ondersteuning via de VVE-indicatie. Deze handleiding, samengesteld op basis van de officiële uitvoeringsregelingen en bijbehorende bijlagen, biedt een gedetailleerde, feitelijke toelichting op de rechten, verplichtingen en procedures voor ouders, kinderopvangaanbieders en professionele partijen. De kern van het stelsel ligt in de combinatie van financiële subsidiëring en pedagogische ondersteuning: ouders ontvangen een toeslag om de kosten van de peuterspeelzaal te verlagen, terwij totdat deze netto kosteloos wordt, terwijl kinderen met een VVE-indicatie toegang krijgen tot een gerichte educatieve aanpak gericht op ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Deze handleiding legt uit hoe dit systeem in de praktijk werkt, op basis van de wettelijke basis en uitvoeringsvoorschriften zoals vastgelegd in de gemeentelijke uitvoeringsregeling.
Rechtsgrondslag en Toepassingsgebied
De wettelijke grondslag voor de gemeentelijke toeslag en de VVE-indicatie ligt in de Wet Kinderopvang, welke de gemeente bevoegd verklaart om beleidsregels op te stellen. Deze regels zijn vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Apeldoorn en zijn van kracht vanaf 1 januari 2015. Het doel is de kwaliteit van het kinderopvangaanbod te waarborgen en ouders met een laag inkomen financieel te ondersteunen. De uitvoeringsregeling is van toepassing op peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar die in de gemeente Apeldoorn wonen of in het verleden in deze gemeente hebben gewoond. De toepassing van de gemeentetoeslag is direct gekoppeld aan het gebruik van een kinderopvangaanbieder die geregistreerd is bij het Landelijk Register Kinderopvang (LRKP). De gemeente biedt een financiële vergoeding voor de eigen bijdrage bij de peuterspeelzaal wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze vergoeding is bedoeld om de kosten voor ouders te verlagen tot nul, mits het kind deelneemt aan ten minste 10 uur peuterspeelzaal per week. Het maximum aantal uren dat in aanmerking komt voor de toeslag is bepaald op 10,5 uur per week, wat overeenkomt met drie dagdelen van 3,5 uur. Deze limiet is gebaseerd op een fictief aanbod. De toeslag is niet direct aan de ouder, maar wordt doorgaans rechtstreeks aan de aanbieder overgemaakt bij een aanvraag van de gemeente. De regeling is gebaseerd op een combinatie van wettelijke vereisten en beleidskeuzes van de gemeente. De uitvoeringsregeling is afkomstig van de gemeente Apeldoorn, maar de toezichthoudende instantie voor de kwaliteit van de peuterspeelzaal is de Inspectie van Onderwijs, die de naleving van de Wettelijke condities en de kwaliteit van de ontwikkelingsbegeleiding beoordeelt op basis van de Werkinstructie VVE-locatie (maart 2014).
Toekenning van de VVE-Indicatie
De VVE-indicatie, ofwel de indicatie voor kinderen met een verhoogde educatieve behoefte, is een officieel erkend beroep op ondersteuning voor peuters die in bepaalde ontwikkelingsgebieden extra begeleiding nodig hebben. Deze indicatie wordt niet afgegeven door het Team Toezicht Kinderopvang van de gemeente Apeldoorn. De verantwoordelijkheid ligt bij het consultatiebureau van Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek, dat bevoegd is om een dergelijke indicatie af te geven. De indicatie is noodzakelijk voor ouders om te kunnen profiteren van de gemeentelijke toeslag voor VVE-uren. Zonder deze indicatie kan de gemeente de toeslag niet verlenen. De indicatie wordt afgegeven op grond van een beoordeling van het ontwikkelingsniveau van het kind op het gebied van taal, rekenen, lichamelijke ontwikkeling of sociaal-emotionele vaardigheden. De indicatie dient te worden aangevraagd via het consultatiebureau, dat een afspraak kan regelen op basis van een aanvraag van de ouder of verzorger. De ouder kan ook zelf een verzoek indienen bij de gemeente om een wijzigingsaanvraag in te dienen voor de registratie van een VVE-indicatie in het Landelijk Register Kinderopvang. Het is belangrijk op te merken dat de GGD wel toezicht houdt op bepaalde voorwaarden in het aanbod van VVE, maar geen indicatie kan afgeven. De indicatie is een voorwaarde voor het ontvangen van de gemeentelijke toeslag voor VVE-uren, maar is geen garantie voor een plaats in een bepaalde groep. De uitvoeringsregeling stelt duidelijk dat het kind moet deelnemen aan ten minste 10 uren peuterspeelzaal per week met VVE, en dat deze uren op één en dezelfde locatie moeten worden geplaatst. De indicatie is dus een essentieel onderdeel van het hele systeem, en de verantwoordelijkheid voor het aanvragen en verkrijgen ligt uitsluitend bij het consultatiebureau.
Eisen en Toewijzing van de Gemeentelijke Toeslag
De gemeentelijke toeslag voor peuteropvang is een financiële ondersteuning voor ouders die hun kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar willen laten deelnemen aan een peuterspeelzaal. De toeslag is bedoeld om de eigen bijdrage van de ouder te vergoeden, zodat deelname aan de peuterspeelzaal voor de ouder netto kosteloos is. Deze toeslag is afhankelijk van het inkomen van de gezinsovereenkomst, maar de voorwaarden zijn streng en worden nauwkeurig beoordeeld. Om in aanmerking te komen voor de toeslag moet het kind voldoen aan de volgende voorwaarden: het moet tussen de 2 en 4 jaar zijn op het moment dat de peuterspeelzaal wordt geopend; het moet ten minste twee dagdelen van 5 tot 7 uur per week gebruiken; het moet in de gemeente Apeldoorn wonen; het moet een LRKP-nummer hebben; en het moet een indicatie voor VVE hebben. Bovendien mag de ouder geen recht hebben op kinderopvangtoeslag of een andere financiële regeling voor gebruik van kinderopvang, tenzij die regeling al is afgelopen. De toeslag wordt niet automatisch verleend; er moet een aanvraagformulier worden ingediend, dat is vastgesteld door het college van B&W en opgenomen als bijlage 1 bij de uitvoeringsregeling. De termijn voor het indienen van de aanvraag is 12 weken na het begin van de peuterspeelzaal. Indien een ouder die de toeslag voor de derde keer op rij ontvangt, geen betaling van de toeslag doet aan de aanbieder, dan kan de gemeente de toeslag stopzetten. In bepaalde gevallen kan de gemeente besluiten om het toeslagbedrag rechtstreeks aan de aanbieder over te maken, in plaats van aan de ouder. De hoogte van de toeslag is gebaseerd op het bruto gezinsinkomen, dat kan worden aangetoond via een inkomstenverklaring, zoals een jaaropgave van de werkgever, een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting of het IB60-formulier. Dit formulier, afkomstig van de Belastingdienst, kan gratis worden aangevraagd via de Belastingtelefoon 0800-0543. Het duurt gemiddeld vijf werkdagen voordat het formulier wordt ontvangen. De gemeente kan in bepaalde gevallen verzoeken om een IB60-formulier te versturen. De toeslag is bedoeld voor het volledige kalenderjaar, met een maximum van 40 weken. Dit is gebaseerd op de aanname dat peuters in de schoolvakantie geen gebruik maken van de peuterspeelzaal. Ouders kunnen echter zelf besluiten om in de vakantie gebruik te maken van de peuterspeelzaal, maar dit heeft geen invloed op de hoogte van de toeslag.
Rol van de Inspectie van Onderwijs en de GGD
De kwaliteit van de peuterspeelzaal, met name in de afdeling van de VVE-opleiding, wordt gecentraliseerd beoordeeld door de Inspectie van Onderwijs. Deze instantie beoordeelt de kwaliteit aan de hand van de Werkinstructie VVE-locatie, die in maart 2014 is gepubliceerd. De beoordeling is gebaseerd op twee belangrijke indicatoren: de wettelijke condities (A) en de ontwikkeling, begeleiding en zorg (D). Voor de toekenning van de gemeentelijke toeslag is het van essentieel belang dat deze indicatoren een score van 3 (volledig voldoende) ontvangen. Indien de Inspectie een score van 2 of 1 (wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt) geeft, kan dit leiden tot nader onderzoek, afwijzing, stopzetting of bijstelling van de subsidie. De gemeente heeft de bevoegdheid om op basis van het oordeel van de Inspectie actie te ondernemen, hoewel de eindbeoordeling bij de Inspectie ligt. De GGD speelt een belangrijke rol in het toezicht op het aanbod van VVE. Hoewel de GGD geen indicatie kan afgeven, houdt zij wel toezicht op bepaalde voorwaarden in het aanbod van VVE. Dit betekent dat de GGD toeziet op de naleving van de wettelijke eisen in verband met de kwaliteit van de VVE, maar niet op de persoonlijke toekenning van de indicatie. De GGD beoordeelt ook de algemene kwaliteit van de peuterspeelzaal, met name de wettelijke condities, en dit op basis van haar eigen bevoegdheden. De Inspectie is de uiteindelijke instantie die het oordeel afgeeft, maar de GGD is verantwoordelijk voor de controle op de uitvoering van de wettelijke eisen. De gemeente kan op basis van de bevindingen van de Inspectie besluiten nemen over de subsidie, en heeft daarom een cruciale rol in het beheersen van het risico op onjuiste of ongeoorloofde uitgaven. De rol van de GGD en de Inspectie is dus complementair, maar wel met duidelijke grenzen. De GGD is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de opvang, terwijl de Inspectie verantwoordelijk is voor de beoordeling van de kwaliteit van de educatieve aanpak.
Procedures voor Aanbieders en Aanvragers
Voor zowel ouders als aanbieders zijn er duidelijke procedures die moeten worden gevolgd om de gemeentelijke toeslag te verkrijgen of te ontvangen. Voor ouders is het eerste en belangrijkste stappenplan het aanvragen van een VVE-indicatie via het consultatiebureau van Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek. Deze indicatie is een voorwaarde voor deelname aan de VVE-uren en is dus essentieel. Vervolgens dient de ouder een aanvraagformulier in te dienen, dat is vastgesteld door het college van B&W en opgenomen als bijlage 1 bij de uitvoeringsregeling. Het aanvraagformulier moet binnen 12 weken na het begin van de peuterspeelzaal worden ingediend. Bij het indienen van het formulier dient te worden aangegeven of het kind in aanmerking komt voor een VVE-indicatie, en welke uren worden gebruikt. De gemeente kan in bepaalde gevallen vragen om aanvullende documenten, zoals een inkomstenverklaring of het IB60-formulier, om het bruto gezinsinkomen te bepalen. De gemeente kan ook de toeslag stopzetten indien blijkt dat de ouder de toeslag voor de derde keer op rij ontvangt, maar geen betaling doet aan de aanbieder. Voor aanbieders is het belangrijk om te weten dat zij de gemeentetoeslag niet rechtstreeks kunnen ontvangen tenzij de gemeente dit beslist. De gemeente kan besluiten om het toeslagbedrag rechtstreeks aan de aanbieder over te maken, in plaats van aan de ouder. Dit is een optie die de gemeente kan kiezen, afhankelijk van de omstandigheden. De aanbieder dient te zorgen voor een duidelijke administratie van de kosten, en moet kunnen aantonen dat er geen uurtarief boven de maximale uurprijs wordt gehanteerd. De gemeente is verplicht om de uitvoeringsregelingen te publiceren en de procedures te beschikbaar te stellen. De uitvoeringsregeling is van toepassing op de periode vanaf 1 januari 2015, en is niet terugwaarts van toepassing. De gemeente kan besluiten nemen om de uitvoeringsregeling te herzien, maar alleen op basis van een formele procedure. De gemeente moet de ouders informeren over de procedures, en moet zorgen voor duidelijke communicatie over de voorwaarden en de tijdschema's.
Belangrijke Bepalingen en Uitzonderingen
Er zijn enkele belangrijke bepalingen en uitzonderingen die essentieel zijn voor het goed functioneren van het systeem. Eén van de belangrijkste uitzonderingen is gericht op kinderen die in 2014 al gebruik maakten van een peuterspeelzaal in Opsterland, maar woonachtig zijn in een andere gemeente. Deze kinderen kunnen in aanmerking komen voor extra VVE-uren, ondanks het feit dat zij niet in de gemeente Apeldoorn wonen. Dit is een uitzondering die is vastgelegd in de uitvoeringsregeling en is bedoeld om te voorkomen dat kinderen die al een relatie met de peuterspeelzaal hadden, onterecht worden uitgesloten. Een tweede uitzondering is gericht op kinderen die in 2014 gebruik maakten van een derde dagdeel peuterspeelzaal op indicatie van het CJG. Deze kinderen kunnen in aanmerking worden gebracht voor extra VVE-uren, zelfs als zij geen officiële indicatie van het consultatiebureau hebben. Dit is een belangrijke bepaling, omdat het kinderen die reeds vóór de invoering van de huidige regeling gebruikmaakten van extra ondersteuning, de kans geeft om te profiteren van de nieuwe regeling. De gemeente heeft ook de bevoegdheid om extra regels op te stellen, en heeft dit gedaan door middel van de uitvoeringsregeling. De gemeente kan bijvoorbeeld besluiten om de hoogte van de toeslag aan te passen op basis van het inkomen, of om bepaalde voorwaarden te stellen voor deelname aan de peuterspeelzaal. De gemeente heeft ook de bevoegdheid om de uitvoeringsregeling te herzien of bij te werken, maar alleen op basis van een formele procedure. De gemeente is verantwoordelijk voor het vaststellen van de aanvraagformulieren, de wijzigingsformulieren en de verantwoordingsformulieren, die zijn opgenomen als bijlage 1, 2 en 3 bij de uitvoeringsregeling. Deze formulieren zijn beschikbaar via de gemeente en moeten worden ingevuld voordat een aanvraag kan worden behandeld.
Conclusie
De gemeente Apeldoorn biedt een gestructureerd en juridisch onderbouwd systeem voor financiële ondersteuning bij peuteropvang en educatieve ondersteuning via de VVE-indicatie. De gemeentelijke toeslag is een essentieel onderdeel van dit systeem en is bedoeld om ouders te ondersteunen die financieel lastig afhankelijk zijn van de kosten van peuterspeelzaal. De toeslag is echter geen automatische vergoeding; deze is afhankelijk van het nakomen van een aantal strenge voorwaarden, waaronder het bezitten van een VVE-indicatie, het wonen in de gemeente Apeldoorn, en het voldoen aan de minimale deelname aan 10 uren peuterspeelzaal per week. De rol van de GGD en de Inspectie van Onderwijs is cruciaal voor de kwaliteitsborging. De GGD houdt toezicht op de naleving van wettelijke eisen, terwijl de Inspectie van Onderwijs de kwaliteit van de VVE-opleiding beoordeelt op basis van een gestandaardiseerde beoordelingsmethode. De uitvoeringsregeling is van kracht vanaf 1 januari 2015 en is gebaseerd op de Wet Kinderopvang. De gemeente heeft de bevoegdheid om aanvragen te behandelen, en kan besluiten nemen over de toewijzing van de toeslag op basis van de ingediende documenten. De gemeente is verantwoordelijk voor het vaststellen van formulieren, en moet zorgen voor duidelijke communicatie. De uitzonderingen in de regeling, zoals de dekking van kinderen die in 2014 al gebruikmaakten van een peuterspeelzaal in Opsterland, tonen de bereidheid van de gemeente om eerder ingevoerde relaties te erkennen en te beschermen. De regeling is gebaseerd op een evenwicht tussen financiële ondersteuning, kwaliteitsborging en rechtszekerheid. De gemeente is verantwoordelijk voor het handhaven van het systeem, en moet zorgen voor een duidelijke en toegankelijke communicatie met zowel ouders als aanbieders. De regeling is gebaseerd op duidelijke, wetgevende grondslagen en is opgesteld op basis van een grondige beoordeling van de behoeften van ouders en kinderen in de gemeente.