Deze richtlijn beschrijft het beleid van de gemeente Dordrecht ten aanzien van financiële ondersteuning voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in het kader van peuteropvang. Het beleid is gericht op het voorkómen van taalachterstanden bij doelgroepkinderen en het verhogen van het bereik van VVE-voorlichting. De gemeente Dordrecht stelt jaarlijks een genormeerd uurtarief vast en compenseert het verschil tussen dit tarief en de maximale kosten die ouders volgens de Wet kinderopvang moeten betalen. Het subsidiebeleid is van toepassing op kindercentra en peuteropvangvoorzieningen die voldullen aan wettelijke en kwaliteitskaders. De uitvoering van de subsidie is gebaseerd op een gedetailleerde aanvraagprocedure, waarbij een aantal voorwaarden moet worden ingelegd. De gemeente houdt toezicht op de kwaliteit via de Inspectie van het Onderwijs en de Dienst Gezondheid & Jeugd. De subsidieperiode loopt van 1 september 2013 tot 31 december 2015. De voorschriften zijn geïntegreerd in de Algemene subsidieverordening Dordrecht 2010 en zijn van kracht per 1 januari 2014.
Juridische en Administratieve Kaderstelling voor Subsidieaanvraag
De subsidie voor Vroegschoolse Educatie (VVE) in Dordrecht is onderworpen aan een duidelijk juridisch kader dat is vastgelegd in de "Nadere regels subsidie voor peuteropvang, inclusief Voor- en Vroegschoolse Educatie voor kindercentra en peuteropvang, Dordrecht". Deze regeling is in werking gesteld op 1 januari 2014, met een terugwaartse werking vanaf 1 september 2013, en is van toepassing tot 31 december 2015. Het beleid vervangt de eerdere regeling uit 2012, die per dezelfde datum is ingetrokken. Het doel van deze herstructurering is de harmonisatie van het aanbod van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven, met als doel de voorkoming van taalachterstanden bij doelgroepkinderen en het verhogen van het bereik van de VVE-voorlichting. Het college van B&W hanteert een overgangsregeling: de oude regeling blijft van toepassing op subsidies die zijn verleend voor de jaren 2012 en 2013, onafhankelijk van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling.
De aanvraag voor subsidie dient te voldoen aan de vereisten van de Algemene subsidieverordening Dordrecht 2010, met name de voorschriften in hoofdstuk 3 van die regeling. De aanvraag moet daarnaast de in de artikelen 6, 10 en 15 van de Algemene subsidieverordening genoemde gegevens bevatten. De aanvrager moet zijn geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Daarnaast dient een aanvraag voor subsidie, zoals omschreven in artikel 2 sub a t/m c, in aanvulling op de algemene gegevens een aantal specifieke informatiepunt te bevatten. Deze omvatten de keuze voor het VVE-programma, de wijze waarop aan ouderbetrokkenheid wordt gewerkt, een opgave van het aantal VVE-groepen en het aantal kinderen per groep, een pedagogisch plan, een opleidingsplan, een tijdschema en een begroting. De begroting dient per groep inzichtelijk te maken hoe het normbedrag wordt ingezet. De informatie die wordt aangeleverd, dient te worden gecontroleerd op volledigheid en juistheid. De aanvrager is verplicht om ieder kwartaal digitale gegevens aan te leveren over het aantal kinderen dat bereikt wordt met VVE, conform een door de gemeente ontwikkeld formaat. Deze gegevens worden ingezet voor de VVE-monitor van de gemeente Dordrecht. De gemeente houdt toezicht op de hoeveelheid en kwaliteit van het bereik van VVE, en op basis van signalen kan er een doorgedreven toezichtsysteem worden ingelegd.
De wettelijke basis voor de subsidie is de Wet kinderopvang, die de rechtsgrondslag vormt voor het bereik van en de deelname aan VVE. De subsidie wordt alleen verleend indien de voorziening voor VVE-peuteropvang niet in staat is om de kosten bij ouders in rekening te brengen op basis van de Wet kinderopvang. Dit betekent dat indien ouders volgens de wet zelf de volledige kosten voor een bepaalde periode moeten betalen, het subsidiebeleid niet van toepassing is. De weigering van subsidie kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden indien deze voorwaarden niet zijn nageleefd. De keuze voor een VVE-programma is van belang. Het programma moet gebaseerd zijn op een gestructureerde en samenhangende aanpak van de ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Hoewel eerder sprake was van "erkende" programma’s via het Nederlands Jeugdinstituut (NJI), is dit begrip in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vervangen door het begrip "integrale programma’s". Het is derhalve niet langer vereist dat het programma is erkend door het NJI, maar wel dat het voldoet aan de gestelde basisvoorwaarden voor kwaliteit.
Kwaliteitsvereisten en Toezicht op VVE-voorlichting
De kwaliteit van VVE-voorlichting in Dordrecht is gebaseerd op een reeks wettelijke en regulerende vereisten die zijn vastgelegd in de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Deze kaderstelling dient te waarborgen dat kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar in een gestructureerde en leerrijke omgeving worden geplaatst, gericht op het ontwikkelen van basisvaardigheden. De voorziening voor VVE-peuteropvang dient voldoet aan deze eisen. De gemeente Dordrecht is als toezichthouder op de kwaliteit van VVE-voorzieningen via de Dienst Gezondheid & Jeugd. De Inspectie van het Onderwijs houdt eveneens toezicht op de kwaliteit van VVE. Na de bestandsopname van VVE-locaties wordt overgeschakeld op signaaltoezicht. De Inspectie houdt dit toezicht in overleg met de gemeente Dordrecht en stelt periodiek vast op welke onderwerpen en/of locaties specifiek VVE-toezicht wordt gehouden. De gemeente houdt ook toezicht op de kwaliteit via de VVE-monitor. Deze monitor dient als instrument om kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over het bereik van VVE en de kwaliteit van VVE-voorzieningen te verzamelen. De gemeente maakt gebruik van deze gegevens om het beleid te beoordelen en aanpassingen te maken.
De subsidieaanvrager is verplicht om een gericht ouderbeleid te voeren en de samenwerking met de basisschool of basisscholen te faciliteren. Dit omvat het opstellen van een gezamenlijk VVE-opleidingsplan voor het personeel, zowel met de school als met ouders. De samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is aantoonbaar vereist. Daarnaast dient het personeel te voldoen aan een opleidingsplan dat gericht is op het ontwikkelen van professionele competenties. De kinderen moeten worden gevolgd via een kind-volgsysteem, zodat de ontwikkeling van elk kind kan worden gevolgd en eventuele ontwikkelingsachterstanden vroegtijdig kunnen worden geïdentificeerd. Het is van belang dat de voorziening de digitale informatieoverdracht van het kind naar de basisschool zorgt, met behulp van het overdrachtformulier peuter-kleuter Dordrecht. Dit formulier dient te worden ingevuld en doorgestuurd aan de basisschool, zodat het kind op een geïntegreerde manier kan worden opgevangen bij de overgang naar het basisonderwijs. Deze maatregel is bedoeld om de kwaliteit van de overgang te verhogen en de ontwikkeling van elk kind te ondersteunen.
Deze vereisten zijn gebaseerd op een reeks wettelijke en regulerende kaderstellingen. De gemeente Dordrecht is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van VVE-voorzieningen. De Dienst Gezondheid & Jeugd is namens de gemeente Dordrecht toezichthouder op de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Deze zijn de minimumeisen waaraan moet worden voldaan. De gemeente dient te zorgen voor een adequate monitoring van de kwaliteit van VVE-voorzieningen. Dit gebeurt via de VVE-monitor, waarin de gemeente kwantitatieve en kwalitatieve gegevens verzamelt over het bereik van VVE en de kwaliteit van VVE. De gemeente dient de gegevens over de deelname aan VVE en de kwaliteit van de voorzieningen te monitoren. De gegevens worden ingezet voor het bepalen van het beleid en het evalueren van de effectiviteit van het subsidiebeleid. De gemeente dient ook te zorgen voor een adequate monitoring van de kwaliteit van VVE-voorzieningen. De gemeente dient de gegevens over de deelname aan VVE en de kwaliteit van de voorzieningen te monitoren. De gegevens worden ingezet voor het bepalen van het beleid en het evalueren van de effectiviteit van het subsidiebeleid.
Financiële Voorwaarden en Subsidieberekening
De financiering van VVE-voorzieningen in Dordrecht geschiedt via een subsidieaanpak die gebaseerd is op de overgang van aanbodfinanciering naar vraagfinanciering. Het college stelt jaarlijks een genormeerd uurtarief voor peuteropvang vast, dat dient als basis voor de subsidie. Dit tarief wordt bepaald op basis van de kosten voor het verstrekken van VVE-voorlichting. Het college compenseert het verschil tussen het genormeerd uurtarief van peuteropvang voor kinderen van 2 en 3 jaar en het maximum uurtarief volgens de Wet kinderopvang. Dit zorgt ervoor dat ouders geen extra kosten hoeven te dragen boven het maximum dat is vastgelegd in de Wet kinderopvang. Voor ouders die niet onder de toeslagregeling van de Wet kinderopvang vallen, wordt het verschil tussen het maximum uurtarief volgens de Wet kinderopvang en de voor hen geldende ouderbijdrage volgens de vastgestelde ouderbijdragentabel gecompensatie. Deze compensatie is bedoeld om ouders te ontlasten van een eventuele last die voortvloeit uit een hoog uurtarief.
De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van een aantal beperkingen. Het maximale aantal te subsidiëren dagdelen per kind, per week, is twee. Het maximale aantal te subsidiëren openingsweken per jaar is veertig. De maximale duur van een te subsidiëren dagdeel is 2,5 uur. Deze limieten zijn bedoeld om te zorgen voor een gerichte en doeltreffende financiering van VVE-voorlichting. De subsidie is gericht op kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar. De subsidie wordt verleend aan kindercentra en peuteropvangvoorzieningen die voldullen aan de wettelijke en kwaliteitsvereisten. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van een aanvraagprocedure. De aanvraag dient te voldoen aan de vereisten van de Algemene subsidieverordening Dordrecht 2010 en de nadere regels. De aanvraag dient in ieder geval te bevatten: de keuze voor het VVE-programma, de wijze waarop aan ouderbetrokkenheid wordt gewerkt, een opgave van het aantal VVE-groepen en het aantal kinderen per groep, een pedagogisch plan, een opleidingsplan, een tijdschema en een begroting. De begroting moet per groep inzichtelijk maken hoe het normbedrag wordt ingezet. Deze vereisten zijn bedoeld om te zorgen voor een gerichte en doeltreffende financiering van VVE-voorlichting.
De subsidie wordt uitgekeerd op basis van de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het verstrekken van VVE-voorlichting. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van het genormeerd uurtarief en het verschil met het maximum uurtarief volgens de Wet kinderopvang. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het verstrekken van VVE-voorlichting. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van het genormeerd uurtarief en het verschil met het maximum uurtarief volgens de Wet kinderopvang. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het verstrekken van VVE-voorlichting. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van het genormeerd uurtarief en het verschil met het maximum uurtarief volgens de Wet kinderopvang. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het verstrekken van VVE-voorlichting.
Praktische Toepassing en Verantwoording van Subsidie
De praktische uitvoering van de subsidie voor VVE-peuteropvang in Dordrecht is gebaseerd op een uitgebreid stelsel van verantwoording en controle. De subsidieaanvrager is verplicht om ieder kwartaal digitale gegevens aan te leveren over het aantal kinderen dat bereikt wordt met voor- en vroegschoolse educatie. Deze gegevens moeten worden ingevuld volgens een door de gemeente ontwikkeld formaat. Deze gegevens zijn essentieel voor de VVE-monitor van de gemeente Dordrecht, een instrument waarmee de gemeente kwantitatieve en kwalitatieve informatie verzamelt over het bereik van VVE en de kwaliteit van VVE-voorzieningen. De gemeente maakt gebruik van deze gegevens om de effectiviteit van het subsidiebeleid te monitoren en eventuele aanpassingen aan te brengen. De gemeente houdt toezicht op de kwaliteit van VVE-voorzieningen via de VVE-monitor en via het tekenen van signalen. De gemeente kan hierop gericht zijn om het beleid te evalueren en aanpassingen aan te brengen.
De subsidieaanvrager dient te voldoen aan een reeks verplichtingen. De aanvrager is verplicht om een gericht ouderbeleid te voeren. Dit omvat het opstellen van een gezamenlijk VVE-opleidingsplan voor het personeel, zowel met de school als met ouders. De samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is aantoonbaar vereist. De subsidieaanvrager is verplicht om de digitale informatieoverdracht van het kind naar de basisschool zorg te dragen, met behulp van het overdrachtformulier peuter-kleuter Dordrecht. Dit formulier dient te worden ingevuld en doorgestuurd aan de basisschool, zodat het kind op een geïntegreerde manier kan worden opgevangen bij de overgang naar het basisonderwijs. Deze maatregel is bedoeld om de kwaliteit van de overgang te verhogen en de ontwikkeling van elk kind te ondersteunen. De subsidieaanvrager is verplicht om een kind-volgsysteem in te zetten. Dit systeem dient te zorgen voor een adequate monitoring van de ontwikkeling van elk kind. De gemeente Dordrecht is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van VVE-voorzieningen. De gemeente dient te zorgen voor een adequate monitoring van de kwaliteit van VVE-voorzieningen. De gemeente dient de gegevens over de deelname aan VVE en de kwaliteit van de voorzieningen te monitoren. De gegevens worden ingezet voor het bepalen van het beleid en het evalueren van de effectiviteit van het subsidiebeleid.
De subsidieaanvrager is verplicht om een pedagogisch plan op te stellen. Dit plan moet gericht zijn op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het pedagogisch plan moet zijn gebaseerd op een gestructureerde en samenhangende aanpak van de ontwikkeling. Het pedagogisch plan moet zorgen voor een gerichte en doeltreffende financiering van VVE-voorlichting. De subsidieaanvrager is verplicht om een opleidingsplan op te stellen. Dit plan moet gericht zijn op het ontwikkelen van professionele competenties van het personeel. Het opleidingsplan moet zorgen voor een gerichte en doeltreffende financiering van VVE-voorlichting. De subsidieaanvrager is verplicht om een tijdschema en een begroting op te stellen. Deze documenten moeten zorgen voor een gerichte en doeltreffende financiering van VVE-voorlichting. De subsidieaanvrager is verplicht om een tijdschema en een begroting op te stellen. Deze documenten moeten zorgen voor een gerichte en doeltreffende financiering van VVE-voorlichting. De subsidieaanvrager is verplicht om een tijdschema en een begroting op te stellen. Deze documenten moeten zorgen voor een gerichte en doeltreffende financiering van VVE-voorlichting.
Conclusie
De gemeente Dordrecht streeft ernaar om met het subsidiebeleid voor Vroegschoolse Educatie (VVE) de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie te verhogen en taalachterstanden bij doelgroepkinderen te voorkomen. Het beleid is gebaseerd op een duidelijk juridisch kader, gebouwd op de wetgeving en regulerende kaderstellingen zoals de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van een genormeerd uurtarief, dat het verschil compenseert tussen het officiële tarief en de maximale last voor ouders volgens de Wet kinderopvang. De subsidie is gericht op kinderen van 2 tot 3 jaar, met beperkingen op maximale duur van een dagdeel (2,5 uur), aantal dagdelen per week (2) en aantal openingstijden per jaar (40 weken). De uitvoering van het subsidiebeleid is gebaseerd op een uitgebreid stelsel van verantwoording en controle. De aanvrager dient ieder kwartaal gegevens over het bereik van VVE te leveren, een pedagogisch plan, een opleidingsplan, een tijdschema en een begroting op te stellen. De gemeente houdt toezicht op de kwaliteit via de VVE-monitor en de Inspectie van het Onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van VVE-voorzieningen. De gemeente dient te zorgen voor een adequate monitoring van de kwaliteit van VVE-voorzieningen. De gemeente dient de gegevens over de deelname aan VVE en de kwaliteit van de voorzieningen te monitoren. De gegevens worden ingezet voor het bepalen van het beleid en het evalueren van de effectiviteit van het subsidiebeleid.