Inleiding
In de gemeente Montferland is een gestructureerd beleid ontwikkeld om onderwijsachterstanden, met name op het gebied van taalontwikkeling, vroegtijdig te signaleren en te bestrijden. Dit beleid, bekend als het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB), is gericht op kinderen in de voorschoolse leeftijd en de basisschoolperiode. Het doel is om zowel de kwaliteit van de kinderopvang als de educatieve kansen voor kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstand te verhogen. Het beleid is onderdeel van een bredere strategie gericht op gelijke kansen, duurzame ontwikkeling van leerlingen en het versterken van de samenwerking tussen de overheid, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. De financiering van dit beleid vindt plaats via middelen van het Rijk, met name via de uitkering voor Onderwijsachterstanden (OAB) en de decentralisatieuitkering voor kinderopvang. Deze gemeentelijke maatregelen zijn in 2020 ingevoerd en gelden tot 27 december 2024. De uitvoering van het beleid is gebaseerd op een beleidskader dat in 2020 is vastgesteld en in 2022 geëvalueerd is. Het huidige beleid is gebaseerd op een combinatie van wetgeving, financiële middelen, en een uitgebreid samenwerkingsverband tussen de gemeente, scholen, kinderopvangaanbieders en de bibliotheek. De kern van het beleid is gericht op het voorkómen van achterstanden in de vroeginfantiele leeftijd, met name door middel van een uitgebreid aanbod van voorschoolse educatie (VVE) voor kinderen met een VVE-indicatie. De huidige situatie in Montferland laat zien dat het beleid doorgedrongen is tot op het niveau van de praktijk, met een duidelijk financieringskader en een duurzaam beleidskader dat gericht is op duurzame verbetering van educatieve kansen.
Beleidskader en doelstellingen
Het beleidskader Onderwijsachterstanden en voorschoolse voorzieningen gemeente Montferland 2020-2022 is het juridisch en beleidsmatig fundament van het huidige OAB-beleid. Het kader is uitgegeven op 1 februari 2020 en is tot 27 december 2024 van kracht. Het beleid heeft als doel het voorkómen en bestrijden van onderwijsachterstanden, met name op het gebied van taalontwikkeling, bij kinderen die in het risico lopen wegens hun omgevingskenmerken. De gemeente Montferland is verantwoordelijk voor de uitvoering van het deel van het beleid dat gericht is op de voorschoolse periode, het zogeheten "voorschoolse onderdeel" van het OAB. Dit deel is financieel ondersteund door middelen uit het Rijk via de uitkering OAB. Het beleidskader is in 2022 geëvalueerd en is als nog steeds actueel en van toepassing geoordeeld. De gemeente heeft in de periode februari tot en met juli 2023 een verdere uitwerking van het beleid door midd van een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van kinderopvang, onderwijs en de bibliotheek. Op basis van deze discussie zijn drie kernwaarden geformuleerd die het toekomstgerichte beleid bepalen: gelijke kansen voor alle kinderen, een educatieve doorgaande leerlijn en betrokkenheid van ouders. Deze waarden zijn een vervolg op het oorspronkelijke beleidskader en tonen aan dat de gemeente een continue verbetering van het beleid nastreeft. De visie voor de periode 2023-2026 is dat een goede start voor kinderen betekent dat de gemeente samen met haar partners duurzaam investeert in de voorschoolse periode. De focus ligt op het stimuleren van kinderen van 2 tot 4 jaar met een risico op onderwijsachterstand via VVE, met het doel achterstand te voorkomen of in te lopen. Daarnaast wordt er gewerkt aan het opheffen van achterstanden tijdens de vroegschoolse periode, omdat sommige kinderen mogelijk tijdens de voorschoolse periode niet voldoende vooruitgang maken. De gemeente erkent dat achterstanden niet altijd kunnen worden weggewerkt binnen de voorschoolse periode en dat er daarom ook in de basisschoolperiode maatregelen nodig zijn. De uitvoering van het beleid is gebaseerd op een duidelijk structuurmodel, waarin het beleid wordt geformuleerd, afspraken worden gemaakt met betrokken partijen zoals Yunio en VVE-aanbieders, meetbare indicatoren worden geïntroduceerd, informatie wordt verzameld en er regelmatig kwaliteitsdialogen plaatsvinden.
Kinderopvang en VVE-indicatie: Toegang en organisatie
In de gemeente Montferland zijn er 12 of 15 kinderopvanglocaties waarvan een deel beschikt over een VVE-aanbod. De precieze cijfers verschillen per bron, maar het is duidelijk dat een aanzienlijk deel van de kinderopvanglocaties VVE-diensten aanbiedt. Kinderen met een VVE-indicatie hebben recht op een uitgebreid aanbod van voorschoolse educatie. Volgens bron [1] ontvangen kinderen met VVE-indicatie 16 uur per week gesubsidieerde voorschoolse educatie, terwijl kinderen zonder VVE-indicatie slechts 8 uur per week kunnen volgen. Echter, bron [2] geeft een licht afwijkend beeld: hier wordt aangegeven dat kinderen met VVE-indicatie 10 uur per week kunnen volgen, terwijl kinderen zonder indicatie 6 uur per week kunnen volgen. Deze afwijking in de cijfers is niet verklarend en kan voortkomen uit verschillende meetmethoden of tijdstippen van registratie. De beschikbare gegevens hierover zijn niet eenduidig. Alle ouders, ongeacht of hun kind VVE-indicatie heeft of niet, betalen een inkomensafhankelijke bijdrage voor de kinderopvang. Belangrijk is dat kinderen met en zonder VVE-indicatie samen spelen en leren in dezelfde groepen. Deze samenwerking is een essentieel onderdeel van het beleid, omdat segregatie wordt voorkomen. De gemeente erkent dat segregatie een belangrijk aandachtspunt is, vooral in het kader van de uitbreiding van het aanbod naar 16 uur voor kinderen met VVE-indicatie. Om te voorkomen dat ouders hun kind niet laten deelnemen aan het VVE-programma vanwege de hogere eigen bijdrage, is vanaf 2022 een derde en vierde dagdeel "gratis" voor de ouders voor kinderen met VVE-indicatie ingevoerd. Dit maakt deel uit van het beleid om te voorkomen dat financiële barrières leiden tot uitsluiting. De gemeente kiest ook voor een extra pedagogisch medewerker in groepen waar de zorgvraag onevenredig is en de groep meer dan 9 kinderen met VVE-indicatie telde. Deze extra medewerker hoeft niet te zijn geschoold in VVE, wat suggereert dat er ruimte is voor een bredere inzet van personeel. De gemeente heeft ook besloten om samen met haar partners de verdieping te zoeken op drie speerpunten: gelijke kansen voor alle kinderen, een educatieve doorgaande leerlijn en betrokkenheid van ouders.
Financiële ondersteuning en financieringskader
Het financieringskader voor het Onderwijsachterstandenbeleid in Montferland is gebaseerd op middelen uit het Rijk, met name via de uitkering OAB en de decentralisatieuitkering. In 2019 werd voor het OAB-beleid een subsidiebedrag vastgesteld van € 607.400. De gemeente verwacht dat dit bedrag zal groeien naar € 769.000 in 2022, met behulp van een overgangsregeling. Deze middelen zijn doelgericht en moeten elk jaar via het SiSa-systeem verantwoorde worden. De subsidie is niet bestemd voor andere doeleinden dan het uitvoeren van het OAB-beleid. In 2022 was het totale bedrag dat nodig was voor de uitvoering van de VVE en peuteropvang € 500.324. Hieronder zijn de uitgaven verder uitgewerkt: € 56.525 voor 6.257 uur reguliere peuteropvang (afkorting: PO-ad), en € 443.799 voor 44.390 uur geïndiceerde VVE-activiteiten (afkorting: VVE-ad). Bovendien heeft de gemeente in 2022 ook subsidies toegekend voor specifieke maatregelen, zoals inkoop van opleidingen, materialen, VVE-programma’s, het programma VoorleesExpres, zomerscholen en zomerspelen, alsook voor de inzet van een schoolmaatschappelijke werker op vijf VVE-scholen en voor coördinatie van het OAB. Dit totaal bedroeg € 76.000. De gemeente ontvangt ook een decentralisatieuitkering van het Rijk, die gericht is op het waarborgen van voldoende aanbod aan voorschoolse voorzieningen. Deze uitkering is een belangrijk onderdeel van het financiële kader, omdat het de gemeente in staat stelt om het aanbod van kinderopvang te ondersteunen. De gemeente Montferland is zich bewust van de financiële gevolgen van de wet OKE, die leidt tot hogere kosten voor kwaliteitseisen in de kinderopvang. De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteitseisen binnen de VVE-locaties, zoals de 3F-taaleis. Om hierop te anticiperen, heeft de gemeente besloten om tijdig met alle betrokken partijen te overleggen hoe de ontwikkelingen lokaal worden geïmplementeerd. De gemeente heeft ook de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid en de controle op het doelgerichte gebruik van de middelen. De financieringskaders zijn dus nauwkeurig vastgelegd en worden jaarlijks geëvalueerd via SiSa.
Samenwerking en maatregelen voor ontwikkelingsachterstanden
Het beleid tegen onderwijsachterstanden in Montferland is gebaseerd op een diepgaande samenwerking tussen de gemeente, scholen, kinderopvangaanbieders en maatschappelijke organisaties. De gemeente erkent dat het voorkómen van achterstanden niet kan gebeuren zonder een sterke samenwerking. De basis voor dit samenwerkingsverband is het beleidskader dat in 2020 is vastgesteld en in 2022 geëvalueerd is. Het doel is om kinderen vóór de basisschool periode te ondersteunen, omdat achterstanden vaak al in de vroeginfantiele periode ontstaan. De gemeente heeft hiermee te maken met een aantal uitdagende situaties: zo is in 2023 gebleken dat meer dan de helft van de scholen in Montferland te maken heeft met veel kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstand. Er zijn vijf scholen met een klein achterstand, waar 410 leerlingen in de klas zitten. Dit cijfer duidt erop dat er op grote schaal maatregelen nodig zijn om het onderwijsaanbod te verbeteren. De gemeente heeft daartoe een reeks maatregelen genomen, zoals het implementeren van het programma VoorleesExpres, het organiseren van zomerscholen en zomerspelen, en het inzetten van schoolmaatschappelijke werkers op VVE-scholen. Daarnaast is er aandacht besteed aan het bestrijden van laaggeletterdheid. De gemeente werkt hierbij samen met de bibliotheek, die actief is met het bestrijden van laaggeletterdheid via het Taalhuis en het Taalmaatjesproject. De bibliotheek werkt samen met andere instanties om het taalaanbod te structureren en goede doorverwijzingen te waarborgen. Deze samenwerking is ook onderdeel van het landelijk actieprogramma laaggeletterdheid ‘Tel mee met Taal’, dat gericht is op taalstimulering bij jonge kinderen. Het beleid is dus niet beperkt tot de school, maar is uitgebreid tot het hele maatschappelijk netwerk. De gemeente erkent dat kinderen die vallen onder “Inpasbare zorg” of “Niet inpasbare zorg” andere vormen van ondersteuning nodig hebben dan het VVE-beleid kan bieden. Dit betekent dat het beleid niet universeel toepasbaar is, maar gericht is op een specifieke doelgroep.
Conclusie
Het Onderwijsachterstandenbeleid in Montferland is een uitgebreid en gestructureerd kader dat is gericht op het voorkómen en bestrijden van onderwijsachterstanden bij kinderen in de voorschoolse en basisschoolperiode. Het beleid is gebaseerd op een duidelijk beleidskader dat in 2020 is vastgesteld en in 2022 geëvalueerd is. Het doet zich voor als een duurzaam en duurzaam geïntegreerd beleid dat gericht is op gelijke kansen, een educatieve doorgaande leerlijn en ouderbetrokkenheid. De financiering vindt plaats via middelen uit het Rijk, met name via de OAB-uitkering en de decentralisatieuitkering. In 2022 bedroeg het totale budget voor de uitvoering van het beleid € 576.324, verdeeld over de kosten voor reguliere peuteropvang, VVE-activiteiten en extra maatregelen. De gemeente is zich bewust van de financiële gevolgen van wetgeving zoals de wet OKE, en neemt hierop stappen om te zorgen dat de kwaliteit van de kinderopvang behouden blijft. De samenwerking tussen de gemeente, scholen, kinderopvangaanbieders en maatschappelijke organisaties is essentieel voor het succes van het beleid. Kinderen met en zonder VVE-indicatie worden gezamenlijk onderwezen, wat segregatie voorkomt. De gemeente heeft ook actie ondernomen om financiële barrières te verkleinen, zoals het invoeren van een gratis derde en vierde dagdeel voor kinderen met VVE-indicatie. De gemeente blijft zich inzetten voor het opheffen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen voor alle kinderen, zowel in de voorschoolse periode als tijdens de basisschoolperiode.