De gemeente Noordoostpolder biedt ouders van peuterkinderen een gericht subsidieprogramma voor peuteropvang, met name gericht op kinderen die behoren tot de doelgroep voor vroegschoolse educatie (VVE). Dit programma is bedoeld om onderwijsachterstanden bij jonge kinderen te verminderen en een vroegtijdige, gerichte ontwikkeling te stimuleren. De regeling is van toepassing vanaf 1 januari 2017 en is tot op heden in werking, hoewel de oorspronkelijke verordening per 4 maart 2020 is vervallen. De huidige uitvoeringsregeling is gebaseerd op een besluit van het college van burgemeester en wethouders, gecombineerd met de oorspronkelijke verordening en haar uitvoeringsregels. Deze gids biedt een uitgebreide, feitelijke en structurele samenvatting van de wettelijke basis, de eisen aan kwaliteit, de financieringsregeling, en de verantwoorde procedures die van toepassing zijn op het subsidieprogramma voor peuteropvang in de gemeente Noordoostpolder. Het is gericht op ouders, aanbieders van peuteropvang, en professionele partijen die in kaart willen brengen hoe het systeem functioneert binnen de wettelijke en financiële kaders van de gemeente.
Juridische en regelgevingskader
De juridische basis voor het subsidieprogramma voor peuteropvang in de gemeente Noordoostpolder is geformuleerd in de Verordening Subsidiëring peuteropvang gemeente Noordoostpolder 2017, die is vastgesteld door de gemeenteraad op 10 oktober 2016. Deze verordening is in werking gesteld op 1 januari 2017 en heeft als doel het verlenen van financiële steun aan ouders van peuterkinderen die deel uitmaken van de doelgroep voor vroegschoolse educatie. De regeling is gebaseerd op de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nadere regels vast te stellen, zoals bepaald in artikel 14 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Noordoostpolder 2011. De gemeente heeft hiermee de bevoegdheid om uitvoeringsregelingen op te stellen die de uitvoering van het subsidieprogramma reguleren.
Een belangrijk juridisch aspect is dat de Algemene Subsidieverordening Gemeente Noordoostpolder 2011 niet van toepassing is op subsidieverlening op grond van deze verordening. Dit betekent dat de regels voor het subsidieprogramma voor peuteropvang apart van het algemene subsidiekader worden toegepast. De verordening is tot op heden in werking, hoewel de oorspronkelijke versie per 4 maart 2020 is vervallen. De huidige geldende regeling is gebaseerd op de Uitvoeringsregeling Subsidiëring peuteropvang Noordoostpolder, die is vastgesteld op grond van de oorspronkelijke verordening en is van toepassing vanaf 1 januari 2017 tot heden. Deze uitvoeringsregeling is een uitgebreide verduidelijking van de toepassing en uitvoering van de subsidie.
De juridische grondslag is gebaseerd op een besluit van de gemeenteraad uit 2016, waarmee de harmonisatie van het peuterspeelzaalwerk naar een gecentraliseerde peuteropvang werd goedgekeurd. Het doel was het bevorderen van een gestandaardiseerde kwaliteit van opvang en vroegschoolse educatie in de gemeente. De gemeente is verplicht om te voldoen aan de eisen van de wetgeving, met name de eisen die zijn opgenomen in het Bouwbesluit en de wet op de jeugdzorg. De uitvoeringsregeling is daarom opgevat als een handvest voor de uitvoering van het subsidieprogramma, waarbij de gemeente de rol van toezichthouder en financieringsinstantie uitoefent.
Deelnemingsvoorwaarden en financiële steun
Ouders of verzorgers van een peuter komen in aanmerking voor de gemeentelijke subsidie voor peuteropvang indien aan een reeks duidelijk omschreven voorwaarden is voldaan. De belangrijkste voorwaarden zijn vastgelegd in artikel 3 van de Verordening Subsidiëring peuteropvang gemeente Noordoostpolder 2017. Allereerst moet de peuter minimaal twee dagdelen per week (met elke dag 3 uur) de peuteropvang bij een erkende aanbieder bezoeken. Dit vormt de basisvoorwaarde voor deelname aan het subsidieprogramma.
Een tweede vereiste is dat ouders of verzorgers geen kinderopvangtoeslag ontvangen. De gemeente controleert hierbij of de ouder in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst. Indien dit het geval is, wordt het subsidieprogramma niet toegekend, tenzij de ouder expliciet afziet van de kinderopvangtoeslag. Deze controle wordt uitgevoerd door de aanbieder, die in opdracht van de gemeente werkt. De aanbieder is verantwoordelijk voor het toetsen van de inkomensgegevens van de ouders en voor het controleren of er sprake is van een inkomensafhankelijke subsidie.
Een derde vereiste is dat ouders een inkomensverklaring (VGI) moeten overleggen aan de aanbieder. Deze verklaring, eerder bekend als de IB60-verklaring, is een officiële verklaring van de Belastingdienst die de inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar bevestigt. Deze verklaring kan gratis aangevraagd worden via de Belastingdienst. Voor zelfstandigen die geen inkomensverklaring kunnen aanvragen, is een kopie van de meest recente definitieve aanslag op inkomstenbelasting een acceptabele vervanging. Deze eis is bedoeld om de financiële toegankelijkheid van het programma op een eerlijke manier te waarborgen.
De gemeente biedt een financiële bijdrage van € 250,- per doelgroeppeuter per jaar. Deze bijdrage wordt verrekend naar rato van het aantal maanden dat een kind geplaatst is op de peuteropvang. Bijvoorbeeld: een kind dat negen maanden op de peuteropvang is, ontvangt 75% van de jaarlijkse bijdrage (€ 187,50). Deze bijdrage wordt rechtstreeks uitbetaald aan de aanbieder, niet aan de ouder. De gemeente betaalt de subsidie rechtstreeks aan de aanbieder, wat de administratieve last voor ouders verlaagt. De ouder betaalt alleen een eventuele eigen bijdrage op basis van zijn inkomensniveau.
Kwaliteitseisen en VVE-voorzieningen
De gemeente Noordoostpolder stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de aanbieders van peuteropvang. Deze eisen zijn vastgelegd in artikel 14 van de Verordening Subsidiëring peuteropvang gemeente Noordoostpolder 2017. Aanbieders dienen voldoet aan een reeks kwaliteitseisen, met name in verband met de kwaliteit van het VVE-programma (vroegschoolse educatie). De belangrijkste eisen zijn: registratie in het LRKP (Lijst van Registereerkringen van Particulieren), indien van toepassing gecombineerd met een VVE-registratie; het gebruik van een kind-volg-systeem; het toepassen van een gecertificeerd VVE-programma dat in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nijverheids- en Justitieonderzoekscentrum (NJi) is opgenomen; en het garanderen van een 'warme overdracht' van de peuter naar de basisschool.
De VVE-registratie is een cruciaal onderdeel van de kwaliteitsborging. Het betekent dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VVE. Zonder registratie in het LRKP is een aanbieder niet in staat om subsidie te ontvangen. Daarnaast moet het VVE-programma zijn gecertificeerd en in de databank van het NJi zijn opgenomen. Indien een programma niet erkend is, maar voldoet aan de voorwaarden zoals geformuleerd door de Inspectie van het Onderwijs (met een minimale beoordeling van ‘2’), kan de aanbieder ervoor kiezen dat programma te gebruiken, op voorwaarde dat de gemeente het oordeel van de Inspectie afwacht voordat zij subsidie verleent.
De gemeente stelt ook eisen aan het gebruik van een kind-volg-systeem, dat inhoudt dat de ontwikkeling van elk kind geregistreerd en gevolgd wordt. Dit stelt de aanbieder in staat om de voortgang van elk kind te monitoren en op tijd ingrijpende maatregelen te nemen indien nodig. De gemeente eist ook dat er een overdrachtsformulier wordt ingevuld bij de overgang van de peuter naar de basisschool. Bij doelgroeppeuters moet dit gebeuren via een ‘warme overdracht’, waarbij een gesprek plaatsvindt tussen de leerkracht, de ouder en de opvangmedewerker. Dit zorgt ervoor dat de overgang vloeiend verloopt en de ouder goed geïformeerd is over de ontwikkeling van het kind.
Uitvoering en administratie van het subsidieprogramma
De uitvoering van het subsidieprogramma voor peuteropvang in de gemeente Noordoostpolder is geregeld via een overeenkomst tussen de ouder, de aanbieder en de gemeente. De overeenkomst, zoals vastgelegd in artikel 1 van de Uitvoeringsregeling Subsidiëring peuteropvang Noordoostpolder, omvat ten minste de volgende gegevens: de startdatum van de peuteropvang, het aantal dagdelen waarop gebruik wordt gemaakt (uitgesloten de extra VVE-dagdelen), de VVE-indicatie indien van toepassing, en de overeenkomst tussen de ouder en de aanbieder. Deze overeenkomst moet door zowel de ouder als de aanbieder worden ondertekend en dient als basis voor de uitbetaling van de subsidie.
Voor de administratie en controle zijn er duidelijke verplichtingen voor de aanbieder. Volgens artikel 8 van de uitvoeringsregeling moet de aanbieder een dossier aanmaken voor elk kind. Dit dossier moet bevatten: het aanvraagformulier voor subsidie, het bewijs van inschrijving bij de gemeente Noordoostpolder, het toekenningsformulier waarin zowel de subsidie als de ouderbijdrage per maand wordt weergegeven, de ondertekende overeenkomst, en eventuele wijzigingen of einddata van de opvangperiode. Deze dossiervorming is essentieel voor de controle door de gemeente en de Belastingdienst.
De gemeente controleert de juistheid van de gegevens op basis van de dossiers. De administratie wordt geregeld via een centrale administratieprocedure waarbij de gemeente rechtstreeks de subsidie aan de aanbieder uitbetaalt. De ouder betaalt alleen de eigen bijdrage, die gebaseerd is op het inkomensniveau. De gemeente heeft ook het recht om periodieke controles uit te voeren, zowel op administratieve als op kwalitatieve aspecten. Dit omvat het controleren van de kwaliteit van het VVE-programma, de voortgang van het kind, en de kwaliteit van de overdracht naar de basisschool.
Betrokkenheid van overheidsinstanties en externe instanties
De uitvoering van het subsidieprogramma voor peuteropvang in de gemeente Noordoostpolder is een gecoördineerd proces tussen meerdere instanties. De Belastingdienst speelt een centrale rol door de uitgifte van de inkomensverklaring (VGI) te verzorgen. Deze verklaring is een officieel document dat inkomensgegevens bevestigt en is vereist om de financiering van de subsidie te kunnen laten uitkeren. De VGI is gratis beschikbaar via de Belastingdienst en dient als basisdocument voor de financieringsbeslissing.
De gemeente zelf is verantwoordelijk voor het beheren van het subsidieprogramma. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om de uitvoeringsregeling vast te stellen en de uitvoering te toezien. Het college is ook verantwoordelijk voor het controleren van de kwaliteit van de aanbieders, met name in verband met de VVE-indicatie en de kwaliteit van het VVE-programma. De gemeente werkt hiervoor samen met externe instanties zoals de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de Inspectie van het Onderwijs.
De JGZ speelt een cruciale rol bij het identificeren van risicopeuters. Volgens de omschrijving in artikel 1 van de verordening zijn doelgroeppeuters kinderen van twee tot vier jaar die door de JGZ als risicopeuter worden beoordeeld, of kinderen die een taal- of andere achterstand hebben. De peuterspeelzaal- of opvangleiding signaleert eventuele tekortkomingen, en de jeugdarts controleert en beoordeelt of het kind in aanmerking komt voor een VVE-programma. Deze indicatie is noodzakelijk voor het ontvangen van de extra VVE-dagdelen.
De Inspectie van het Onderwijs is verantwoordelijk voor de beoordeling van VVE-programma's die niet zijn erkend in de databank van het NJi. Indien een aanbieder een niet-erkend programma gebruikt, moet de gemeente het oordeel van de Inspectie afwachten voordat er subsidie wordt verleend. De Inspectie beoordeelt of het programma voldoet aan de minimale eisen van ‘2’ op een schaal van 1 tot 5. Dit zorgt ervoor dat alleen programma's worden goedgekeurd die wetenschappelijk goed onderbouwd zijn en effectief zijn in de ontwikkeling van jonge kinderen.
De rol van VVE in het ontwikkelingsproces van peuterkinderen
De VVE (vroegschoolse educatie) is het hart van het subsidieprogramma in de gemeente Noordoostpolder. Het doel van VVE is om onderwijsachterstanden bij jonge kinderen te voorkomen of te verminderen. De gemeente biedt aan doelgroeppeuters twee extra dagdelen (twee uurtjes van 3 uur per dag) in aanvulling op de reguliere opvang. Deze extra tijd is kosteloos voor ouders, wat de toegankelijkheid van het programma vergroot. Het programma is gericht op het stimuleren van de taalontwikkeling, sociale competentie en voorbereiding op de basisschool.
De effectiviteit van het VVE-programma wordt geëvalueerd via een evaluatieformulier, zoals bepaald in artikel 7 van de uitvoeringsregeling. Dit formulier bevat zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens, zoals de ontwikkeling van het kind, het aantal 'warmte-overdrachten' (waarbij ouder, opvangmedewerker en leerkracht samenkomen), en de algemene kwaliteit van de zorg. De evaluatie helpt de gemeente om maatwerk te leveren op basis van de individuele ontwikkeling van elk kind. Indien blijkt dat een kind na een half jaar op normaal niveau is, kan het aantal dagdelen worden teruggenomen. Dit biedt flexibiliteit en past het programma aan op de werkelijke behoeften van het kind.
Het gebruik van een gecertificeerd VVE-programma is verplicht. Deze programma's zijn wetenschappelijk onderbouwd en zijn geëvalueerd op effectiviteit. De gemeente controleert of het programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi. Als een aanbieder een programma wil gebruiken dat niet in deze databank is opgenomen, moet het programma eerst worden beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs. Alleen indien het programma een minimale beoordeling van ‘2’ haalt, mag het worden toegepast. Deze maatregel zorgt ervoor dat alleen programma's met een bewezen effect worden gebruikt.
Conclusie
De gemeente Noordoostpolder biedt een gericht en kwalitatief hoogwaardig subsidieprogramma voor peuteropvang, met name gericht op kinderen uit de doelgroep voor vroegschoolse educatie. Het programma is gebaseerd op een duidelijke juridische basis, een uitgebreid regelgevingskader, en strikte kwaliteitseisen. Ouders van peuterkinderen kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van € 250,- per jaar, afhankelijk van het aantal maanden dat hun kind op de peuteropvang is. De subsidie wordt rechtstreeks aan de aanbieder uitbetaald, wat de administratieve last voor ouders verlaagt.
De kwaliteit van de opvang wordt zorgvuldig gecontroleerd via een combinatie van registraties, beoordelingen en controle van externe instanties zoals de JGZ, de Inspectie van het Onderwijs en de gemeente zelf. De VVE-indicatie is een sleutelcomponent van het programma. Deze indicatie wordt bepaald door de jeugdarts op basis van signalering van de opvangleiding en de resultaten van de JGZ. Kinderen die daaronder vallen, ontvangen twee extra dagdelen VVE-opvang, kosteloos voor ouders, gericht op het verminderen van onderwijsachterstanden.
De gemeente zorgt er ook voor dat er een zorgvuldige overdracht plaatsvindt van de peuter naar de basisschool. Deze 'warme overdracht' zorgt ervoor dat de ouder betrokken is en goed geïformeerd is over de ontwikkeling van het kind. De administratieve vereisten zijn duidelijk vastgelegd, en de controle op de kwaliteit en de financiële correctheid is opgezet via een dossiervorming en periodieke controles. De gemeente is dus actief in het waarborgen van een eerlijke, doeltreffende en kwalitatief hoogwaardige opvang voor jonge kinderen.