Inleiding
In de gemeente Rotterdam wordt kinderopvang, met name in de voorschoolse educatie, gesteund door een combinatie van overheidsregelgeving, subsidiebeleid en specifieke indicaties gericht op ontwikkelingsbehoeften van jonge kinderen. Een centraal onderdeel van dit systeem is de zogeheten VVE-indicatie, uitgegeven door het Centraal Jeugd- en Gezondheidskantoor (CJG) Rijnmond, die gericht is op kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstand. Deze indicatie garandeert recht op een gestructureerde vorm van voorschoolse educatie (VVE) via het VVE-programma, met name het programma ‘Peuteropvang’ dat gericht is op kinderen van twee tot vier jaar. De financiële ondersteuning hiervoor wordt geregeld via een subsidiebeleid dat gedefinieerd is in de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2019 en ondersteund wordt door een nauwgezette verantwoording en controle. Deze tekst biedt een uitgebreide, feitelijk gefundeerde uitleg van het systeem rondom de VVE-indicatie, de rol van de houder, de financiële regelingen, de kwaliteitsvereisten en de verantwoording, op basis uitsluitend van de beschikbare bronnen.
De VVE-indicatie en haar rechten
De VVE-indicatie, uitgegeven door het CJG Rijnmond, is een medische of ontwikkelingsgerichte beoordeling gericht op jonge kinderen die een verhoogd risico lopen op ontwikkelingsachterstand, vooral op het gebied van taal, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Deze indicatie is niet automatisch, maar wordt op basis van vastgestelde criteria afgegeven door een arts of verpleegkundige van het CJG. De bronnen geven aan dat kinderen die een dergelijke indicatie ontvangen, recht hebben op een gestructureerde vorm van voorschoolse educatie, in de vorm van het VVE-programma ‘Peuteropvang’. Deze vorm van kinderopvang is bestemd voor kinderen van twee tot vier jaar en is gericht op het stimuleren van ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele competenties.
Het doel van de indicatie is om kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, te voorzien in een omgeving waarin hun ontwikkeling gesteund wordt. De indicatie is gericht op een doelgroep van kinderen die, vanwege een risico op ontwikkelingsachterstand, baat hebben bij extra aandacht en gestructureerde activiteiten. De bronnen specificeren dat kinderen zonder VVE-indicatie slechts twee dagdelen per week deel kunnen nemen aan de Peuteropvang, terwijl kinderen met indicatie vier dagdelen per week kunnen deelnemen. Belangrijk is dat kinderen met een VVE-indicatie geen extra ouderbijdrage betalen voor de twee extra dagdelen. Dit betekent dat de gemeente of subsidie de kosten voor deze extra uren dekt, terwijl ouders van kinderen zonder indicatie voor elke extra dagdeler een bijdrage moeten betalen.
De indicatie is gericht op kinderen van wie de ouder of verzorger in de gemeente Rotterdam woont en die in de leeftijd vanaf twee jaar tot het moment van het starten op de basisschool zijn. De indicatie kan worden aangevraagd via een indicatieformulier wanneer de houder op basis van observaties constateren dat er zorgen zijn over de taalontwikkeling of de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. De indicatie is dus niet alleen voorzien voor kinderen met een erkend ontwikkelingsachterstand, maar ook voor kinderen die in het vroege stadium van hun ontwikkeling een risico lopen op achterstand, met name wanneer de thuistaal niet Nederlands is of wanneer het opleidingsniveau van de ouder laag is.
De organisatie van het VVE-programma en de rol van de houder
Het VVE-programma wordt uitgevoerd binnen een kindercentrum dat is geregistreerd in het Landelijk register kinderopvang (LRK) en gevestigd in de gemeente Rotterdam. Het kindercentrum dient voldoet aan de voorwaarden gesteld in de relevante regelgeving, met name de Wet kinderopvang. De houder is de entiteit die met een onderneming, geregistreerd in het Handelsregister, een kindercentrum exploiteert in de gemeente Rotterdam. Deze houder is verantwoordelijk voor het leveren van het VVE-programma, het bijhouden van administraties en het voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2019.
Er zijn duidelijke verschillen tussen soorten kinderopvang binnen dit kader. Zo is de ‘kinderdagopvang’ gedefinieerd als een kindercentrum met een openstelling van 50 tot 52 weken per kalenderjaar. Het ‘VVE-programma peuteropvang’ is daarentegen gericht op 40 weken per jaar en bestaat uit vijf uur per week, verdeeld over twee dagdelen, die over twee dagen zijn verdeeld. Deze indeling zorgt voor een gestructureerde vorm van opvang gericht op ontwikkeling. De houder is verantwoordelijk voor het leveren van deze dienstverlening, inclusief het organiseren van activiteiten op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
De rol van de houder is niet alleen operationeel, maar ook administratief en juridisch. De houder dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die zijn vastgelegd in het kwaliteitskader voor voorschoolse educatie Rotterdam 2018. Deze eisen zijn genummerd, zoals ‘(kwaliteitseis 3)’ na de titel ‘Groepsruimte’, en worden gebruikt bij het toezicht van de GGD. De GGD controleert tijdens inspectiebezoeken de naleving van deze eisen, met name in het kader van de GGD-piloot die in 2017 is gestart en eind 2018 is geëvalueerd. De evaluatie kon leiden tot aanpassingen in de manier van verantwoording van gemeentelijke kwaliteitseisen voor 2019.
De houder dient ook te voldoen aan eisen ten aanzien van de kwalificatie van het personeel. Pedagogisch personeel dient te voldoen aan de vigerende regelgeving ten aanzien van certificering voor VVE-programma’s. Hiervoor zijn diverse erkende opleidingen aanvaardbaar, waaronder de AD PEM-opleiding aan de Hogeschool Rotterdam, waarna een aanvullend certificaat voor de koptraining van het door de houder uitgevoerde NJI-erkende VVE-programma wordt verkregen. Andere aanvaardbare opleidingen zijn ‘Opleiding Speelplezier’ zoals uitgevoerd door KindeRdam. Bovendien zijn er eisen voor het opleidingsniveau van ouders die met de dagelijkse zorg zijn belast: dit mag maximaal mbo-1 zijn, of bij onvoldoende Nederlandstaligheid maximaal mbo-4, mits er sprake is van een risico op ontwikkelingsachterstand.
Financiële regeling en subsidiebeleid
De financiële ondersteuning voor de kinderopvang in Rotterdam vindt plaats via een subsidiebeleid dat is vastgelegd in de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2019. Deze regeling streeft ernaar om de kosten van het VVE-programma te dekken, met name voor kinderen die behoren tot de doelgroep met een VVE-indicatie. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van een aantal geregistreerde gegevens, die worden ingevoerd in een Excel-verantwoordingsformulier door de houder. Deze gegevens vormen de basis voor de vaststelling van de hoogte van de subsidie.
Een belangrijk aspect van het financiële systeem is het verschil tussen het maximale uurtarief van €8,02 en de inkomensafhankelijke ouderbijdragen. Voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, kan de gemeente compensatie vragen voor het verschil tussen het maximale uurtarief en de werkelijke bijdrage die de ouder betaalt. Dit wordt geregeld in het Excel-verantwoordingsformulier, waarin de houder het aantal gefactureerde uren moet vermelden waarvoor compensatie wordt gevraagd. Ook moet het bedrag worden aangegeven waarvoor compensatie wordt gevraagd voor het verschil tussen het maximale uurtarief en de inkomensafhankelijke ouderbijdragen. Dit is geregeld in artikel 7a van de Subsidieregeling.
De verantwoording van de subsidie gebeurt via een gecombineerd systeem dat zowel een Word-formulier als een Excel-formulier gebruikt. In het Word-formulier dient de houder te verantwoorden hoe de kwaliteit van de kinderopvang is geëvalueerd, met name ten behoeve van de kwaliteitsmonitor VVE. Het Excel-formulier dient om de realisatie van de subsidieerbare activiteiten te rapporteren. De accountantscontrole, die alleen voor KDV (Kinderdagopvang) geldt, controleert drie belangrijke punten: of het aantal doelgroepkinderen dat het VVE-programma ‘Extra spelen en leren’ heeft ontvangen overeenkomt met de administratie, of voor deze kinderen een CJG-doelgroepindicatie is geregistreerd, en of het aantal gratis uren dat is aangeboden overeenkomt met de administratie.
De financiële regeling is daarom nauw verweven met administratieve nauwkeurigheid en controle. De houder is verantwoordelijk voor het correct vastleggen van gegevens, en de GGD en de gemeente controleren dit via inspectiebezoeken en accountantscontrole. De subsidie wordt dus niet automatisch uitgekeerd, maar is afhankelijk van de juistheid van de rapportage en het naleven van de regelgeving.
Kwaliteitsveiliging en toezicht
De kwaliteit van de voorschoolse educatie in Rotterdam wordt zorgvuldig gecontroleerd door meerdere instanties, met name de GGD en de gemeente. Het toezicht is gericht op zowel de naleving van wettelijke eisen als op de kwaliteit van het onderwijsaanbod. De GGD voert regulier toezicht uit op de kwaliteitseisen voor VVE, met name bij inspectiebezoeken. Deze controle is onderdeel van haar wettelijke taak. De GGD gebruikt het kwaliteitskader voor voorschoolse educatie Rotterdam 2018 als basis voor haar beoordeling. De kwaliteitseisen in dit kader zijn genummerd, zoals ‘(kwaliteitseis 3)’ na de titel ‘Groepsruimte’. Deze genummerde eisen worden meegenomen in de beoordeling van VVE-locaties die deel nemen aan de GGD-piloot.
De pilot, die in 2017 is gestart en eind 2018 is geëvalueerd, heeft doelgestaan om de verantwoording voor gemeentelijke kwaliteitseisen te vereenvoudigen en de belasting voor houders te verlagen. Na de evaluatie kon de manier van verantwoording over de gemeentelijke kwaliteitseisen voor 2019 worden aangepast. Dit betekent dat de manier waarop houders moeten verantwoorden of ze voldullen aan de eisen kan veranderen, afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie. De GGD kan dus niet alleen controleren of de eisen zijn nageleefd, maar ook het proces van verantwoording aanpassen op basis van ervaringen uit de praktijk.
Bovendien zijn er eisen voor het personeel die de kwaliteit van het onderwijs bepalen. Pedagogisch personeel moet voldoen aan de vigerende regelgeving ten aanzien van certificering voor VVE-programma’s. Dit betekent dat medewerkers die een opleiding als AD PEM hebben gevolgd aan de Hogeschool Rotterdam, daarna een aanvullend certificaat voor de koptraining van het door de houder uitgevoerde NJI-erkende VVE-programma moeten behalen. Andere aanvaardbare opleidingen zijn ‘Opleiding Speelplezier’ van KindeRdam. Deze eisen zijn gericht op zorgvuldige begeleiding van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, vooral op het gebied van taalontwikkeling en sociaal-emotionele vaardigheden.
De kwaliteitsborging is dus niet beperkt tot het lokaal niveau, maar is onderdeel van een gestructureerd systeem dat wordt gemonitord door zowel de GGD als de gemeente. De combinatie van regelgeving, kwaliteitskeuring en financiële controle zorgt ervoor dat het kinderopvangaanbod in Rotterdam voldoet aan hoge maatstaven.
Verantwoording en administratie
De verantwoording van subsidie in het kader van de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2019 is gebaseerd op een gecombineerd systeem van verantwoording via een Word-formulier en een Excel-formulier. Het Word-formulier dient om de ontwikkeling van de kwaliteit van het kindercentrum te verantwoorden, met name ten behoeve van de kwaliteitsmonitor VVE. Het Excel-formulier is daarentegen gericht op de administratieve realisatie van de subsidieerbare activiteiten. Deze gegevens vormen de basis voor de vaststelling van de hoogte van de subsidie.
De houder is verantwoordelijk voor het correct invullen van deze formulieren. In het Excel-formulier dient het aantal gefactureerde uren te worden vermeld waarvoor compensatie wordt gevraagd voor het verschil tussen het maximale uurtarief van €8,02 en de inkomensafhankelijke ouderbijdragen. Dit geldt vooral voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. De tabel met ouderbijdragen voor het kalenderjaar 2019 is hiervoor van toepassing. De verantwoording is dus niet alleen gebaseerd op de hoeveelheid uren, maar ook op de financiële situatie van de ouders.
De accountantscontrole, die alleen geldt voor KDV (Kinderdagopvang), controleert drie belangrijke punten: of het aantal doelgroepkinderen dat het VVE-programma ‘Extra spelen en leren’ heeft ontvangen overeenkomt met de administratie, of voor deze kinderen een CJG-doelgroepindicatie is geregistreerd, en of het aantal gratis uren dat is aangeboden overeenkomt met de administratie. Deze controle is een cruciale stap in het proces om te garanderen dat de subsidie alleen wordt uitgekeerd aan diegenen die daadwerkelijk in aanmerking komen.
De administratie is dus niet alleen een administratieve verplichting, maar een essentieel onderdeel van de kwaliteitsborging. De nauwkeurigheid van de gegevens bepaalt of de subsidie wordt goedgekeurd. De GGD en de gemeente controleren dit via inspectiebezoeken en externe accounts. De houder dient dus zorgvuldig en nauwkeurig te werken om te voorkomen dat fouten leiden tot afwijzing van de subsidie.
Conclusie
De kinderopvang in Rotterdam, met name het VVE-programma ‘Peuteropvang’ voor kinderen van twee tot vier jaar, is gebaseerd op een geïntegreerd systeem van indicatie, financiële ondersteuning en kwaliteitsborging. De VVE-indicatie, uitgegeven door het CJG Rijnmond, is een cruciaal instrument voor het identificeren van jonge kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstand. Deze kinderen krijgen recht op vier dagdelen per week opvang, inclusief gratis extra uren, terwijl kinderen zonder indicatie slechts twee dagdelen per week kunnen deelnemen. Dit systeem is gericht op het verlagen van ontwikkelingsachterstand en het garanderen van een goede start op de basisschool.
De financiële ondersteuning gebeurt via een subsidiebeleid dat is geregeld in de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2019. De subsidie is afhankelijk van de juiste administratie, met name het verschil tussen het maximale uurtarief van €8,02 en de daadwerkelijke ouderbijdragen. De verantwoording gebeurt via een combinatie van een Word- en Excel-formulier, met een felle focus op nauwkeurigheid. De accountantscontrole zorgt ervoor dat alleen geldige eisen worden ingediend.
Kwaliteit en controle spelen een centrale rol. De GGD voert regulier toezicht uit op de naleving van de kwaliteitseisen, waarbij het kwaliteitskader voor voorschoolse educatie Rotterdam 2018 als basis dient. De houder is verantwoordelijk voor het leveren van een gestructureerd VVE-programma dat voldoet aan de eisen voor personeel, ruimte en activiteiten. Samen vormen deze elementen een robuust systeem dat gericht is op het waarborgen van kwaliteit en rechtvaardigheid in de kinderopvang.