Inleiding
Op de eiligoord van Texel is de toegankelijkheid van voorschoolse opvang, met name voor kinderen die behoren tot de doelgroep van het Voorschoolse Educatieprogramma (VVE), een belangrijk onderdeel van het maatschappelijk en sociaal beleid van de gemeente. Deze richting van maatregelen is gericht op het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen, met name op het gebied van taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De gemeente Texel biedt daarvoor een gemeentelijke vergoeding voor zowel reguliere peuterplaatsen als VVE-peuterplaatsen. De toegang tot deze vergoeding is echter afhankelijk van een aantal voorwaarden, waarvan de sleutel het op de hoogte zijn van een geldende VVE-indicatie is. Deze indicatie wordt gegeven op basis van risicofactoren en is gebaseerd op een beoordeling door het Consultatiebureau Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Hollands Noorden. Dit artikel verkent de juridische kaders, de administratieve procedures, de financiële mechanismen en de kwaliteitsvereisten die van toepassing zijn op de verlening van VVE-vergoedingen voor kinderen op Texel, op basis uitsluitend van de beschikbare bronnen. Het doet dit op een manier die passend is voor een doelgroep van potentiële huiseigenaren, beleggers in vastgoed en professionals in de bouw- en woningbouwsector, met een focus op de reële en duurzame toegankelijkheid van vroegkindelijke educatieve voorzieningen.
Juridische grondslag en bevoegdheden van het college
De juridische basis voor de uitgifte van VVE-vergoeding en de vergoeding voor het gebruik van een VVE-peuterplaats in de gemeente Texel berust op een gemeentelijke verordening. Deze verordening stelt duidelijke bepalingen in over de toepassing, het bereiken van doelgroepen en de procedures voor aanvraag en uitgifte van de financieringsmaatregelen. De uitgifte van de vergoeding is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrechts (AwB), wat inhoudt dat tegen een dergelijk besluit bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld. De bevoegdheid tot het uitbrengen van dergelijke besluiten rust uitsluitend bij het college van burgemeester en wethouders. Deze instantie is daarmee bevoegd om, naast de vastgestelde regels in de verordening, nadere voorschriften te stellen met betrekking tot de uitvoering en de kwaliteit van zowel reguliere peuteropvang als VVE-opvang. Dit betekent dat de gemeente niet alleen de financiële ondersteuning regelt, maar ook de kwaliteitsnormen kan vaststellen die de aanbieders van opvangdiensten moeten nakomen. De verordening stelt ook duidelijke weigeringsgronden vast. Indien de opvanglocatie niet geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP), of indien de ouder(s)/verzorger(s) en/of de opvanglocatie niet gevestigd is in de gemeente Texel, wordt de vergoeding geweigerd. Daarnaast geldt dat een kind zonder een geldige VVE-indicatie geen vergoeding voor een VVE-peuterplaats kan ontvangen. Tot slot geldt dat de gemeente geen vergoeding verleent indien het subsidieplafond, vastgesteld door de gemeenteraad, is bereikt. Deze bepalingen vormen de juridische grens binnen welke de vergoeding wordt verleend.
De rol van de JGZ en het indicatieproces voor VVE
Het proces dat leidt tot een geldende VVE-indicatie is centraal voor de toegang tot de gemeentelijke vergoeding. Deze indicatie wordt niet door de gemeente zelf, maar door het Consultatiebureau Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Hollands Noorden uitgegeven. De JGZ is belast met de gezondheidsbegeleiding van kinderen op het eiland. De consultatiebureauarts is verantwoordelijk voor het herkennen van de behoefte aan VVE op basis van door de gemeente vastgestelde criteria. Deze criteria zijn gericht op het identificeren van risicofactoren die een verhoogd risico op ontwikkelingsachterstand of taalachterstand kunnen inhouden. De belangrijkste risicofactoren zijn het opleidingsniveau van de ouders, de aanwezigheid van een indicatie voor Stevig Ouderschap, en de resultaten van een omgevingsanalyse die de taalomgeving thuis en de spraak- en taalontwikkeling van het kind beoordeelt. Indien een kind aan één of meer van deze factoren voldoet, wordt er gekeken of het risico voldoende groot is om een indicatie te verlenen. Deze indicatie is niet automatisch, maar het resultaat van een diepgaande beoordeling door de arts of verpleegkundige van de JGZ. De geldigheidsduur van de indicatie kan zowel beperkt als onbeperkt zijn, afhankelijk van de mate van het risico. Belangrijk is dat de indicatie niet permanent is. Na verloop van tijd kan het zijn dat het achterstandsniveau van het kind is ingehaald of dat de risicofactoren verdwenen zijn. In dat geval kan de gemeente, op verzoek van de JGZ, de indicatie intrekken. Dit proces zorgt voor een dynamische toegang tot VVE-diensten, zodat alleen kinderen die daadwerkelijk behoefte hebben aan extra ondersteuning ook daadwerkelijk worden ondersteund.
Vereisten voor deelname aan VVE-opvang en de rol van de aanbieder
Voor een kind dat deelneemt aan een VVE-peuterplaats, zijn er een aantal voorwaarden die moeten zijn vervuld, zowel van kant van de opvangaanbieder als van de ouder(s)/verzorger(s). De aanbieder van de opvangdienst, ook wel houder genoemd, moet voldoen aan een aantal vereisten. Eén van de belangrijkste is dat de opvanglocatie geregistreerd moet zijn in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Dit register is een nationaal register van alle erkende kinderopvangvoorzieningen in Nederland. Daarnaast moet de opvang voldoen aan de eisen van de Wet kinderopvang en de kwaliteitseisen voor peuterspeelzalen, zoals vastgesteld in de wetgeving. De aanbieder is daarnaast verplicht om ervoor te zorgen dat de beroepskrachten die in de VVE-groep werken, over een certificaat beschikken van een erkend VVE-programma. Dit certificaat moet zijn verkregen na een met goed gevolg afgelegde opleiding. De gemeente erkent echter ook een uitzondering. Als een aanbieder zelf een VVE-programma kiest dat niet erkend is, maar wel voldoet aan de door de gemeente vastgestelde eisen, mag de gemeente dit programma accepteren. De gemeente gaat dan niet actief na of het programma aan alle eisen voldoet, maar wacht het oordeel af van de Inspectie van Onderwijs. Dit betekent dat de keuze voor een programma aan de aanbieder is, maar dat de gemeente verantwoordelijk is voor het naleven van de kwaliteitsnormen via de inspectie. De gemeente kan, op basis van het oordeel van de Inspectie, maatregelen nemen, zoals nader onderzoek, afwijzing, stopzetting of bijstelling van de subsidie, indien een van de belangrijke indicatoren, zoals de wettelijke condities of de ontwikkeling, begeleiding en zorg, als wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt wordt beoordeeld. De kwaliteit van de VVE-opvang wordt dus niet alleen beoordeeld door de gemeente, maar ook door de onafhankelijke Inspectie van Onderwijs, die op basis van een vaste werkinstructie (maart 2014) een oordeel uitbrengt.
Financiële regelingen en de rol van de ouderbijdrage
De gemeente Texel biedt een financiële vergoeding aan de ouder(s)/verzorger(s) voor het gebruik van een VVE-peuterplaats, die wordt aangevraagd via het college van burgemeester en wethouders. Deze vergoeding is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van de VVE-peuterplaats, met als doel de toegankelijkheid voor alle peuters op Texel te borgen. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van meerdere factoren. Voor een reguliere peuterplaats is de hoogte van de vergoeding afhankelijk van de soort opvang (VVE of regulier), de mate waarin de ouder(s) recht heeft op een kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst en het verzamelinkomen van de ouder(s)/verzorger(s). Voor de VVE-vergoeding aan de instelling is de hoogte jaarlijks vastgesteld door het college, zoals geregeld in artikel 8.7 van de verordening. De gemeente streeft er naar dat kinderen die in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag, ook de VVE-bijdrage netto kosteloos kunnen gebruiken. Dit gebeurt via een specifieke regeling waarbij de eigen bijdrage voor het VVE-dagdeel of de VVE-dagen via de gemeentelijke verordening wordt vergoed. De voorwaarden zijn duidelijk: het kind moet minimaal tien uur per week deelnemen aan de opvang, waarvan tenminste een deel op één en dezelfde locatie moet plaatsvinden. Het maximale aanbod is gedefinieerd op drie dagdelen van 3,5 uur, wat een totaal van 10,5 uur per week oplevert. De gemeente streeft er naar dat de prijs per uur niet boven het maximale uurprijsniveau uitkomt, zodat de vergoeding daadwerkelijk de volledige kosten dekt. De ouderbijdrage is dus gebaseerd op het werkelijke tarief dat de opvang instaat te rekenen, maar de gemeente deelt de kosten in de vorm van een directe vergoeding aan de instelling. De ouder is dus niet verantwoordelijk voor het verschuldigde bedrag, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan.
Vereisten voor de aanvraag en het documentenpakket
De aanvraag voor een VVE-vergoeding dient schriftelijk te geschieden en moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. De aanvraag moet voldoen aan de eisen die in het reglement zijn vastgelegd. Het is van belang dat alle vereiste documenten worden bijgevoegd om een snelle behandeling te waarborgen. De gemeente kan specifieke documenten vragen, zoals het BSN-nummer van het kind, het LRKP-nummer van de aanbieder, de dagen en tijden waarop gebruik wordt gemaakt van de opvang, de prijs per uur en een overzicht van de opbrengsten. De inkomstenverklaring is een essentieel document voor de bepaling van de vergoeding. Deze kan worden opgesteld als een jaaropgave van de werkgever of de uitkeringsinstantie, een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting of een IB60-formulier. Het IB60-formulier is een officieel formulier van de Belastingdienst dat het bruto gezinsinkomen per jaar toont. Dit formulier kan gratis aangevraagd worden bij de Belastingdienst via de Belastingtelefoon: 0800-0543. Het duurt gemiddeld vijf werkdagen voordat het formulier wordt ontvangen. In sommige gevallen kan de gemeente specifieke vragen stellen om een IB60-formulier in te vullen. Het is belangrijk op te merken dat een overeenkomst, of zelfs een offerte, voldoet als document wanneer alle vereiste gegevens zijn vermeld. De gemeente moet op basis van deze gegevens bepalen in welke mate de ouder(s)/verzorger(s) recht hebben op een gemeentelijke vergoeding.
De rol van de gemeente en de kwaliteit van VVE-opvang
De gemeente Texel speelt een centrale rol in het waarborgen van de kwaliteit van VVE-opvang. Hoewel de gemeente zelf de kwaliteit van het programma niet direct beoordeelt, is zij verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en de nalezing van de eisen. De gemeente heeft de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen voor de uitvoering en kwaliteit van zowel reguliere als VVE-opvang. Daarnaast heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor het uitbesteden van de financiering via de subsidie. De gemeente houdt ook toezicht op de nalezing van de voorwaarden, zoals het feit dat de beroepskrachten in het VVE-programma een erkend certificaat moeten hebben. De gemeente kan, op basis van het oordeel van de Inspectie van Onderwijs, maatregelen nemen indien een van de belangrijke indicatoren, zoals de wettelijke condities of de ontwikkeling, begeleiding en zorg, als wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt wordt beoordeeld. De gemeente kan dan nader onderzoek instellen, de subsidie afwijzen, stopzetten of bijstellen. Deze controlefunctie is cruciaal voor het waarborgen van een hoge kwaliteit in de VVE-opvang. De gemeente is dus niet alleen financieel verantwoordelijk, maar ook verantwoordelijk voor het waarborgen van de kwaliteit van het educatieve aanbod.
Conclusie
De gemeente Texel biedt een gericht beleid om de toegankelijkheid van voorschoolse opvang, met name voor kinderen die behoren tot de doelgroep van het Voorschoolse Educatieprogramma (VVE), te waarborgen. Dit beleid is gebaseerd op een juridische grondslag die de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders regelt en die het recht op een gemeentelijke vergoeding vaststelt. De sleutel tot toegang tot deze vergoeding is de VVE-indicatie, die wordt uitgegeven door het Consultatiebureau Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Hollands Noorden op basis van vastgestelde risicocriteria. Deze indicatie is geen automatische toegang, maar het resultaat van een diepgaande beoordeling die kan worden ingetrokken indien het risico afneemt. De financiële regelingen zijn zorgvuldig opgebouwd om ervoor te zorgen dat kinderen die in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag ook de VVE-bijdrage netto kosteloos kunnen gebruiken, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan. De kwaliteit van de opvang wordt geregeld via een combinatie van voorwaarden voor de aanbieder, zoals het bezit van een erkend certificaat voor het VVE-programma, en toezicht via de onafhankelijke Inspectie van Onderwijs. De gemeente speelt hierin een centrale rol als toezichthouder, en is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van de verordening en het nemen van maatregelen indien de kwaliteit ondermaats is. De beschikbare bronnen geven een duidelijk beeld van het systeem, maar geven weinig informatie over de duurzaamheid, duur van het programma of eventuele impact op de ontwikmele van het kind. De beschikbare bronnen zijn onvoldoende voor een volledig artikel.