Inleiding
De gemeente Veenendaal heeft met de Regeling VVE peuters gemeente Veenendaal een gerichtheid op vroegopvoeding en -ontwikkeling gevestigd die gericht is op het voorkómen van taal- en ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. Deze regeling, die in de periode van 19 maart 2018 tot 16 oktober 2018 van kracht was, richt zich op kinderen in de leeftijd van 2,3 tot 4 jaar met een specifieke indicatie voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). De kern van de regeling ligt in het verlenen van subsidie aan kinderopvangvoorzieningen voor de opvang van VVE-peuters, met als doel dat kinderen zonder achterstand naar de basisschool gaan. Deze regeling is gebaseerd op middelen uit het Rijk en wordt gecoördineerd via een wettelijk vastgelegd kader, inclusief de Algemene Subsidieverordening Veenendaal (ASV) en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk (Wkkp). De uitvoering van de subsidie geschiedt op basis van een gestructureerde aanvraagprocedure, waarbij het subsidieplafond per jaar wordt vastgesteld. Belangrijk is dat aanvragen voor gewichtenpeuters, gedefinieerd op grond van het opleidingsniveau van de ouders, altijd worden toegekend. De beschikbare bronnen geven een duidelijk beeld van de juridische basis, de doelgroep, de financiële regeling en de toepassingswijze van de regeling, hoewel de regeling per 17 oktober 2018 is ingetrokken. De inhoud van deze regeling vormt een belangrijke bron van kennis voor de ontwikkeling van kinderopvang- en woonomgevingen, met name voor (potentiële) bewoners en investeerders in de regio Veenendaal.
Juridische en beleidskader
De juridische en beleidskern van de Regeling VVE peuters gemeente Veenendaal is gebaseerd op een combinatie van wet- en regelgeving, overheidsbeleid en overheidsregelgeving. De regeling is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal, in overeenstemming met de Algemene Subsidieverordening Veenendaal (ASV). Deze basisregeling is van toepassing op de subsidieverlening aan houders van kinderopvangvoorzieningen in de gemeente Veenendaal. Het doel van de subsidie is gericht op de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) van peuters die in aanmerking komen voor bijzondere ondersteuning wegens een risico op ontwikkelingsachterstand. De regeling is aangehaald als „2e wijziging Regeling VVE peuters“ en is van kracht vanaf 19 maart 2018 tot 16 oktober 2018. Tijdens deze periode zijn er specifieke voorwaarden en procedures vastgesteld voor het verlenen van subsidie. De regeling is in werking getreden per de dag na de publicatie, wat impliceert dat zij direct van kracht was na de vaststelling. De voorgaande regeling, „nadere regeling voor toekenning van middelen voor Voorschoolse Educatie in Veenendaal“, is per 17 oktober 2018 ingetrokken, wat inhoudt dat de huidige regeling in plaats moest maken van het vorige kader.
De regeling is gericht op het voorkómen van (dreigende) onderwijsachterstanden, met name op het gebied van taalontwikkeling. De gemeente en het onderwijs hebben als doel om voor elke jongere een ononderbroken leerweg te realiseren die leidt tot een voldoende startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Dit doel wordt bereikt door vroegtijdige signalering van ontwikkelingsproblemen en het aanbieden van gerichte maatregelen. De VVE wordt hierbij gezien als een belangrijk middel om taal- en ontwikkelingsachterstanden in te halen. Het beleid is gebaseerd op een samenwerking tussen meerdere overheidsorganen en instanties, zoals de GGD, het Centraal Justitieel Gerecht (CJG), de Onderwijsinspectie en het college van de gemeente. Deze samenwerking gebeurt via het VVE-werkgroep, een overlegorgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van kinderopvang, onderwijsinstellingen, het CJG, de GGD en de betrokken beleidsmedewerker vanuit de gemeente. Deze groep speelt een cruciale rol bij het vaststellen van de doelgroep-definitie VVE, gebaseerd op een rangorde in ontwikkelingsproblematiek. Deze definitie is van doorslaggevend belang voor de subsidiabiliteit van kinderopvangdiensten.
De juridische basis van de regeling is gebaseerd op de Wkkp en het kwaliteitshandboek VVE Veenendaal. Deze documenten vormen de kwaliteitseisen voor VVE en zijn wettelijk vastgelegd. De regeling vereist dat een kinderopvangvoorziening voldoet aan de wet- en regelgeving voor kinderopvang, het toezichtskader van de GGD en het toezichtskader van de Onderwijsinspectie. De VVE-locatie wordt geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRKP), wat een vereiste voor de subsidiabiliteit is. De houder van een VVE-locatie is de rechtspersoon aan wie een onderneming uit het Handelsregister toebehoort en die een in het LRKP geregistreerde kinderopvangvoorziening in de gemeente Veenendaal exploiteert. Deze juridische en beleidskader vormt de basis voor de uitvoering van de subsidie en zorgt voor een gestructureerde aanpak van de VVE in Veenendaal.
Doelgroep en toegangscriteria
De doelgroep voor de VVE-regeling in Veenendaal bestaat uit peuters in de leeftijd van 2,3 tot 4 jaar die woonachtig zijn in de gemeente. Deze kinderen zijn in aanmerking te komen voor VVE op basis van twee hoofdcriteria, zoals vastgelegd in de regeling. Ten eerste zijn kinderen in aanmerking voor VVE wanneer hun ouders een laag opleidingsniveau hebben, gebaseerd op de gewichtenregeling van het basisonderwijs. Dit wordt gedefinieerd als "gewichtenpeuters", waarbij het opleidingsniveau van de ouders een criterium is voor de subsidie. Ten tweede zijn kinderen in aanmerking voor VVE wanneer er sprake is van een dreigend risico op een achterstand in de (taal)ontwikkeling wegens een onvoldoende stimulerende omgeving in de thuissituatie. Dit risico wordt geïndiceerd door het consultatiebureau, dat op basis van vastgestelde criteria een indicatie afgeeft. De definitie van de doelgroep is dus gebaseerd op zowel sociaal-economische factoren als ontwikkelingsrisico’s, wat een gerichte aanpak van VVE mogelijk maakt.
De indicatie voor VVE wordt afgegeven door het consultatiebureau op basis van een gestructureerde beoordeling van de ontwikkelingspositie van het kind. Dit proces is gericht op vroegtijdige signalering van ontwikkelingsachterstanden. De gedefinieerde criteria zijn gebaseerd op het toezichtskader van de GGD en de Onderwijsinspectie, wat zorgt voor een consistente en betrouwbare beoordeling. Kinderen zonder een dergelijke indicatie worden gerekend tot de groep van niet-VVE peuters, die in feite geen subsidie ontvangen voor VVE-activiteiten. De regeling stelt duidelijk dat aanvragen voor gewichtenpeuters altijd worden toegekend, ongeacht het subsidieplafond. Dit weerspieelt het beleidsdoel om de meest kwetserbare groepen in de vroegste levensfase te ondersteunen.
De aanvraagprocedure is gebaseerd op de volgorde van ontvangst van volledige aanvragen. Als een aanvrager krachtens artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad om de aanvraag aan te vullen, geldt de datum van aanvulling als de datum van ontvangst. Dit zorgt voor rechtvaardigheid in de verwerking van aanvragen. De gemeente heeft per jaar het subsidieplafond vastgesteld, dat de maximale hoeveelheid subsidiegeld bepaalt dat beschikbaar is voor de VVE. Dit plafond is dus een beperkende factor voor de aantal aanvragen dat kan worden toegekend, behoudens voor gewichtenpeuters, die onafhankelijk van het plafond worden toegewezen.
De doelgroep-definitie VVE wordt vastgesteld door het college na overleg met de VVE-werkgroep. Dit betekent dat er een gedeelde verantwoordelijkheid is tussen overheidsinstanties en overheidsorganisaties. De definitie is niet vastgelegd in de bronnen, maar het is duidelijk dat deze gebaseerd is op een rangorde in ontwikkelingsproblematiek, die wordt bepaald op basis van de gedefinieerde criteria. De gedefinieerde doelgroep is dus gericht op het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden, met name op het gebied van taalontwikkeling. De gemeente en het onderwijs willen er derhalve voor zorgen dat elk kind een ononderbroken leerweg kan volgen, wat leidt tot een voldoende startkwalificatie voor de arbeidsmarkt.
Financiële regeling en subsidieprocedures
De financiële regeling van de VVE-regeling in Veenendaal is gebaseerd op een combinatie van overheidsmiddelen en inkomensafhankelijke bijdragen van ouders. De subsidie wordt verleend op grond van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal (ASV), die de juridische basis vormt voor de financiering van VVE-activiteiten. Het college van burgemeester en wethouders stelt per jaar het subsidieplafond vast, dat het maximale bedrag bepaalt dat beschikbaar is voor subsidieverlening aan houders van kinderopvangvoorzieningen. Dit plafond is een belangrijke beperkende factor voor de toewijzing van middelen, behoudens voor een specifieke groep: gewichtenpeuters.
De groep van gewichtenpeuters, gedefinieerd als peuters waarvoor een indicatie is afgegeven op grond van het opleidingsniveau van de ouders, wordt uitgesloten van het plafond en ontvangt automatisch subsidie. Dit weerspieelt het beleidsdoel om kinderen uit gezinnen met een laag opleidingsniveau in de vroegste levensfase te ondersteunen, met het oog op het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden. Deze groep wordt dus in beginsel altijd toegewezen, ongeacht de beschikbare middelen. Voor alle andere aanvragers geldt dat de subsidie wordt toegekend in volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvraag is aangevuld, de datum van aanvulling als ontvangstdatum geldt. Dit zorgt voor rechtvaardigheid in de verwerking en houdt rekening met de rechten van de aanvragers.
De ouderbijdrage wordt elk jaar door het college vastgesteld en is afhankelijk van het inkomensniveau van de ouders. Het gebruik van de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang wordt genoemd als landelijk gebruikte tabel ter vaststelling van het inkomensafhankelijke tarief. Deze tabel is gebaseerd op het verklaren van het totale inkomen, inclusief inkomen uit werk en woning (box 1), inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3), wat wordt aangeduid als het "verzamelinkomen". Deze inkomensafhankelijke bijdrage wordt gecombineerd met de kinderopvangtoeslag, een tegemoetkoming van het Rijk aan ouders voor een deel van de kosten van kinderopvang in een in het LRKP geregistreerde voorziening. Deze drie componenten – ouderbijdrage, kinderopvangtoeslag en subsidie – vormen het financiële kader voor de opvang van VVE-peuters.
De regeling stelt duidelijk dat de kinderopvangtoeslag wordt verleend aan ouders van kinderen die in het LRKP zijn geregistreerd. Deze toeslag is bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang. De houder van een kinderopvangvoorziening moet dus voldoen aan de wettelijke vereisten en het toezichtskader van de GGD en de Onderwijsinspectie. De voorschoolse educatie wordt gedefinieerd als een aanbod dat gericht is op het verlagen van (taal)ontwikkelachterstanden door middel van een stimulerend en taalrijk aanbod. De subsidie wordt dus niet alleen verleend op basis van behoefte, maar ook op basis van kwaliteit en toezicht.
De uitvoering van de financiële regeling gebeurt via een gestructureerde aanvraagprocedure, waarbij de volledigheid van de aanvraag een cruciaal onderdeel is. Aanvragen die niet volledig zijn, kunnen worden aangevuld, en de datum van aanvulling dient als ontvangstdatum. Dit zorgt voor een consistente en eerlijke verwerking van de aanvragen. Het college kan per kalenderjaar subsidie verlenen voor voorschoolse opvang van VVE-peuters. De subsidie wordt dus niet automatisch verleend, maar moet worden aangevraagd, met uitzondering voor gewichtenpeuters, die automatisch worden toegewezen. Deze structuur zorgt voor een evenwicht tussen doelgerichtheid, rechtvaardigheid en doeltreffendheid van het overheidsbeleid.
Toepassing en praktische toepassing van de regeling
De praktische toepassing van de VVE-regeling in Veenendaal is gebaseerd op een gestructureerde samenwerking tussen meerdere instanties en instanties binnen het overheidsapparaat. De uitvoering van de subsidie geschiedt via een gecoördineerde aanvraagprocedure, waarbij de volledigheid van de aanvraag een cruciaal element is. De aanvraagprocedure is gebaseerd op de volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, met uitzondering voor gewichtenpeuters, die onafhankelijk van de volgorde worden toegewezen. Dit zorgt voor een eerlijke toewijzing van middelen en houdt rekening met de rechten van de aanvragers. Indien een aanvraag is aangevuld, geldt de datum van aanvulling als ontvangstdatum, wat de rechten van de aanvragers beschermt.
De VVE-werkgroep speelt een cruciale rol in de uitvoering van de regeling. Deze werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van kinderopvang, onderwijsinstellingen, het CJG, de GGD en de betrokken beleidsmedewerker vanuit de gemeente. De samenstelling van deze groep zorgt voor een evenwichtige benadering van de noodzakelijke kennis en ervaring. De groep is verantwoordelijk voor het overleg over de doelgroep-definitie VVE, gebaseerd op een rangorde in ontwikkelingsproblematiek. Deze definitie is van doorslaggevend belang voor de subsidiabiliteit van kinderopvangdiensten. De definitie is gebaseerd op de door Veenendaal vastgestelde doelgroep-definitie, die wordt vastgesteld na overleg met de VVE-werkgroep.
De praktische toepassing van de regeling is gericht op het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden, met name op het gebied van taalontwikkeling. De gemeente en het onderwijs willen er voor zorgen dat elk kind een ononderbroken leerweg kan volgen, wat leidt tot een voldoende startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Dit gebeurt door vroegtijdige signalering van ontwikkelingsproblemen en het aanbieden van gerichte maatregelen. De VVE wordt daarbij gezien als een belangrijk middel om deze doelen te bereiken.
De toepassing van de regeling is gebaseerd op een duidelijk juridisch kader, gebaseerd op de wet- en regelgeving voor kinderopvang, het toezichtskader van de GGD en het toezichtskader van de Onderwijsinspectie. De kinderopvangvoorziening moet dus voldoen aan deze eisen om subsidiabiliteit te verkrijgen. De VVE-locatie wordt geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRKP), wat een vereiste is voor de subsidieverlening. De houder van een VVE-locatie is de rechtspersoon aan wie een onderneming uit het Handelsregister toebehoort en die een in het LRKP geregistreerde kinderopvangvoorziening in de gemeente Veenendaal exploiteert.
De regeling is in werking getreden op 19 maart 2018 en gold tot 16 oktober 2018. De nadere regeling voor de toekenning van middelen voor Voorschoolse Educatie in Veenendaal, vastgesteld op 6 november 2007, is per 17 oktober 2018 ingetrokken. Dit betekent dat de huidige regeling in plaats heeft gemaakt van het vorige kader. De overgangsregeling voor 2016, waarbij aanvragen voor VVE-subsidie ook lopende het jaar konden worden ingediend, is geen toepassing meer in de huidige regeling, maar duidt op een vergelijkbare praktijk in de voorgaande periode.
Conclusie
De Regeling VVE peuters gemeente Veenendaal, van toepassing van 19 maart tot 16 oktober 2018, stelde een gestructureerde en gerichte aanpak van voor- en vroegschoolse educatie in Veenendaal in de gaten. Het beleid richt zich op het voorkómen van taal- en ontwikkelingsachterstanden bij peuters van 2,3 tot 4 jaar oud, met name bij kinderen uit gezinnen met een laag opleidingsniveau of met een risico op ontwikkelingsachterstand wegens een onvoldoende stimulerende thuissituatie. De kern van de regeling ligt in het verlenen van subsidie aan kinderopvangvoorzieningen voor deze doelgroep, gecoördineerd via een wettelijk vastgelegd kader en een samenwerkingsverband via de VVE-werkgroep. De financiële regeling is gebaseerd op een jaarlijks vastgesteld subsidieplafond, met uitzondering voor gewichtenpeuters, die automatisch worden toegewezen. De aanvraagprocedure is gebaseerd op de volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, met rechtvaardigheid voor aanvragers die hun aanvraag na een aanvulling indienen. De regeling is gebaseerd op de Algemene Subsidieverordening Veenendaal, de Wkkp en het kwaliteitshandboek VVE Veenendaal, en vereist dat kinderopvangvoorzieningen voldoen aan de wet- en regelgeving voor kinderopvang, het toezichtskader van de GGD en de Onderwijsinspectie. De toepassing van de regeling is gebaseerd op een duidelijk juridisch kader en een gestructureerde samenwerking tussen overheidsinstanties en overheidsorganisaties. Hoewel de regeling per 17 oktober 2018 is ingetrokken, blijft het belang van de doelstelling, het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden, een centraal thema in het overheidsbeleid.