De groei van het aantal elektrische voertuigen in Nederland is een weerspiezing van een duurzame transitie in het vervoer. In 2021 was het aantal volledig elektrische auto’s in Nederland ruim 177.000 en het aantal plug-in-hybride auto’s ruim 110.000, wat een totaal van ruim 287.000 elektrische voertuigen opleverde. Dit getal weerspieelt een duidelijke trend: 20% van alle nieuw geleverde auto’s in Nederland was in dat jaar elektrisch. In het algemeen maakt elektrisch vervoer ruim 3% uit van het totale Nederlandse wagenpark. Deze groei heeft een belangrijke impact op de infrastructuur, met name op de nodigheid om openbare laadlocaties te realiseren. In Vlaardingen is dit proces gestructureerd en geregeld via een beleidskader dat zowel technische, juridische als stedelijke aspecten integreert. Het doel is om een duurzame, toegankelijke en efficiënte laadinfrastructuur te ontwikkelen, vooral voor bewoners die geen vaste parkeerplaats in eigen bezit hebben. De huidige situatie in Vlaardingen toont een duidelijk netwerk van laadpalen in verschillende wijkgebieden, met een gestage uitbreiding via een gecoördineerd proces tussen de gemeente als concessieverlener en de concessiehouder. Deze uitvoeringswijze is gebaseerd op wettelijke basisregels, technische specificaties en een duidelijk proces voor goedkeuring en realisatie.
Beleidskader voor openbare laadinfrastructuur
Het beleidskader voor openbare laadinfrastructuur in Vlaardingen is gebaseerd op een reeks beleidsregels die zijn vastgelegd in het document "Beleidsregels Concessie openbare laaddiensten elektrisch vervoer Vlaardingen 2021". Deze regels vormen de juridische en strategische basis voor het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte. Het doel is om te garanderen dat de infrastructuur in overeenstemming is met nationale en regionale doelstellingen voor duurzame mobiliteit. Belangrijk is dat de regels in het teken van transparantie en rechtszekerheid zijn opgesteld, met als doel om een evenwicht te vinden tussen de behoefte aan laadinfrastructuur en de beperking van ruimtegebruik in de openbare ruimte.
Eén van de kernprincipes in dit beleidskader is dat laadpalen in beginsel openbaar zijn. Dit betekent dat elk lid van de gemeenschap, ongeacht het voertuigtype of het kenteken, toegang heeft tot de laadlocaties. Dit doel is gericht op het maximaliseren van het gebruik van de openbare ruimte en het voorkómen van monopolisering door bepaalde gebruikersgroepen, zoals bijvoorbeeld eigenaren van deelauto’s. De regels zijn daarom zo geformuleerd dat de toegang tot de laadpalen niet gebonden is aan een bepaalde auto of een bepaald lidmaatschap, maar gebaseerd op een algemeen toegangsbeginsel. Dit principe wordt ook toegepast op zogeheten mobiliteitshubs, die als knooppunten fungeren waar meerdere vervoersvormen samenkomen, zoals fietsen, openbaar vervoer, deelauto’s en elektrische voertuigen. Op dergelijke locaties is de vraag naar laadinfrastructuur vaak hoog, en daarom zijn deze gebieden doorgaans prioritaire locaties voor het plaatsen van nieuwe laadpalen.
De concessieverlener, in dit geval de gemeente Vlaardingen, kan op basis van meerdere criteria opdracht geven aan de concessiehouder om laadpalen te plaatsen. Deze criteria zijn gestructureerd in de wetgeving en kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: bouwgerichte, zakelijke en bezoekersgerichte locaties. Eén van de belangrijkste criteria is de verwachte vraag naar openbare laadbehoefte in gebieden met nieuwbouw. De gemeente kan hierop basis een opdracht geven aan de concessiehouder om de laadpalen te plaatsen op het moment van oplevering van het nieuwbouwgebied. Dit zorgt ervoor dat de infrastructuur van meet af aan beschikbaar is voor toekomstige bewoners. Eveneens kan de gemeente op basis van de verwachte vraag van zakelijke veelrijders (zoals leveranciers of dienstverleners) een opdracht geven voor het plaatsen van laadpalen. Dit is van belang omdat deze gebruikers vaak hoge belastingen hebben op de laadcapaciteit en vaak in korte tijd veel energie nodig hebben.
Een tweede categorie zijn gebieden waar het huidige laadnetwerk nog niet toereikend is, maar waar binnen afzienbare tijd een toename van vraag verwacht wordt. De gemeente kan hierop basis opdracht geven aan de concessiehouder om de infrastructuur uit te breiden voordat er sprake is van een tekort. Dit is een voorbeurt op het beleid van vooruitzien en voorkomen van tekorten. De derde categorie zijn locaties met een verwachte positieve businesscase. Dit kunnen zijn sportaccommodaties, culturele centra, winkelgebieden of andere plekken met hoge bezoekersaantallen. Op dergelijke locaties kan de kans op een duurzame inkomst uit het laadverkeer hoger zijn, wat de economische haalbaarheid van een nieuwe laadpaal ondersteunt. De gemeente heeft in dit geval de bevoegdheid om op basis van een eigen inschatting of signalen uit de omgeving de opdracht te geven.
Daarnaast kan de concessiehouder zelf een voorstel doen voor uitbreiding van het netwerk, mits de voorwaarden van de genoemde lidmaatschappen in het beleid van toepassing zijn. In dat geval treedt de concessiehouder in overleg met de concessieverlener. Indien de gemeente het voorstel goedkeurt, wordt het via het Landelijk Proces Netwerk (LPN) ingediend. Dit proces zorgt voor een gestructureerde aanpak en zorgt ervoor dat er geen willekeurige of ongecoördineerde uitbreiding plaatsvindt. De werking van het verkeersbesluit, dat wordt genomen na goedkeuring van de locatie, wordt niet geschorst door bezwaarschriften. Dit betekent dat het proces na goedkeuring van het verkeersbesluit verder kan gaan, zelfs als er bezwaar wordt aangegeven. Wie de werking van het verkeersbesluit wil schorsen, moet een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter. Deze regel zorgt voor een zekere stabiliteit en voorspelbaarheid in het uitvoeringsproces.
Technische specificaties en standaardinrichting
De uitvoering van openbare laadpalen in Vlaardingen volgt een gestandaardiseerde aanpak, gedefinieerd in de "Standaard Uitvoeringseisen Vlaardingen 2.03" (SUV). Deze richtlijn vormt de technische basis voor alle werken in de openbare ruimte, inclusief de aanleg van laadlocaties. De standaardinrichting is zorgvuldig opgesteld om zowel esthetische consistentie als functionele efficiëntie te waarborgen.
De kern van de technische specificatie is de plaatsing van het laadobject op de scheidingslijn tussen twee parkeervakken, met een afstand van 0,50 meter tot de wegrand. Dit zorgt ervoor dat het laadobject niet het verkeer belemmert en dat er voldoende ruimte is voor het afzetten van voertuigen. Het laadobject is daarmee geïntegreerd in de verkeerssituatie van de straat. De bebording bestaat uit verkeersbord E4, met een onderbord “Opladen elektrische voertuigen” en een pijl die wijst naar het afzonderlijke laadvak. Indien er twee laadvakken zijn, wordt de pijl in beide richtingen geplaatst. Het is de voorkeur om het verkeersbord te integreren in de laadpaal zelf, zodat er slechts één element in de buitenruimte is. Indien dit niet mogelijk is, is de concessiehouder verantwoordelijk voor de plaatsing van het losstaande bord. Het verkeersbord met onderbord dient technisch als één geheel te worden uitgevoerd. Om esthetische redenen wordt het bord aan de achterkant afgewerkt of afgedekt, zodat het vanaf de voorkant zuiver is.
Een belangrijk onderdeel van de standaardinrichting is het laadsymbool dat in het midden van elk oplaadvak wordt geplaatst, aan de straatzijde. Het symbool wordt tegen de onderbroken lijn aangeplaatst. Bij verharding met tegels wordt het laadsymbool als een 40 bij 40 cm grote tegel geplaatst. De financiële en technische verantwoordelijkheid voor deze tegel ligt bij de concessiehouder. De plaatsing ervan wordt echter geregeld door de gemeente Vlaardingen. Dit toont de verdeling van verantwoordelijkheden: de concessiehouder zorgt voor de technische en financiële aspecten van de laadpaal zelf, terwijl de gemeente de buitentekeningen en de plaatsing van de symbolen verzorgt.
Rondom elk laadvak wordt witte belijning aangebracht, die aan drie zijden ononderbroken is en aan de straatzijde onderbroken is met behulp van witte klinkers. Deze uitvoering is zorgvuldig geselecteerd om zowel visuele duidelijkheid als veiligheid te waarborgen. De gemeente Vlaardingen is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze werkzaamheden. De standaardinrichting is in de SUV vastgelegd en vormt dus een verbindend element in de uitvoering van de werken. De concessiehouder is uiteindelijk verantwoordelijk voor de aanschaf en plaatsing van het laadobject, de bebording en het beheer en onderhoud van deze onderdelen. Deze duidelijke verdeling van taken zorgt voor duidelijkheid en voorkomt tegenstrijdigheden tijdens de uitvoering.
Woning- en wijkgerichte locaties in Vlaardingen
In Vlaardingen zijn diverse wijkgebieden aangewezen voor de plaatsing van openbare laadpalen, met name in woonwijken waar bewoners vaak geen vaste parkeerplaats bezitten. De beschikbare data tonen een gedetailleerde verdeling van deze locaties, verdeeld over de wijkgebieden Westwijk, Holy-Noord en Holy-Zuid. Deze woonwijken zijn kenmerkend door een hoge dichtheid aan woonwoningen en een relatief groot aantal bewoners zonder eigen parkeerplaats.
In de Westwijk zijn er meerdere locaties waar laadpalen zijn geplaatst. Op Robert Schumannring 2 is een locatie met 2 laadvakken geplaatst, evenals op Van Beethovensingel 79a, met 2 laadvakken. In de buurt van de Hoge School Vlaardingen bevinden zich ook meerdere locaties zoals Robert Schumannring 2 (met 2 laadvakken), Mozartlaan 24 (2 laadvakken), en Parallelweg 18 (2 laadvakken). Ook in de wijk bij de voet van de Delftsesluis is een laadpaal geplaatst met 2 laadvakken. Deze locaties zijn meestal gelegen op straten met een hoge bewonerstelling, wat de vraag naar laadinfrastructuur verhoogt. Andere locaties zoals Mr. Verschuurstraat 25 en Mendelsohnplein 46 hebben elk 1 of 2 laadvakken, afhankelijk van de ruimtebeschikking. De locaties zijn zorgvuldig gekozen op basis van de beschikbare ruimte en de verwachte vraag.
In de wijk Holy-Noord zijn er 21 locaties met een totaal van 21 laadvakken. De meeste locaties hebben 2 laadvakken, zoals Aalscholverlaan 61, Anna van Buurenstraat 78, en Albertine Agneslaan 129. Sommige locaties, zoals Aletta Jacobskade 35 en Vlielandhoeve 15, hebben 1 laadvak. Andere woonwijken zoals Carriëry, Hoogland, en het gebied rond de Hoogstraat zijn ook aangeduid met 2 of 1 laadvak. De gemeente heeft hierbij rekening gehouden met de ruimte die beschikbaar is tussen de parkeervakken en de aanwezige verkeersborden. De keuze voor 2 laadvakken op veel locaties is gebaseerd op de verwachting van hoge vraag in woonwijken waar het aantal elektrische auto’s sterk is gestegen.
In Holy-Zuid zijn er eveneens meerdere locaties met een combinatie van 1 en 2 laadvakken. De locaties variëren van Aalscholverlaan 61 tot Gustav Stresemannring 2, die een aparte gehandicaptenparkeerplaats heeft naast een laadpaal. De gemeente heeft hierbij ook rekening gehouden met de verkeersveiligheid en de toegankelijkheid voor mensen met een beperking. De locaties zijn verdeeld over verschillende straten, zodat het netwerk verspreid is en niet alleen op één plek geconcentreerd is. Deze verspreiding is essentieel voor de duurzaamheid van het netwerk, omdat het voorkomt dat bepaalde locaties druk worden en andere leeg blijven. De keuze voor de locaties is gebaseerd op een combinatie van ruimtebeschikking, vraag naar laadcapaciteit en de beschikbare infrastructuur.
Juridische en procedurale aspecten van de aanvraag en goedkeuring
Het proces voor het plaatsen van openbare laadpalen in Vlaardingen is geregeld via een reeks juridische en administratieve stappen, die zowel de gemeente als de concessiehouder binden. Het proces begint met een aanvraag bij het Landelijk Proces Netwerk (LPN), dat wordt gebruikt voor het indienen van voorstellen voor de aanleg van openbare laadinfrastructuur. De aanvraag wordt gecontroleerd op naleving van de beleidsregels en technische vereisten.
Eén van de belangrijkste rechten van belanghebbenden is het indienen van bezwaarschriften tegen het verkeersbesluit. Dit is een juridisch middel dat wordt gebruikt om een eventueel foutief besluit aan te vragen. Belangrijk is dat bezwaarschriften de werking van het verkeersbesluit niet schorsen. Dit betekent dat het uitvoeringsproces onverminderd kan doorgaan, zelfs als er bezwaar is ingediend. Als iemand echter de werking van het verkeersbesluit wil schorsen, moet hij of zij een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter. Dit is een formele stap die een tijdelijke opschorting van het besluit kan tijdelijk tijdelijk opheffen.
De concessiehouder is verplicht om het laadobject binnen maximaal 13 weken na registratie van het volledige verzoek in het LPN te plaatsen en in bedrijf te stellen. Deze termijn is bedoeld om te voorkomen dat er vertraging optreedt in de realisatie van de infrastructuur, wat de doelstelling van een snelle en efficiënte toegang tot laadinfrastructuur tegenspreekt. De uitvoering moet dus binnen een gesteld tijdsbestek plaatsvinden, wat een hoge mate van planning en coördinatie vereist.
De gemeente Vlaardingen heeft in het beleid ook een zgn. hardheidsclausule opgenomen, die in beginsel toestaat om af te wijken van de beleidsregels indien dit nodig is om ongewenste gevolgen te voorkomen voor de indiener. Deze clausule is bedoeld om te voorkomen dat het beleid in uitzonderlijke gevallen oneerlijk of onevenredig toegepast wordt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij complexe liggingen, beperkingen in de ruimte of bij specifieke infrastructuurbeperkingen. De clausule biedt dus ruimte voor flexibiliteit, maar wordt slechts in uitzonderlijke gevallen toegepast.
Conclusie
De ontwikkeling van openbare laadinfrastructuur in Vlaardingen is een voorbeeld van een gestructureerd, wetgevend en technisch georiëntieerd proces dat gericht is op duurzame mobiliteit. Het beleidskader zorgt voor een evenwicht tussen toegankelijkheid, efficiëntie en juridische duidelijkheid. De keuze voor openbare laadpalen in woonwijken waar bewoners vaak geen vaste parkeerplaats bezitten, is een strategische stap om de toegang tot elektrisch rijden te vergroten. De technische specificaties, zoals de standaard plaatsing van het laadobject, de bebording en de afbakening van de laadvakken, zijn nauwkeurig gedefinieerd in de Standaard Uitvoeringseisen Vlaardingen 2.03. De verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gemeente en de concessiehouder zorgt voor duidelijkheid en efficiëntie. Het proces voor goedkeuring van aanvragen is gestandaardiseerd en biedt zowel rechtszekerheid als een duidelijke tijdsschalen. Samenvattend is het netwerk van openbare laadpalen in Vlaardingen een voorloper in de transitie naar duurzaam vervoer, gesteund door een solide beleidskader, technische nauwkeurigheid en een duidelijk juridisch kader.