De Invloed van Vroege Ondersteuning op Kinderontwikkeling: Een Kritische Blik op het Effect van VVE

Inleiding

Het thema van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) speelt in Nederland een centrale rol in het verwezenlijken van gelijke kans op onderwijs en maatschappelijke deelname. Het beleid is gericht op kinderen van 2 tot 6 jaar, met een specifieke focus op het verkleinen van de onderwijsachterstand bij kinderen met een (taal-)achterstand. Deze kritische analyse baseert zich uitsluitend op de beschikbare bronnen en richt zich op het effect van VVE op de ontwikkeling van jonge kinderen. De analyse richt zich op de wetgeving, het functioneren van VVE-programma’s zoals Startblokken, de wetenschappelijke bevindingen uit onderzoeken zoals die van het Kohnstamminstituut en het EVENING-project, en de structurele uitdagingen bij het meten van effectiviteit. De kernvraag is of VVE werkelijk effectief is of dat de effecten beperkt en moeilijk te meten zijn, en welke rol het beleid, de programma’s en de uitvoering spelen in het bereiken van doelstellingen.

Wetgeving en Beleidskader: De wettelijke basis van VVE

Het VVE-beleid is gebaseerd op de wet op het onderwijs, kinderopvang en jeugdzorg (wet OKE), waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van een dekkend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie. Dit beleid is uitgebreid uitgewerkt in het beleidsdocument van de gemeente Valkenswaard, dat geldt vanaf 26 oktober 2022 en wordt voortbouwend op het beleidsplan VVE 2018-2019. Het beleid is gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen met een (taal-)achterstand, met nadruk op taalontwikkeling, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente verantwoordelijk is voor de voorschoolse periode (groep 1 en 2), terwijl het basisonderwijs verantwoordelijk is voor de vroegschoolse periode (groep 3 en hoger). Deze verdeling van verantwoordelijkheid is een essentieel onderdeel van het beleidskader.

Het VVE-beleid in Valkenswaard richt zich op het verkleinen van de onderwijsachterstand bij kinderen met een (taal-)achterstand. Het doel is om peuters en kleuters met een mogelijke ontwikkelingsachterstand beter voor te bereiden op de basisschool, zodat zij een goede start kunnen maken. Dit doel is gericht op het vergroten van de kansengelijkheid, een kernbeginsel van VVE. De gemeente speelt hierbij een centrale rol door de regie op zich te nemen en samen met basisscholen en voorschoolse voorzieningen tot een gezamenlijke visie te komen. Deze samenwerking is essentieel voor het waarborgen van een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van 2 jaar. De wettelijke basis voor dit beleid is de wet OKE, die vereist dat er een dekkend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie wordt geboden.

De rol van VVE-programma’s: Van Startblokken tot Piramide

Een belangrijk onderdeel van het VVE-beleid zijn de erkende VVE-programma’s, zoals Startblokken, Piramide, Uk & Puk en de VVE-basistraining. Deze programma’s zijn ontworpen om de ontwikkeling van jonge kinderen op meerdere gebieden te stimuleren. Elk programma biedt een gestructureerde werkwijze voor alle kinderen in de groep, niet alleen voor de zogeheten VVE-kinderen of doelgroepkinderen. Deze programma’s voldoen aan de wettelijke eisen, zijn gericht op ouderbetrokkenheid en bieden een doorgaande lijn naar het basisonderwijs.

Startblokken is een voorbeeld van een spelgeoriënteerd totaalprogramma voor kinderen van 0 tot 8 jaar. Het programma richt zich op het ontwikkelen van betekenisvolle spelactiviteiten die afgestemd zijn op de interesse, het enthousiasme en de actieve betrokkenheid van kinderen. Het uitgangspunt is spelontwikkeling, en er wordt gewerkt met de 3B’s: betekenisvolle activiteiten, bemiddelende rol van de volwassenen en brede ontwikkeling. De leerkracht (pm’er) leert op basis van observaties van kinderen – wat ze doen en zeggen – om te sluiten bij hun ontwikkelingsniveau. Deze benadering is gericht op het bouwen op wat kinderen al kunnen, in plaats van op wat ze nog niet kunnen. De leerkracht past hierbij gerichte begeleiding toe, en de interactie tussen kinderen en tussen kinderen en de leerkracht is essentieel.

De VVE-basistraining is een ander erkend programma, dat gericht is op het versterken van de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie. De leerkrachten worden getraind in het herkennen van ontwikkelingsbehoeften, het ontwikkelen van doelgerichte activiteiten en het waarborgen van een ondersteunende leeromgeving. Deze trainingen zijn bedoeld om de kwaliteit van de voorzieningen te verhogen en de effectiviteit van het VVE-beleid te vergroten.

Wetenschappelijke bevindingen: Effect van VVE op kinderen

De wetenschappelijke bevindingen omtrent het effect van VVE zijn gematigd positief, maar niet eenduidig. Een belangrijk onderzoek van het Kohnstamminstituut, verschenen in juni, toont aan dat de kwaliteit van voorschoolse instellingen die een VVE-programma gebruiken, hoger is. Bovendien heeft het gebruik van zo’n programma een positieve invloed op de ontwikkeling van de woordenschat van doelgroepkinderen. Een belangrijk resultaat is dat de achterstand van doelgroepkinderen ten opzichte van niet-doelgroepkinderen afneemt. Dit bewijs werd door Staatssecretaris Dekker als "harde bewijzen" beschouwd, en werd gevolgd door een positieve reactie van de media, zoals NRC, die schreef: "Eindelijk is er duidelijkheid: vve heeft zin".

Echter, de bevindingen zijn niet volledig overtuigend. Het onderzoek toont aan dat er positieve effecten zijn op de woordenschat, maar geen directe effecten op andere ontwikkelingsgebieden, zoals rekenen of motoriek. Dit leidt tot de vraag of VVE werkelijk effectief is of dat de effecten beperkt zijn tot één gebied. De onderzoekers benadrukken dat het effect van VVE-programma’s moeilijk te meten is, omdat de verschillende elementen van het beleid nauw met elkaar verweven zijn. Het gaat niet alleen om het gebruik van een specifiek programma, maar om een bredere interventie die ook de aanwezigheid van kinderen, de samenwerking met ouders en de structuur van de voorzieningen omvat.

De complexiteit van meten: Waarom effecten moeilijk zijn te bepalen

De discussie over het effect van VVE is ingewikkeld vanwege de complexiteit van het beleid. Annemiek Veen, senioronderzoeker van het Kohnstamminstituut, stelt dat het te kort is om te zeggen dat VVE werkt of niet. Ze benadrukt dat er een bredere interventie is, waarbij zowel het gebruik van programma’s als de structuur van gemeentelijke voorzieningen en het betrekken van ouders tot het beleid behoren. Het is derhalve lastig om de invloed van elk afzonderlijk element te meten. Bovendien zijn de programma’s vaak te strikt en te alomtegenwoordig om effectief te zijn. Dit leidt tot de kritiek dat als een methode te strikt wordt toegepast, deze niet werkt, terwijl een minder gestructureerde aanpak meer ruimte biedt voor individualisering.

De kritiek van Bas Levering, oud-Fontys-lector algemene pedagogiek, is dat het niet correct is dat gemeenten instellingen verplichten om bepaalde programma’s te gebruiken. Hij beschouwt dit als een vorm van machtsuitoefening die in strijd is met het beginsel van de vrijheid van onderwijs. Hij pleit ervoor dat ook andere methoden een kans moeten krijgen, in plaats van dat slechts één programma wordt afgeraden. Deze kritiek benadrukt dat de discussie over VVE niet alleen over effecten gaat, maar ook over de mate waarin het beleid ruimte laat voor innovatie en diversiteit in het onderwijs.

Casus: De impact van VVE op een concreet kind

Een voorbeeld dat de impact van VVE duidelijk laat zien, is het geval van Nouri. Zijn ouders zijn Egyptisch, spreken slecht Nederlands, en thuis wordt alleen Nederlands gesproken door zijn zussen. Toen Nouri 2,5 jaar oud was, kwam hij met een paar woordjes de voorschool binnen. Na een periode in de voorschool is hij aanzienlijk vooruitgegaan in zijn taalontwikkeling. Hij vertrekt nu naar de Leonardo da Vinci-school met een goede basis. Dit voorbeeld illustreert duidelijk het potentieel van VVE om kinderen met een taalachterstand te ondersteunen en hen voor te bereiden op de basisschool. Het is echter belangrijk op te merken dat dit een enkelvallend geval is, en dat er weinig gegevens zijn over het percentage kinderen dat een dergelijke vooruitgang maakt.

De rol van ouderbetrokkenheid en samenwerking

Ouderbetrokkenheid is een essentieel onderdeel van het VVE-beleid. De gemeente en de voorzieningen spelen een rol in het betrekken van ouders, zowel via directe interactie als via gezinsprogramma’s. Deze programma’s zijn bedoeld om ouders te ondersteunen in het stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen. Ouderbetrokkenheid is niet alleen een onderdeel van het programma, maar ook een voorwaarde voor het succes van VVE. Het is echter lastig om de impact van ouderbetrokkenheid afzonderlijk te meten, omdat deze nauw verbonden is met de kwaliteit van het programma en de samenwerking tussen voorziening en ouders.

Conclusie

Het effect van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is gematigd positief, vooral op het gebied van taalontwikkeling en het verkleinen van de achterstand bij doelgroepkinderen. Wetenschappelijk bewijs uit het onderzoek van het Kohnstamminstituut toont aan dat de kwaliteit van voorschoolse instellingen die een VVE-programma gebruiken, hoger is en dat de woordenschat van doelgroepkinderen verbetert. Toch zijn de effecten beperkt tot bepaalde domeinen, en zijn er geen directe effecten op andere ontwikkelingsgebieden zoals rekenen of motoriek. De complexiteit van het beleid, waarin zowel programma’s, structuur van voorzieningen als ouderbetrokkenheid samenspelen, maakt het moeilijk om de impact van elk afzonderlijk onderdeel te meten. Kritiek van deskundigen, zoals Bas Levering, benadrukt dat het beperken van keuzemogelijkheden door gemeenten om bepaalde programma’s te forceren, in strijd is met het beginsel van de vrijheid van onderwijs. Samengevat kan worden gezegd dat VVE zin heeft, maar dat het effect beperkt is en moeilijk te meten is vanwege de complexiteit van het beleid. De discussie over VVE is dus niet eenduidig, en vereist een gevoel voor nuance en een breed blik op de mogelijke invloeden.

Bronnen

  1. Startblokken: Spelgeoriënteerd totaalprogramma voor kinderen van 0 tot 8 jaar
  2. VVE Beleid 2020-2021, Gemeente Valkenswaard
  3. Harde bewijzen voor VVE?
  4. Wat is het effect van VVE?

Related Posts