Voor- en Vroegschoolse Ondersteuning in de Krimpenerwaard: Een Samenwerking voor Gelijkwaardige Kansen

Inleiding

In de gemeente Krimpenerwaard wordt op systematische en gemeenschappelijke wijze gewerkt aan de verbetering van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor peuters vanaf twee jaar. Dit initiatief, ondersteund door een nieuw convenant en ondersteund door wetgeving en samenwerking tussen overheidsinstanties, scholen en kinderopvang, richt zich op het waarborgen van een hoge pedagogische kwaliteit en een zo groot mogelijk bereik van kinderen met een VVE-indicatie. De kern van het beleid ligt in het voorkómen van achterstanden en het verstevigen van de ontwikkeling van jonge kinderen, met een nadruk op taalvaardigheid, sociaal-emotionele vaardigheden en fysieke ontwikkeling. De gemeente streeft ernaar om 100% bereik van peuters met een VVE-indicatie te bereiken, terwijl het huidige bereik op basis van beschikbare cijfers in 2017 al op 94% ligt. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het creëren van een duurzame samenwerking tussen de betrokken instanties, het coördineren van doorgaande leerlijnen en het waarborgen van adequate financiering. Deze kwaliteitszorg is niet alleen van belang voor de ontwikkeling van de kinderen, maar ook voor de toekomstige woon- en leefomgeving, aangezien een sterke vroege opvoeding ook een positieve invloed heeft op de sociale en economische ontwikkeling van een gemeenschap.

De juridische en beleidskader van VVE in de Krimpenerwaard

De gemeente Krimpenerwaard heeft een belangrijke wettelijke verantwoordelijkheid voor het waarborgen van een hoge kwaliteit voor- en vroegschoolse educatie (VVE) binnen haar gemeente. Deze verantwoordelijkheid is gebaseerd op de wettelijke eisen die de gemeente moet nakomen in het kader van het onderwijs en de jeugdzorg. Hoewel de exacte wetgeving niet in de beschikbare bronnen wordt genoemd, wordt duidelijk dat de gemeente verantwoordelijk is voor het coördineren van het VVE-beleid, het vaststellen van doelgroepdefinities, het waarborgen van doorgaande leerlijnen en het nastreven van een zo groot mogelijk bereik van peuters die aan VVE worden blootgesteld. De gemeente is daarmee ook verantwoordelijk voor het coördineren van het beleid op het vlak van preventie, vroegtijdige signalering en doorgifte van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. De wettelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een goede voorbereiding op het basisonderwijs is duidelijk geformuleerd in het beleid van de gemeente, wat duidt op een structurele aanpak vanuit het gemeentelijk beleidskader. De gemeente heeft daarmee een centrale rol in het coördineren van samenwerking tussen de betrokken instanties, waaronder basisscholen, kinderopvang, de GGD en eventueel de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Deze samenwerking is niet alleen een goed doordacht beleid, maar ook een vereiste om voldoende kwaliteit en continuïteit te waarborgen in het VVE-traject.

De wettelijke basis voor het VVE-beleid is gebaseerd op het beginsel van gelijke kansen, waarbij elk kind, onafhankelijk van achtergrond of nodigheid, toegang moet krijgen tot een kwalitatief goede vroege educatie. De gemeente streeft daarom naar 100% bereik van peuters die naar een voorschoolse voorziening gaan, met name die met een VVE-indicatie. Dit doel is in het uitvoeringsprogramma van de gemeente opgenomen en wordt gevolgd via een jaarlijks uitvoeringsprogramma van het onderwijsachterstandenbeleid. Het Lokaal Educatief Agenda (LEA) overleg speelt hier een prominente rol, aangezien het de gezamenlijke activiteiten en projecten beoordeelt en beoordeelt of deze passen binnen het uitvoeringsprogramma. De gemeente is daarmee ook verantwoordelijk voor het opzetten van een duurzaam financieringskader, met mogelijkheid tot het beschikbaar stellen van een apart budget en een passende subsidie-regeling indien nodig. De gemeente is daarmee niet alleen een coördinator, maar ook een financieel en beleidsmatig leider in het VVE-beleid. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente niet alleen verantwoordelijk is voor het coöördineren van het beleid, maar ook voor het waarborgen van de kwaliteit van de uitvoering. Dit houdt in dat de gemeente moet toezien op de effectiviteit van het programma, bijvoorbeeld door de resultaten van de monitoring te evalueren. De gemeente moet daarom zorgen voor een doorgaande controle op de kwaliteit van de VVE-uitvoering, zowel op korte als op lange termijn.

Cijfers en bereik van VVE in de Krimpenerwaard

Het bereik van peuters die deel uitmaken van een VVE-voorziening in de gemeente Krimpenerwaard is aanzienlijk en toont een hoge mate van deelname. In 2017 is het totale aantal 2- en 3-jarigen in de gemeente vastgesteld op 1.083 kinderen. Uit de cijfers blijkt dat in datzelfde jaar 1.031 peuters naar een voorschoolse voorziening zijn gegaan. Dit geeft een bereik van 94% van alle 2- en 3-jarigen in de gemeente. Deze cijfers zijn gebaseerd op een optelling van twee bronnen: eerst het aantal kinderen dat subsidie heeft aangevraagd bij voorschoolse voorzieningen met VVE-aanbod (586 kinderen), en daarna het aantal peuters dat daadwerkelijk gebruikmaakte van kinderopvang of gastouderopvang (445 kinderen). Deze cijfers zijn gecombineerd om een realistisch beeld te geven van het werkelijke bereik, aangezien de cijfers van de monitor Buitenhek 2017 (die het gebruik van kinderopvangtoeslag rapporteren) niet volledig zijn omdat er in 2017 nog geen recht bestond op kinderopvangtoeslag voor peuters. Toch is het belangrijk op te merken dat de gemeente met name streeft naar een 100% bereik van peuters die een VVE-indicatie hebben gekregen. In 2017 waren er 71 VVE-indicaties afgegeven door de GGD, met een mogelijke afname van betrouwbaarheid wegens het invoeren van een nieuw digitaal registratiesysteem in november 2017. In 2016 waren er 85 VVE-indicaties afgegeven, waarvan 65 kinderen daadwerkelijk naar een VVE-voorziening zijn gegaan, wat overeenkomt met een bereik van 76,47%. Het percentage kinderen dat niet geplaatst is, is 15% (13 kinderen), terwijl 8% (7 kinderen) onduidelijk is. Dit leidt tot een eventueel non-bereik van 27%, wat hoger is dan het landelijke gemiddelde van 13%. Dit geeft aan dat er nog ruimte is voor verbetering in het bereiken van de doelstelling van 100% bereik. De gemeente erkent dit en streeft er naar om dit verschil te verkleinen door het uitvoeringsprogramma te versterken, samenwerking te versterken en financiering te waarborgen.

De cijfers tonen ook aan dat er een sterke focus ligt op het waarborgen van de kwaliteit van de VVE-uitvoering. De gemeente is niet alleen gericht op het bereiken van een hoog bereik, maar ook op het waarborgen van een hoge kwaliteit van de voorziening. Dit wordt gedaan door samenwerking tussen de betrokken instanties, waaronder de GGD, de gemeente, basisscholen en kinderopvang. De gemeente is verantwoordelijk voor het coördineren van het VVE-beleid en het nastreven van hoge kwaliteit. Het is belangrijk op te merken dat het bereik van 94% gebaseerd is op het optellen van twee cijfers: de subsidieaanvragen van voorschoolse voorzieningen met VVE-aanbod en het daadwerkelijke gebruik van kinderopvang of gastouderopvang. Dit geeft een realistisch beeld van het werkelijke bereik, omdat het rekening houdt met zowel kinderen die subsidie aanvragen als die daadwerkelijk gebruik maken van de dienstverlening. De gemeente heeft daarmee een duidelijk beleid geïnitieerd om het bereik te verhogen, met name voor kinderen die een VVE-indicatie hebben gekregen. Het doel is om 100% bereik te bereiken, wat een hoge mate van inzet van de gemeente en de betrokken instanties vereist. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente ook streeft naar het voorkómen van achterstanden, zodat elke leerling in het basisonderwijs op een gelijke voet kan starten.

Samenwerking en uitvoering van VVE-programma’s

Het succes van het VVE-beleid in de Krimpenerwaard is sterk afhankelijk van een duurzame samenwerking tussen alle betrokken instanties. De gemeente speelt hierbij een coördinerende rol, waarbij het zorgt voor een doorgaande leerlijn tussen kinderopvang, basisonderwijs en eventuele hulpverlenende instanties. De gemeente heeft een uitvoeringsprogramma opgesteld dat de samenwerking ondersteunt en waarin het Lokaal Educatief Agenda (LEA) overleg een centrale rol speelt. Het LEA-overleg dient als platform voor het beoordelen van gezamenlijke activiteiten en projecten, en zorgt ervoor dat deze passen binnen het uitvoeringsprogramma van het onderwijsachterstandenbeleid. Dit is een essentieel onderdeel van het beleid, omdat het de cohesie tussen de verschillende instanties bevordert en zorgt voor een gestructureerde aanpak van het VVE-programma. De gemeente is daarmee niet alleen verantwoordelijk voor het coördineren van het beleid, maar ook voor het nastreven van doelmatigheid en doeltreffendheid. De gemeente streeft ernaar om een duurzaam financieringskader te creëren, met mogelijkheid tot het beschikbaar stellen van een apart budget en een passende subsidie-regeling indien nodig. Dit is belangrijk omdat financiering een cruciale factor is voor het waarborgen van de kwaliteit van de VVE-uitvoering.

De samenwerking tussen de betrokken instanties is gericht op het voorkómen van achterstanden en het stimuleren van de ontwikkeling van doelgroepkinderen. Dit gebeurt door het creëren van gezamenlijke activiteiten en projecten, die zijn opgenomen in het jaarlijks uitvoeringsprogramma. De gemeente is verantwoordelijk voor het zorgen voor een doorgaande leerlijn tussen de verschillende fases van het onderwijs en de zorg. Dit betekent dat er een continue coördinatie plaatsvindt tussen de verschillende instanties, zodat de overgang van de kinderopvang naar het basisonderwijs soepel verloopt. De gemeente is daarmee ook verantwoordelijk voor het waarborgen van de kwaliteit van de VVE-uitvoering. Dit gebeurt door de effectiviteit van het programma te evalueren en eventuele tekortkomingen te herkennen. De gemeente is daarbij ook verantwoordelijk voor het zorgen voor een hoge mate van deelname van kinderen met een VVE-indicatie, zodat ze kunnen profiteren van de voorzieningen. De gemeente streeft ernaar om 100% bereik te bereiken, wat een hoge mate van inzet van de gemeente en de betrokken instanties vereist. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente ook streeft naar het voorkómen van achterstanden, zodat elke leerling in het basisonderwijs op een gelijke voet kan starten.

Monitoring en resultaten van VVE-uitvoering

Het monitoren van resultaten speelt een cruciale rol in het waarborgen van kwaliteit en effectiviteit van het VVE-beleid. In de gemeente Krimpenerwaard wordt de ontwikkeling van kinderen met een VVE-indicatie in het kader van monitoring gevolgd. De GGD houdt hierbij toezicht op de ontwikkeling van kinderen op leeftijd van 4,5 en 6 jaar. Op die leeftijden worden de resultaten van elk individueel kind geëvalueerd, met name in de context van taalontwikkeling, maar ook in gebieden zoals motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De logopedisten van de GGD Hollands Midden zijn verantwoordelijk voor het monitoren van taalontwikkeling, terwijl de JGZ verantwoordelijk is voor het monitoren van ontwikkeling op andere domeinen. De resultaten van de monitoring worden in het Jaarverslag Logopedie weergegeven, waarin wordt aangegeven hoeveel kinderen er zijn gevolgd en welke resultaten zijn geboekt. Het Jaarverslag geeft echter niet aan in hoeverre kinderen zich hebben ontwikkeld gedurende de periode dat ze een VVE-programma hebben gevolgd. Dit is een belangrijk gebied voor verdere ontwikkeling, omdat het belangrijk is om te weten of het VVE-programma werkelijk positief heeft uitgehangen op de ontwikmelting van kinderen. De gemeente Krimpenerwaard heeft met de GGD afgesproken dat er een aparte tabel wordt toegevoegd in het jaarverslag voor de VVE-monitoring, met daarin de resultaten op basis waarvan vervolgacties worden ingezet. Dit maakt het mogelijk om de effectiviteit van het programma nauwkeurig te meten en te evalueren.

De monitoring is ook belangrijk omdat het toelaat om eventuele tekortkomingen in de VVE-uitvoering snel te herkennen en te corrigeren. De gemeente streeft ernaar om 100% bereik van peuters met een VVE-indicatie te bereiken, en de monitoring helpt hierbij om te controleren of dit doel wordt bereikt. De resultaten van de monitoring worden gebruikt om adviezen te geven voor vervolgacties in het basisonderwijs. Als een kind op 4,5 jaar of 6 jaar als onvoldoende of twijfelachtig wordt geëvalueerd, dan wordt er advies gegeven voor vervolgacties. Dit is belangrijk omdat het helpt om achterstanden te voorkomen of te verminderen. De gemeente is verantwoordelijk voor het waarborgen van een hoge mate van deelname van kinderen met een VVE-indicatie, zodat ze kunnen profiteren van de voorzieningen. De gemeente streeft ernaar om 100% bereik te bereiken, wat een hoge mate van inzet van de gemeente en de betrokken instanties vereist. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente ook streeft naar het voorkómen van achterstanden, zodat elke leerling in het basisonderwijs op een gelijke voet kan starten.

De rol van de GGD en de JGZ in VVE

De GGD en de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) spelen een essentiële rol in het VVE-beleid van de gemeente Krimpenerwaard. De GGD is verantwoordelijk voor het monitoren van de taalontwikkeling van kinderen die een VVE-indicatie hebben gekregen. De logopedisten van de GGD Hollands Midden houden hierbij toezicht op de ontwikkeling van kinderen op leeftijd van 4,5 en 6 jaar. De resultaten van deze monitoring worden weergegeven in het Jaarverslag Logopedie, waarin wordt aangegeven hoeveel kinderen er zijn gevolgd en welke resultaten zijn geboekt. Het Jaarverslag geeft echter niet aan in hoeverre kinderen zich hebben ontwikkeld gedurende de periode dat ze een VVE-programma hebben gevolgd. Dit is een belangrijk gebied voor verdere ontwikkeling, omdat het belangrijk is om te weten of het VVE-programma werkelijk positief heeft uitgehangen op de ontwikmelting van kinderen. De gemeente Krimpenerwaard heeft met de GGD afgesproken dat er een aparte tabel wordt toegevoegd in het jaarverslag voor de VVE-monitoring, met daarin de resultaten op basis waarvan vervolgacties worden ingezet. Dit maakt het mogelijk om de effectiviteit van het programma nauwkeurig te meten en te evalueren.

De JGZ is verantwoordelijk voor het monitoren van de ontwikkeling van kinderen op andere domeinen, zoals motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De kinderen worden op deze gebieden doorgaans niet door de logopedisten gevolgd, omdat dit buiten hun competentieval is. De JGZ is daarmee verantwoordelijk voor het monitoren van de ontwikkeling van kinderen op deze domeinen. De resultaten van deze monitoring worden gebruikt om te bepalen of er adviezen moeten worden gegeven voor vervolgacties in het basisonderwijs. De JGZ is ook verantwoordelijk voor het coördineren van de zorg en het waarborgen van een hoge mate van kwaliteit. De gemeente is verantwoordelijk voor het waarborgen van een hoge mate van deelname van kinderen met een VVE-indicatie, zodat ze kunnen profiteren van de voorzieningen. De gemeente streeft ernaar om 100% bereik te bereiken, wat een hoge mate van inzet van de gemeente en de betrokken instanties vereist. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente ook streeft naar het voorkómen van achterstanden, zodat elke leerling in het basisonderwijs op een gelijke voet kan starten.

Conclusie

De gemeente Krimpenerwaard heeft een ambitieus en gestructureerd beleid ontwikkeld om de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor peuters vanaf twee jaar te verbeteren. Het doel is om 100% bereik te bereiken van peuters met een VVE-indicatie, een doel dat al in 2017 met een bereik van 94% aanzienlijk benaderd is. De gemeente is hierbij verantwoordelijk voor het coördineren van het beleid, het waarborgen van een hoge kwaliteit en het nastreven van een doorgaande leerlijn tussen kinderopvang, basisonderwijs en zorgverlening. De samenwerking tussen de gemeente, basisscholen, kinderopvang en zorginstanties zoals de GGD en de JGZ is centraal bij het bereiken van dit doel. De monitoring van kinderen op leeftijd van 4,5 en 6 jaar, met name op taalontwikkeling, is een belangrijk instrument om de effectiviteit van het VVE-programma te meten en eventuele tekortkomingen vroegtijdig te herkennen. De resultaten van deze monitoring worden gebruikt om adviezen te geven voor vervolgacties in het basisonderwijs, wat bijdraagt aan het voorkómen van achterstanden. Hoewel het huidige bereik al aanzienlijk is, blijft er ruimte voor verbetering, vooral in het verkleinen van het niet-bereik van 15% tot 27% van de kinderen met een VVE-indicatie. De gemeente streeft ernaar om dit verschil te verkleinen door het uitvoeringsprogramma te versterken, samenwerking te versterken en financiering te waarborgen. Deze maatregelen zijn essentieel voor het waarborgen van gelijke kansen voor alle kinderen in de gemeente.

Bronnen

  1. Krimpenerwaard: gemeente streeft naar 100% bereik voor VVE
  2. Voor- en vroegschoolse educatie in de Krimpenerwaard

Related Posts