Subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie in gemeente Oldambt: Rechtsgrondslag, berekening en toepassing in 2019

De gemeente Oldambt heeft in 2019 een subsidiebeleid voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) vastgesteld dat gericht is op kinderen van 2,5 tot 4 jaar oud met een risico op taalachterstand. Dit beleid is gebaseerd op wettelijke verplichtingen en gericht op het waarborgen van een adequate en financieel toegankelijke opvang en educatieve begeleiding voor kwetsbare doelgroepen. Het subsidiebeleid is gebaseerd op een rechtskader dat de wettelijke verplichtingen van de gemeente verder uitwerkt, met name in het kader van de Wet Harmonisatie Kinderopvang en de Wet Primair Onderwijs. De subsidie wordt uitgekeerd aan aanbieders van VVE-activiteiten en is afhankelijk van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage, die wordt vastgesteld op basis van een jaarlijks door de VNG vastgestelde adviestabel. Het subsidiebedrag bedraagt voor 2019 €13,02 per uur voor minimaal tien uren per week, verdeeld over minimaal vier dagdelen van 2,5 uur, en is gericht op het dekken van extra kosten voor pedagogische begeleiding, deskundigheidsbevordering en ouderbetrokkenheid. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van een formule die rekening houdt met de ontvangen ouderbijdrage of de kinderopvangtoeslag. De regeling is van kracht van 1 januari tot 11 december 2019. De gemeente heeft de wettelijke verplichting om een toegankelijk aanbod te bieden voor kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, en deze verplichting is via een aanbesteding ten uitvoer gelegd. Voor VVE-activiteiten gelden echter geen aanbestedingsregels of staatssteunregels, omdat VVE wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit in plaats van een economische activiteit. Dit standpunt is bevestigd door de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De toepassing van deze regeling is gebaseerd op een wettelijk kader dat in de Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019 is vastgelegd.

Juridische grondslag en toepassingswettelijk kader

De juridische grondslag voor de subsidieverlening in de gemeente Oldambt is gelegen in een combinatie van wettelijke verplichtingen en het bevoegdheidskader van de gemeente. De gemeente Oldambt is wettelijk verplicht om voor kinderen met een risico op taalachterstand een voldoende aanbod aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE) te verstrekken. Deze verplichting is geïntegreerd in de Wet Primair Onderwijs en wordt verder uitgewerkt in de Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019. De gemeente heeft de vrijheid om de definitie van de doelgroep uit te breiden ten opzichte van de wettelijke definitie, die beperkt is tot kinderen met een risico op een taalachterstand in het Nederlands. In de praktijk heeft de gemeente Oldambt een ruimere definitie gehanteerd, zoals vastgelegd in het convenant VVE, en daarmee een bredere doelgroep bereikt. Deze ruimere definitie is in overeenstemming met de wettelijke doelstellingen en is gericht op het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden voordat kinderen het basisonderwijs betreden.

De juridische grondslag voor het subsidiebeleid is gelegen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 156 lid 3 van de Gemeentewet en de Algemene Subsidieverordening gemeente Oldambt 2015 (ASV). Deze wettelijke kaders stellen de gemeente in staat om middelen toe te kennen aan maatschappelijke doeleinden, mits voldaan is aan de voorwaarden van de subsidie. De Subsidieregeling is uitgegeven op basis van een voorstel van het cluster Maatschappelijke Zaken van de gemeente, wat aantoont dat het proces juridisch correct is afgewikkeld. De gemeente heeft de wettelijke verplichting om een adequaat en financieel toegankelijk aanbod te bieden aan kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Deze verplichting is via een aanbestedingsproces uitgevoerd, waarbij het doel was om het marktmechanisme te gebruiken om een duurzaam en efficiënt aanbod te waarborgen. Dit proces is gebaseerd op de wettelijke vereisten voor het toekennen van subsidies aan economische activiteiten, zoals geregeld in de Algemene Subsidieverordening.

Voor de VVE-activiteiten gelden echter geen aanbestedingsregels noch staatssteunregels. Dit komt omdat VVE wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit in plaats van een economische activiteit. De gemeente Oldambt heeft dit standpunt bevestigd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te vragen om bevestiging. Beide ministeries hebben het standpunt van de gemeente bevestigd, wat aantoont dat de juridische status van VVE als onderwijsactiviteit wettelijk en officieel erkend is. Dit heeft gevolgen voor de toepassing van wettelijke regels: VVE-activiteiten zijn niet onderworpen aan de wettelijke eisen die gelden voor het toekennen van subsidies aan economische activiteiten. Dit maakt het mogelijk om een subsidiebeleid te ontwikkelen dat gericht is op educatieve doelstellingen in plaats van op economische doelstellingen.

De juridische grondslag voor de subsidie is dus gelegen in een combinatie van wettelijke verplichtingen en een juridisch correct proces voor het toekennen van subsidies. De gemeente heeft hiermee een evenwicht weten te vinden tussen haar wettelijke verplichtingen en haar verantwoordelijkheid om een toegankelijk aanbod te bieden. Het feit dat de gemeente een ruimere definitie van de doelgroep heeft gehanteerd, toont aan dat het beleid gericht is op het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. De juridische grondslag is dus gebaseerd op een combinatie van wetgeving, regelgeving en bevoegdheden van de gemeente, en is in overeenstemming met de wettelijke eisen.

Rekenwijze en financiële structuur van de subsidie

De financiële structuur van de subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de gemeente Oldambt is gebaseerd op een gestructureerde berekening die is gebaseerd op drie kerncomponenten: het subsidiebedrag per uur, de inkomensafhankelijke ouderbijdrage en de formule voor het eindbedrag. Het subsidiebedrag bedraagt per 2019 €13,02 per uur. Dit bedrag is vastgesteld voor het jaar 2019 en is bedoeld ter dekking van extra kosten voor pedagogische begeleiding, deskundigheidsbevordering, en ouderbetrokkenheid. Het subsidiebedrag is verdeeld over minimaal tien uren per week, verdeeld over minimaal vier dagdelen van 2,5 uur, en is gericht op een maximale duur van 40 weken per jaar. Dit betekent dat het maximale subsidiebedrag per kind wordt berekend op basis van 400 uren per jaar (40 weken × 10 uur).

Het subsidiebedrag is opgebouwd uit twee onderdelen: een normbedrag en een toeslag voor voorbereidings- en uitvoeringsactiviteiten. Het normbedrag is vastgesteld op €8,02 per uur, gebaseerd op de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk, die jaarlijks door de VNG wordt vastgesteld. Daarnaast wordt een toeslag van €2,00 per uur toegekend voor voorbereidings- en uitvoeringsactiviteiten, administratie en begeleiding. Deze toeslag is bedoeld ter dekking van extra taken die worden geleverd door pedagogisch medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van het VVE-programma. De combinatie van het normbedrag en de toeslag leidt tot een totaalbedrag van €10,02 per uur, wat een aanvulling vormt op de factoren die nodig zijn voor het leveren van een kwalitatief hoogwaardig VVE-aanbod.

Het eindbedrag dat de subsidieontvanger ontvangt, wordt berekend op basis van de formule:
40 weken × 10 uren × €13,02 – de ontvangen ouderbijdrage = te ontvangen subsidie
of
40 weken × 10 uren × €13,02 – de ontvangen kinderopvangtoeslag = te ontvangen subsidie.

Deze formule zorgt ervoor dat het subsidiebedrag wordt aangepast aan de werkelijke financieringspositie van de ouders. Indien de ouder een inkomensafhankelijke bijdrage betaalt, wordt deze in mindering gebracht op het maximale subsidiebedrag. Indien de ouder in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag, wordt deze uitkering in mindering gebracht. Dit zorgt ervoor dat de subsidie niet dubbel wordt gebruikt en dat het doel van financiële toegankelijkheid wordt gehaald. De formule is dus gericht op het waarborgen van een eerlijk en doeltreffend financieel kader voor de kinderen en hun ouders.

De maximale hoogte van het subsidiebedrag wordt jaarlijks vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt. Dit proces is gebaseerd op de jaarlijkse vaststelling van het VVE-uurtarief, dat op basis van de VNG-adviestabel en de kosten voor VVE-activiteiten wordt bepaald. Het college heeft het tarief van €13,02 per uur voor 2019 vastgesteld, gebaseerd op de kosten voor extra taakuren, deskundigheidsbevordering en ouderbetrokkenheid. Deze kosten zijn niet in de algemene subsidie verwerkt, maar worden gecompensatieerd door middel van het subsidiebedrag. Het is belangrijk op te merken dat per kind maximaal één VVE-plaats of één peuterplaats in aanmerking komt voor subsidie, wat een limiet stelt op het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor financiering. Deze beperking is bedoeld om te voorkomen dat het subsidiebeleid wordt misbruikt of te veel middelen in beslag neemt.

De financiële structuur is dus gebaseerd op een gestructureerde berekening die rekening houdt met de werkelijke kosten van VVE-activiteiten, de inkomensafhankelijke bijdrage van ouders en eventuele uitkeringen. Het doel is om een evenwicht te vinden tussen financieringsdoelstellingen en het waarborgen van kwaliteit. Het systeem is gemaakt voor duurzaamheid, transparantie en doeltreffendheid.

Toepassingsgebied en doelgroepbepaling

De toepassing van de subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de gemeente Oldambt is gericht op een duidelijke doelgroep en beperkt tot bepaalde voorwaarden. De subsidie geldt uitsluitend voor kinderen die voldullen aan de volgende criteria: zij moeten tussen de 2,5 en 4 jaar oud zijn, ingeschreven staan in de gemeente Oldambt, en in bezit zijn van een geldige VVE-indicatie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in artikel 4, lid 2, van de Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019. De VVE-indicatie is een officieel document dat wordt afgegeven door de gemeente op basis van een onderzoek naar de taalontwikkeling en ontwikkelingskansen van het kind. De gemeente Oldambt hanteert een ruimere definitie van de doelgroep dan de wettelijke definitie, die alleen kinderen met een risico op taalachterstand omvat. De gemeente heeft besloten om een bredere doelgroep in te sluiten, wat in overeenstemming is met haar doel om kinderen zonder ontwikkelingsachterstand te laten starten op het basisonderwijs.

Het toepassingsgebied van de subsidie is beperkt tot het jaar 2019, dat loopt van 1 januari tot 11 december 2019. De regeling is daarna ingetrokken, wat aantoont dat het om een tijdelijke regeling ging, die in de loop van het jaar werd vastgesteld en later beëindigd. De subsidie is gericht op het waarborgen van een adequaat en financieel toegankelijk aanbod voor kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Dit is een cruciale voorwaarde, omdat het doel van de subsidie is om te voorkomen dat armoede of lage inkomens een barrière vormen voor toegang tot vroegonderwijs. De gemeente heeft hiermee een belangrijke rol vervuld in het waarborgen van gelijke kansen voor jonge kinderen.

De subsidie is gericht op een minimumaanbod van tien uren per week, verdeeld over minimaal vier dagdelen van 2,5 uur. Dit minimumaanbod is bedoeld om ervoor te zorgen dat kinderen voldoende tijd krijgen om te ontwikkelen in een ondersteunende omgeving. Het aanbod moet voldoen aan de eisen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Oldambt 2015 (ASV) en de wettelijke eisen voor kinderopvang. De instellingen die deelnemen aan het subsidieprogramma, moeten voldoen aan de wettelijke voorschriften die gelden voor kinderopvanginstellingen, en moeten voldoen aan de voorschriften in wetgeving en aanvullende regelingen. Dit houdt in dat de instellingen verantwoordelijk zijn voor het voldoen aan kwaliteitsnormen, veiligheidsvoorschriften en organisatorische eisen.

De doelgroepbepaling is dus gericht op jonge kinderen met een risico op taalachterstand, maar de gemeente heeft besloten om een ruimere definitie te hanteren. Dit is in overeenstemming met het doel van de subsidie om kinderen zonder ontwikkelingsachterstand te laten starten op het basisonderwijs. De gemeente heeft hiermee een actieve rol vervuld in het versterken van de maatschappelijke integratie van jonge kinderen. De toepassing van de subsidie is dus gericht op het waarborgen van gelijke kansen en het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden.

Aanvraagprocedure en vaststelling van subsidie

De aanvraagprocedure voor de subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de gemeente Oldambt is gestructureerd en gebaseerd op duidelijke tijdschema’s en vereisten. De instellingen die een subsidie willen aanvragen, moeten dit uiterlijk op 1 mei van elk jaar doen voor het kalenderjaar waarop de subsidie is gericht. Deze vervalsterkte is gebaseerd op artikel 6, lid 1, van de Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019. Deze datum is bedoeld om tijdigheid te waarborgen voor de beoordeling van de aanvraag en de vaststelling van het subsidiebedrag. De aanvraag moet worden ingediend vóór 1 mei van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Bijvoorbeeld: voor het jaar 2019 moet de aanvraag uiterlijk op 1 mei 2018 zijn ingediend.

In de aanvraag moet een onderbouwing worden opgenomen van de berekeningswijze van het hoogte van de aangevraagde subsidie. Deze onderbouwing moet duidelijk maken hoe het eindbedrag is berekend op basis van de formule in artikel 4, lid 4:
40 weken × 10 uren × €13,02 – de ontvangen ouderbijdrage = te ontvangen subsidie
of
40 weken × 10 uren × €13,02 – de ontvangen kinderopvangtoeslag = te ontvangen subsidie.

Deze onderbouwing is essentieel om te waarborgen dat de berekening correct is en dat er geen dubbele financiering plaatsvindt. De gemeente moet kunnen controleren of de inkomensafhankelijke ouderbijdrage correct is vastgesteld op basis van de VNG-adviestabel, en of eventuele kinderopvangtoeslagen zijn ingehouden.

Na de aanvraag moet de instelling een vaststelling van de subsidie aanvragen. Dit moet uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, worden ingediend. Dit proces is bedoeld om te garanderen dat de uitkeringsperiode correct wordt vastgesteld en dat de financiering op tijd kan worden uitbetaald. De vaststelling is een formele erkenning van de subsidie, die noodzakelijk is voordat het geld kan worden uitgekeerd.

De vaststelling van de subsidie is gebaseerd op de naleving van de wettelijke vereisten. De subsidieverlening kan worden geweigerd indien de instelling niet voldoet aan de wettelijke voorschriften die gelden voor kinderopvanginstellingen, de voorschriften in wetgeving en aanvullende regelingen die gelden voor VVE, de Algemene Subsidieverordening gemeente Oldambt 2015 (ASV), de subsidie-regeling zelf en het vastgestelde gemeentelijke VVE-beleid. Deze weigeringsoverwegingen zijn geïntegreerd in artikel 7 van de regeling. De gemeente heeft het recht om de subsidie te weigeren indien er sprake is van niet-naleving van de regels, foutieve inzending van gegevens of gebrek aan kwaliteit van het aanbod.

De aanvraagprocedure is dus gebaseerd op duidelijke tijdstippen, transparante berekeningen en voldoende onderbouwing. Het doet zich de gemeente Oldambt in een professionele en consistente manier te werk, waarbij zowel de instellingen als de gemeente een duidelijke rol spelen in het proces. Het doel is om een duurzaam en transparant systeem te waarborgen dat de doelgroep effectief kan bereiken.

Conclusie

De subsidie voor voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Oldambt voor het jaar 2019 is gebaseerd op een wettelijk en juridisch correct kader dat gericht is op het waarborgen van gelijke kansen voor jonge kinderen met een risico op taalachterstand. Het subsidiebeleid is ontwikkeld op basis van de wettelijke verplichtingen van de gemeente, met als doel een toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig aanbod te bieden aan kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Het subsidiebedrag van €13,02 per uur is gericht op het dekken van extra kosten voor pedagogische begeleiding, deskundigheidsbevordering en ouderbetrokkenheid. De berekening is gebaseerd op een duidelijke formule die rekening houdt met de ontvangen ouderbijdrage of kinderopvangtoeslag, waardoor dubbele financiering wordt voorkomen. De toepassing is beperkt tot kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar oud, ingeschreven in de gemeente en in bezit van een geldige VVE-indicatie. De aanvraag moet uiterlijk op 1 mei worden ingediend, gevolgd door een vaststelling uiterlijk op 1 mei van het volgende jaar. De gemeente heeft besloten om VVE-activiteiten niet onder de toepassing van aanbestedingsregels of staatssteunregels te laten vallen, omdat VVE wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit. Dit standpunt is bevestigd door de ministeries van SZW en OCW. Het beleid is gericht op het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden en het waarborgen van een goede start in het basisonderwijs.

Bronnen

  1. Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Gemeente Oldambt 2019
  2. Subsidieregeling peuteropvang 2019

Related Posts