De gemeente Zaanstad streeft naar een duurzame en inclusieve opvangcultuur voor jonge kinderen, met name voor peuters van 2,5 tot 4 jaar. Deze regelgeving is sterk gericht op het verbinden van kinderopvang, voorschoolse educatie en de integratie van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. De centrale component hiervan is de tijdelijke subsidieverordening voor peuteropvang en VVE, die van kracht was tussen 2018 en 2020 en waarin duidelijke richtsnoeren zijn vastgelegd voor kinderopvangaanbieders, ouders en overheidsinstanties. Deze regeling, geïnspireerd op de Wet kinderopvang en de wetten die de kinderopvang in Nederland harmoniseren, richt zich op het bevorderen van de vroeggezinsontwikkeling door middel van een gecertificeerde brede voorschoolse voorziening. Het doel is niet alleen het aanbieden van opvang, maar ook het stimuleren van de deelname van kinderen aan educatieve activiteiten die hun ontwikkeling ondersteunen. Deze regeling is geïntegreerd in het bredere kader van het Integraal Kindcentrum (IKC), waaruit een duurzame samenwerking tussen kinderopvang, basisonderwijs en kinderwelzijn voortkomt. De gemeente streeft ernaar om een doorgaande lijn te creëren in het ontwikkelen van kinderen vanaf het leeftijdspunt van 0 jaar tot en met de basisschool. De regeling is uiteraard gebaseerd op een reeks juridische grondslagen, waaronder de Wet kinderopvang en de Algemene subsidieverordening Zaanstad, en is gericht op de verwezenlijking van duurzame doelstellingen voor ouders en kinderen. Deze verordening is voornemens als onderdeel van het algemene beleid van de gemeente om een evenwicht te vinden tussen financiële beschikbaarheid, kwaliteit van opvang en de deelname van kinderen uit alle lagen van de bevolking. De regeling is uiteraard opgevolgd door een reeks rapportages, evaluaties en toezichthoudingsmaatregelen om de doeltreffendheid te waarborgen.
Juridische en beleidskader voor VVE en peuteropvang
De juridische grondslag voor de tijdelijke subsidieverordening voor peuteropvang en VVE in de gemeente Zaanstad is gebaseerd op een reeks wetten en regelgevingen die zijn vastgelegd in de bronnen. De principiële wetgeving is de Wet kinderopvang, die in werking is getreden op 1 januari 2018 en de grondslag vormt voor het huidige kader van kinderopvang en voorschoolse voorzieningen. Deze wet streeft ernaar om het kinderopvangstelsel te harmoniseren en te verbeteren op het vlak van kwaliteit, beschikbaarheid en doelgroepbereikbaarheid. De gemeente Zaanstad is op grond van bestuurlijke afspraken tussen VNG en het Rijk verantwoordelijk voor de organisatie van peuteropvang voor ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Dit houdt in dat de gemeente een aanbod moet garanderen voor deze doelgroep, met name voor ouders van kinderen van 2,5 tot 4 jaar. De subsidieverordening is daarmee een beleidsmaatregel die gericht is op het versterken van de deelname van kinderen uit lagere inkomensgroepen aan een kwalitatief goede voorschoolse voorziening. De regeling is van toepassing op subsidieverstrekking aan ouders voor kinderopvangplaatsen, met name voor de vorm van VVE (voorschoolse educatie en opvang). De doelstelling van de verordening is gedefinieerd in artikel 2, dat stelt dat het doel is ouders te stimuleren tot het laten bezoeken van een gecertificeerde brede voorschoolse voorziening door hun peuters. De gemeente heeft in haar beleid aangegeven dat zij in 2019 een aanbod wilde doen voor een VVE-plaats van maximaal 480 uur per jaar, en vanaf 2020 voor 640 uur per jaar. Deze stijging van het aantal uren per jaar is gericht op het bevorderen van een duurzame integratie van kinderen in het onderwijsvoorbereidende proces. Het college heeft per 1 oktober jaarlijks het recht om de normtarieven voor de volgende periode vast te stellen, in overleg met de betrokken uitvoerende kinderopvangaanbieders. Deze vaststelling is gebaseerd op de werkelijke kosten van het opvangen van kinderen en de financieringsmogelijkheden binnen het gemeentelijke budget. De regeling is daarmee gebaseerd op een continue controle en aanpassing aan de evolutie van de markt en de kosten. De verordening is van toepassing op kinderopvangaanbieders die werkzaam zijn in Zaanstad en die een subsidie aanvragen voor het realiseren van peuter- of VVE-plaatsen. De aanvraag moet aan een reeks voorwaarden voldoen, zoals het verstrekken van actuele inkomensgegevens van de ouders, het registratienummer van het kindercentrum in het landelijk register kindercentra, een gedagtekende offerte of overeenkomst met de houder van het geregistreerde kindercentrum of de ouder van het kind, een prognose van het aantal bezette kindplaatsen in het volgend kalenderjaar, en een beleidsplan dat de samenstelling van de groep, de wijze van volgen van de ontwikkeling en de evaluatie van kwaliteit en resultaten beschrijft. Deze vereisten zijn bedoeld om zeker te stellen dat de subsidie wordt uitgekeerd aan degene die daadwerkelijk de noodzakelijke voorzieningen bieden en de kwaliteit waarborgen.
Praktische toepassing en toegankelijkheid voor ouders
De praktische toepassing van de subsidieverordening voor peuteropvang en VVE in Zaanstad is gericht op het waarborgen van toegankelijkheid voor alle ouders, met name voor diegenen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. De gemeente streeft ernaar om ouders zonder kinderopvangtoeslag een aanbod te bieden voor een peuterplaats van maximaal 240 uur per jaar in 2019, en in de daaropvolgende jaren wordt het aantal uren verhoogd tot 480 uur per jaar. Dit doet de gemeente om ervoor te zorgen dat ouders die in het midden van de inkomensschaal vallen, toegang hebben tot kwalitatieve opvang. Voor kinderen uit de wijken Poelenburg en Peldersveld, met de postcoderegio’s 1503 en 1504, geldt dat zij vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de doelgroep behoren, onafhankelijk van een VVE-indicatie. Dit is een belangrijke uitbreiding van het aanbod, omdat het zorgt voor vroeg kinderopvang in een gebied met een hoge dichtheid aan jonge gezinnen. Het is belangrijk op te merken dat ouders die wel in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, een ander systeem hebben, maar dat de gemeente ook voor hen een aanbod wil bieden via de VVE. Het aanbod van opvang is verdeeld over verschillende tijdsduur: 8 uur per week, verdeeld over twee dagdelen, of in geval van VVE-indicatie 16 uur per week, verdeeld over vier dagdelen. De tijden kunnen variëren per locatie, en ouders kunnen hun voorkeur aangeven bij het aanmelden. Het aanmeldingsproces is online beschikbaar, wat het proces toegankelijk maakt en sneller verloopt. Ouders kunnen hun voorkeuren aangeven, en binnen drie werkdagen wordt er contact opgenomen. Deze aanpak zorgt voor een efficiënte en transparante aanvraagprocedure. Bovendien is er een specifieke regeling voor ouders die binnen drie maanden na de eerste opvangdag een aanvraag doen voor kinderopvangtoeslag. Dit is van belang omdat het voorkomt dat ouders geld verliezen als ze te laat een aanvraag doen. Voor ouders die meerdere locaties willen inschrijven, is het mogelijk om dit aan te geven bij de opmerkingen. Het doet de gemeente ook moeilijk om ouders te helpen bij het kiezen van de juiste locatie, rekening houdend met de voorkeuren van de ouders en de beschikbaarheid van plaatsen. De gemeente streeft ernaar om een duurzame oplossing te bieden voor ouders die willen dat hun kind op een veilige en betrouwbare manier opgevangen wordt, met name in de periode vóór de basisschool. Deze regeling is gebaseerd op een evenwicht tussen financiële beschikbaarheid, kwaliteit van de opvang en de deelname van kinderen uit alle lagen van de bevolking.
Rol van kinderopvangaanbieders en administratieve eisen
Kinderopvangaanbieders spelen een cruciale rol in de uitvoering van de subsidieverordening voor peuteropvang en VVE in Zaanstad. Zij zijn verantwoordelijk voor het aanvragen van subsidie, het leveren van diensten en het inzamelingsproces van gegevens. De aanvraag voor subsidie mag alleen door een kinderopvangaanbieder worden ingediend, en deze moet aan een reeks eisen voldoen. De aanvraag moet de naam en het adres van de kinderopvangaanbieder, de locatie waar de opvang plaatsvindt, de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, de wijze waarop de opvang is vermeld in het LRKP met het bijbehorende registratienummer, en het bankrekeningnummer van de aanvrager bevatten. Daarnaast zijn er nadere vereisten die zijn vastgelegd in artikel 6, tweede lid van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014. De aanvrager moet de actuele inkomensgegevens van de ouders van het kind dat de kindplaats bezet, het registratienummer van het kindercentrum in het landelijk register kindercentra, een gedagtekende offerte of overeenkomst tussen de aanvrager en de houder van het geregistreerde kindercentrum of de ouder van het kind, een prognose van het aantal bezette kindplaatsen in het volgend kalenderjaar, en een beleidsplan met een beschrijving van de omvang en samenstelling van de groep, de wijze van volgen van de ontwikkeling van het kind, en de wijze van evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten, verstrekken. Deze eisen zijn bedoeld om te garanderen dat de subsidie wordt uitgekeerd aan degenen die daadwerkelijk diensten leveren en de kwaliteit waarborgen. De kinderopvangaanbieder is ook verantwoordelijk voor het indienen van tussenrapportages per kwartaal, waarin het aantal geplaatste kinderen peuteropvang en VVE wordt gerapporteerd. Deze rapportages moeten ook melding maken van eventuele wachtlijsten en de toedracht hiervan. De kinderopvangaanbieder dient ook een aanvraag tot vaststelling in te dienen, en in de verantwoording moet duidelijk zijn dat er sprake is van een volledig gescheiden financiële administratie van publieke en private middelen. Dit is een belangrijke maatregel om te voorkomen dat publieke middelen worden gebruikt voor privédoeleinden of verkeerd worden besteed. De subsidie wordt rechtstreeks uitgekeerd aan de kinderopvangaanbieder, en niet aan de ouder. Dit zorgt voor een efficiënte en transparante betalingsstructuur, en voorkomt dat ouders een vooruitbetaling moeten doen. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op grond van het aantal bezette kindplaatsen en het werkelijk gemiddelde gezinsinkomen van de ouder(s) wiens kind een kindplaats heeft bezet. In geval van meerdere aanvragen, en bij drempel van het subsidieplafond, krijgen aanvragen van kinderopvangaanbieders met de meeste doelgroepkinderen voorrang. Dit is een maatregel om ervoor te zorgen dat de middelen worden ingezet waar ze het meest nodig zijn, en dat kinderen uit de meest kwetsbare groepen het meest profiteren van het subsidiebeleid.
Samenwerking in Integrale Kindcentra (IKC)
Een centraal thema in de kinderopvang in Zaanstad is de ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC), waarin kinderopvang, basisonderwijs en kinderwelzijn op een duurzame manier aan elkaar worden gekoppeld. Het doel van het IKC is om een doorgaande lijn te creëren in de ontwikkeling van kinderen vanaf het leeftijdspunt van 0 jaar tot en met de basisschool. Dit doet de gemeente om een soepelere overgang van de peuterspeelzaal naar de basisschool te garanderen en om extra hulp te bieden aan kinderen die daar behoefte aan hebben. De samenwerking tussen kinderopvangorganisaties zoals Babino en scholen in de regio Zaanstad is een belangrijk onderdeel van dit initiatief. Babino B.V. is een erkende kinderopvangorganisatie die al vele jaren actief is in de regio en talloze vestigingen heeft. De samenwerking met Babino is gericht op het uitbreiden van de dienstverlening binnen het IKC en het waarborgen van een continue kwaliteit in het onderwijs en de opvang. Het IKC is een netwerk dat bestaat uit verschillende basisvoorzieningen, waaronder onderwijs, voorschoolse educatie, opvang en welzijn. Deze samenwerking is kenmerkend door doorgaande lijnen in educatie, ontwikmeling en opvang en zorg, en is gericht op het bevorderen van de vroeggezinsontwikkeling van kinderen. De samenwerking is ook belangrijk voor ouders, omdat het hen helpt om een duidelijk beeld te krijgen van de ontwikkeling van hun kind en de stappen die het zal zetten in de toekomst. De gemeente Zaanstad streeft ernaar om in elke basisschoollocatie in Zaan Primair een IKC te ontwikkelen, zodat ouders in hun eigen omgeving toegang hebben tot een uitgebreid aanbod van diensten. Dit maakt het gemakkelijker voor ouders om hun kind op te vangen op een plek die dichtbij hun huis ligt, en verlaagt daardoor de reistijd en de kosten. De samenwerking met Babino is gericht op het bieden van een veilige en betrouwbare omgeving voor kinderen, waarin ieder kind uniek is en waar veiligheid en betrouwbaarheid voorop staan. Deze samenwerking is ook belangrijk voor de kwaliteit van de opvang, omdat het zorgt voor een continue ontwikkeling van het personeel en de inrichting van de kinderopvang.
Conclusie
De tijdelijke subsidieverordening voor peuteropvang en VVE in de gemeente Zaanstad is een gerichte maatregel om ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag toegang te bieden tot kwalitatieve, voorschoolse voorzieningen. Het beleid is gericht op het bevorderen van de vroeggezinsontwikkeling door middel van een gecertificeerde brede voorschoolse voorziening, en is gebaseerd op een sterke juridische grondslag, met name de Wet kinderopvang. De gemeente heeft in haar beleid aangegeven dat zij in 2019 een aanbod wilde doen voor een VVE-plaats van maximaal 480 uur per jaar, en vanaf 2020 voor 640 uur per jaar. Deze verhoging is bedoeld om een duurzame integratie van kinderen in het onderwijsvoorbereidende proces te waarborgen. De subsidieverordening is van toepassing op kinderopvangaanbieders die werkzaam zijn in Zaanstad, en de aanvraag voor subsidie dient aan een reeks voorwaarden te voldoen, waaronder het verstrekken van inkomensgegevens van de ouders, het registratienummer van het kindercentrum in het landelijk register, een gedagtekende offerte of overeenkomst, een prognose van het aantal bezette kindplaatsen, en een beleidsplan. De uitvoering van de subsidie is gebaseerd op een transparante en efficiënte betalingsstructuur, waarbij de subsidie rechtstreeks aan de kinderopvangaanbieder wordt uitgekeerd. De gemeente streeft ernaar om een evenwicht te vinden tussen financiële beschikbaarheid, kwaliteit van de opvang en de deelname van kinderen uit alle lagen van de bevolking. De ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC) is een belangrijk onderdeel van dit beleid, omdat het een doorgaande lijn creëert in de ontwikkeling van kinderen vanaf het leeftijdspunt van 0 jaar tot en met de basisschool. De samenwerking tussen kinderopvangorganisaties zoals Babino en scholen in de regio Zaanstad is gericht op het waarborgen van een continue kwaliteit in het onderwijs en de opvang. De gemeente Zaanstad is op weg om in elk basisschoolgebied een IKC te ontwikkelen, zodat ouders in hun eigen omgeving toegang hebben tot een uitgebreid aanbod van diensten. Deze maatregel is gericht op het versterken van de kwaliteit van de opvang, het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen, en het waarborgen van een duurzame samenwerking tussen ouders, kinderopvang en onderwijs.