Inleiding
In de stad Almere is een gestandaardiseerd kwaliteitskader ontwikkeld voor de uitvoering van Vroegschoolse Educatie (VVE) binnen het stedelijk aanbod van peuterspeelzalen. Dit Kwaliteitskader VVE vormt de Almeerse standaard voor de kwaliteit van (gesubsidieerde) peuterspeelzaalwerkplekken en is een wezenlijk onderdeel van het stedelijk beleid op het gebied van vroeginfantieleer en kinderopvang. Het kader is gebaseerd op gemaakte afspraken, ontwikkelde praktijken en beleid in de stad, en is geïnspireerd op de indicatoren uit het Toezichtskader VVE van de Onderwijsinspectie of is een lokale uitwerking daarvan. Het Kwaliteitskader VVE is daarnaast een vast onderdeel van de Nadere regels Peuterspeelzaalwerk en Voorschoolse Educatie 2017, en vormt de grondslag voor het toezicht op het VVE-aanbod. Belangrijk is dat het kader in ontwikkeling is binnen het Expertisenetwerk Nul tot Zes Almere (ENTZA), met als doel goede praktijken te verspreiden en uiteindelijk als vast deel van het kader te integreren. De kern van het kader ligt in de kwalificatie van beroepskrachten, het uitvoeringsproces, samenwerking met ouders en het meten van resultaten. Deze artikelen worden in dit verslag in die volgorde uitgebreid besproken, op basis uitsluitend van de beschikbare bronnen.
Kwaliteitseisen voor beroepskrachten in VVE
Een essentieel onderdeel van de kwaliteit van het VVE-aanbod is de kwalificatie van de beroepskrachten die met de peuters werken. Het Kwaliteitskader VVE stelt duidelijke eisen aan het niveau van opleiding, certificering en taalvaardigheid van pedagogisch personeel. De kern van deze eisen is dat pedagogisch medewerkers (pm-ers) op de peuterspeelzaallocaties waar VVE wordt gegeven, zijn gecertificeerd voor het VVE-programma dat op die locatie wordt toegepast. Bij personeelsverloop of het opstarten van een nieuwe groep mag worden voldaan met één gecertificeerde pedagogisch medewerker en één pedagogisch medewerker in opleiding per groep. Dit toelaat een flexibele inzet van personeel terwijl de kwaliteit van het VVE-programma wordt behaald. Voor leidinggevenden geldt een soortgelijke eis: zij moeten voldoende kennis en vaardigheden hebben om de VVE-uitvoering aan te sturen en door te ontwikkelen, of zijn in opleiding om deze competenties te verwerven. De kwalificatie van beroepskrachten is dus zowel operationeel als strategisch van belang voor het kwaliteitsniveau van het VVE-aanbod.
Een belangrijk onderdeel van de kwalificatie is ook het taalniveau van de pedagogisch medewerkers. Vanwege de focus op taalontwikkeling in het VVE-programma, is het vereist dat pedagogisch medewerkers op het moment van start van de subsidieperiode het vereiste taalniveau bereiken. Dit zijn 3f voor lezen en spreken, en 2f voor schrijven. Deze eisen zijn gericht op de kwaliteit van pedagogisch contact met kinderen en ouders. Voor pedagogisch medewerkers met een HBO-afstudeertraject is een bewijs van taalniveau niet nodig, maar moet een kopie van het diploma zijn ingehouden. Dit is een erkende aanpassing voor beroepskrachten met hoger beroepsonderwijs, omdat hun algemene vaardigheden al als voldoende worden beschouwd.
Daarnaast wordt het gebruik van het aanbod van stedelijke VVE-coaches als verplicht beschouwd. Deze coaches zijn gespecialiseerd in het versterken van de professionaliteit van de VVE-uitvoering. Ze bieden coaching op onderwerpen als opbrengstgericht werken en educatief partnerschap, en helpen zowel beroepskrachten als leidinggevenden om hun kennis en vaardigheden voortdurend te ontwikkelen. Dit is een belangrijk onderdeel van de continue kwaliteitszorg binnen het kader.
Het uitvoeringsproces: van programma tot kindvolgsysteem
Het uitvoeringsproces van VVE in Almere is gebaseerd op een gestructureerd VVE-programma dat zich richt op vier kernontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek. De beschikbare bronnen geven aan dat verschillende programma’s zijn erkend voor het gebruik in peuterspeelzalen, waaronder Piramide, Ko-totaal, Startblokken, Peuterplein en Kleuterplein, Kaleidoscoop, Schatkist, Sporen, Doe meer met Bas en Speelplezier. Deze programma’s zijn gericht op het gestructureerde en samenhangende stimuleren van de ontwikkeling van kinderen in al deze domeinen. De keuze van het programma is van belang voor de consistentie en kwaliteit van het onderwijsaanbod.
Bij scholen met meer dan 15% gewichtenleerlingen is het gebruik van een VVE-programma gewenst, en bij scholen met meer dan 20% gewichtenleerlingen is het inzetten van een VVE-programma verplicht. Dit is een maatregel om kinderen met een verhoogd risico op ontwikkelingsachterstand voldoende ondersteuning te bieden in de periode vóór de basisschool. De uitvoering van het programma vereist een dubbele bezetting: twee beroepskrachten per VVE-groep. Deze beroepskrachten zijn geschoold in het toepassen van het VVE-programma, wat zorgt voor een consistente en geïnformeerde benadering van het onderwijsaanbod.
Bij elke peuterspeelzaallocatie wordt een kindvolgsysteem toegepast. Dit systeem is bedoeld om de brede ontwikkeling van kinderen te kunnen volgen. Het kindvolgsysteem is een essentieel onderdeel van het uitvoeringsproces, omdat het het pedagogisch personeel helpt om de ontwikkeling van elk kind in beeld te houden en passende ingrepen te nemen. De Kijkwijzer VVE, die beschikbaar is via een online link, is een leidraad voor de praktijk van de stedelijke HBO-coaches. In de Kijkwijzer VVE is een observatielijst opgesteld op basis van negen principes, waaronder pedagogisch handelen, opbrengstgericht werken en het afstemmen op de ontwikkeling van elk kind. Deze Kijkwijzer is een handvatten voor het toezicht en de evaluatie van het VVE-aanbod.
Samenwerking met ouders en overdracht naar de basisschool
De samenwerking met ouders is een kernonderdeel van het Kwaliteitskader VVE. Het doet zich voor als een educatief partnerschap, waarin ouders actief betrokken worden bij de ontwikmelingsprocessen van hun kind. Dit partnerschap wordt gesteund door het gebruik van het instrument Peuterstafette, een document waarmee pedagogisch personeel op een systematische manier hun beeld van de ontwikkeling van een peuter beschrijft. Dit verslag wordt vervolgens met ouders besproken en vormt de basis voor de overdracht naar de toekomstige basisschool. Dit proces zorgt voor een soepele transitie van de peuterspeelzaal naar de basisschool en versterkt de samenhang in het leerproces.
De overdracht van kinderen vanuit de peuterspeelzaal naar de basisschool is dus geen afsluiting, maar een doorlopende lijn. Het Kwaliteitskader VVE streeft ernaar dat kinderen op een gestructureerde manier worden doorgestuurd, zodat er geen kloof ontstaat tussen de peuterspeelzaal en de basisschool. Dit wordt gerealiseerd via samenwerking tussen de peuterspeelzaal en de samenwerkende basisschool. Beide instellingen delen informatie, plannen en doelen, zodat kinderen in een continue leeromgeving kunnen groeien.
Deze samenwerking is niet alleen een kwestie van informatieuitwisseling. Het is ook een onderdeel van het kwaliteitsbeleid. Elk jaar worden er resultaten geëvalueerd, en daarover wordt op verschillende niveaus gesproken: op niveau van de samenwerkende locatie, op wijkniveau via wijkoverleggen (Met Het Jonge Kind) en op bestuurlijk niveau via managementoverleg passend onderwijs of stuurgroep Het Jonge Kind. Dit zorgt voor een continue kwaliteitsdialoog en zorgt ervoor dat het beleid in de praktijk wordt getoetst en aangepast.
Kwaliteitszorg, toezicht en resultaatafspraken
De kwaliteitszorg binnen het Kwaliteitskader VVE is gebaseerd op duidelijke resultaatafspraken. De Almeerse schoolbesturen en kinderopvangorganisaties hebben de volgende resultaatsdoelstelling vastgelegd: "80% van de doelgroepleerlingen behaalt een bovengemiddelde progressie in taalontwikkeling tussen E1 en E2." Dit doel is gemeten met behulp van vaardigheidsscores op de toets Taal voor Kleuters en Rekenen voor Kleuters. Deze meetinstrumenten worden jaarlijks toegepast om de voortgang van kinderen te meten.
De resultaten worden jaarlijks gerapporteerd in een stedelijke rapportage en in wijkrapportages. Deze rapportages bieden niet alleen de meetresultaten, maar geven ook achtergrondinformatie over de kenmerken van het VVE-aanbod, de doelgroep en de kinderen in de wijk. Dit maakt het mogelijk om het effect van het VVE-aanbod op een objectieve manier te meten en te analyseren.
De interne kwaliteitszorg is gebaseerd op jaarlijkse evaluatie van de resultaten door elke voorschoolse locatie, gezamenlijk met de samenwerkende basisschool. Deze evaluatie is geen eindtoets, maar een onderdeel van de continue kwaliteitsverbetering. De gemeente stelt jaarlijks wijkrapportages beschikbaar, waarin is opgenomen of de resultaatafspraken worden behaald op elk individueel peuterspeelzaallocatie-niveau. Zo wordt de kwaliteit van het VVE-aanbod niet alleen gecoördonneerd, maar ook getoetst en getoond.
Inzake toezicht en handhaving geldt dat een aantal kwaliteitseisen uit het kader als landelijke eis geldt. Deze eisen zijn onderworpen aan toezicht door de GGD of worden gecontroleerd bij subsidieaanvragen. In bijlage 1 van het kader is duidelijk opgesomd welke eisen hieronder vallen. Dit betekent dat het niet alleen een interne kwaliteitsmaatregel is, maar dat er ook externe controle plaatsvindt. De combinatie van interne evaluatie, externe controle en openbaar rapporteren zorgt voor transparantie en vertrouwen in het VVE-aanbod.
Conclusie
Het Kwaliteitskader VVE in Almere vormt een gestandaardiseerde, gestructureerde en gecontroleerde aanpak voor de kwaliteit van vroegschoolse educatie binnen het stedelijk aanbod van peuterspeelzalen. Het kader is gebaseerd op duidelijke eisen aan de kwalificatie van beroepskrachten, het gebruik van erkende VVE-programma’s, het toepassen van kindvolgsystemen en een sterke focus op resultaatafspraken. De combinatie van een gestructureerd uitvoeringsproces, samenwerking met ouders via het instrument van de Peuterstafette, en een doorlopende lijn naar de basisschool, zorgt voor een continue leerervaring voor peuters. Bovendien zijn de resultaten van het VVE-aanbod gemeten en openbaar gemaakt via jaarlijkse rapportages, zowel op stedelijk als op wijkniveau. De combinatie van interne evaluatie, externe controle via de GGD en subsidiecontrole maakt het kader betrouwbaar en transparant. Het kader is in ontwikkeling, maar is al nu een vast onderdeel van het stedelijke beleid en een referentiepunt voor kwaliteit in vroegschoolse educatie.