Inleiding
Het aanbod van voorschoolse educatie (VVE) in de gemeente Valkenswaard is gericht op de vroegtijdige ontwikkelingssteun van kinderen van 2 tot 6 jaar, met name die met een risico op taal- of ontwikkelingsachterstand. Dit beleid is geïntegreerd in een bredere gemeentelijke strategie gericht op preventie en vroegtijdig ingrijpen in het sociaal domein. De kern van het beleid ligt in het stimuleren van de brede ontwikkeling van kinderen, met nadruk op taalontwikkeling, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. De gemeente is verantwoordelijk voor de organisatie van de voorschoolse periode (leeftijd 2 tot 4 jaar), terwijl het basisonderwijs verantwoordelijk is voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). De wet OKE vereist dat elke gemeente een dekkend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie tot stand brengt. In deze context speelt de leeftijd op welke het kind kan starten met VVE een cruciale rol, zowel op het niveau van de gemeentelijke regelgeving als op het niveau van de daadwerkelijke toegang en ontwikkeling. De beschikbare gegevens tonen een diversiteit in de aanvaardbare startleeftijd: van 2 jaar tot 2,5 jaar. De beslissing over de juiste startleeftijd is beïnvloed door zowel beleidskeuzen als meningen binnen het beroepseten, met name met betrekking tot het effect op de langtermijnontwikkeling van kinderen.
Wettelijke en Gemeentelijke Rijksvoorschriften
Het VVE-beleid in de gemeente Valkenswaard is gebaseerd op een wettelijke verplichting die voortkomt uit de wet Ondersteuningskader Kind en Gezin (OKE). Deze wet vereist dat iedere gemeente een dekkend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie tot stand brengt voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar. De gemeente heeft hierbij de leiding over de voorschoolse periode, gedefinieerd als kinderen van 2 tot 4 jaar oud. Het basisonderwijs is verantwoordelijk voor de vroegschoolse periode, wat overeenkomt met groep 1 en 2 van de basisschool. De gemeente heeft in 2019 een drie-dimensionaal beleidskader vastgesteld, genaamd het 3D-beleidskader, dat gericht is op preventie van taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. Deze preventieve aanpak is gericht op vroegtijdig signaleren en aanpakken van ontwikkelingsachterstanden in de leeftijd van 2 tot 6 jaar. De gemeente is primair verantwoordelijk voor de organisatie van het VVE-programma binnen haar eigen grenzen. Het beleid is voortgezet op het beleidsplan VVE 2018-2019. De uitvoering van het programma is onderverdeeld in verschillende stadia, waaronder indicatiestelling, plaatsing en monitoring. De gemeente werkt samen met basisscholen, kinderdagverblijven, de JGZ en het Centrum voor Jeugd en Gezin om een doorlopende lijn in de ontwikkeling van kinderen te waarborgen. De gemeente is daarnaast verantwoordelijk voor het opzetten van een actieprogramma genaamd Kansrijke Start, gericht op gerichte ondersteuning van kwetsbare gezinnen, met aandacht voor gezonde zwangerschap en veilig opvoeden. Dit programma is gericht op het creëren van lokale coalities tussen de kinderopvang, JGZ en andere maatschappelijke instanties in de periode 2020 tot 2022.
De Invloed van de Startleeftijd op de deelname aan VVE
De startleeftijd voor het aanvraagproces van VVE in de gemeente Valkenswaard varieert aanzienlijk per gemeente. In een derde van de gemeenten in het EVENING-onderzoek is de startleeftijd van VVE vastgelegd op twee jaar. In een tweede derde van de gemeenten is de startleeftijd voor kinderen met een VVE-indicatie gedefinieerd op 2 jaar en 8 uur per week, of vanaf 2,5 jaar op 16 uur per week. In de overige gemeenten is de startleeftijd vastgelegd op 2,5 jaar. Deze verscheidenheid in beleid kan leiden tot onduidelijkheid bij ouders en zorgverleners. De beschikbare gegevens tonen echter ook aan dat kinderen eerder beginnen met kinderopvang of voorschoolse educatie wanneer het in de gemeente mogelijk is vanaf een jongere leeftijd. Deze samenhang is echter zwakker dan de samenhang tussen het beschikbare uren-aanbod en het daadwerkelijke urengebruik door ouders. De mening over de wenselijkheid van een vroege startleeftijd verschilt daarentegen sterk binnen het beroepseten. Bijna de helft van de medewerkers en een derde van de leidinggevenden die werkzaam zijn in een programma waarin kinderen al op 2-jarige leeftijd mogen instromen, zouden een latere startleeftijd willen. Omgekeerd willen medewerkers en leidinggevenden die werken in een programma met een latere startleeftijd (vanaf 2,5 jaar) veel minder vaak de instroomleeftijd verlagen. Deze tegenstrijdigheden in meningen wijzen erop dat er geen eenduidigheid bestaat over de ideale leeftijd om VVE te beginnen, wat de noodzaak benadrukt van een individueel gerichte benadering.
De rol van de JGZ en indicatiestelling
De indicatiestelling voor VVE is een cruciaal onderdeel van het proces. De JGZ is verantwoordelijk voor het afgeven van een indicatie voor VVE, die persoonsgebonden is en geldt vanaf de leeftijd van 2 jaar. Deze indicatie wordt afgegeven op basis van signalen van een kinderdagverblijf of op basis van eigen observaties van de JGZ-verpleegkundige tijdens een contactmoment. De indicatie is gebaseerd op een beoordeling van het kind op grond van het Van Wiechenschema en de Groningse minimum spreeknormen. Deze methoden worden gebruikt om eventuele taal- of ontwikkelingsachterstanden te signaleren. Bij kinderen uit risicogezinnen, in het bijzonder categorie 3, is het van belang dat er voorafgaand aan de indicatiestelling contact wordt opgenomen met het Centrum voor Jeugd en Gezin. Dit is gedaan om te voorkomen dat VVE hulpverleningstrajecten doorkruist of dat andere instanties niet op de hoogte zijn van de ingezette maatregelen. De indicatiestelling is een door de JGZ gegeven bepaling die de toegang tot VVE bepaalt. Deze indicatie is van toepassing op een aanbod van 16 uur per week, dat wordt uitgesplitst over vier dagen per week. De ouders hebben een vrije keuze waar zij VVE afnemen, mits er een geregistreerd aanbod beschikbaar is.
Uitvoering van VVE en het rol van opvangorganisaties
In de gemeente Valkenswaard zijn vijf organisaties actief in het aanbieden van kinderopvang voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Daarbij zijn Kids World en Mira sinds 2018 geregistreerd als VVE-organisaties. Stichting Peuterdorp biedt een aanbod voor kinderen van 2 tot 4 jaar en is ook geregistreerd voor het aanbieden van VVE. In 2020 zijn de locaties van Horizon begonnen met de scholing van VVE, en in 2021 was er verwachting dat ook zij VVE zouden kunnen aanbieden. Hierdoor is in de gemeente een dekkend aanbod van VVE gerealiseerd. Twee andere organisaties, IkOok! en Bij de Boer, hebben in 2020 aangegeven (nog) geen VVE te kunnen of willen aanbieden. Het feit dat de gemeente een dekkend aanbod heeft, is belangrijk omdat het zorgt voor toegankelijkheid binnen de gemeente. De JGZ-verpleegkundige speelt een centrale rol in het toeleiden en indiceren van kinderen die in aanmerking komen voor VVE. De ouders hebben de vrije keuze om VVE bij welke geregistreerde voorziening dan ook af te nemen. De opvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van het programma op basis van de door de JGZ vastgestelde indicatie. De organisaties moeten voldoen aan de kwaliteitseisen van VVE, die zijn gecontroleerd door de GGD. De uitvoering van het programma is dus gebaseerd op een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de gemeente, de JGZ en de opvangorganisaties.
Monitoring en volgopvolging van kinderen tijdens VVE
Na de plaatsing van een kind in het VVE-programma wordt er regelmatig monitoring uitgevoerd. De JGZ voert ná plaatsing van het kind minimaal twee keer per jaar een observatie uit op basis van het Kind volgsysteem op de VVE-locatie. De eerste observatie vindt plaats op ongeveer zes weken na de start van VVE als eerste meting. Na ongeveer zes maanden volgt de tweede observatie. Een derde observatie vindt plaats enkele maanden voordat het kind vier jaar wordt of doorstroomt naar de basisschool. Deze observaties zijn gericht op het volgen van de vooruitgang in de ontwikkeling tijdens het VVE-programma, op basis van informatie van de pedagogische medewerkers. Het doel is om te bepalen in hoeverre de doelen van VVE zijn bereikt en of de indicatie voorgesteld moet worden. De JGZ-verpleegkundige kan adviezen of tips geven gericht op de ontwikkeling van het kind. De resultaten van de observaties worden schriftelijk vastgelegd en gedeeld met de ouders en de voorschoolse voorziening. Door extra monitoringsmomenten te implementeren, kan de jeugdverpleegkundige beter inzicht krijgen in de vorderingen van het kind. Wanneer het kind voldoende vorderingen heeft gemaakt, kan overwogen worden om de indicatie en dus ook de financiering te beëindigen. Dit biedt de mogelijkheid om de plaats te herbesteden aan een ander kind uit de doelgroep. De JGZ is bereikbaar voor vragen over de ontwikkeling van kinderen van 2 tot 4 jaar.
Belangrijkste conclusies
De beschikbare bronnen zijn onvoldoende voor een volledig artikel.