De gemeente Valkenswaard heeft sinds 2018 een gestructureerd beleid ontwikkeld voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) binnen haar kinderopvangaanbod. Dit beleid, uitgevoerd via het VVE-beleid 2020-2021, streeft ernaar om kinderen van 2 tot 6 jaar, met name die met een (taal-)spraakachterstand, een gestructureerde, kwalitatief hoogwaardige voorbereiding op het basisonderwijs te bieden. De VVE-locaties vormen het fundament van dit beleid, waarbij een combinatie van wettelijke eisen, kwaliteitsbeoordelingen door de GGD en de Inspectie van Onderwijs, en een gemeentelijk beleidskader zorgen voor een duurzaam en gelijkwaardig aanbod. Deze tekst beschrijft op basis van de beschikbare bronnen de juridische, operationele en maatschappelijke kaders binnen de gemeente Valkenswaard voor het ontwikkelen, beheren en gebruiken van VVE-locaties.
Juridische en regelgevende kaders voor VVE-locaties
De wettelijke basis voor het aanbod van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de gemeente Valkenswaard berust op een combinatie van nationale wetgeving en gemeentelijke uitvoeringsregelingen. De wetgeving die het meest relevant is, is de Wet Kinderopvang, die de gemeente de bevoegdheid geeft om beleidsregels op te stellen voor het toezicht op de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen, inclusief VVE-locaties. De GGD is de overheersende instantie die de wettelijke eisen voor kwaliteit toeziet. Een aanbieder kan pas geregistreerd worden als VVE-locatie indien de GGD dit na inspectie als aanvaardbaar oordeelt. De GGD beoordeelt of de voorziening voldoet aan de wettelijke eisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, met name artikel 5, dat een gestructureerd en samenhangend programma vereist voor het stimuleren van ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Indien de GGD de kwaliteit van een voorziening niet zelf kan toetsen op het moment van inspectie, is de verantwoordelijkheid voor die beoordeling overgenomen door de Inspectie van Onderwijs. Dit betekent dat zowel de GGD als de Inspectie van Onderwijs kunnen functioneren als beoordniskader voor de registratie van een locatie als VVE-locatie. De gemeente is daarnaast verantwoordelijk voor het opstellen van beleidsregels voor toezicht en handhaving, die op grond van de Wet Kinderopvang zijn vastgesteld. Deze regels vormen het kader waarbinnen het aanbod van VVE wordt gemonitord en gecontroleerd. De uitvoeringsregeling van de gemeente Valkenswaard, geldend vanaf 1 januari 2015, bepaalt welke aanvraagformulieren gelden voor subsidies, zowel voor aanbieders als voor de scholing van leidsters en aanschaf van VVE-programma’s. Deze formulieren zijn bijgevoegd als bijlage 4 en 5 bij de uitvoeringsregeling.
Bijzonder belangrijk is de hardheidsclausule, die bepaalde kinderen beschermt die vóór 2015 al deelnamen aan een peuterspeelzaal of die in 2014 gebruik maakten van een derde dagdeel. Deze kinderen kunnen in aanmerking komen voor extra VVE-uren, zelfs zonder een officiële indicatie van het consultatiebureau. Dit toont aan dat het beleid rekening houdt met historische situaties om een soepele overgang van kinderen naar een geregistreerde VVE-locatie mogelijk te maken.
Kwaliteit, programma’s en toekomstige ontwikkelingen
Het kwaliteitsniveau van een VVE-locatie is sterk afhankelijk van het gebruikte educatieve programma. Het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vereist expliciet dat er een gestructureerd en samenhangend programma wordt gebruikt dat gericht is op de ontwikkeling op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Hoewel erkende programma’s, zoals die beoordeeld zijn door Sardes of het Nederlands Centraal Instituut voor Onderwijs (NJI), voorkeursbehandeling genieten vanwege hun erkende kwaliteit, is het mogelijk dat ook niet-erkende programma’s worden geaccepteerd. De Inspectie van Onderwijs stelt daarbij expliciet vast dat gemeenten of houders van een VVE-locatie kunnen aantonen dat een niet-erkend programma voldoet aan de wettelijke eisen. De beoordeling van het programma gebeurt dan op basis van vijf beoordelingscriteria: C1.2, C1.3, C1.4, C2 en D1.1. Indien twee of meer van deze criteria direct terug te voeren zijn op de inhoud van het programma, kan het programma een "2" krijgen, wat een aanvaardbaar niveau aangeeft.
De gemeente Valkenswaard heeft in haar uitgebreide VVE-beleid (2020-2021) vastgelegd dat de nadruk ligt op het stimuleren van kinderen met een (taal-)spraakachterstand. Dit beleid is voortgekomen uit het VVE-beleid 2018-2019 en wordt aangevuld door samenwerking met basisscholen. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor de voorschoolse periode (groep 3 tot 6), terwijl het basisonderwijs verantwoordelijk is voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). De samenwerking tussen kinderopvang, basisscholen en ouders is essentieel. De gemeente streeft ernaar dat afspraken worden gemaakt over het doorzetten van het VVE-programma op de basisschool. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op het formuleren van tussendoelen op het gebied van taal en rekenen, de overdracht van kinderen tussen groepen, het toepassen van pedagogische plannen en het aansluiten van het leerplan van de Stichting Leerplan Doelen (SLO-doelen). Deze samenwerking vormt een doorgaande lijn van ontwikkeling, waarbij de kinderen gestaag worden voorbereid op het basisonderwijs.
In de periode 2018-2021 zijn meerdere organisaties in Valkenswaard actief in het aanbieden van VVE. Zo zijn Kids World en Mira sinds 2018 geregistreerd als VVE-locaties. Stichting Peuterdorp biedt aanbod voor 2-4-jarigen en is ook geregistreerd voor VVE. Horizon heeft in 2020 een scholing voor VVE ingezet, met de verwachting dat zij in 2021 ook daadwerkelijk VVE kunnen aanbieden. Dit heeft geleid tot een dekkend aanbod binnen de gemeente. Twee andere organisaties, IkOok! en Bij de Boer, hebben in 2020 aangegeven geen VVE aan te kunnen bieden. Dit toont aan dat het aanbod niet automatisch van alle organisaties komt, maar dat er een gecoördineerd proces is dat leidt tot een volledig aanbod. De gemeente is verantwoordelijk voor het garanderen van voldoende plaatsen op een spreiding die segregatie voorkomt.
Toegankelijkheid, aanvraagprocedure en financiële ondersteuning
Toegankelijkheid is een centrale pijler van het VVE-beleid in Valkenswaard. Ouders moeten kunnen rekenen op een plaats voor hun kind in een voorschoolse voorziening met VVE. Het beleid streeft ernaar dat het aanbod zowel in aantal als in verspreiding voldoende is om een dekkend aanbod te garanderen. Zonder VVE-brief kunnen ouders nog steeds hun kind aanmelden bij een locatie die VVE biedt, maar dan is er geen recht op de gemeentetoeslag. De gemeentetoeslag is slechts beschikbaar indien het kind minstens twee dagdelen per week deelneemt aan de opvang. Indien minder dan twee dagdelen wordt gebruikt, vervalt het recht op de toeslag in principe, tenzij er sprake is van een gewenningsperiode.
De gewenningsperiode is een uitzondering die toestaat dat een peuter tijdelijk maar slechts één dagdeel per week de VVE-baan bij een locatie kan volgen, met een maximale duur van twee maanden. Deze periode is bedoeld om ouders en kinderen zachtjes te laten wennen aan het nieuwe ritme. Deze regel is van toepassing op ouders die in het verleden geen gebruik hebben gemaakt van een volledig programma, maar nu willen beginnen. De regels zijn duidelijk: een kind dat alleen op een dagdeel deelneemt, is dus geen volledige deelnemer en kan geen recht op de volledige gemeentetoeslag vragen.
Voor ouders die werken, studeren of een traject volgen om werk te vinden, is er de mogelijkheid om kinderopvangtoeslag aan te vragen. Deze toeslag is ook van toepassing op de toeslagpartner. De toeslag wordt uitgekeerd op basis van inkomen en duur van de opvang. Ouders die niet werken, maar een peuter tussen de 2,5 en 4 jaar hebben, betaalt de gemeente een groot deel van de kosten voor maximaal acht uur per week. Dit toont aan dat de gemeente actief is in het verlagen van financiële barrières voor ouders.
De aanmeldingsprocedure is eenvoudig en transparant. Eerst moet de ouder een VVE-brief van de gemeente ontvangen. Deze brief is verplicht bij de aanmelding bij een VVE-locatie. De aanmelding is gratis en vereist geen ondertekening op dat moment. De ouder dient in de opmerkingen aan te geven dat het kind een VVE-brief heeft. Direct na de aanmelding ontvangt de ouder een bevestiging per e-mail. Indien er plek is, stuurt de kinderopvang een e-mail met de aanvraag. De ouder moet binnen zes dagen reageren, anders is de plek kwijt. Na bevestiging ontvangt de ouder een contract via e-mail, dat moet worden ondertekend. De kinderopvang is verplicht om de ouder in te schakelen in het ontwikkelingsproces van het kind. Daarom is het belangrijk dat ouders aanwezig zijn bij gesprekken over hun kind, om te leren hoe ze thuis kunnen steunen aan het leerproces.
De rol van ouders en het thuisgebruik van VVE-activiteiten
Ondanks het feit dat kinderen in een VVE-locatie onderwijzen worden, speelt de rol van de ouder thuis een cruciale rol in het voortzetten van het leerproces. De gemeente Valkenswaard adviseert ouders actief betrokken te zijn bij het ontwikkelingsproces van hun kind. De aanbevelingen zijn eenvoudig, maar effectief. Zo wordt aangeraden om elke dag minstens een kwartier voor te lezen aan het kind, onafhankelijk van het taalgebruik dat thuis wordt gevoerd. Dit stimuleert de taalontwikkeling op een natuurlijke manier. Daarnaast wordt aangeraden om met het kind te praten, te spelen en te spelen met dingen die op de peuterschool worden gebruikt.
De gemeente benadrukt dat ouders actief kunnen meewerken aan de leeromgeving van hun kind. Als er thuis spelletjes zijn die worden aangeboden op de peuterschool, is het belangrijk die thuis te spelen. Dit helpt het kind om de leerervaringen van school op te vangen en te versterken. Het doet ook bijdragen aan de samenwerking tussen school en thuis. Het is belangrijk dat ouders zich bewust zijn van hun rol in het ontwikkelingsproces van hun kind en dat ze deze verantwoordelijkheid serieus nemen.
Conclusie
Het VVE-beleid in de gemeente Valkenswaard is een voorbeeld van een goed georganiseerd, juridisch onderbouwd en doeltreffend systeem voor de voorbereiding van jonge kinderen op het basisonderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor het creëren van een dekkend aanbod van VVE-locaties, waarbij zowel kwaliteit als toegankelijkheid centraal staat. De GGD en de Inspectie van Onderwijs spelen een cruciale rol bij het toezien op de kwaliteit van het aanbod. De wettelijke basis, de wet Kinderopvang, vormt het kader waarin de gemeente beleidsregels kan opstellen. De gemeentetoeslag en kinderopvangtoeslag zijn middelen om financiële barrières te verlagen. De aanmeldingsprocedure is eenvoudig en transparant, en ouders spelen een actieve rol in het ontwikkelingsproces van hun kind.
De gemeente heeft een duurzaam beleid ontwikkeld dat gericht is op kinderen met een (taal-)spraakachterstand. Het doet dit door samenwerking met basisscholen, het gebruiken van gestructureerde programma’s en het stimuleren van ouderbetrokkenheid. De gemeente is verantwoordelijk voor de voorschoolse periode, terwijl het basisonderwijs verantwoordelijk is voor de vroegschoolse periode. Deze duidelijke verdeling van taken zorgt voor een doorgaande lijn van ontwikkeling.
De beschikbare bronnen zijn onvoldoende voor een volledig artikel.