Uitgebreid overzicht van het voor- en vroegschoolse onderwijs in gemeente Bloemendaal: wettelijk kader, financiële ondersteuning en kwaliteitsuitbouw tot 2023

Inleiding

Dit artikel biedt een uitgebreid overzicht van het beleid op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in gemeente Bloemendaal, zoals vastgelegd in het beleidskader voor de periode 2020–2023. De focus ligt op het wettelijk kader, de financiële ondersteuning via subsidie en budgetten, de vereisten voor deelname van kinderen en de kwaliteitsuitbouw van het aanbod. Alle gegevens zijn gebaseerd uitsluitend op de in de bronnen geleverde informatie. Het doel is om een duidelijk beeld te verschaffen van de regelgeving, de financiële structuur en de kwaliteitsmaatregelen die van toepassing zijn op voorschoolse voorzieningen in de gemeente. De informatie is relevant voor ouders, directeuren van kinderopvang, beleidsambtenaren, investeerders in duurzame opvoedingsinfrastructuur en professionals uit het onderwijsveld. De inhoud is gebaseerd op offertelege informatie van de gemeente Bloemendaal en het Rijk, met nadruk op de uitvoering van de wet op het primair onderwijs en de uitbreiding van het VE-aanbod vanaf 1 augustus 2020.

Wettelijk kader en gemeentelijke voorwaarden voor VVE

Het wettelijk kader voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in gemeente Bloemendaal is gebaseerd op landelijke wet- en regelgeving, met aanvullende voorwaarden op gemeentelijk niveau. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod voor kinderen die vallen onder de doelgroep peuters tussen 2,5 en 4 jaar oud en die een VVE-indicatie hebben. Deze indicatie is gebaseerd op de Bloemendaalse doelgroepdefinitie, die tot 1 augustus 2020 van kracht was.

Een essentieel onderdeel van het gemeentelijk beleid is dat alle voorschoolse voorzieningen die deel uitmaken van het VVE-aanbod, moeten voldoen aan een aantal voorwaarden. Ten eerste moet er gewerkt worden met een erkend en integraal VVE-programma. Voorbeelden van dergelijke programma’s zijn Uk en puk, Puk en Ko (Ko-Totaal), Speelplezier, Startblokken, Sporen, Kaleidoscoop of Piramide. Het doel van deze programma’s is de ontwikkeling van peuters op vier gebieden te stimuleren: taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotioneel gedrag.

Daarnaast is het vereist dat de beroepskrachten binnen de voorschoolse voorziening geschoold zijn in het gebruik van het toegepaste VVE-programma. Deze competentie is essentieel voor de effectiviteit van het onderwijsaanbod. De gemeente eist ook dat er minimaal een eenduidig overdrachtsformulier wordt ingevuld bij elke overgang van een peuter van de ene voorziening naar de ander. Dit formulier dient de volgende gegevens te bevatten: het gebruikte VVE-programma, de duur van het programma en de ontwikkelingsgegevens van het kind. Deze vereiste dient om de doorgaande lijn tussen voorschoolse en vroegschoolse voorziening te waarborgen.

Daarnaast is verplicht dat de houder van de voorschoolse voorziening de benodigde gegevens ter beschikking stelt voor monitoring doeleinden. Deze eisen zijn onderdeel van de gemeentelijke eisen om de kwaliteit van het VVE-aanbod te waarborgen. De gemeente is daarmee ook verantwoordelijk voor de monitoring van het voorschoolse onderwijs en de uitvoering van de resultatenafspraak die per wet moet worden vastgesteld.

Uitgebreid VVE-aanbod en verplichtingen

Vanaf 1 augustus 2020 is het wettelijk verplicht om het aanbod van voorschoolse educatie (VE) uit te breiden van 10 naar 16 uur per week voor alle peuters tussen 2,5 en 4 jaar oud met een VVE-indicatie. Deze uitbreiding is gebaseerd op een wettelijk voorschrift dat is vastgelegd in de wet op het primair onderwijs. Het totale benodigde aantal uren per kind is 960 uur per jaar, wat overeenkomt met 1,5 jaar (2,5 tot 4 jaar) vermenigvuldigd met 40 weken per jaar en 16 uur per week. Deze verplichting geldt voor alle kinderen die vóór 1 augustus 2020 al 2,5 jaar oud waren en in aanmerking kwamen voor een VVE-indicatie. Deze groep wordt vanaf die datum geïntegreerd in het nieuwere, uitgebreid aanbod.

De gemeente heeft als doel om het aanbod voor ouders laagdrempelig te houden, met name door middel van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor ouders die niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag (KOT). Deze bijdrage geldt uitsluitend voor de helft van de 16 uren per week (dus 8 uur), en wordt berekend op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald op basis van de “VNG-adviestabel voor ouderbijdragen” en wordt door de gemeente vastgesteld. Deze tabel dient als richtlijn voor de berekening van de financiële bijdrage die ouders moeten leveren.

Voor de kinderen die al vóór 1 augustus 2020 deelnamen aan voorschoolse educatie, blijft de oude norm van 10 uur per week van kracht, maar vanaf 1 augustus 2020 wordt het nieuwe, uitgebreide aanbod van 16 uur per week geïntroduceerd. Dit betekent dat ouders nu een hogere duur van educatieve ondersteuning kunnen ontvangen, wat bijdraagt aan een betere voorbereiding op de basisschool.

Financiële ondersteuning en budgetten

De gemeente Bloemendaal stelt jaarlijks een scholingsbudget ter beschikking van maximaal € 5.000, ingeval van 1 januari 2021. Dit budget is bedoeld ter bevordering van de kwaliteit van het VVE-aanbod binnen de gemeente. De uitgiften zijn gericht op het vergemakkelijken van de dekking van scholingskosten voor beroepskrachten van VE-geregistreerde voorzieningen. De gemeente heeft aangegeven dat het budget voldoende is voor de bekostiging van één nieuwe beroepskracht per jaar, per organisatie, voor basistraining in VE en een taaltoets.

De gemeente is verder verplicht om een deel van de kosten van de voorzieningen te dragen. In de berekening voor de jaarlijkse kosten per kind wordt uitgegaan van 16 uur per week, met een tarief van € 12 per uur. Dit leidt tot een totaaljaarlijkse kost van € 7.200 per kind. Voor kinderen die in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag (KOT) wordt een deel van deze kosten gedekt. Voor een kind uit Groep B (met KOT) wordt de KOT-bijdrage berekend op basis van 16 uur per week en een tarief van € 8,17 per uur, wat neerkomt op een totaalbedrag van € 5.229 per jaar. Het verschil tussen de kost van € 7.200 en de KOT-bijdrage van € 5.229 wordt gedekt door de gemeente, wat een gemeentelijke bijdrage van € 1.971 oplevert voor elk kind uit Groep B.

Voor kinderen uit Groep A (zonder KOT) is de gemeente verantwoordelijk voor het volledige verschil tussen de kost van € 7.200 en de ouderbijdrage van € 278. Dit leidt tot een gemeentelijke bijdrage van € 69.220 voor 10 kinderen uit Groep A. Samen met de bijdrage voor Groep B leidt dit tot een totale jaarlijkse gemeentelijke financiering van € 71.191 voor 11 kinderen.

Daarnaast subsidieert de gemeente ook de JGZ voor het beheer van de toeleidingsmonitor en het toeleidingsproces van doelgroepkinderen naar een VE-geregistreerde voorziening binnen de gemeente. In 2020 is € 3.140 uitgekeerd als subsidie voor dit doel. Deze financiering is bedoeld om het traject van kinderen die in aanmerking komen voor een VVE-indicatie soepeler te maken.

Kwaliteitsuitbouw en verplichtingen voor hbo-ers

Vanaf 1 januari 2022 is het voor alle Nederlandse gemeenten, inclusief Bloemendaal, wettelijk verplicht om pedagogisch beleidsmedewerkers (hbo’s) in te zetten in de VE-groepen. Deze verplichting is bedoeld om de kwaliteit van het voorschoolse onderwijs te verhogen. De gemeente heeft aangegeven dat de norm hoogstwaarschijnlijk wordt vastgesteld op 10 uur per jaar per doelgroepkind per locatie. Deze uren kunnen worden ingezet als coach, als ondersteuning in de groep of voor het ontwikkelen van pedagogisch beleid.

Deze verplichting is onderdeel van het landelijk beleid om het kwaliteitsniveau van het VVE-aanbod te verhogen. Het Rijk stelt extra middelen beschikbaar om de uitbreiding van het VE-aanbod te ondersteunen. Deze middelen zijn gericht op twee doelstellingen: de uitbreiding van het VE-aanbod van 10 naar 16 uur per week en de inzet van meer hbo-geletterde beroepskrachten in de groepen. Deze financiering is gebaseerd op de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).

De gemeente is verantwoordelijk voor het monitoren van het kwaliteitsniveau van de voorzieningen. Dit gebeurt via jaarlijkse verantwoording van de ontvangen middelen. De verantwoording dient te omvatten: de ingezette activiteiten, het aantal doelgroeppeuters dat geplaatst is, en de hoogte van de inkomensafhankelijke bijdrage of KOT. Deze informatie wordt ingezet voor het bepalen van resultaten en het evalueren van doelstellingen.

Doelgroepanalyse en bereik

Op 1 juli 2020 telde de gemeente 357 kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Van deze groep waren 35 kinderen (10%) in aanmerking voor een VVE-indicatie op basis van de eerdere doelgroepdefinitie. Deze cijfers geven aan dat het huidige aanbod van 16 uur per week gericht is op een relatief klein deel van de peuters in de gemeente.

De ontwikkeling van het bereik is in de loop der jaren gestaag gestegen. In 2018 was 45% van de kinderen met een indicatie geplaatst, in 2019 daalde dit percentage tot 32%, en in 2020 steeg het weer tot 34%. Dit toont aan dat er een groeiende druk is op de beschikbare plekken, maar ook dat de gemeente actief is in het vergroten van het bereik.

De drie voorschoolse voorzieningen die geregistreerd zijn voor VVE (‘t Vogelnest, de Tovenaartjes en KDV Dennenweg 14) zijn gevestigd in de dorpskernen Bloemendaal en Vogelenzang. Samen bieden deze locaties 48 kinderplaatsen, maar niet alle plaatsen zijn beschikbaar voor kinderen met een VVE-indicatie. Dit is gedaan om de balans tussen peuters met en zonder VVE-indicatie te behouden, met het oog op het behouden van de kwaliteit van het onderwijsaanbod.

Samenwerking en beleidsuitvoering

De gemeente werkt nauw samen met diverse externe partijen om het VVE-beleid succesvol uit te voeren. Belangrijke samenwerkpartners zijn: Jeugdgezondheidszorg Kennemerland, Kinderopvangorganisaties (Les Petits en Partou), schoolbesturen basisonderwijs en GGD Kennemerland. Deze samenwerking is essentieel voor het waarborgen van een doorgaande lijn tussen de voorschoolse en vroegschoolse voorzieningen.

Het beleid is gebaseerd op het beginsel van doelgroepgerichte ondersteuning. Alle kinderen die vallen onder de gedefinieerde doelgroep, worden met voorrang geplaatst op één van de drie geregistreerde voorschoolse voorzieningen. Dit gebeurt via een gestandaardiseerd toeleidingsproces dat wordt begeleid door de JGZ en ondersteund door de gemeente.

Conclusie

Het beleid inzake voor- en vroegschoolse educatie in gemeente Bloemendaal tot 2023 is gericht op het waarborgen van een hoog kwaliteitsniveau, een uitgebreid aanbod van 16 uur per week en een duurzame financieringsstructuur. De gemeente voldoet aan de wettelijke vereisten door de uitbreiding van het VE-aanbod van 10 naar 16 uur per week, met name vanaf 1 augustus 2020. Daarnaast is vanaf 1 januari 2022 de verplichting ingevoerd om hbo-geletterde pedagogisch beleidsmedewerkers in te zetten, met een minimum van 10 uur per jaar per kind.

De financiële ondersteuning van ouders is laagdrempelig ingezet via een inkomensafhankelijke bijdrage of via de KOT. De gemeente draagt de kosten die boven de KOT- of bijdrage uitkomen. De totale jaarlijkse kosten voor de gemeente bedragen € 71.191 voor 11 kinderen, verdeeld over twee groepen. Daarnaast is er een aparte financiering beschikbaar voor het toeleidingsproces via de JGZ.

De gemeente is verantwoordelijk voor de monitoring van het VVE-aanbod en de evaluatie van resultaten op basis van vastgestelde doelstellingen. Samenwerking met externe organisaties zoals Les Petits, Partou, JGZ en GGD zorgt voor een gestandaardiseerd en kwalitatief hoogwaardig traject. Het huidige aanbod is gericht op het voorkómen van onderwijsachterstanden en het bieden van een sterke basis voor kinderen in groep 3 van de basisschool.

Bronnen

  1. Voor- en vroegschoolse educatie 2020–2023 Gemeente Bloemendaal

Related Posts