Inleiding
De gemeente Winsum streeft naar een duurzame versterking van de maatschappelijke samenleving door middel van gerichte beleidsvorming en financiële ondersteuning via subsidies op het terrein van jeugd, ouderen, leefbaarheid, cultuur en educatie. De beleidskaders en subsidiebeleid zijn gebaseerd op een combinatie van officiële notities, wettelijke kaders zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), en overheidsregelingen. De kern van dit beleid ligt bij het bevorderen van zelfstandigheid, veiligheid, deelname aan maatschappelijke en culturele activiteiten, en het verbeteren van het woon- en leefklimaat, met name in kleine kernen. De uitvoering van deze beleidsterreinen gebeurt via een gedeelde bevoegdheid tussen de raad en het college, waarbij de raad het beleid en financiële kaders vaststelt, terwijl het college de uitvoering verzorgt binnen deze kaders. Belangrijke onderdelen zijn het voortbestaan van dorpshuizen, het ondersteunen van sportverenigingen, het faciliteren van culturele en educatieve activiteiten, en het stimuleren van deelname voor ouderen en jongeren. Deze gemeenschapsgerichte aanpak is gebaseerd op het beginsel van het dualisme, waarbij de raad de leiding geeft en het college de uitvoering verzorgt. De financiële ondersteuning gebeurt via structurele subsidieprogramma’s, met name gericht op activiteiten voor jongeren, ouderen en maatschappelijke organisaties, terwijl ook een overgang plaatsvindt naar budgetsubsidies voor bepaalde instellingen.
Beleidskaders en beleidsaccenten per cluster
Het beleidskader voor de diverse beleidsclusters van de gemeente Winsum is gebaseerd op langere termijn vastgelegde documenten en wetgeving. Voor het cluster Jeugd is het beleidskader vastgelegd in de “Nota integraal jeugdbeleid Gemeente Winsum” uit 2001. Daarnaast worden beleidslijnen gevolgd via het project en convenant ‘Jeugd en Veiligheid’, de notitie over voor- en vroegschoolse educatie (VVE) binnen het Gemeentelijk Onderwijs Achterstandenbeleid (GOA), en het plan ‘Station schoon heel en veilig’. Belangrijke beleidsaccenten binnen dit cluster zijn een sluitende aanpak binnen het leeftraject van kinderen van 0 tot 23 jaar, waarbij voorschoolse opvang, samenwerking met onderwijs en de uitvoering van een netwerk voor duurzame samenhang tussen diensten een centrale rol spelen. Belangrijk is ook de focus op jeugd en veiligheid, met name door het aanbieden van ruimte en activiteiten via jeugdcentra (‘jeugdsozen’) en het bevorderen van een veilige omgeving voor jongeren.
Voor het cluster Ouderen en Zorg is het beleidskader minder formeel vastgelegd in één centrale notitie. Echter, de gemeente erkent de toenemende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die een bredere rol toekent aan de gemeente bij de verlening van zorg en ondersteuning. De beleidsaccenten zijn gericht op het behoud van zelfstandigheid bij ouderen, het stimuleren van zelfredzaamheid, preventie van afstroom uit de maatschappij, en het bevorderen van deelname aan recreatieve, sportieve, educatieve en culturele activiteiten. Belangrijk is ook het verbeteren van de huisvesting van ouderen en gehandicapten, het bevorderen van samenhangend voorzieningenbeleid, en het verbeteren van de zorgverlening voor migranten. De gemeente ondersteunt dit via subsidies aan kleine activiteitenverenigingen, waaronder gymgroepen, kaartclubs, toneelverenigingen, soosmiddagen, teken- en schilderwerkplaatsen, en lesjes in het Engels.
Voor het cluster Leefbaarheid is het beleidskader vastgelegd in de beleidsnota dorpshuizen 2003-2010. Deze nota vormt het kader voor de rol van dorpshuizen binnen de gemeente. De gemeente ondersteunt deze organisaties door middel van een subsidie voor onderhoud en door middel van ondersteuning van de besturen. Belangrijke beleidsaccenten zijn het verbeteren van het woon- en leefklimaat, het bestrijden van factoren die het klimaat bedreigen, het beheren van de directe omgeving, het oplossen van knelpunten in kleine kernen, het verbeteren van de communicatie tussen gemeente en burgers, het voorkomen van isolement, aandacht voor mobiliteit en vervoer, en het behoud en de verbetering van infrastructuur zoals dorpshuizen, openbare ruimtes, speelplaatsen en voorzieningen. Daarnaast is het project “Kernen in Beweging” of “Vernieuwingsimpuls communicatie met de burger” een belangrijk onderdeel van het beleidskader op dit gebied.
Subsidiebeleid en financiële ondersteuning
Het subsidiebeleid binnen de gemeente Winsum is gebaseerd op een duidelijke verdeling van bevoegdheden tussen de raad en het college, in overeenstemming met het beginsel van het dualisme. De bevoegdheid tot het verstrekken van subsidie ligt in beginsel bij de raad. De raad stelt de subsidieverordening en het algemene subsidiebeleid vast, en stelt tijdens de begroting de financiële middelen beschikbaar die per cluster ter beschikking staan. De besluitvorming over subsidieverstrekking gebeurt door het college binnen de door de raad vastgestelde financiële en inhoudelijke kaders. Dit stelsel zorgt voor een duidelijke scheidingslijn tussen beleidsvorming (door de raad) en uitvoering (door het college). De gemeente heeft een specifieke subsidieverordening ontwikkeld die de bevoegdheden en verantwoordelijkheden regelt.
Het college stelt elk jaar het Subsidieprogramma Welzijnsbeleid vast, dat de verdeling van subsidiegeld per cluster uitlegt. Dit programma omvat een overzicht van alle subsidieaanvragen binnen het jaar en wordt ter kennisname aangeboden aan de raad tijdens de begrotingsvergadering. De subsidiecriteria zijn vastgesteld op basis van het beleid per cluster. Voor het cluster Ouderen en Zorg is de berekeningsgrondslag voor subsidie als volgt: een percentage van de huurkosten, een percentage van de personeelskosten, en een percentage van de activiteitenkosten zijn subsidiëerbaar. Deze berekeningssystematiek is nader uitgewerkt in de specifieke subsidiecriteria van dit cluster, in bijlage I van de subsidiebeleidscatalogus.
Belangrijk is ook de overgang van regelmatige subsidie naar budgetsubsidies voor bepaalde organisaties. Budgetsubsidies worden verleend aan instellingen die jaarlijks meer dan €10.000 aan subsidie ontvangen. In het huidige subsidieprogramma is dit van toepassing op Museum Wierdenland en de Openbare Bibliotheek. Vanaf het subsidiejaar 2008 is overgegaan op een budgetsubsidie voor Museum Wierdenland, en voor de Openbare Bibliotheek is dit doelstelling in overleg met de ontwikkelingen op het gebied van de bibliotheken. Budgetsubsidie richt zich op het verlenen van financiering op basis van resultaten en activiteiten, in plaats van op basis van kosten. Deze vorm van subsidie is niet apart in de nieuwe subsidieverordening opgenomen, omdat het een vorm van structurele subsidie is en dus onder dezelfde regels valt. De aanvraag voor budgetsubsidie moet echter aan strengere eisen voldoen dan een reguliere structurele subsidie.
Betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en maatschappelijke ondersteuning
De rol van maatschappelijke organisaties in het welzijnsbeleid van de gemeente Winsum is centraal. De gemeente ondersteunt een breed scala aan organisaties die diensten verlenen aan kwetsbare groepen in de samenleving, met name jongeren, ouderen, en personen met beperkingen. Het welzijnsbeleid is gericht op het bevorderen van de maatschappelijke kwaliteit van leven en het verbeteren van het welzijn van burgers. Dit gebeurt via subsidieverlening aan organisaties die actief zijn op het terrein van jeugdzorg, ouderenzorg, sport, cultuur, educatie en sociale voorzieningen.
Een belangrijk voorbeeld is het welzijnsbeleid dat wordt uitgevoerd door de Stichting Welzijn en Vluchtelingenwerk (SWVW) Winsum. Vanaf 2007 is dit werk echter niet langer onderdeel van het subsidieprogramma. In plaats daarvan is er sprake van een inkooprelatie met andere partijen, waarbij het privaatrecht van toepassing is. Dit betekent dat de overeenkomst tussen de gemeente en de uitvoerende organisatie is gebaseerd op een particuliere overeenkomst, niet op overheidsrecht. De uitvoerende organisatie is verplicht om de activiteiten uit te voeren en de overeengekomen resultaten te leveren, zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. Deze vorm van samenwerking is gericht op doeltreffendheid en resultaatgerichtheid.
De gemeente erkent ook de belangrijke rol van sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties. Het beleid is gericht op het ondersteunen van sportverenigingen bij hun professionalisering, het stimuleren van samenwerking tussen verenigingen, en het bevorderen van deelname aan sportieve activiteiten voor doelgroepen zoals ouderen, jongeren en mensen met beperkingen. Belangrijk is ook het bieden van een goede zwemmogelijkheid en het ondersteunen van bijzondere sportevenementen, zoals het VVV-Lauwersland-project. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het bevorderen van culturele activiteiten, inclusief muziekonderwijs, kunst- en cultuureducatie, en voorlichting over andere culturen via ontwikkelingssamenwerking en jumelage. Hoewel er geen nieuw beleid is ontwikkeld voor kunst- en cultuureducatie vanwege gebrek aan financieringsmogelijkheden, is er kritisch gekeken naar de subsidiecriteria op dit terrein op basis van de “Schetsen kunst- en cultuurbeleid gemeente Winsum”.
Beleidskaders en financiële keuzes op het terrein van ouderen en jeugd
Het beleid op het terrein van ouderen en jeugd is gekenmerkt door een sterke focus op duurzaamheid, deelname en zelfredzaamheid. Voor het cluster Jeugd is het beleidskader vastgelegd in de “Nota integraal jeugdbeleid Gemeente Winsum” uit 2001. Belangrijk is ook het doel om minimaal 70% van de 2- en 3-jarige peuters in de gemeente Winsum te bereiken via peuterspeelzalen. De gemeente streeft ernaar om peuterspeelzalen te verspreiden over diverse kernen, zodat jonge gezinnen in alle delen van de gemeente toegang hebben tot deze dienstverlening. Daarnaast moet er een hoge kwaliteit worden gehandhaafd op basis van landelijke normering. Dit duidt op een gerichte aanpak op het gebied van kwaliteitszorg en toegankelijkheid.
Voor het cluster Ouderen en Zorg is het beleid gericht op het behoud van zelfstandigheid, het voorkomen van isolement en het bevorderen van deelname aan recreatieve, sportieve, educatieve en culturele activiteiten. De gemeente erkent dat een groot deel van de activiteiten voor ouderen al jaren gesubsidieerd wordt, wat heeft geleid tot een gewenning en afhankelijkheid van subsidie. Dit heeft gevolgen voor het financiële beleid, omdat de eigen bijdrage van deelnemers laag is ten opzichte van niet-gesubsidieerde verenigingen. Dit vormt een vorm van indirecte inkomensondersteuning, wat de financiering van deze activiteiten complexer maakt.
De gemeente heeft een nieuw subsidiebeleid ontwikkeld voor activiteiten binnen dit cluster, dat gebaseerd is op duidelijke criteria en doelstellingen. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van kostenverdeling: een percentage van huurkosten, personeelskosten en activiteitenkosten. Dit systeem is bedoeld om transparantie en doelmatigheid te bevorderen. Belangrijk is ook dat de subsidie niet automatisch wordt verlengd, maar opnieuw moet worden aangevraagd op basis van prestaties en doelgroepdoelstellingen. De gemeente streeft ernaar om een duurzame financieringsvorm te ontwikkelen die gebaseerd is op resultaten in plaats van op kosten.
Samenhangend beleid en de rol van overheidsorganen
Het beleid van de gemeente Winsum is gekenmerkt door een sterke nadruk op samenhang en duurzaamheid tussen de verschillende beleidsclusters. Het beleid is niet gesplitst in losse onderdelen, maar gebaseerd op een geïntegreerd benaderingspatroon waarbij de verschillende aspecten van welzijn, veiligheid, deelname en infrastructuur nauw met elkaar verbonden zijn. Dit is zichtbaar in het beleidskader voor dorpshuizen, die als knooppunt fungeren binnen de gemeenschap, vooral voor ouderen en kwetsbare groepen. De gemeente ondersteunt deze organisaties niet alleen financieel, maar ook via advies en begeleiding van de besturen.
Belangrijk is ook het beginsel van het dualisme dat geldt voor het beleid en de uitvoering. De raad stelt de beleidskaders vast, legt de financiële middelen vast en bepaalt de richtsnoeren. Het college voert dit beleid uit binnen de vastgestelde grenzen. Dit zorgt voor een evenwicht tussen democratische zeggenschap en professionele uitvoering. Het college stelt elk jaar het Subsidieprogramma Welzijnsbeleid vast, dat wordt voorgesteld aan de raad ter kennisname tijdens de begrotingsvergadering. Dit proces is belangrijk voor de transparantie en verantwoording van het openbaar bestuur.
De rol van overheidsorganen is ook zichtbaar in het feit dat bepaalde diensten zijn ingekocht via een privaatrechtelijke overeenkomst. Dit geldt in het bijzonder voor het welzijnsbeleid dat eerder werd uitgeoefend door de Stichting Welzijn en Vluchtelingenwerk (SWVW). Vanaf 2007 is dit werk ingekocht bij andere partijen, met name voor maatschappelijk werk, peuterspeelzaalwerk en sociaal-cultureel werk. Deze overgang heeft gevolgen voor de juridische status van de dienstverlening, omdat nu de wetgeving van het privaatrecht van toepassing is in plaats van overheidsrecht. Dit vereist dat er duidelijke uitvoeringsovereenkomsten worden afgesloten, waarin de uitvoerende organisatie verplicht is aan te tonen dat de activiteiten worden uitgevoerd en de resultaten worden geleverd zoals overeengekomen.
Conclusie
De gemeente Winsum heeft een uitgebreid en geïntegreerd beleid ontwikkeld op het terrein van welzijn, met een sterke focus op duurzaamheid, deelname en samenhang. Het beleid is gebaseerd op duidelijke beleidskaders, zoals de “Nota integraal jeugdbeleid” en de beleidsnota dorpshuizen, en wordt uitgevoerd via een gedeelde bevoegdheid tussen raad en college, in overeenstemming met het beginsel van het dualisme. De financiering gebeurt via subsidieprogramma’s die zijn gebaseerd op duidelijke criteria, met name op kostenverdeling voor activiteiten binnen de clusters Ouderen en Zorg, Jeugd, Leefbaarheid en Cultuur en Educatie. Belangrijk is ook de overgang naar budgetsubsidies voor bepaalde instellingen, zoals Museum Wierdenland en de Openbare Bibliotheek, die gericht zijn op resultaten in plaats van op kosten. De gemeente erkent ook de impact van langdurige subsidie, die kan leiden tot afhankelijkheid, en streeft daarom naar een evenwicht tussen financiële ondersteuning en duurzaamheid. De rol van overheidsorganen en particuliere partijen is duidelijk gedefinieerd, met name via uitvoeringsovereenkomsten op grond van het privaatrecht, wat transparantie en verantwoording waarborgt. Het beleid is gericht op het bevorderen van zelfstandigheid, deelname en veiligheid voor alle leeftijden, met name jongeren en ouderen.