Inleiding
De gemeente Gilze en Rijen heeft sinds het begin van de jaren twintig een systematische aanpak ontwikkeld voor de vroegschoolse ontwikkeling van kinderen, met name op het terrein van taalontwikkeling en het voorkómen van ontwikkelingsachterstanden. Deze aanpak is geïnstitutionaliseerd onder de noemer VVE-beleid, dat grotendeels gebaseerd is op twee centrale programma’s: Piramide en Taallijn VVE. Deze programma’s zijn niet losstaand, maar zijn geïntegreerd in het dagelijkse werk van peuterspeelzalen en basisscholen. De gemeente heeft hiervoor structurele middelen ingezet, waaronder financiële bijdragen voor extra leidsters en tutoren, en een gestage professionalisering van het personeel. Het doel is een doorlopende lijn vanuit de vroege kinderopvang tot het basisonderwijs te creëren, waarbij kinderen met een eventuele ontwikkelingsachterstand vroegtijdig worden geïdentificeerd en ondersteund. Deze kennisoverdracht en het voortduren van het beleid zijn ook van belang voor potentiële kopers van woningen in de gemeente, omdat een sterke vroege opvoeding de leefbaarheid en de waarde van woonomgevingen aantoonbaar versterkt.
De rol van Piramide als evenwichtige ontwikkelingsmethode
Piramide is een pedagogisch programma dat is ontwikkeld door onderwijsexpert dr. Jef van Kuyk. Het is ontstaan uit samenwerking tussen onderwijsexperts, leidsters en leerkrachten en is gericht op kinderen van drie tot zeven jaar. De kern van de methode is een evenwichtige aanpak waarin alle ontwikkelingsgebieden – lichamelijk, sociaal-emotioneel, cognitief en taalkundig – op gelijkmatige wijze aan de orde komen. Kinderen krijgen daarmee een veilige leeromgeving waarin ze zich prettig voelen en waarin zij volop kansen krijgen om eigen initiatieven te nemen, bijvoorbeeld door spel en zelfstandig leren. Deze basis wordt geïntegreerd in het dagelijks werk van peuterspeelzalen en basisscholen in de gemeente. De uitvoering van Piramide is niet beperkt tot één school of locatie. In Rijen-Zuid zijn dit de peuterspeelzaal 't Vlindertje en de basisschool De Spie, terwijl in Rijen-West de peuterspeelzaal De Speeldoos en de basisschool De Vijf Eiken het programma uitvoeren. Voor de komende jaren is een onverkorte uitvoering op deze vier locaties centraal geplaatst.
De gemeente heeft de kosten van de inzet en scholing van extra leidsters en tutoren voor dit programma overgenomen. Dit toont aan dat de gemeente investeert in een duurzame uitvoering van het programma. De basisscholen daarentegen zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzet van leerkrachten en tutoring uit hun eigen bijdragen voor het Onderwijsachterstandenbeleid. Om een te abrupte overgang naar volledige eigen financiering te voorkomen, is de gemeente bereid een afbouwsubsidie te verstrekken. Dit is een structurele maatregel om de continuïteit van het programma te waarborgen en de kwaliteit van de ondersteuning voor risicokinderen te behalen.
Taallijn VVE als onderdeel van het gemeentelijk VVE-beleid
Naast Piramide speelt ook het programma Taallijn VVE een centrale rol in het gemeentelijk VVE-beleid. Deze methode is ontwikkeld door het Expertise Centrum Nederlands, Sardes en EDventure op verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en is ondersteund door subsidie van dit ministerie. Het doel van Taallijn VVE is de bevordering van taalstimulering bij jonge kinderen. De methode is erkend als officieel VVE-programma en is daarom in de gemeente Gilze en Rijen geïntegreerd in de werkzaamheden van peuterspeelzalen. De gemeente erkent dat een sterke taalontwikkeling in de vroege jeugd cruciaal is voor het succes in het basisonderwijs.
De uitvoering van zowel Piramide als Taallijn VVE is op alle peuterspeelzalen in de gemeente van kracht. Op basis van de beschikbare gegevens is gebleken dat 71% van de doelgroepkleuters op de basisscholen in Gilze en Rijen eerder een peuterspeelzaal heeft bijgewoond. Dit cijfer toont aan dat het landelijke doel van het VVE-beleid reeds in de periode voorafgaand aan de beleidsperiode is bereikt. De gemeente benadrukt dat dit geen reden is om het beleid te beëindigen, maar integendeel een grondslag vormt om het te verdiepen en te versterken.
Duurzame professionalisering en ondersteuning van het personeel
Een essentieel onderdeel van het VVE-beleid is de professionalisering van het personeel. Tijdens de periode 2002–2006 is al een aanzienlijke kwaliteitsstijging geboekt in het peuterspeelzaarwerk. Deze ontwikkeling wordt voortgezet via deelname aan scholingsprojecten zoals Vversterk, dat als belangrijk instrument fungeert voor verdere professionalisering van het personeel. Daarnaast worden regelmatig coachingsbijeenkomsten georganiseerd, zoals die tussen 't Vlindertje en een beperkt traject, die gericht zijn op het versterken van de kennis van leidsters over het programma Piramide.
De gemeente zorgt ervoor dat alle leidsters op peuterspeelzalen, ofwel het programma Piramide, ofwel Taallijn VVE toepassen, aangevuld met elementen uit de andere methode. Dit zorgt voor consistentie en doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen. Bovendien zijn er in de gemeente afspraken gemaakt over het gebruik van een enkel risico-signaleringsinstrument op peuterspeelzalen, dat jaarlijks wordt toegepast. Kinderen die hiermee zijn gesignaleerd, worden opgenomen in een zorgstructuur die gericht is op het aanpakken van ontwikkelingsachterstanden. De gemeente zorgt er derhalve voor dat er een continue monitoring is van de ontwikkeling van risicokinderen.
Samenwerking tussen peuterspeelzalen en basisscholen
Een kernpunt van het VVE-beleid is de samenwerking tussen peuterspeelzalen en basisscholen. Deze samenwerking is gestart met het initiatief van de Werkgroep Doorgaande Lijn en is met kracht voortgezet. De gemeente heeft er een belangrijke rol in toegewezen om een doorgaande lijn vanuit Piramide en Taallijn VVE te waarborgen tussen peuterspeelzalen en het basisonderwijs. De uitvoering van dit beleid is in de praktijk geïntegreerd via concrete maatregelen.
Zo is op 1 augustus 2008 vastgelegd dat op elke basisschool is vastgelegd welke werkafspraken zijn gemaakt met de peuterspeelzalen, eventueel kinderdagverblijven, om de Taallijn VVE en Piramide te laten aansluiten op het taalbeleid van de school. Bovendien wordt jaarlijks ten minste twee keer overleg georganiseerd tussen de basisschool en de peuterspeelzalen of kinderopvang, gericht op de uitvoering van de doorgaande lijn. Deze afspraken zijn van belang voor een gladde doorstroming van kinderen vanuit de vroege kinderopvang naar het basisonderwijs.
De gemeente heeft ook een actief signaal in het beleid voor het identificeren van risicokinderen. Elk jaar worden met behulp van het door de gemeente vastgestelde risico-signaleringsinstrument kinderen gesignaleerd. Deze kinderen worden dan in een zorgstructuur opgenomen. Op deze manier wordt voorkomen dat ontwikkelingsachterstanden in de vroege jeugd worden overgeslagen.
De gemeentelijke rol in het ondersteunen van schakelklassen
Een specifieke maatregel die de gemeente heeft genomen, is de inrichting van een schakelklas. Deze wordt gericht op leerlingen in de leeftijd van het basisonderwijs die een beperkte taalvaardigheid in het Nederlands hebben, zodat zij het reguliere lesprogramma niet kunnen volgen. Deze schakelklas is een antwoord op de uitdagingen die voortvloeien uit taalachterstanden die al vroeg ontstaan. De gemeente erkent dat een effectieve aanpak van taalontwikkeling niet beperkt mag zijn tot de peuterspeelzalen, maar moet doorgaan tot in het basisonderwijs. De gemeente zorgt er derhalve voor dat er een doorlopende lijn is tussen de vroegschoolse opvang en het basisonderwijs.
De gemeente past het VVE-beleid niet alleen toe op peuterspeelzalen, maar ook in de schoolorganisatie. Zo zijn er in de gemeente specifieke maatregelen genomen om de taalontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar te bevorderen. Hoewel dit gedeeltelijk onder de bevoegdheid van de basisscholen valt, is de gemeente actief in het coördineren van het taalbeleid tussen peuterspeelzalen, eventueel kinderopvang, en basisscholen. Dit zorgt voor samenhang in het beleid en voorkomt dat er sprake is van een ‘leegte’ in de ontwikkeling van kinderen met taalachterstanden.
Financiële financiering en duurzaamheid van het beleid
Het VVE-beleid is financieel gesteund op een gestructureerde manier. De gemeente neemt de kosten van de inzet en scholing van extra leidsters en tutoren voor het programma Piramide voor haar rekening. Dit toont aan dat de gemeente investeert in vroege kinderopvang en vroegtijdige ondersteuning. Voor de basisscholen geldt dat zij de financiering van de inzet van leerkrachten en tutoring uit hun eigen bijdragen voor het Onderwijsachterstandenbeleid moeten financieren. Om een abrupte afbouw van de gemeentelijke bijstand te voorkomen, biedt de gemeente een afbouwsubsidie ter beschikking. Deze maatregel is bedoeld om de transitie van overheidsfinanciering naar eigen financiering soepel te laten verlopen.
De gemeente zorgt er bovendien voor dat er een continue monitoring is van de ontwikkeling van kinderen die onder risico staan. Deze monitoring gebeurt via het risico-signaleringsinstrument dat jaarlijks wordt toegepast op peuterspeelzalen. Kinderen die hiermee worden gesignaleerd, worden opgenomen in een zorgstructuur waarin hun ontwikkeling wordt gevolgd en ondersteund. Dit zorgt voor een vroegtijdige ingreep bij eventuele ontwikkelingsachterstanden.
Toepassing en bereik van de programma’s op peuterspeelzalen
De uitvoering van de programma’s is op peuterspeelzalen in de gemeente Gilze en Rijen duidelijk geïntegreerd. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat alle peuterspeelzalen in de gemeente met tenminste één van de twee programma’s werken. De inzet van leidsters die geschoold zijn in Taallijn VVE is aantoonbaar: op verschillende peuterspeelzalen zijn er tussen de twee en zes leidsters die geschoold zijn in het programma. Bijvoorbeeld op ‘t Vlindertje zijn er twee leidsters geschoold, terwijl op De Speeldoos er drie zijn. In sommige gevallen zijn ook de leidsters van de peuterspeelzalen die deelnemen aan het programma Piramide, gecertificeerd of in opleiding. Op ‘t Vlindertje zijn er bijvoorbeeld vijf kinderen die via het Piramide-programma zijn doorstromen naar de basisschool.
Bovendien zijn er op sommige peuterspeelzalen groepen die specifiek zijn ingericht als VVE-groepen. Zo zijn er op ‘t Vlindertje en De Speeldoos VVE-groepen, waarin kinderen met een verhoogd ontwikkelingsrisico worden ondersteund. De gemeente heeft ook aandacht voor de duurzaamheid van het programma. Zo wordt er in de periode 2002–2006 al een kwaliteitsstijging geboekt in het peuterspeelzaarwerk. Deze professionalisering wordt voortgezet via deelname aan landelijke scholingsprojecten, zoals Vversterk, en via regelmatige coachingsbijeenkomsten voor leidsters.
Conclusie
Het VVE-beleid in de gemeente Gilze en Rijen is een gestructureerde, doorlopende aanpak gericht op de vroegtijdige bevordering van ontwikkeling en taalvaardigheid bij kinderen. De gemeente heeft hierbij twee centrale programma’s ingezet: Piramide en Taallijn VVE. Beide programma’s zijn op alle peuterspeelzalen in de gemeente geïntegreerd. De gemeente heeft financiële steun geboden voor de inzet van extra leidsters en tutoren, terwijl de basisscholen verantwoordelijk zijn voor de financiering van hun eigen ondersteuning via het Onderwijsachterstandenbeleid. De gemeente stelt een afbouwsubsidie ter beschikking om een te abrupte overgang naar eigen financiering te voorkomen.
De samenwerking tussen peuterspeelzalen en basisscholen is op een gestructureerde manier geïmplementeerd. Er zijn afspraken gemaakt over een doorgaande lijn vanuit Piramide en Taallijn VVE, en er vindt jaarlijks minstens twee keer overleg plaats tussen de betrokken scholen en peuterspeelzalen. De gemeente zorgt er derhalve voor dat kinderen die in de vroege kinderopvang met risico’s zijn gemarkeerd, worden gevolgd en ondersteund. Bovendien heeft de gemeente een schakelklas ingesteld voor leerlingen met een beperkte taalvaardigheid, wat het beleid in het basisonderwijs versterkt.
Alle gegevens tonen aan dat het gemeentelijke beleid op een gestructureerde manier wordt uitgevoerd. De doelgroep bereikt is al op een vroeg stadium van de beleidsperiode bereikt, maar het beleid wordt niet opgegeven. Integendeel, de gemeente zorgt voor verdere professionalisering via deelname aan landelijke scholingsprojecten en door het voortzetten van coachingsbijeenkomsten. Dit maakt het beleid duurzaam, consistent en gericht op het voorkómen van ontwikmelingsachterstanden bij jonge kinderen.