Het rolmodel van VVE en TPO in de gemeente Maastricht: Een structurele ondersteuning voor vroegschoolse ontwikkeling en taalvaardigheid

De gemeente Maastricht heeft met de invoering van de Verordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) een gerichtheid op vroeg- en vroegschoolse ontwikkeling van kinderen geïntroduceerd, met als doel de kansen van kinderen met (taal)achterstand te versterken. Deze verordening, vastgesteld op basis van de Gemeentewet en de wet op het primair onderwijs, is bedoeld om financiële steun te bieden aan zowel kinderopvangvoorzieningen als scholen, met het oog op een naadloze integratie tussen kinderopvang, voorschoolse educatie en basisonderwijs. De focus ligt op het aanbieden van gestructureerde ondersteuning via subsidie, met name gericht op kinderen van 2,5 tot 13 jaar, en op het verhogen van de kwaliteit van pedagogische samenwerking. De bronnen tonen aan dat het systeem is opgezet rond duidelijke subsidies voor VVE, een aparte subsidie voor TPO, en het opzetten van een duurzame en inclusieve oplossing voor kinderen uit elk sociaal en economisch milieu. De gemeente streeft daarmee naar een vermindering van segregatie, een versterking van de doorstroming van kinderen vanuit basisonderwijs naar voortgezet onderwijs, en een gelijker toegang tot kwalitatief hoogwaardige voorzieningen. De gemeente streeft daarmee ook naar een vermindering van sociale en educatieve achterstanden.

Rechtsgrondslag en beleidssamenhang

De juridische grondslag voor de VVE- en TPO-verordening ligt in het bestuur van de gemeente Maastricht, die op basis van de Gemeentewet (artikel 149) en de wet op het primair onderwijs (afdeling 10, onderwijsachterstandenbeleid, artikelen 165 tot 168a) bevoegd is om subsidieverordeningen vast te stellen. De Algemene subsidieverordening (ASV) van de gemeente Maastricht is een essentieel onderdeel van de juridische kaders binnen welke de subsidieaanvragen worden afgewezen of goedgekeurd. De gemeente heeft daarmee de bevoegdheid om de subsidie in te schatten, aan te passen, of indien nodig in te trekken, indien aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen niet is voldaan. Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de tarieven voor VVE aan te passen en een subsidieplafond voor TPO vast te stellen. De verordening is van toepassing vanaf 1 januari 2017 en is in het jaar 2017 ingevoerd met terugwerkende kracht. De verordening is in juni 2020 ingetrokken, wat aangeeft dat de actieve uitvoering van dit specifieke kader voor de toekomst niet langer geldt, maar dat de beginselen en structuren die in de verordening zijn vastgelegd, nog steeds van toepassing kunnen zijn in een herzien of hergeformuleerde vorm. De gemeente heeft in haar beleid duidelijk benadrukt dat het doel van de verordening ligt in het bieden van financiële ondersteuning voor gecertificeerde voorschoolse voorzieningen en scholen, zodat kinderen met (taal)achterstand naadloos kunnen worden ondersteund en begeleid wanneer hun eigen middelen hiervoor onvoldoende zijn. De gemeente streeft daarmee naar een versterking van de kansen van elke leerling, onafhankelijk van het sociaal-economisch niveau van de ouders.

Subsidiestructuur voor VVE-voorzieningen

De subsidie voor voorschoolse educatie (VVE) is opgezet als een locatiegebonden subsidie, gericht op VVE-gecertificeerde voorschoolse voorzieningen. De subsidie wordt aangevraagd via een vastgesteld aanvraagformulier, en de aanvraag dient uiterlijk op 1 november in het jaar vóór het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, binnen te zijn. Voor het jaar 2018 was er een uitzondering, waarbij de deadline verlengd was tot 1 februari 2018. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van het aantal peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, gemeten op teldatum 1 oktober in het jaar vóór het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Voor locaties die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen, is er een uitzonderingsregeling beschikbaar, waarbij eenmalig een aanvraag kan worden ingediend op een ander tijdstip. In dat geval wordt de subsidie uitgekeerd naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar vanaf de datum waarop het college de aanvraag heeft ontvangen. De subsidiebedragen zijn afhankelijk van het aantal peuters in de locatie. Voor locaties met minder dan 10 peuters wordt een basisbudget van €4.235 per locatie uitgekeerd. Dit omvat 52 uur aan aanwezigheid van een aandachtsfunctionaris voor voorschoolse educatie (€45 per uur), 15 uur coaching op de werkvloer (€45 per uur), 7 uur logopedie (€67,14 per uur), en een scholingsbudget van €750. Voor locaties met 10 tot 45 peuters stijgt het basisbudget tot €7.010, met een toename van de uren coaching tot 60 uur. Voor locaties met meer dan 45 peuters stijgt het totaalbedrag tot €14.020, waarbij de uren coaching toenemen tot 120 uur en het scholingsbudget tot €3.000 stijgt. Deze structuren zijn bedoeld om de kwaliteit van de pedagogische samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs te versterken en de kwaliteit van de voorziening te waarborgen.

Doelgroep en doelstellingen van VVE

Het doel van de VVE-verordening is gericht op kinderen met een achterstand in taalvaardigheid of algemene ontwikkeling, met name in de leeftijd van 2,5 tot 13 jaar. De doelgroep omvat vooral kinderen uit gezinnen met lagere inkomens, waarbij er een discrepantie is tussen taalontwikkeling en andere leerprestaties, wat duidt op onbenut leerpotentieel. De gemeente wil hiermee een naadloze integratie tussen kinderopvang, voorschoolse educatie en basisonderwijs mogelijk maken, zodat kinderen vóór het begin van het basisonderwijs al een sterke basis krijgen. Het doel is om kinderen met (taal)achterstand naadloos te ondersteunen en te begeleiden wanneer hun eigen middelen hiervoor onvoldoende zijn. De gemeente streeft daarmee naar een vermindering van sociale en educatieve achterstanden en een versterking van de kansengelijkheid. De gemeente heeft daarbij ook een beroep gedaan op het PO-Raad, dat zich inzet voor een toegankelijke en inclusieve kinderopvang en VVE zonder financiële en administratieve drempels. Het PO-Raad pleit voor het versterken van de samenwerking tussen basisonderwijs en kinderopvang, met als doel dat elk kind een gelijke start krijgt. Bovendien pleit het PO-Raad voor het opheffen van de arbeidseis, zodat ook kinderen van niet-werkende ouders toegang kunnen krijgen tot voorschoolse voorzieningen. De gemeente houdt rekening met de mogelijke stijging van de vraag naar kinderopvang en de daarmee gepaard gaande risico’s voor kwaliteit en betaalbaarheid, en streeft daarmee naar het instellen van een maximum uurtarief zonder aanvullende bijdrage van ouders, om segregatie en kwaliteitsverschillen te voorkomen.

Subsidievoorwaarden en -beheersing

De subsidievoorwaarden zijn duidelijk gedefinieerd in de verordening. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om de subsidie lager vast te stellen of in te trekken indien niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen zoals vastgelegd in de wet, de Algemene subsidieverordening en deze verordening. Daarnaast is het college bevoegd om een controleprotocol vast te stellen, wat wijst op een gerichte controle op de kwaliteit van de uitvoering van de subsidie. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van een vastgesteld aanvraagformulier, en de subsidieaanvrager moet voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in de subsidieverordening voor kindgebonden subsidie voorschoolse educatie. De subsidie is gericht op VVE-gecertificeerde voorschoolse voorzieningen, die voldoen aan de geldende wettelijke eisen en aan de VVE-keuringseisen zoals vastgesteld in de subsidieverordening. De gemeente streeft daarmee naar een duurzame en kwalitatief hoogwaardige voorziening die is afgestemd op de behoeften van kinderen met (taal)achterstand. De gemeente heeft een duidelijke bevoegdheid om de subsidie aan te passen of in te trekken indien er sprake is van misstanden of tekortkomingen in de uitvoering. De gemeente streeft daarmee naar een duurzame en duurzame financiering van de voorzieningen, zodat kinderen met (taal)achterstand ook in de toekomst kunnen worden ondersteund.

TPO-subsidie en doelgroep

De subsidie voor Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) is gericht op het faciliteren van taalactiviteiten en extra ondersteuning die met de rijksmiddelen niet of niet volledig kunnen worden bekostigd. Het doel is gericht op leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, waarbij er een discrepantie is tussen taal- en andere leerprestaties als indicatie voor onbenut leerpotentieel. De gemeente heeft een subsidieplafond vastgesteld, dat door het college van burgemeester en wethouders kan worden aangepast. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van een vastgesteld aanvraagformulier, en de subsidieaanvrager dient te voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in de wet op het primair onderwijs. De subsidie is gericht op onderwijsstichtingen of –verenigingen, die het bevoegd gezag vormen. De gemeente streeft daarmee naar een versterking van de kansen van elk kind, onafhankelijk van het sociaal-economisch niveau van de ouders. De gemeente wil daarmee een vermindering van sociale en educatieve achterstanden en een versterking van de kansengelijkheid. De gemeente streeft daarmee ook naar een vermindering van segregatie en kwaliteitsverschillen, en wil daarmee voorkomen dat keuzen voor kinderen die bepalend zijn voor hun schoolloopbaan op basis zijn van hun sociaaleconomische context. De gemeente streeft daarmee naar een duurzame en duurzame financiering van de voorzieningen, zodat kinderen met (taal)achterstand ook in de toekomst kunnen worden ondersteund.

Belang van samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs

De gemeente Maastricht erkent dat een doorgaande lijn tussen kinderopvang, voorschoolse educatie en basisonderwijs essentieel is voor het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen, met name van kinderen met (taal)achachstand. De gemeente streeft naar een naadloze integratie tussen deze drie elementen, zodat kinderen vóór het begin van het basisonderwijs al een sterke basis krijgen. De gemeente heeft hiervoor een samenwerkingsverband tussen een school voor basisonderwijs en een of meerdere locaties voor kinderopvang ingesteld, genaamd een kindcentrum. Dit samenwerkingsverband is bedoeld om de samenwerking tussen basisonderwijs en kinderopvang te versterken en te waarborgen dat kinderen met (taal)achterstand naadloos kunnen worden ondersteund en begeleid. De gemeente streeft daarmee naar een vermindering van sociale en educatieve achterstanden en een versterking van de kansengelijkheid. De gemeente wil daarmee ook voorkomen dat keuzen voor kinderen die bepalend zijn voor hun schoolloopbaan op basis zijn van hun sociaaleconomische context. De gemeente streeft daarmee naar een duurzame en duurzame financiering van de voorzieningen, zodat kinderen met (taal)achachstand ook in de toekomst kunnen worden ondersteund.

Conclusie

De gemeente Maastricht heeft met de VVE- en TPO-verordening een structureel kader geïnitieerd voor het versterken van de kansen van kinderen met (taal)achterstand. De subsidie is gericht op VVE-gecertificeerde voorschoolse voorzieningen en scholen, met als doel een naadloze integratie tussen kinderopvang, voorschoolse educatie en basisonderwijs. De subsidiebedragen zijn afhankelijk van het aantal peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, en stijgen met toenemend aantal peuters. De gemeente heeft een duidelijke bevoegdheid om de subsidie aan te passen of in te trekken indien aan de eisen niet is voldaan. De gemeente streeft daarmee naar een vermindering van sociale en educatieve achterstanden, een versterking van de kansengelijkheid, en een vermindering van segregatie en kwaliteitsverschillen. De gemeente wil daarmee ook voorkomen dat keuzen voor kinderen die bepalend zijn voor hun schoolloopbaan op basis zijn van hun sociaaleconomische context. De gemeente streeft daarmee naar een duurzame en duurzame financiering van de voorzieningen, zodat kinderen met (taal)achachstand ook in de toekomst kunnen worden ondersteund.

Bronnen

  1. Verordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)
  2. Verordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)
  3. PO-Raad: Zélluf doen! – Samenwerken aan een pedagogische basis
  4. Staatsblad 2023, nummer 12490

Related Posts