Inleiding
Het VVE-programma (Voor- en Vroegschoolse Educatie) is een onderdeel van de Nederlandse kinderopvang die gericht is op de vroege ontwikkeling van kinderen. Het programma is ontworpen om kinderen uit doelgroepen, zoals risicokinderen, extra ondersteuning te bieden op cruciale ontwikkelingsgebieden. In dit artikel wordt ingegaan op de verplichtingen van kinderopvangorganisaties in het kader van het VVE-programma, het kwaliteitsbeleid en de rol van ouders. Aan de hand van de beschikbare bronnen uit de lokale regelgeving van Valkenswaard en Enschede, wordt een overzicht gegeven van het praktische en juridische kader van VVE.
Wat is het VVE-programma?
Het VVE-programma is een erkend programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat gericht is op vier ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Het programma wordt vooral gericht op kinderen die in een risicogroep vallen, zoals kinderen met een laag opleidingsniveau van ouders, of kinderen die vroegtijdig een ontwikkelingsachterstand vertonen.
Kwaliteitsbeleid en structuur
Het VVE-programma wordt meestal aangeboden voor 16 uur per week, verspreid over vier dagdelen van vier uur. Dit is het basisaanbod dat wordt gestimuleerd. De kinderopvangorganisatie biedt het programma gedurende 40 weken per jaar. Het programma wordt gegeven in een gemengde groep, waarin zowel doelgroepkinderen als niet-doelgroepkinderen aanwezig zijn. Dit zorgt ervoor dat de leerprocessen van kinderen onderling stimulerend werken.
Daarnaast wordt gebruikgemaakt van kindvolgsystemen zoals KIJK! of vergelijkbare systemen. Deze systemen helpen bij het monitoren van de ontwikkeling van kinderen, zodat eventuele achterstanden snel in beeld komen en een handelingsplan kan worden opgesteld. De focus ligt op een structurele volg- en begeleidingstrategie die gericht is op het voorkomen van onderontwikkeling.
Kwalificaties van medewerkers
In het kader van VVE zijn er extra eisen gesteld aan de kwalificaties van medewerkers in de kinderopvang. Zo moet minimaal één beroepskracht in de VVE-groep over een certificaat beschikken van een met succes afgerond scholingsprogramma met betrekking tot het VVE-programma. De andere beroepskrachten op de groep moeten binnen een bepaalde termijn dit scholingsprogramma volgen. Dit geldt naast de wettelijke opleidingseisen die al gelden voor kinderopvangmedewerkers.
De gemeente Enschede heeft extra eisen opgesteld die bovenop de wettelijke regels liggen. Zo moet de opleiding binnen twee jaar na de start met goed gevolg zijn afgerond. Dit zorgt ervoor dat medewerkers niet alleen over de basiskwalificaties beschikken, maar ook specifieke trainingen volgen die gericht zijn op VVE.
Verplichtheden voor kinderopvangorganisaties
Verplichte aanbieding van VVE
Het is verplicht voor kinderopvangorganisaties die zich registreren als VVE-aanbieders, om doelgroepkinderen die bij hen zijn aangemeld, te plaatsen in een VVE-groep. Dit geldt binnen een termijn van twee maanden na aanmelding. Als binnen deze termijn een volwaardige VVE-plek niet beschikbaar is, moet de gemeente hiervan op de hoogte worden gesteld.
Een wachtlijst ontstaat wanneer VVE-kinderen niet binnen twee maanden na aanmelding kunnen worden geplaatst. In dat geval moet de wachtlijst onverwijld worden gemeld bij de gemeente en het Jeugd en Gezondheidszorg (JGZ).
Verplichte communicatie met ouders
Ouders spelen een centrale rol in de VVE-educatie. Bij de opname van een kind in het VVE-programma, moet de houder met de ouders schriftelijk afspreken dat zij de intentie hebben om deel te nemen aan ouderactiviteiten. Bovendien moet het ouderbeleidsplan van de houder duidelijk maken hoe ouders nauw betrokken worden bij het VVE-programma. In situaties waarin kinderen om andere redenen dan regulier verzuim niet tien uur per week deelnemen aan het programma, moet de houder actief proberen de ouders aan te sporen om hun kind aan het volledige arrangement van tien uur per week te laten deelnemen.
De gemeente verwacht dat houders actief uitvoering geven aan de afspraken in het ouderbeleidsplan. Bewijsstukken zoals brieven, e-mails of verslagen van gesprekken moeten aanwezig zijn om aan te tonen dat de houder zich heeft ingespannen om ouders te motiveren.
Verplichte wisseling met basisscholen
Een belangrijk aspect van het VVE-programma is de overdracht van informatie naar basisscholen. Van elk kind met een VVE-indicatie moet zowel een koude als een warme overdracht plaatsvinden. Bij de koude overdracht worden documenten overgelegd, terwijl bij de warme overdracht een drie-in-een gesprek plaatsvindt tussen ouders, de voorschool en de leerkracht van groep 1. Dit gesprek is bedoeld om eventuele aandachtspunten te bespreken en te zorgen voor een goede aansluiting op de doelen van groep 1.
Deze overdrachtsafspraken zijn vastgelegd in de uniforme overdrachtsafspraken van de gemeente Valkenswaard. Deze documentatie is van groot belang om continuïteit in de educatie te garanderen en eventuele problemen op te sporen.
Rol van ouders
Ouders hebben een centrale rol in het VVE-programma. Zij worden expliciet betrokken bij het aanbod van voorschoolse educatie. Ondanks het aanbod van VVE is het de keuze van de ouders om hun kind daadwerkelijk in het programma te plaatsen. Ondanks de stimulering van 16 uur per week, kunnen ouders kiezen voor een ander aanbod. Het is echter de bedoeling dat zij actief geïnformeerd worden over de voordelen van VVE.
Voorlichting vindt meestal plaats via gesprekken, waarbij voorlichtingsmaterialen zoals folders of beeldmateriaal kunnen worden gebruikt. Daarnaast zijn voorlichtingsavonden mogelijk. Ondanks deze inspanningen is het zelden dat ouders het VVE-aanbod niet gebruiken. Wanneer dit toch gebeurt, moet de reden hiervoor bekend zijn bij JGZ. Op basis van een risicotaxatie kan JGZ besluiten om contact op te nemen met het CJG (Centrum Jeugdzorg).
Toezicht en handhaving
Het VVE-programma valt onder de toezichtscompetentie van de Onderwijsinspectie. De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het VVE-aanbod. De regels voor toezicht en handhaving zijn uitgewerkt in de wet OKE (Onderwijskeuze en -kwaliteit). Deze wet bepaalt de taken van de Onderwijsinspectie en legt de verantwoordelijkheden van houders van VVE-programma’s vast.
Daarnaast is er ook toezicht op het naleven van de subsidiesvoorwaarden. Deze voorwaarden zijn bovenop de wettelijke regels geplaatst en zijn vastgelegd in de nadere regels van de gemeente Enschede. Deze regels stellen extra eisen aan de kwaliteit van de opvang in een VVE-groep en aan de kwalificaties van medewerkers.
Resultaatafspraken
Op gemeentelijk niveau worden afspraken gemaakt over de resultaten van het VVE-programma. Deze afspraken zijn gebaseerd op voorbeelden uit de Memorie van Toelichting bij de OKE-wet. Zo kan het gaan om groei in de ontwikkeling van het kind volgens het Kindvolgsysteem, het aantal kinderen dat een niveau stijgt in het basisonderwijs, of het aantal kinderen dat minimaal op een bepaald niveau zit. In 2020 zijn regionale resultaatafspraken opgesteld, en sinds 2019 zijn voorbereidingen gestart.
Het effect van deze afspraken wordt actief gemonitord. Dit betekent dat er jaarlijks gegevens worden verzameld over de prestaties van kinderen in VVE-programma’s en dat deze gegevens worden vergeleken met de gestelde doelen. Dit monitoren is van groot belang om te bepalen of het VVE-programma effectief is en of aanpassingen nodig zijn.
Conclusie
Het VVE-programma is een onderdeel van de kinderopvang dat gericht is op de vroege ontwikkeling van kinderen, met een extra focus op kinderen uit risicogroepen. Het programma is erkend door het Nederlands Jeugdinstituut en wordt geleverd in een gemengde groep. De kinderopvangorganisatie is verplicht om VVE aan te bieden aan aangemelde kinderen binnen een bepaalde termijn. Er zijn duidelijke verplichtingen voor houders, zoals het betrekken van ouders, het aanbieden van een kwaliteitsvol programma en het volgen van extra scholingen voor medewerkers.
Ouders spelen een centrale rol in het VVE-programma, maar hun deelname is vrijwillig. Er wordt actief geïnformeerd over de voordelen van VVE, en wanneer ouders niet meewerken, is er een procedure voor risicotaxatie. Het programma wordt onder toezicht van de Onderwijsinspectie en is onderdeel van de subsidiesvoorwaarden van de gemeente. De resultaten worden jaarlijks gemeten en geëvalueerd, zodat het VVE-programma continu kan worden verbeterd.
Het VVE-programma is dus een belangrijk instrument om kinderen in hun vroege ontwikkeling te ondersteunen, en het draagt bij aan de kwaliteit van de voorschoolse educatie in Nederland.