Inleiding
De voorschoolse educatie (VVE) speelt een steeds belangrijker rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. Het doel van VVE is om taal- en ontwikkelachterstanden op te heffen of te verkleinen, zodat kinderen op de juiste voet de basisschool kunnen betreden. In Nederland zijn gemeenten verantwoordelijk voor de financiering en regulering van VVE-programma’s. Teylingen is in dit opzicht een pionier, aangezien het de eerste gemeente in Nederland is die subsidie verstrekt aan een gastouderbureau om een VVE-programma in te voeren. Deze subsidie is onderdeel van een bredere inzet om zowel vroegschoolse als voorschoolse educatie te stimuleren, waarbij scholing en materialen centraal staan.
Deze artikel biedt een overzicht van de huidige situatie in Teylingen, inclusief de subsidiebeleidslijnen, de rol van scholing in VVE, en de concrete uitvoering van het programma Peuterpraat door Gastouderbureau Kroostopvang. Bovendien wordt ingegaan op de relevante regelgeving en het juridisch kader dat gemeenten zoals Teylingen bepalen in hun aanpak van VVE.
VVE in Nederland: Juridisch en beleidskader
In Nederland is de VVE gereguleerd door een combinatie van landelijke wetten en lokale regelingen. De Algemene subsidieverordening (ASV) vormt een kernbestanddeel van het juridisch kader. In combinatie met lokale subsidieregelingen, zoals die van de gemeente Eindhoven, vormt dit het kader waarbinnen gemeenten subsidies toekennen aan VVE-programma’s. Deze subsidies zijn meestal gericht op activiteiten die niet binnen de basisbeheeractiviteiten van kinderopvang vallen, zoals scholing van medewerkers, aanschaf van VVE-materialen, en het vergroten van ouderbetrokkenheid.
De subsidiebeleidslijnen worden vaak gecombineerd met kwaliteitskaders, zoals het kwaliteitskader VVE 2012–2015 van Eindhoven, dat richtlijnen biedt voor de inhoud en uitvoering van VVE-programma’s. Deze kaders zijn vaak ontwikkeld in samenwerking met lokaal Expertise Advies Centrum (LEA), en worden gebruikt om het kwaliteitsniveau van VVE in de regio te verhogen.
In de regelingen is tevens sprake van een principe van tekortfinanciering, wat betekent dat subsidies worden verstrekt op basis van de extra kosten die niet kunnen worden gedekt door reguliere middelen. Voor de locatiegebonden subsidie is dit het geval sinds 1 januari 2017, met uitzondering van het principe van tekortfinanciering, dat pas in werking is getreden op 1 januari 2018.
Teylingen als pionier in VVE-subsidie voor gastouderopvang
In september 2010 kondigde gemeente Teylingen aan dat het Gastouderbureau Kroostopvang subsidie zou ontvangen voor het invoeren van het VVE-programma Peuterpraat. Teylingen was daarmee de eerste gemeente in Nederland die een subsidie verstrekte aan een gastouderbureau voor voorschoolse educatie. De subsidie bedroeg €1.670, die gebruikt werd voor het aanschaffen van materialen en scholing van gastouders in het kader van VVE.
Het programma Peuterpraat wordt reeds door meeste kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen in Teylingen uitgevoerd, en de keuze voor dit programma was ook voor Kroostopvang een logische. Peuterpraat is een gecertificeerd VVE-programma dat gericht is op taalontwikkeling en sociale vaardigheden van jonge kinderen. Het programma is ontworpen om te vullen op de kwaliteitsstandaarden van VVE en is daarom ook qua inhoud en uitvoering in lijn met de doelstellingen van de subsidies die gemeenten verstrekken.
Kroostopvang is verantwoordelijk voor de bemiddeling in gastouderopvang in Teylingen en speelt een cruciale rol in de zorg voor kinderen wanneer ouders tijdelijk niet in staat zijn om zelf voor de zorg te zorgen. De verstrekte subsidie maakt het mogelijk om ook binnen deze vorm van kinderopvang aan de VVE-doelen te werken.
Subsidiebeleid en uitvoering in Teylingen
De subsidie voor VVE in Teylingen is gericht op zowel vroegschoolse als voorschoolse educatie. De subsidie wordt toegekend aan VVE-gecertificeerde voorzieningen, zoals Gastouderbureau Kroostopvang, en is bedoeld om de extra kosten te dekken die niet binnen de basisbeheeractiviteiten vallen. Deze subsidies kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor scholing van medewerkers, aanschaf van materialen, en het vergroten van de betrokkenheid van ouders bij het VVE-programma.
De aanvraagprocedure voor subsidies is gestandaardiseerd. Aanvragen voor locatiegebonden subsidies moeten in principe voor 1 november in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar worden ingediend, met uitzondering voor locaties die voor het eerst subsidie aanvragen. In dat geval kan de aanvraag op een ander moment worden ingediend, waarbij de subsidie dan verstrekt wordt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd.
De subsidie wordt berekend op basis van het aantal peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. De teldatum voor deze berekening is 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De subsidie is bedoeld om activiteiten en extra ondersteuning te faciliteren die met de basisbeheeractiviteiten niet bekostigd kunnen worden. Het maximumbedrag per locatie is vastgesteld in een tarieventabel, die onderdeel uitmaakt van de subsidieverordening.
VVE-scholing en medewerkersontwikkeling
Een belangrijk aspect van VVE is scholing en medewerkersontwikkeling. In de subsidieregelingen is expliciet aandacht voor scholing op het gebied van VVE, zoals taalniveau 3F, Speelplezier, en kwaliteitszorg. Daarnaast kan ook rekening gehouden worden met coaching "on the job", en de inzet van externe partijen om de ouderbetrokkenheid te vergroten. Deze scholing is een essentieel onderdeel van de subsidie, aangezien het medewerkers in staat stelt om VVE-effectief te implementeren.
In Teylingen wordt scholing verstrekt aan gastouders van Kroostopvang om hen te ondersteunen bij het implementeren van het Peuterpraat-programma. De subsidie uit 2010 maakt het mogelijk om gastouders te scholen in VVE, en dit heeft geleid tot een verdiepte kennis van taalontwikkeling en pedagogische vaardigheden. Deze scholing is van groot belang, aangezien gastouders in hun rol als zorgverlener een cruciale bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jonge kinderen.
Aanvullende subsidies en financieringsopties
Naast de reguliere subsidie voor VVE zijn er ook aanvullende financieringsopties beschikbaar. Zo kan er sprake zijn van een eenmalige startsubsidie voor nieuwe VVE-locaties. Deze subsidie is bedoeld voor de extra kosten die het opstarten van een VVE-programma met zich meebrengt, zoals scholing en aanschaf van materialen. De startsubsidie is alleen beschikbaar voor locaties die in het verleden nog nooit zijn ingeschreven als VVE-locatie, en die ook geen opvolger zijn van een VVE-locatie die is uitgeschreven uit het landelijk register kinderopvang.
In Teylingen is de subsidie van €1.670 gebruikt voor het opstarten van het Peuterpraat-programma bij Kroostopvang. Aangezien dit programma niet eerder in het gastouderbureau was ingezet, kwalificeerde het voor de aanvullende startsubsidie. De subsidie is gebruikt voor het aanschaffen van materialen, en voor scholing van gastouders in het kader van VVE.
Bovendien is er aandacht voor de financiering van inspecties, monitoring en ontwikkeling. Zo kan er sprake zijn van GGD-inspecties op keuringseisen, inclusief scholingskosten en jaarlijks 1 of 2 gesprekken met de gemeente. Ook wordt er rekening gehouden met de inzet van jeugdverpleegkundigen van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), die extra contactmomenten kunnen bieden met VVE-locaties om de doorlopende lijn te versterken.
Subsidiebeleid in andere gemeenten en vergelijkend perspectief
Hoewel Teylingen pionier is in het subsidiëren van VVE binnen gastouderopvang, zijn er ook andere gemeenten die subsidies verstrekken voor VVE-programma’s. Zo is er bijvoorbeeld een regeling in Eindhoven waarbij ouders subsidie kunnen ontvangen voor het bezoeken van een VVE-gecertificeerde voorziening. Deze subsidie is bedoeld om ouders te stimuleren om hun kinderen in een VVE-gecertificeerde locatie te plaatsen, en wordt verstrekt via het bestuur van de VVE-voorziening.
In de regeling van Eindhoven is sprake van een maximale subsidie van €8,05 per geplaatste peuter per uur tot 11 uur per week. Deze subsidie wordt verrekend met de door ouders te betalen, inkomensafhankelijke eigen bijdrage en eventuele kinderopvangtoeslagen. De subsidie wordt betaald aan de bestuurder van de VVE-gecertificeerde voorschoolse voorziening, die deze verrekent met de eigen bijdrage van de ouders.
Hoewel deze regeling specifiek is voor Eindhoven, zijn er overeenkomsten met de subsidiebeleidslijnen in Teylingen. Zo is de nadruk op het stimuleren van VVE, het faciliteren van extra activiteiten, en het gebruik van scholing en materialen centraal. De verschillen liggen vooral in de uitvoering, aangezien de subsidie in Eindhoven gericht is op ouders, terwijl de subsidie in Teylingen gericht is op VVE-gecertificeerde voorzieningen.
Monitoring en evaluatie van VVE-programma’s
Een belangrijk aspect van subsidies voor VVE is monitoring en evaluatie. Gemeenten zoals Teylingen en Eindhoven hebben regelingen op staan voor de jaarlijkse rapportage en financiële verantwoording van subsidies. Deze verantwoording dient ter definitieve vaststelling van de subsidie, en wordt ingezonden voor 1 april van het jaar waarin de subsidie wordt uitgevoerd.
Monitoring en evaluatie zijn essentieel om ervoor te zorgen dat subsidies effectief worden ingezet en dat VVE-programma’s hun doelen bereiken. In Teylingen is sprake van een monitoring van resultaten met een maximumbedrag van €40.000 per kalenderjaar. Bovendien is er aandacht voor toeleiding, monitoring en indicatiestelling van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), met een maximum van €15.000.
Monitoring helpt ook bij het identificeren van problemen en het aanpassen van programma’s. Zo kan bijvoorbeeld blijken dat bepaalde VVE-programma’s niet effectief zijn in de aanpak van taalachterstanden, waardoor een andere aanpak noodzakelijk is. De evaluatie van subsidies helpt ook bij het vaststellen van het succes van subsidies, en bij het opstellen van beleidslijnen voor toekomstige subsidies.
Rol van externe partijen en samenwerking
Samenwerking met externe partijen is een belangrijk onderdeel van VVE-programma’s. In Teylingen wordt Gastouderbureau Kroostopvang ondersteund door de Projectgroep Kinderklanken/Peuterpraat van De Weerklank. Deze groep biedt expertise op het gebied van VVE en helpt bij het invoeren van het Peuterpraat-programma. De samenwerking met externe partijen is essentieel om ervoor te zorgen dat VVE-programma’s kwaliteitsvol worden uitgevoerd en dat de doelen worden bereikt.
Bovendien is er aandacht voor de inzet van derden om de ouderbetrokkenheid te vergroten. In de subsidieregelingen is expliciet sprake van de inzet van externe partijen voor het vergroten van de betrokkenheid van ouders bij VVE-programma’s. Deze partijen kunnen bijvoorbeeld workshops organiseren voor ouders, of coaching aanbieden bij het implementeren van VVE-strategieën.
In Teylingen is de samenwerking met externe partijen essentieel geweest voor het succesvolle invoeren van het Peuterpraat-programma. De Projectgroep Kinderklanken/Peuterpraat heeft een cruciale rol gespeeld in de scholing en ondersteuning van gastouders, en heeft bijgedragen aan de kwaliteitsborging van het programma.
Toekomstperspectieven en uitdagingen
Hoewel VVE een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van jonge kinderen, zijn er ook uitdagingen en toekomstperspectieven die in overweging genomen moeten worden. De toekomst van VVE-programma’s hangt af van meerdere factoren, waaronder de financiering, de kwaliteit van de programma’s, en de betrokkenheid van ouders en medewerkers.
Een van de uitdagingen is het ontbreken van voldoende financiering. Hoewel subsidies worden verstrekt, zijn deze vaak beperkt in omvang en kunnen ze niet altijd gedekt worden door reguliere middelen. Dit betekent dat gemeenten en VVE-gecertificeerde voorzieningen continu op zoek moeten zijn naar financieringsopties om hun programma’s te ondersteunen.
Een andere uitdaging is de kwaliteitsborging van VVE-programma’s. Hoewel er kwaliteitskaders zijn ontwikkeld, is het niet altijd eenvoudig om deze te implementeren en te monitoren. Dit vereist investeringen in scholing, monitoring en evaluatie, die soms niet voorhanden zijn bij alle VVE-gecertificeerde voorzieningen.
De toekomst van VVE hangt ook af van de betrokkenheid van ouders en medewerkers. Ouders spelen een cruciale rol in de ontwikkeling van jonge kinderen, en hun betrokkenheid bij VVE-programma’s is essentieel voor het succes van deze programma’s. Medewerkers moeten goed worden geschoold en gesteund, zodat ze in staat zijn om VVE-effectief te implementeren.
Conclusie
VVE speelt een essentiële rol in de ontwikkeling van jonge kinderen en is daarom ook een centraal onderdeel van het beleid van gemeenten zoals Teylingen. Teylingen is een pionier in het subsidiëren van VVE binnen gastouderopvang, en heeft met het invoeren van het Peuterpraat-programma bij Gastouderbureau Kroostopvang een modelproject opgezet. De subsidie uit 2010 heeft het mogelijk gemaakt om gastouders te scholen in VVE, en heeft geleid tot een verdiepte kennis van taalontwikkeling en pedagogische vaardigheden.
De subsidieregelingen en beleidslijnen in Teylingen en andere gemeenten zoals Eindhoven zijn vergelijkbaar in doel en uitvoering, met nadruk op het stimuleren van VVE, het faciliteren van extra activiteiten, en het gebruik van scholing en materialen. De monitoring en evaluatie van subsidies zijn essentieel om ervoor te zorgen dat subsidies effectief worden ingezet en dat VVE-programma’s hun doelen bereiken.
Hoewel VVE een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van jonge kinderen, zijn er ook uitdagingen en toekomstperspectieven die in overweging genomen moeten worden. De toekomst van VVE-programma’s hangt af van meerdere factoren, waaronder financiering, kwaliteitsborging, en de betrokkenheid van ouders en medewerkers.