De voorschoolse educatie (VVE) richt zich op kinderen van 2 tot 4 jaar die risico lopen op taal- of ontwikkelingsachterstand. Het doel van VVE is om kinderen een betere start te bieden op de basisschool door hun ontwikkeling op de vier domeinen — taal, sociaal-emotionele ontwikkeling, rekenen/ordenen, en motoriek — te stimuleren. De uitvoering van VVE-arrangementen is onderworpen aan een strikt juridisch en pedagogisch kader, waarin zowel landelijke wetgeving als gemeentelijke regelingen een belangrijke rol spelen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de nadere regels voor VVE-arrangementen, inclusief de eisen voor pedagogisch plan, registratie, kwaliteitsborging, en samenwerking tussen betrokken partijen. Aan de hand van de bronnen uit Enschede en Bloemendaal wordt ingegaan op de praktische uitwerking van VVE, met een focus op de vier ontwikkelingsdomeinen.
Inleiding
De wettelijke basis voor VVE ligt in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, en de Subsidieverordening Peuter- en VVE-arrangementen. Deze regelgeving legt de eisen vast voor zowel de inhoud van VVE-arrangementen als de kwaliteit van de werking. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het realiseren van een voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod van VVE. Daarnaast zijn er specifieke regels op gemeentelijk niveau, zoals in Enschede en Bloemendaal, die de landelijke regelgeving verder uitwerken.
In dit artikel wordt ingegaan op de nadere regels en praktijkuitwerkingen van VVE, met een focus op de vier ontwikkelingsdomeinen: taal, sociaal-emotionele ontwikkeling, rekenen/ordenen, en motoriek. De nadruk ligt op de eisen die houders van VVE-arrangementen moeten nakomen, zoals het gebruik van erkende programma’s, de registratie van kinderen en beroepskrachten, en het vastleggen van de voortgang van kinderen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de rol van de gemeente en de samenwerking met externe partijen.
Pedagogisch plan en werkplan
Een essentieel onderdeel van de uitvoering van VVE is het opstellen van een pedagogisch plan of werkplan. Dit plan legt vast hoe het erkende VVE-programma door gecertificeerde beroepskrachten wordt uitgevoerd. Daarnaast moet het plan uitwerking geven aan de inrichting van de vier ontwikkelingsdomeinen en de frequentie waarmee kinderen aan het taal-intensieve aanbod kunnen deelnemen.
Het pedagogisch plan dient te bevatten:
- De wijze van uitvoering van het erkende programma, inclusief de aandacht voor de vier ontwikkelingsdomeinen;
- De inrichting van het taal-intensieve aanbod, inclusief de frequentie van deelname;
- De registratie van de aanwezigheid van kinderen en de voortgang van kinderen in het Cito/LOVS of een kindvolgsysteem.
De houder is verantwoordelijk voor het jaarlijks opstellen van een opleidingsplan voor de certificering van beroepskrachten en pedagogische medewerkers. Dit is vereist volgens artikel 4 lid 4 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De pedagogische opleiding en kwaliteit van de beroepskrachten zijn essentieel voor het succes van het VVE-programma.
Erkende programma’s en voorwaarden op gemeentelijk niveau
De landelijke regelgeving vereist dat VVE-arrangementen gebruik maken van erkende programma’s. Deze programma’s zijn geïntegreerd en leggen aandacht toe aan de vier ontwikkelingsdomeinen. Voorbeelden van erkende programma’s zijn:
- Kaleidoscoop
- Piramide
- Startblokken
- Uk en Puk
Deze programma’s zijn opgenomen in de databank effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (www.nji.nl). Daarnaast moeten gemeenten aanvullende voorwaarden stellen voor VVE-arrangementen die in aanmerking komen voor subsidie. In Enschede en Bloemendaal zijn dergelijke aanvullende regels opgesteld.
In Enschede is bijvoorbeeld vastgelegd dat het Cito/LOVS wordt gebruikt voor het vastleggen van de voortgang op het gebied van taal en rekenen/ordenen. Voor sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling moet een kindvolgsysteem worden gebruikt dat is afgestemd met de gemeente. Dit systeem moet conform protocollen of werkinstructies werken, die regelmatig de voortgang vastleggen.
In Bloemendaal is er een visie en doelen voor VVE. Het streven is om alle doelgroeppeuters met een risico op taal- of ontwikkelingsachterstand te betrekken in VVE. Daartoe zijn doelstellingen opgesteld voor de periode 2020–2023, waaronder het realiseren van een kwalitatief en toegankelijk VVE-aanbod, het vergroten van het bereik (het percentage kinderen dat daadwerkelijk deelneemt aan een programma), en het betrekken van ouders bij het VVE-aanbod.
Registratie en monitoring
De registratie van kinderen en medewerkers is een belangrijk aspect van de uitvoering van VVE. De houder moet een aanwezigheidsregistratiesysteem gebruiken om de aanwezigheid van kinderen per dagdeel vast te leggen. Daarnaast dient ook de aanwezigheid van de beroepskrachten in de VVE-groepen te worden geregistreerd.
Naast registratie van aanwezigheid is ook het vastleggen van de vorderingen van kinderen essentieel. Voor taal en rekenen/ordenen is het in Enschede afgesproken om het Cito/LOVS te gebruiken. Dit systeem is een standaard instrument voor het meten van taal- en rekenvaardigheden bij jonge kinderen.
Voor sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling moet een kindvolgsysteem worden gebruikt dat is afgestemd met de gemeente. Dit systeem moet conform protocollen of werkinstructies werken, die regelmatig de voortgang vastleggen. De houder moet deze protocollen strikt volgen om te waarborgen dat de voortgang van kinderen accuraat en consistent wordt gemeten.
Daarnaast dient de houder gegevens te leveren aan monitoring-systemen die door de gemeente worden gebruikt. Deze gegevens worden gebruikt voor het bepalen van de kwaliteit van het VVE-aanbod en de effectiviteit van het programma. In Bloemendaal is bijvoorbeeld het doel gesteld om eind 2023 minimaal 75% van de doelgroeppeuters te bereiken. Om dit doel te realiseren wordt er gewerkt aan het vergroten van de bekendheid van het VVE-aanbod bij ouders en verzorgers van doelgroeppeuters.
Kwaliteitsborging en samenwerking
De kwaliteit van VVE-arrangementen is afhankelijk van de kwalificatie en certificering van de beroepskrachten. In het kader van VVE is het vereist dat beroepskrachten zijn gescout in het gebruikte programma. Daarnaast moeten beroepskrachten regelmatig gevolgd worden door een pedagogische medewerker, die de kwaliteit van de uitvoering van het programma beoordeelt.
In Enschede is het vereist dat de houder jaarlijks een opleidingsplan opstelt voor de certificering van beroepskrachten en pedagogische medewerkers. Dit is een juridisch verplichte maatregel volgens artikel 4 lid 4 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
Daarnaast speelt de gemeente een belangrijke rol in het kader van kwaliteitsborging. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van een voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod van VVE. In Bloemendaal werkt de gemeente samen met externe partijen zoals Jeugdgezondheidszorg Kennemerland, kinderopvangorganisaties, schoolbesturen van basisonderwijs, en GGD Kennemerland. Deze samenwerking is essentieel voor het realiseren van een doorgaande lijn tussen de voor- en vroegschoolse voorziening.
Uitbreiding van het VVE-aanbod
Om de kwaliteit van het VVE-aanbod te verbeteren, stelt het Rijk extra middelen beschikbaar. Deze versterking richt zich op de uitbreiding van het VVE-aanbod aan doelgroeppeuters van 10 naar 16 uur per week. Daarnaast is er een toename van het aantal hbo’ers in de VVE-groepen, wat bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs en begeleiding van kinderen.
De uitbreiding van het VVE-aanbod is een landelijke maatregel en heeft als doel om kinderen met een risico op taal- of ontwikkelingsachterstand beter te voorzien in stimulerende en educatieve activiteiten. In Enschede en Bloemendaal zijn er extra plannen opgesteld om deze uitbreiding te realiseren. In Enschede is bijvoorbeeld een stedenconvenant ‘Effectief benutten van VVE 2014’ opgesteld, waarin prestatieafspraken zijn vastgelegd over het gebruik van het VVE-aanbod en de registratie van de voortgang van kinderen.
Conclusie
De voorschoolse educatie (VVE) speelt een essentiële rol in het voorkomen of verminderen van taal- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen van 2 tot 4 jaar. Het wettelijk kader en de nadere regels voor VVE-arrangementen leggen duidelijke eisen vast voor de uitvoering van VVE. Deze eisen omvatten het gebruik van erkende programma’s, het opstellen van een pedagogisch plan, de registratie van kinderen en beroepskrachten, en het vastleggen van de voortgang van kinderen op de vier ontwikkelingsdomeinen: taal, sociaal-emotionele ontwikkeling, rekenen/ordenen, en motoriek.
De rol van de gemeente is centraal in de uitvoering van VVE. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van een voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod van VVE. Daarnaast werkt de gemeente samen met externe partijen zoals jeugdgezondheidszorg, kinderopvangorganisaties, en basisscholen om de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse voorziening te realiseren.
In de komende jaren is er een sterke nadruk op kwaliteitsborging, uitbreiding van het VVE-aanbod, en het betrekken van ouders bij het VVE-proces. Deze maatregelen zijn essentieel voor het realiseren van een gelijke start voor alle kinderen en het voorkomen van onderwijsachterstanden in het basisonderwijs.