Inleiding
Startblokken is een erkend en integraal programma voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE), dat gericht is op kinderen van 0 tot 8 jaar. Het programma is ontworpen om de ontwikkeling van jonge kinderen op verschillende gebieden te stimuleren, met een sterke focus op spelgeoriënteerde activiteiten. Startblokken voldoet aan de eisen van het wettelijk kader rond VVE en is beoordeeld als goed onderbouwd door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). In dit artikel wordt ingegaan op de inhoud van het Startblokken-programma, de rol van de Startblokkentrainer en pedagogisch medewerker, de wettelijke en praktische voorwaarden voor het gebruik van het programma in kinderopvang, en de samenwerking tussen gemeenten, kinderopvangorganisaties en andere betrokken partijen.
Startblokken: een integraal VVE-programma
Startblokken is een totaalprogramma dat uitgaat van spelgeoriënteerde activiteiten voor kinderen van 0 tot 8 jaar. Het programma is geïnspireerd door de pedagogiek van Lev Vygotsky, waarbij het accent ligt op het leren via actieve betrokkenheid, interactie en betekenisvolle ervaringen. De kern van het programma bestaat uit de zogenaamde 3B’s: betekenisvolle activiteiten, bemiddelende rol van de volwassenen en brede ontwikkeling van het kind.
De methode is erop gericht om pedagogisch medewerkers (pm’ers) te begeleiden bij het waarnemen, interpreteren en uitbreiden van het gedrag en de activiteiten van kinderen. Het programma helpt pm’ers om activiteiten te ontwerpen die gericht zijn op de interesse, betrokkenheid en ontwikkelingsnoodzaak van elk kind. Dit gebeurt op basis van observaties van de kinderen en het analyseren van hun gedrag, woorden en interacties. Deze aanpak zorgt voor een afgestemde en individuele begeleiding die essentieel is voor de ontwikkeling van jonge kinderen.
De drie B’s van Startblokken
Betekenisvolle activiteiten: De activiteiten zijn afgestemd op de leeftijd, ontwikkelingsniveau en belangen van de kinderen. Ze zijn niet alleen speels, maar ook leren- en ontwikkelingsgericht. Ze bevorderen bijvoorbeeld taalontwikkeling, motorische vaardigheden, sociaal- emotionele competentie en vroeg wiskundige vaardigheden.
Bemiddelende rol van de volwassenen: De pm’er speelt een actieve rol als bemiddelaar in het leerproces van het kind. De volwassene observeert, reflecteert en breidt de activiteiten van het kind uit op een manier die gericht is op de ontwikkeling van het kind. Dit gebeurt via vragen, suggesties en interactie, waarbij de pm’er zorgvuldig aansluit bij de interesse en behoeften van het kind.
Brede ontwikkeling: Het Startblokken-programma stimuleert de ontwikkeling op meerdere gebieden, zoals taal, motoriek, sociaal- emotionele competentie en rekenvaardigheid. Hierdoor wordt een holistische aanpak verwezenlijkt die niet alleen gericht is op cognitieve ontwikkeling, maar ook op sociaal-emotionele en motorische vaardigheden.
De rol van de Startblokkentrainer
Startblokkentrainers zijn professionals die zijn geschoold in het begeleiden en certificeren van pedagogisch medewerkers. Zij zijn verantwoordelijk voor het organiseren en uitvoeren van Startblokkentrainingen, waarin pm’ers leren om Startblokken effectief in te zetten. Deze trainingen zijn georganiseerd over meerdere dagen en omvatten zowel theorie als praktijk. De trainers zijn zelf ook bevoegd om pm’ers te certificeren na het afronden van een trainingstraject.
Startblokkentrainers ontvangen eerst een basistraining, waarin ze de kernprincipes van Startblokken leren kennen. Daarna volgt een tweedaagse cursus waarin ze leren om professioneel en ontwikkelingsgericht te coachen. Zij leren hoe ze een Startblokkentraining opbouwen, hoe ze pm’ers begeleiden bij het opstellen van een portfolio en hoe ze reflectie en evaluatie centraal stellen in hun aanpak.
De Startblokkenportfolio
Een belangrijk onderdeel van het Startblokken-programma is de Startblokkenportfolio. Deze portfolio wordt samengesteld door de pm’er en bevat reflecties, observaties en documentatie van het werk met kinderen. De portfolio dient als een middel om het werk van de pm’er te analyseren, uit te breiden en te verbeteren. Het helpt pm’ers om hun praktijk te onderbouwen en te verfijnen, en het zorgt ook voor een doorgaande lijn in de begeleiding van kinderen.
De portfolio is niet alleen een werktuig voor de pm’er, maar ook een middel voor de Startblokkentrainer om de ontwikkeling van de pm’er te begeleiden. Het is een ontwikkelingsgericht instrument dat gericht is op kwaliteitsverbetering in de praktijk.
Startblokken in de praktijk van kinderopvang
In de praktijk van kinderopvang wordt het Startblokken-programma geïmplementeerd in VVE-groepen voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar. Deze kinderen vormen een doelgroep die risico loopt op een taal- of ontwikkelingsachterstand. Het programma helpt hen om deze achterstanden te voorkomen of te verminderen, waardoor ze beter voorbereid zijn op het basisonderwijs.
De rol van de pedagogisch medewerker
De pedagogisch medewerker speelt een centrale rol in de uitvoering van het Startblokken-programma. Zij zijn verantwoordelijk voor het waarnemen, analyseren en uitbreiden van de activiteiten van de kinderen. De pm’er moet niet alleen actief observeren, maar ook reflecteren op wat ze zien en doen. Daarbij moet ze rekening houden met de belangen, ontwikkelingsniveau en interacties van de kinderen.
De pm’er ontwerpt vervolgens activiteiten die gericht zijn op de interesse en de ontwikkeling van de kinderen. Deze activiteiten zijn niet alleen speels, maar ook doelgericht. Ze bevorderen bijvoorbeeld taalontwikkeling, motorische vaardigheden en sociaal- emotionele competentie. De pm’er speelt daarbij een bemiddelende rol tussen de kinderen en de activiteiten.
Aanvullende voorwaarden voor gemeentelijke subsidie
Startblokken is erkend als een integraal VVE-programma en voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor subsidie. Daarnaast zijn er aanvullende voorwaarden op gemeentelijk niveau die gelden voor kinderopvangvoorzieningen die subsidie ontvangen. Deze voorwaarden zijn onder meer:
- Het gebruik van een erkend en integraal VVE-programma zoals Startblokken.
- Dat VVE-beroepskrachten zijn geschoold in het gebruikte programma.
- Dat er gewerkt wordt met een eenduidig overdrachtsformulier dat informatie bevat over het programma, de duur en de ontwikkelingsgegevens van het kind.
- Dat de houder van de kinderopvang gegevens levert voor monitoring en evaluatie.
Deze voorwaarden zijn van belang om ervoor te zorgen dat het VVE-aanbod kwalitatief hoogwaardig is en dat kinderen daadwerkelijk baat hebben bij de deelname aan een VVE-programma.
Versterking van het VVE-aanbod
De versterking van het VVE-aanbod is een landelijke doelstelling van het Rijk. Dit omvat de uitbreiding van het VVE-aanbod van 10 naar 16 uur per week voor doelgroep peuters. Daarnaast is er een focus op de inzet van meer hbo’ers in de VVE-groepen. Deze versterking helpt om de kwaliteit van het VVE-aanbod te verbeteren en meer kinderen een betere start te geven op de basisschool.
Startblokken speelt een belangrijke rol in deze versterking, omdat het een erkend en goed onderbouwd programma is dat gericht is op de holistische ontwikkeling van jonge kinderen. Het programma is geschikt voor gebruik in kinderopvangorganisaties die meewerken aan het wettelijke kader en de landelijke doelstellingen voor VVE.
Samenwerking en wettelijk kader
De rol van gemeenten
De gemeente is verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van voorschoolse educatie. Het wettelijk kader voor VVE bestaat uit landelijke wet- en regelgeving en aanvullende voorwaarden op gemeentelijk niveau. Gemeenten werken samen met kinderopvangorganisaties, schoolbesturen en andere partijen om ervoor te zorgen dat het VVE-aanbod voldoet aan de wettelijke eisen en de doelstellingen voor kwaliteit en toegankelijkheid.
In Bloemendaal bijvoorbeeld is het VVE-beleid gericht op het realiseren van voldoende en kwalitatief hoogwaardig aanbod voor voorschoolse educatie. De gemeente werkt daarbij samen met onder andere Jeugdgezondheidszorg Kennemerland, kinderopvangorganisaties en GGD Kennemerland. Deze samenwerking helpt om ervoor te zorgen dat kinderen met een risico op taal- of ontwikkelingsachterstand deel kunnen nemen aan een VVE-programma.
De doorgaande lijn naar de basisschool
Een belangrijk aspect van het VVE-beleid is de doorgaande lijn tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie. Vroegschoolse educatie is gericht op doelgroep kleuters in groep 1 en 2 van de basisschool. De gemeente is verantwoordelijk voor de doorgaande lijn, omdat het VVE-programma moet leiden tot een betere start op de basisschool.
Startblokken draagt bij aan deze doorgaande lijn, omdat het een aanpak biedt die gericht is op de holistische ontwikkeling van kinderen. Het programma stimuleert bijvoorbeeld taalontwikkeling, wat essentieel is voor het leren lezen en schrijven in de basisschool. Het programma stimuleert ook sociaal- emotionele competentie, wat belangrijk is voor de adaptatie van kinderen in een schoolomgeving.
Conclusie
Startblokken is een integraal en erkend programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat gericht is op de holistische ontwikkeling van jonge kinderen. Het programma is ontworpen op basis van de pedagogiek van Lev Vygotsky en is gericht op betekenisvolle activiteiten, de bemiddelende rol van de volwassenen en brede ontwikkeling van de kinderen. Het programma wordt uitgevoerd in VVE-groepen en wordt begeleid door geschoorde pedagogisch medewerkers en Startblokkentrainers.
De implementatie van het programma voldoet aan de wettelijke voorwaarden en de aanvullende voorwaarden op gemeentelijk niveau. Het programma draagt bij aan de versterking van het VVE-aanbod en helpt kinderen met een risico op taal- of ontwikkelingsachterstand om beter voor te zijn op de basisschool. Startblokken is daarom een waardevolle aanpak voor kinderopvangorganisaties die meewerken aan het wettelijk kader en de landelijke doelstellingen voor VVE.