De afgelopen jaren zijn er tal van wijzigingen doorgevoerd op het gebied van de belastingwetgeving in Nederland, met name rondom het box 3-stelsel. Voor eigenaren van appartementen, in het bijzonder, zijn deze veranderingen van directe betekenis, aangezien hun aandeel in de Vereniging van Eigenaren (VvE) een rol speelt in de belastingaangifte. Tot enkele jaren geleden gold het aandeel in het reservefonds van de VvE als een belegging die onder een forfaitair rendement viel, wat leidde tot hogere belastingen. Inmiddels is er verandering in het spelgezicht.
In dit artikel leggen we uit hoe het VvE-tegoed nu in de belastingaangifte wordt behandeld, welke veranderingen zijn doorgevoerd en wat de gevolgen zijn voor appartementseigenaren. We geven een overzicht van de relevante wetswijzigingen, belastingpercentages en voorbeelden van hoe het voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend. Daarnaast zullen we ingaan op de rol van de WOZ-waarde en het belang van correcte administratie bij verkoop of aankoop van een woning.
Wat is een VvE-tegoed en waarom is het fiscaal relevant?
Een VvE (Vereniging van Eigenaren) is een juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de beheeractiviteiten van een appartementscomplex. Deze organisatie houdt reserves aan op een bankrekening, die gebruikt worden voor onderhoud, renovatie en eventuele onvoorziene kosten. Deze reserves worden gezien als een aandeel van de individuele appartementseigenaren in de VvE. Tot 2023 gold dit aandeel als een belegging, wat betekende dat het onder een forfaitair rendement viel en daardoor belast werd in box 3.
In 2023 is er echter een belangrijke wijziging doorgevoerd. Het VvE-tegoed is nu geplaatst onder de categorie banktegoeden, wat het onder een veel lager forfaitair rendement zet. Dit betekent dat appartementseigenaren nu minder belasting hoeven te betalen op hun aandeel in de VvE. Deze wijziging is van toepassing met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023.
De verandering in het forfaitair rendement
Voor 2023 was het forfaitaire rendement op een VvE-tegoed 6,17%, wat overeenkwam met het rendement dat gold voor beleggingen in box 3. Dit leidde tot hogere belastingverplichtingen voor eigenaren, aangezien dit rendement hoger was dan wat ze in werkelijkheid zouden verdienen door het tegoed op een bankrekening. De overheid heeft nu besloten om het rendement te verlagen naar 0,01%, wat het rendement is dat geldt voor gewone banktegoeden.
Deze verandering is een gevolg van het Belastingplan 2024, dat is aangenomen door de Tweede Kamer. Het betekent dat appartementseigenaren inmiddels minder belasting hoeven te betalen op hun aandeel in de VvE. Bovendien geldt deze wijziging ook voor geld dat tijdelijk op een derdengeldenrekening staat, bijvoorbeeld bij een notaris tijdens een verkoop- of aankoopproces.
Belastingverplichting in box 3: voordeel uit sparen en beleggen
Box 3 omvat alle vermogenswaarden en schulden die niet in box 1 of box 2 vallen. Dit betekent dat eigenaren hun VvE-tegoed en eventuele andere bezittingen of schulden in box 3 moeten meenemen bij de belastingaangifte. Het voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend aan de hand van het forfaitaire rendement dat voor elk vermogenscategorie geldt.
Het rendement wordt berekend door het forfaitaire rendement te vermenigvuldigen met het vermogen in die categorie. Vervolgens wordt het totale rendement berekend door alle rendementen op te tellen en eventuele schulden af te trekken. Het resultaat is het voordeel uit sparen en beleggen, dat belast wordt met het tarief van box 3. In 2023 is het tarief 32%, in 2024 en 2025 is het 36%.
Het heffingvrije vermogen in box 3 is in 2023 verhoogd tot €57.000 voor een individueel persoon en €114.000 voor een koppel. Dit bedrag is niet belast. Het heffingvrije vermogen blijft in 2024 op dit niveau, maar wordt in 2025 verhoogd naar €57.684 voor individuen en €115.368 voor koppels.
Voorbeeldberekening van het voordeel uit sparen en beleggen
Om te illustreren hoe het voordeel uit sparen en beleggen in de praktijk werkt, geven we een voorbeeld. Stel dat een eigenaar in 2023 een vermogen heeft bestaande uit €100.000 aan banktegoeden, €200.000 aan overige bezittingen en €100.000 aan schulden. Het forfaitaire rendement op banktegoeden is 0,1%, op overige bezittingen 5%, en op schulden 3%. Het heffingvrije vermogen is €50.000.
De berekening verloopt in vier stappen:
Rendement berekenen per vermogenscategorie:
- Banktegoeden: 0,1% × €100.000 = €100
- Overige bezittingen: 5% × €200.000 = €10.000
- Schulden: 3% × €100.000 = €3.000
Totale rendement berekenen:
- €100 + €10.000 – €3.000 = €7.100
Rendementsgrondslag bepalen:
- Vermogensgrondslag: €200.000
- Effectief rendement: €7.100 / €200.000 = 3,55%
Grondslag sparen en beleggen berekenen:
- Grondslag sparen en beleggen: €200.000 – €50.000 (heffingvrije vermogen) = €150.000
Het voordeel uit sparen en beleggen is hier €7.100, dat belast wordt met het tarief van box 3, in dit geval 32%. Dit betekent dat de belastingverplichting €2.272 is.
Het belang van correcte administratie bij verkoop of aankoop
Bij een verkoop of aankoop van een woning is het van belang dat de administratie op orde is. Dit geldt met name voor het VvE-tegoed, aangezien tijdelijk tegoed bij een notaris kan leiden tot verplichtingen in de belastingaangifte. Het VvE-tegoed dat tijdelijk bij een notaris staat is nu ook ondergebracht onder de categorie banktegoeden, wat betekent dat het onder het lage forfaitaire rendement van 0,01% valt.
Het is echter belangrijk om te weten dat het VvE-tegoed geen onderdeel is van de woning zelf en daarom apart moet worden verwerkt in de belastingaangifte. Dit is belangrijk bij zowel de verkoop als de aankoop van een woning, omdat het VvE-tegoed een rol speelt in de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen.
Rol van de WOZ-waarde in de belastingaangifte
De WOZ-waarde (Woningwaarde Onderzoek en Zwarte Beleggingen) speelt ook een rol in de belastingaangifte, met name bij appartementen. De WOZ-waarde wordt gebruikt als maatstaf voor de waarde van een woning en heeft invloed op de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen. Bij appartementen wordt de WOZ-waarde berekend door te vergelijken met verkochte woningen met vergelijkbare kenmerken.
Een belangrijk aspect is dat het aandeel in de VvE geen onderdeel is van de WOZ-waarde. Dit betekent dat het VvE-tegoed niet wordt meegenomen in de WOZ-waarde, maar wel apart in de belastingaangifte moet worden verwerkt. De Belastingdienst houdt rekening met deze situatie bij het bepalen van de WOZ-waarde en stelt deze waarde eventueel naar beneden bij als het aandeel in de VvE geen onderdeel is van de woning.
Toekomstige veranderingen in het box 3-stelsel
In 2023 en 2024 is het box 3-stelsel doorgevoerd in de huidige vorm. Echter, er zijn plannen om dit stelsel te vervangen door een systeem dat is gebaseerd op het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement. Deze wijziging wordt verwacht in 2028, maar er zijn ook voorstellen om het vooruit te schakelen naar 2027.
Als gevolg van deze plannen zijn er ook verfijningen doorgevoerd in het forfaitaire stelsel. Zo is er een voorstel om het forfait voor overige bezittingen in 2026 met 1,78% te verhogen. Bovendien is er een voornemen om het heffingsvrije vermogen in 2026 te verlagen naar €52.048. Deze veranderingen zullen invloed hebben op de belastingaangifte van appartementseigenaren en andere belastingplichtigen in box 3.
Onderlinge vorderingen en schulden in box 3
Een andere belangrijke wijziging die in 2023 is doorgevoerd, betreft de behandeling van onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen. Deze vorderingen en schulden worden nu geheel gedeconfiseerd en vallen niet meer onder het forfaitaire stelsel in box 3. Dit betekent dat ze niet meer in aanmerking komen voor het berekenen van het voordeel uit sparen en beleggen.
Deze verandering is bedoeld om het belastingstelsel eerlijker te maken en te voorkomen dat fiscale partners of ouders hun schulden of vorderingen kunnen gebruiken om hun belastingverplichting te verminderen. Het betreft een gevolg van het Belastingplan 2024 en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023.
Aanslagen en bezwaar: wat moet je doen?
Als een belastingaanslag is verstuurd en je vindt dat deze niet correct is, is het mogelijk om bezwaar te maken. Dit geldt met name bij aanslagen op de rioolbelasting of andere lokale belastingen. Het is belangrijk om in te zien of je wel of niet aangesloten bent op het riool, want dit heeft invloed op de aanslag.
Bezwaar kan digitaal worden ingediend via Mijn RBG. Het is een goed idee om je administratie op orde te houden en eventuele onregelmatigheden snel te melden. Als je een aanslag hebt betaald, is het belangrijk om dit te controleren via Mijn RBG.
Belastingaangifte: hoe maak je die?
De belastingaangifte voor box 3 wordt gemaakt aan de hand van het vermogen en de schulden die op 1 januari van het belastingjaar in box 3 vallen. Dit betekent dat je het VvE-tegoed, eventuele andere bezittingen en schulden moet meenemen in de aangifte. Het heffingvrije vermogen is €57.000 in 2023 en €57.684 in 2025, wat niet belast wordt.
Het voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend aan de hand van het forfaitaire rendement en het tarief van box 3. Dit rendement is gebaseerd op de vermogenscategorieën en het heffingvrije vermogen. Het is belangrijk om te weten welke categorieën onder het forfaitaire stelsel vallen en hoe het rendement wordt berekend.
Belastingvoordeel bij energiegebruik
Naast de veranderingen in het VvE-tegoed zijn er ook wijzigingen doorgevoerd op het gebied van energiebelasting. In 2024 is de korting op de energiebelasting verhoogd met €34,50, waardoor het totale bedrag €631,35 is. Deze korting wordt door de overheid vastgesteld en is bedoeld om mensen te stimuleren om minder energie te gebruiken.
De korting op de energiebelasting op elektriciteit is bedoeld om elektriciteit aantrekkelijker te maken in vergelijking met gas. Dit kan invloed hebben op de keuze van appartementseigenaren om hun woning te verwarmen. Het is belangrijk om te weten dat deze korting jaarlijks kan veranderen en moet worden meegenomen in de belastingaangifte.
Conclusie
Het VvE-tegoed is een belangrijk onderdeel van de belastingaangifte voor appartementseigenaren. Tot 2023 gold het aandeel in het reservefonds van de VvE als een belegging onder een forfaitaire rendement, wat leidde tot hogere belastingverplichtingen. Inmiddels is deze wijziging doorgevoerd, en valt het VvE-tegoed nu onder banktegoeden met een lager forfaitaire rendement.
Deze verandering is een gevolg van het Belastingplan 2024 en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023. Het betekent dat appartementseigenaren nu minder belasting hoeven te betalen op hun aandeel in de VvE. Bovendien geldt deze wijziging ook voor geld dat tijdelijk op een derdengeldenrekening staat, bijvoorbeeld bij een notaris tijdens een verkoop- of aankoopproces.
Het voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend aan de hand van het forfaitaire rendement en het tarief van box 3. Het heffingvrije vermogen is €57.000 in 2023 en €57.684 in 2025, wat niet belast wordt. Het is belangrijk om te weten welke categorieën onder het forfaitaire stelsel vallen en hoe het rendement wordt berekend.
Bij verkoop of aankoop van een woning is het van belang dat de administratie op orde is. Dit geldt met name voor het VvE-tegoed, aangezien tijdelijk tegoed bij een notaris kan leiden tot verplichtingen in de belastingaangifte. Het VvE-tegoed dat tijdelijk bij een notaris staat is nu ook ondergebracht onder de categorie banktegoeden, wat betekent dat het onder het lage forfaitaire rendement van 0,01% valt.
De WOZ-waarde speelt ook een rol in de belastingaangifte, met name bij appartementen. De WOZ-waarde wordt berekend door te vergelijken met verkochte woningen met vergelijkbare kenmerken. Het aandeel in de VvE is geen onderdeel van de WOZ-waarde en moet daarom apart in de belastingaangifte worden verwerkt.
In de toekomst is het box 3-stelsel mogelijk te vervangen door een systeem dat is gebaseerd op het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement. Deze wijziging wordt verwacht in 2028, maar er zijn ook voorstellen om het vooruit te schakelen naar 2027.
Tenslotte is er ook een wijziging doorgevoerd in de behandeling van onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen. Deze vorderingen en schulden worden nu geheel gedeconfiseerd en vallen niet meer onder het forfaitaire stelsel in box 3.
Het is belangrijk om je belastingaangifte op tijd en correct in te dienen. Als je een aanslag hebt ontvangen en deze vindt dat deze niet correct is, is het mogelijk om bezwaar te maken. Het is een goed idee om je administratie op orde te houden en eventuele onregelmatigheden snel te melden.