Het aandeel in VvE-reserves en de belastingaangifte in box 3

Inleiding

Het onderwerp van deze bijdrage betreft de fiscaliteit van het aandeel in de reserves van een vereniging van eigenaren (VvE), met name binnen het kader van de aangifte van vermogens in box 3 van de inkomstenbelasting. Deze kwestie is in recente jurisprudentie en fiscale wetsvoorstelgenen geëvolueerd, waarbij de vraag centraal staat hoe het aandeel in VvE-reserves moet worden belast, of als banktegoed, of als overige bezittingen. Deze vraag is niet enkel juridisch van belang, maar ook van praktisch belang voor eigenaren van appartementen en voor belastingadviseurs die deze situaties begeleiden.

Op basis van de recente wetsvoorstelgen en jurisprudentie is het aandeel in de reserves van een VvE ingedeeld als “overige bezittingen” met een rendementspercentage van 6,17%. Echter, er zijn juridische discussies geweest over of dit aandeel in de reserves als banktegoed zou moeten worden ingedeeld, gezien 99,92% van de middelen van VvE’s op bank- of spaarrekeningen staat. De Belastingdienst ziet het aandeel in de reserves echter niet als een banktegoed, omdat het niet separaat zichtbaar is in de aangifte en omdat de belastingplichtige niet zelf vrij kan beschikken over het vermogen van de VvE.

In deze bijdrage worden de relevante juridische en fiscale kwesties besproken, met aandacht voor de huidige regelgeving, recente ontwikkelingen en de praktische gevolgen voor eigenaren van appartementen.

De VvE en het aandeel in de reserves

Een Vereniging van Eigenaren (VvE) is een wettelijke vereniging die is opgericht bij de aankoop van appartementen in een woningbouwcorporatie of in een particuliere woningbouwmaatschappij. De VvE fungeert als eigenaar van de gemeenschappelijke delen van het gebouw, zoals de trapgevels, de gemeenschappelijke buitenspaces en andere delen die niet eigendom zijn van individuele appartementseigenaren. Appartementsgerechtigden zijn automatisch lid van de VvE en hebben recht op een aandeel in de reserves van de VvE.

De reserves van de VvE zijn opgebouwd uit bijdragen van de appartementsgerechtigden en eventueel overige inkomsten zoals huurinkomsten van gemeenschappelijke ruimtes. Deze reserves kunnen worden gebruikt voor onderhoud, renovatie of andere doeleinden die gericht zijn op het behoud van de waarde van het appartementencomplex.

Het aandeel van een appartementsgerechtigde in deze reserves is dus een vermogensrecht, dat niet vrij kan worden gebruikt door de eigenaar. De VvE is een eigen aparte juridische entiteit, en het vermogen van de VvE is niet onderdeel van het vermogen van de appartementsgerechtigde. De appartementsgerechtigde kan het vermogen van de VvE niet onmiddellijk gebruiken of beschikken over, maar heeft wel recht op een aandeel in de reserves.

Inhoudelijke kwestie: overige bezittingen of banktegoed?

De vraag is nu of dit aandeel in de reserves van de VvE als banktegoed of als overige bezittingen moet worden ingedeeld in box 3. In het wetsvoorstel Overbruggingswet box 3 is contant geld ingedeeld in de categorie banktegoeden met een rendementspercentage van 0,01%, terwijl het aandeel in het vermogen van een VvE is ingedeeld in de categorie overige bezittingen met een rendementspercentage van 6,17%.

De belangrijkste reden voor deze in deling is dat contant geld normaliter geen rendement oplevert, terwijl het aandeel in de reserves van een VvE wel een rendement oplevert, hoewel dit rendement voor de belastingaangifte wordt verrekend via een forfaitair percentage. De Belastingdienst stelt dat het aandeel in de reserves van een VvE niet als banktegoed kan worden ingedeeld, omdat het niet separaat zichtbaar is in de aangifte en omdat de belastingplichtige niet zelf vrij kan beschikken over het vermogen van de VvE.

Echter, is gebleken dat 99,92% van het vermogen van VvE’s op bank- of spaarrekeningen staat. Dit feit heeft geleid tot de vraag of het aandeel in de reserves van de VvE in feite wel een banktegoed is. In het kader van de Overbruggingswet box 3 is deze vraag onderzocht, maar het Hof heeft in een recente zaak besloten dat het aandeel in de reserves van de VvE toch als overige bezittingen moet worden ingedeeld.

Het rendementspercentage en de verfijning van box 3

Een van de kernvragen bij het bepalen van de belastingaanslag in box 3 is het rendementspercentage dat moet worden toegepast op de vermogenscategorie waarin het aandeel in de VvE-reserves valt. In de huidige regelgeving wordt een forfaitair rendement verrekend op het vermogen in box 3, op basis van het vermogenspercentage dat in de aangifte is ingevuld. Voor banktegoeden is dit rendementspercentage 0,01%, voor overige bezittingen is het 6,17%.

De verfijning van box 3, zoals deze in het wetsvoorstel Overbruggingswet box 3 is opgenomen, houdt in dat het rendement in de aanslag niet langer op basis van het forfaitaire rendement bepaald zal worden, maar op basis van het werkelijke rendement. Deze verfijning is echter niet van toepassing op de herstelperiode (2017 t/m 2022), zoals uit de casus blijkt.

In de casus waarop deze bijdrage is gebaseerd, heeft het Hof besloten dat het aandeel in de VvE-reserves toch niet als banktegoed moet worden ingedeeld, en dus het forfaitaire rendement van 6,17% moet worden toegepast. Dit heeft geleid tot een hogere belastingaanslag dan wanneer het rendementspercentage van 0,01% zou zijn toegepast.

De juridische kwestie: is het aandeel in de VvE-reserves een vermogensrecht?

Een ander belangrijk aspect van de casus is de vraag of het aandeel in de VvE-reserves een vermogensrecht is. De Hoge Raad heeft in een eerdere uitspraak bepaald dat sprake is van een vermogensrecht, wat betekent dat het aandeel in de VvE-reserves onderdeel is van het vermogen van de appartementsgerechtigde. Dit heeft gevolgen voor de belastingaanslag, omdat het aandeel dan als een vermogensrecht moet worden ingedeeld in box 3.

De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 13 augustus 2010 bepaald dat sprake is van een vermogensrecht. Dit oordeel is ook door het Hof in de casus onderbouwd. Het Hof wijst erop dat het aandeel in de VvE-reserves samenhangt met het lidmaatschap in de VvE, en bij verkoop van de woning gaat dit recht over naar de nieuwe eigenaar.

De praktische gevolgen voor eigenaren van appartementen

De praktische gevolgen van de in deling van het aandeel in de VvE-reserves zijn aanzienlijk. Voor eigenaren van appartementen kan het verschil tussen een rendementspercentage van 0,01% en 6,17% leiden tot een aanzienlijke verandering in de belastingaanslag. In de casus die als basis voor deze bijdrage dient, heeft het gebruik van het forfaitaire rendement van 6,17% geleid tot een hogere belastingaanslag dan wanneer het rendementspercentage van 0,01% zou zijn toegepast.

Een belangrijk gevolg is ook dat het aandeel in de VvE-reserves niet als banktegoed kan worden ingedeeld, wat betekent dat het niet vrij kan worden gebruikt door de eigenaar. Dit heeft gevolgen voor de vermogensbeheerstrategie van de eigenaar, omdat het aandeel in de VvE-reserves niet als een vloeibaar vermogen kan worden beschouwd.

De rol van de Belastingdienst en de aangifte van box 3

De Belastingdienst speelt een centrale rol bij de aangifte van box 3, waarbij het rendement op het vermogen wordt berekend. In de casus is gebleken dat de Belastingdienst in haar systemen sinds 2020 een aparte categorie heeft voor contant geld, wat het mogelijk maakt om dit te indelen als banktegoed. Echter, voor het aandeel in de VvE-reserves is dit niet mogelijk, omdat dit niet separaat zichtbaar is in de aangifte.

De Belastingdienst stelt in haar toelichting dat het aandeel in de VvE-reserves niet als banktegoed kan worden ingedeeld, omdat de belastingplichtige niet zelf vrij kan beschikken over het vermogen van de VvE. Dit is een belangrijk juridisch argument, omdat het aandeel in de VvE-reserves geen vrije toegang biedt aan het vermogen van de VvE.

De toekomstige ontwikkelingen

De toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de belastingaangifte in box 3 zijn van groot belang voor eigenaren van appartementen. De Overbruggingswet box 3 is een belangrijke stap in de richting van een stelsel waarbij het werkelijke rendement op het vermogen wordt verrekend in plaats van een forfaitaire verrekening. Dit heeft gevolgen voor de aangifte van box 3, omdat het rendement dan niet langer op basis van een verrekening wordt berekend, maar op basis van het werkelijke rendement.

Echter, voor de herstelperiode (2017 t/m 2022) is geen dergelijke verfijning voorzien. Dit betekent dat de huidige regelgeving nog geldt voor deze periode, en dat het aandeel in de VvE-reserves nog steeds als overige bezittingen moet worden ingedeeld.

Conclusie

Het aandeel in de reserves van een VvE is een belangrijk juridisch en fiscaal onderwerp, met praktische gevolgen voor eigenaren van appartementen. De in deling van het aandeel in de VvE-reserves als overige bezittingen of als banktegoed heeft gevolgen voor de belastingaanslag in box 3. In de huidige regelgeving is het aandeel in de VvE-reserves ingedeeld als overige bezittingen met een rendementspercentage van 6,17%, terwijl het rendementspercentage voor banktegoeden slechts 0,01% is.

De casus die als basis voor deze bijdrage dient, laat zien dat het Hof heeft besloten dat het aandeel in de VvE-reserves toch niet als banktegoed moet worden ingedeeld, en dus het forfaitaire rendement van 6,17% moet worden toegepast. Dit heeft geleid tot een hogere belastingaanslag dan wanneer het rendementspercentage van 0,01% zou zijn toegepast.

De toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de belastingaangifte in box 3 zijn van groot belang voor eigenaren van appartementen. De Overbruggingswet box 3 is een belangrijke stap in de richting van een stelsel waarbij het werkelijke rendement op het vermogen wordt verrekend in plaats van een forfaitaire verrekening. Echter, voor de herstelperiode (2017 t/m 2022) is geen dergelijke verfijning voorzien, wat betekent dat de huidige regelgeving nog geldt voor deze periode.

Voor belastingadviseurs en appartementseigenaren is het belangrijk om deze kwestie goed te begrijpen, omdat het heeft gevolgen voor de belastingaanslag en voor de vermogensbeheerstrategie. De Belastingdienst speelt een centrale rol bij de aangifte van box 3, en het is belangrijk om te weten hoe het aandeel in de VvE-reserves wordt ingedeeld en hoe het rendement wordt berekend.

Bronnen

  1. Behandeling contant geld en vermogen VvE in box 3
  2. Algemeen – biedt de Wet Rechtsherstel box 3 rechtsherstel aan degenen die het behoeven?

Related Posts