Inleiding
De aanschaf van zonnepanelen door een Vereniging van Eigenaren (VvE) heeft een aantal specifieke fiscale implicaties. In tegenstelling tot particuliere kopers, heeft een VvE beperkte mogelijkheden tot btw-teruggave en moet zij in sommige gevallen zelfs belasting betalen over de energie die aan het net wordt teruggeleverd. Deze complexiteit wordt bepaald door de aard van een VvE als een strafbare organisatie die niet commercieel is van opzet.
Sinds de invoering van de KOR-regeling (kleineondernemingsregeling) in 2020 en de invoering van een nultarief voor zonnepanelen in 2023 zijn er veranderingen gekomen in de btw-regels voor VvE’s. Deze regelingen maken het mogelijk voor VvE’s om onder bepaalde voorwaarden btw terug te vragen, zolang de omzet onder de €20.000 blijft. Daarnaast zijn er verplichtingen rondom btw-aangiften en administratieve lasten die in overweging moeten worden genomen bij het installeren van zonnepanelen.
In dit artikel worden de relevante fiscale regelgevingen, de verhoudingen die gelden bij btw-teruggave, en de praktische implicaties voor VvE’s besproken, op basis van de beschikbare bronnen en wettelijke kaders. Het artikel richt zich op zowel VvE-bestuursleden als verenigingsadministrateurs, die verantwoordelijk zijn voor het financiële beheer van de VvE.
KOR-regeling en btw-teruggave sinds 2020
Sinds 1 januari 2020 is de KOR-regeling van toepassing op VvE’s. Deze regeling maakt het mogelijk voor een VvE om onder bepaalde voorwaarden btw te teruggestorten, zolang de omzet binnen het kalenderjaar onder de €20.000 blijft. Deze verandering betekent dat VvE’s, net als kleine ondernemers, een gedeelte van de btw die bij aankoop van zonnepanelen is betaald, kunnen terugvragen.
Het nultarief voor zonnepanelen is vanaf 1 januari 2023 verder uitgebreid. Sinds die datum is het btw-tarief voor zonnepanelen voor zowel particulieren als VvE’s 0%. Dit betekent dat geen btw hoeft te worden betaald bij aankoop van zonnepanelen, zolang de voorwaarden van de regeling worden nageleefd. Hieruit volgt dat VvE’s die na 2023 zonnepanelen installeren in principe geen btw hoeven te betalen en dus ook geen btw-teruggave aangelegenheid hoeven te regelen.
De KOR-regeling maakt het dus mogelijk voor VvE’s om in bepaalde gevallen een deel van de aankoopkosten van zonnepanelen terug te krijgen. De hoeveelheid btw die terugvraagbaar is, hangt echter niet van het totale vermogen af, maar van de verhouding tussen opgewekte en teruggeleverde energie. Deze verhouding bepaalt hoeveel van de betaalde btw terug kan worden gestort, en is van essentieel belang bij het bepalen van de fiscale voordelen van zonnestroominstallaties.
Verhouding tussen opgewekte en teruggeleverde energie
Een cruciale factor bij de btw-teruggave voor een VvE is de verhouding tussen de opgewekte en teruggeleverde energie. De btw die een VvE teruggaat, wordt berekend op basis van het percentage energie dat aan het elektriciteitsnet is teruggeleverd, in vergelijking met de totale opwek. Dit percentage bepaalt hoeveel van de btw op de aanschaf en installatie van de zonnepanelen terug kan worden gestort.
Bijvoorbeeld: wanneer een VvE in een kalenderjaar 10.000 kilowattuur zonnestroom heeft opgewekt en 6.000 kilowattuur daarvan heeft teruggeleverd, kan 60% van de betaalde btw terugvraagbaar zijn. Dit betekent dat niet het volledige btw-bedrag teruggaat, maar slechts een deel, afhankelijk van hoeveel energie in werkelijkheid wordt teruggeleverd.
De verhouding wordt bepaald aan het einde van het kalenderjaar. Dit gebeurt meestal door het aflezen van de omvormer van de zonnepanelen of via een slimme meter. Een slimme meter geeft niet alleen aan hoeveel energie is opgewekt, maar ook hoeveel ervan verbruikt en hoeveel teruggeleverd is. Deze gegevens zijn essentieel voor het berekenen van de btw-teruggave.
De maand waarin de zonnepanelen zijn geplaatst en het kalenderjaar waarin de aanschaf heeft plaatsgevonden, spelen ook een rol. Zonnepanelen die in december zijn geïnstalleerd zullen in de wintermaanden minder stroom terugleveren dan in de zomermaanden. Daarom is het verstandig om zonnepanelen in de lente te plaatsen, zodat het kalenderjaar met een hogere opbrengst kan beginnen, wat op zijn beurt kan leiden tot een groter btw-teruggavebedrag.
Btw-teruggave en administratieve verplichtingen
Wanneer een VvE een btw-teruggave aanvraagt voor zonnepanelen en het bedrag hoger is dan €2.500, ontstaat er een administratieve verplichting. In dat geval moet de VvE gedurende de volgende vier jaar na aankoop van de zonnepanelen btw-aangifte doen over de energie die aan het elektriciteitsnet is teruggeleverd. Dit betreft de btw die moet worden afgedragen aan de Belastingdienst voor de opbrengsten die de VvE aan het net levert.
Hoewel het betreft relatief lage bedragen, kan dit tot extra administratieve lasten leiden. Een VvE moet immers elk kwartaal een btw-aangifte doen, wat verplicht is bij het gebruik van de KOR-regeling. Dit betekent dat het aanvragen van btw-teruggave niet alleen een voordelen met zich meebrengt, maar ook verplichtingen en administratieve taken die in overweging moeten worden genomen.
Daarnaast is er een risico op btw-herzieningen. Wanneer een VvE zich aanmeldt bij de KOR-regeling, kan het gebeuren dat eerder afgetrokken btw alsnog aan de Belastingdienst moet worden betaald. Dit is een nadeel dat in overweging moet worden genomen bij het besluit om mee te doen aan de regeling. Deelname aan de KOR-regeling duurt minimaal drie jaar, en pas daarna kan een VvE kiezen om niet langer deel te nemen aan de regeling.
Het is dus belangrijk om zowel de voordelen als de nadelen van een btw-teruggave te overwegen. Voor kleine VvE’s met een lage opbrengst kan het niet rendabel zijn om mee te doen aan de KOR-regeling, terwijl het voor grotere VvE’s met een hogere opbrengst juist een belangrijk fiscaal instrument kan zijn.
Nultarief voor zonnepanelen sinds 2023
Sinds 1 januari 2023 geldt voor VvE’s een nultarief voor zonnepanelen. Dit betekent dat VvE’s geen btw hoeven te betalen bij aankoop van zonnepanelen, zolang de voorwaarden van de regeling worden nageleefd. Deze verandering maakt het aankoop van zonnepanelen aantrekkelijker, omdat het niet alleen de aankoopkosten verlaagt, maar ook de administratieve lasten bij btw-teruggave vermijdt.
Het nultarief is van toepassing op vrijwel alle zonnepanelen die worden geïnstalleerd op appartementencomplexen. Dit omvat zowel niet-geïntegreerde als geïntegreerde zonnepanelen, en ook plug&play-systemen. Daarnaast zijn alle noodzakelijke werken, zoals installatie en aankoop van een omvormer, ook onder het nultarief te verstaan. Dit betekent dat VvE’s ook geen btw hoeven te betalen op de arbeidskosten of het aankopen van benodigde materialen.
Aangezien het nultarief in werking is, is er geen sprake meer van een btw-teruggave. VvE’s hoeven dus geen aangifte te doen bij de Belastingdienst voor terugbetaling van btw, zoals dat eerder het geval was. Dit is een aanzienlijk voordeel, omdat het administratieve lasten vermindert en het proces van aanschaf van zonnepanelen vereenvoudigt.
Het nultarief geldt uitsluitend voor zonnepanelen die na 1 januari 2023 zijn aangeschaft. VvE’s die in 2022 of eerder zonnepanelen hebben geïnstalleerd, blijven onder het oude regelsysteem vallen. Voor deze VvE’s geldt de verhoudingsregel bij btw-teruggave, waarbij het terugvraagbare bedrag afhankelijk is van de verhouding tussen opgewekte en teruggeleverde energie.
Btw over teruggeleverde energie
Ondanks het nultarief bij aanschaf, moet een VvE wel belasting betalen over de energie die aan het elektriciteitsnet wordt teruggeleverd. Dit is een belangrijk verschil met particulieren, die geen belasting hoeven te betalen over teruggeleverde energie. Voor VvE’s is dit echter verplicht, en dit geldt alleen voor de energie die daadwerkelijk wordt teruggeleverd, niet voor de energie die verbruikt wordt.
De btw-aangifte over teruggeleverde energie gebeurt elk kwartaal en valt onder de normale btw-aangifte van de VvE. Dit betreft een verplichte administratieve taak, die in het kader van het gebruik van de KOR-regeling of het nultarief gedaan moet worden. De btw die moet worden afgerekend, is meestal laag, maar de administratieve lasten kunnen wel oplopen, vooral bij VvE’s die meerdere zonnepaneelinstallaties hebben of die regelmatig energie terugleveren.
Daarnaast geldt er een forfaitbedrag voor systemen onder 15.000 Wattpiek. Voor deze systemen is er een vastgesteld bedrag dat als btw-afdracht geldt. Dit betreft een eenvoudiger administratieproces, omdat het teruggeleverde bedrag niet hoeft te worden berekend op basis van een verhouding, maar simpelweg een vast bedrag moet worden afgedragen.
Conclusie
De aanschaf van zonnepanelen door een VvE heeft een aantal fiscale implicaties die zorgvuldig in overweging moeten worden genomen. Sinds 2020 is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om btw terug te vragen, en sinds 2023 geldt er zelfs een nultarief voor zonnepanelen. Dit betekent dat VvE’s geen btw hoeven te betalen bij aankoop van zonnepanelen, wat het aankoopproces aantrekkelijker maakt.
Een belangrijk aspect bij btw-teruggave is de verhouding tussen opgewekte en teruggeleverde energie. De hoeveelheid terugvraagbare btw is afhankelijk van deze verhouding, en dit maakt het noodzakelijk om de energieopbrengst nauwkeurig te registreren. Het kalenderjaar waarin de zonnepanelen zijn aangeschaft speelt daarbij ook een rol, en het is verstandig om de installatie te plannen voor de lente, zodat het kalenderjaar met een hogere opbrengst kan beginnen.
Ondanks het nultarief bij aankoop, moet een VvE wel belasting betalen over de energie die aan het elektriciteitsnet wordt teruggeleverd. Deze btw-aangifte gebeurt elk kwartaal en valt onder de normale administratie van de VvE. Voor kleinere systemen is er een forfaitbedrag dat simpeler is om te hanteren.
In het kader van de KOR-regeling zijn er ook administratieve verplichtingen die in overweging moeten worden genomen. Wanneer een VvE een btw-teruggave aanvraagt voor zonnepanelen en het bedrag hoger is dan €2.500, moet zij gedurende de volgende vier jaar btw-aangifte doen over de teruggeleverde energie. Dit betreft een extra administratieve taak die niet altijd rendabel is, vooral voor VvE’s met een lage opbrengst.
Het nultarief sinds 2023 heeft het aankoopproces van zonnepanelen voor VvE’s aanzienlijk vereenvoudigd. Het betreft echter een regeling die van toepassing is op zonnepanelen die na 1 januari 2023 zijn aangeschaft. VvE’s die eerder zonnepanelen hebben geïnstalleerd blijven onder het oude regelsysteem vallen, en voor deze VvE’s geldt de verhoudingsregel bij btw-teruggave.
Samenvattend is het belangrijk om de fiscale regels bij zonnepaneelinstallaties goed te begrijpen. Voor VvE’s is het aankoopproces in de praktijk afhankelijk van de omzet, de energieopbrengst en de administratieve verplichtingen. Zorgvuldig plannen en overleg met een erkende installateur en eventueel een belastingadviseur kan helpen om de fiscale voordelen van zonnepaneelinstallaties maximaal te benutten.