Inleiding
De financiering van VVE-kindplaatsen (Voor- en Vroegschoolse Educatie) speelt een centrale rol in het beleid van gemeenten zoals Langedijk en Moerdijk ten aanzien van de voor- en vroegschoolse educatie. Dit beleid is gericht op het compenseren van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen en gericht op het stimuleren van de taalontwikkeling, rekenvaardigheden, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek. In dit kader is het begrip VVE-kindplaats van essentieel belang. Het betreft een specifieke vorm van kinderopvang die gericht is op kinderen met een VVE- of SMI-indicatie, waarin extra educatieve aandacht wordt besteed.
De financiering en vergoeding van VVE-kindplaatsen worden bepaald door een complexe wisselwerking van juridische kaders zoals de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet Oke) en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko), in combinatie met verordeningen en richtlijnen die lokale regelgeving bepalen. Deze richtlijnen bepalen niet alleen de hoogte van de vergoedingen, maar ook de voorwaarden waaronder deze worden verstrekt en hoe de uitvoering ervan wordt gereguleerd.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de relevante juridische en praktische aspecten van de vergoedingen voor VVE-kindplaatsen in peuterspeelzalen. Aan de hand van de beschikbare bronnen wordt ingegaan op de structuur van de vergoedingen, de aanvraagprocedures, de voorwaarden voor toekenning en de administratieve vereisten.
Juridisch kader en definities
Wet Oke en Wet Kwo
De financiering en uitvoering van VVE-kindplaatsen zijn geregeld in de Wet Oke (Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) en de Wet Kwo (Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen). Deze wetskaders leggen de basis voor de bepaling van kwaliteitsnormen en financiële ondersteuning voor kinderopvanginstellingen die VVE-aanbod leveren.
De Verordening VVE-vergoeding verstrekt een juridisch kader voor het verstrekken van tegemoetkomingen in de kosten van VVE-kindplaatsen. Deze verordening bepaalt onder meer:
- De definitie van VVE-kindplaats, die een opvangtijd van 10 uur per week over 3 of 4 dagdelen verspreid, gedurende 40 weken per jaar.
- De vereisten aan de instellingen, zoals registratie in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) en het beschikken over gecertificeerde beroepskrachten.
- De voorwaarden voor toekenning van vergoedingen, zoals de aanwezigheid van een VVE- of SMI-indicatie bij het kind en de locatie van de opvang in de gemeente Langedijk of Moerdijk.
Definities uit de verordening
De verordening bevat een aantal essentiële definities die belangrijk zijn voor het begrijpen van het beleid en de praktijkuitvoering:
- VVE-kindplaats: Een kinderopvang van 10 uur per week, verdeeld over 3 of 4 dagdelen, gedurende 40 weken per jaar. Deze opvang is bedoeld voor kinderen met een VVE- of SMI-indicatie.
- VVE-vergoeding: Een vergoeding aan de instelling voor een ingevulde VVE-kindplaats, bedoeld om de extra kosten te compenseren van het VVE-aanbod.
- Ouderbijdrage: De financiële bijdrage die de ouder(s) moeten betalen bij afname van een VVE-kindplaats. Deze bijdrage wordt geregeld via de ouderbijdragetabel.
- Toezichthouder: De aangewezen directeur van de GGD, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang.
Deze definities zijn van doorslaggevend belang bij het begrijpen van hoe het systeem van financiële ondersteuning werkt en welke eisen aan instellingen en ouders worden gesteld.
Vergoedingen aan instellingen en ouders
Hoogte van de VVE-vergoeding
De hoogte van de VVE-vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld door het college, zoals geregeld in artikel 8.7 van de verordening. De vergoeding is bedoeld om de extra kosten te compenseren die een instelling maakt bij het aanbieden van VVE.
De vergoeding is afhankelijk van:
- De soort opvang (VVE/SMI of regulier),
- De mate van recht op kinderopvangtoeslag (bepaald door de Belastingdienst),
- De hoogte van het verzamelinkomen van de ouder(s)/verzorger(s).
Deze factoren bepalen hoeveel de instelling van de gemeente terugkrijgt voor het aanbieden van VVE-kindplaatsen.
Tegemoetkomingen aan ouders
Naast de vergoedingen aan instellingen, zijn er ook tegemoetkomingen aan ouders, waarbij de gemeente een financiële bijdrage verleent aan de ouder(s) in de kosten van een VVE-kindplaats. Deze tegemoetkoming is beperkt tot kinderen die:
- Minstens drie of vier dagdelen per week volgen,
- Gedurende minstens 11 of 12 termijnen, afhankelijk van de aanwezigheidsduur in de instelling.
De tegemoetkoming wordt maandelijks overgemaakt aan de peuterspeelzaal. Dit geldt zolang het kind minstens drie of vier dagdelen per week volgt. Mocht het kind minder frequent de opvang gebruiken, dan wordt de tegemoetkoming aangepast of beëindigd. Bij een teveel aan uitkering wordt dit teruggevorderd.
Deze regelgeving geldt zowel voor kinderen die VVE-kindplaatsen volgen in peuterspeelzalen als in kindercentra.
Aanvraagprocedures en administratieve vereisten
Aanvragen voor VVE-vergoedingen
Aanvragen voor VVE-vergoedingen kunnen worden ingediend door een aangebieder van voorschoolse voorziening, die geregistreerd staat in het LRKP en voldoet aan de vereisten van de Wet Oke en de Wko. De aanvraagprocedure is onderdeel van het raamovereenkomstbeleid, zoals beschreven in bron 2. Vanaf 21 september 2022 was de inkoopprocedure opengesteld voor alle kinderopvangorganisaties in gemeente Moerdijk.
De aanvraagprocedure omvat verschillende stappen:
- Identificatie van VVE-indicatie via het consultatiebureau (TWB).
- Doorverwijzing naar een gecertificeerde VVE-locatie.
- Start inkooptraject via een raamovereenkomst.
- Aanvraag VVE-kindplaats via het LRKP.
Voorwaarden voor toekenning van vergoedingen
De toekenning van een vergoeding aan een instelling of een ouderschap is onderworpen aan een aantal voorwaarden:
- De instelling moet geregistreerd zijn in het LRKP.
- De ouder(s)/verzorger(s) moeten gevestigd zijn in de gemeente Langedijk.
- Het kind moet een VVE- of SMI-indicatie hebben.
- De instelling moet certificeringen in het bezit hebben van beroepskrachten die het VVE-programma uitvoeren.
- Er moet een pedagogisch plan zijn dat het uitvoeringsplan van het VVE-programma vastlegt.
- Er moet een aanwezigheidsregistratiesysteem zijn voor het registreren van de aanwezigheid van kinderen.
- Er moet een erkend kindvolgsysteem zijn voor het registreren van de vorderingen van kinderen.
Deze voorwaarden zijn juridisch verankerd in de verordening VVE-vergoeding en zijn van toepassing op zowel VVE- als reguliere kinderopvang.
Administratieve vereisten
De administratieve vereisten voor het gebruik van VVE-kindplaatsen zijn omvangrijk en zijn bedoeld om zowel de kwaliteit van het educatieve aanbod als de transparantie van de financiering te waarborgen. De instellingen moeten onder meer:
- Een aanwezigheidsregistratiesysteem gebruiken om de aanwezigheid van kinderen te registreren.
- Een erkend kindvolgsysteem gebruiken om de vorderingen van kinderen te registreren.
- Een pedagogisch plan opstellen dat het uitvoeringsplan van het VVE-programma vastlegt.
- Zorgen voor certificeringen van de beroepskrachten die betrokken zijn bij het VVE-programma.
Deze vereisten zijn niet alleen juridisch verankerd, maar ook belangrijk voor het beleid op het terrein van voorschoolse voorzieningen en voor- en vroegschoolse educatie.
Weigeringsgronden en administratieve sancties
Weigeringsgronden voor vergoedingen
Er worden geen vergoedingen verstrekt in de volgende gevallen:
- De opvanglocatie is niet geregistreerd in het LRKP.
- De ouder(s)/verzorger(s) zijn niet gevestigd in de gemeente Langedijk.
- Het kind heeft geen VVE- of SMI-indicatie.
- Het budgetplafond is bereikt voor reguliere of VVE-kindplaatsen.
Deze weigeringsgronden zijn van belang voor zowel de instellingen als de ouders, omdat deze ervoor kunnen zorgen dat geen vergoedingen worden verstrekt aan ongeschikte kandidaten of instellingen.
Administratieve sancties en terugvordering
In geval van oververgoeding, waarbij meer is uitbetaald dan de ouder(s) recht op hebben, kan de gemeente terugvordering doen van het teveel. Dit is juridisch geregeld in artikel 6 van de verordening.
Daarnaast kan de gemeente maatregelen nemen indien de instellingen niet voldoen aan de administratieve vereisten, zoals het gebruik van een erkend kindvolgsysteem of het certificeren van beroepskrachten. In dergelijke gevallen kan de vergoeding worden beëindigd of aangepast.
VVE- en SMI-indicaties
Definitie en toepassing
De VVE-indicatie is een medische of pedagogische indicatie die wordt gegeven aan jonge kinderen die een risico lopen op ontwikkelingsachterstanden. Deze indicatie is bedoeld om kinderen te identificeren die extra ondersteuning nodig hebben in de voor- en vroegschoolse educatie.
De SMI-indicatie (Sociaal Medische Indicatie) is gericht op kinderen van 0 tot 4 jaar en op naschoolse opvang voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Deze indicatie is gericht op sociaal-emotionele ontwikkeling en ondersteuningsbehoefte van ouders. Beide indicaties vallen onder de categorie VVE en zijn van toepassing op de financiering van VVE-kindplaatsen.
Identificatie en doorverwijzing
De identificatie van kinderen met VVE- of SMI-indicaties wordt uitgevoerd via een consultatiebureau (TWB). Dit bureau bepaalt of er sprake is van een indicatie en geeft een doorverwijzing naar een VVE-gecertificeerde kinderopvanglocatie. Deze procedure is van belang voor het gerichte aanbod van ondersteuning en het beleid op het terrein van voorschoolse voorzieningen.
Samenwerking tussen gemeente en kinderopvangorganisaties
Raamovereenkomstbeleid
De gemeente Moerdijk heeft ervoor gekozen om VVE te in te kopen via een raamovereenkomst. Dit beleid is bedoeld om effectief te sturen op resultaat en om ondnodige administratie te voorkomen. Vanaf 21 september 2022 was de inkoopprocedure opengesteld voor alle kinderopvangorganisaties die VVE willen aanbieden in de gemeente.
Deze aanpak biedt een aantal voordelen:
- Transparantie in de financiering van VVE-kindplaatsen.
- Een efficiënte aanvraagprocedure voor instellingen.
- Een uniforme kwaliteitsstandaard voor VVE-aanbod.
Resultaatgerichte samenwerking
De samenwerking tussen gemeente en kinderopvangorganisaties is resultaatgericht. Dit wil zeggen dat de financiering van VVE-kindplaatsen niet alleen gericht is op het aanbod van opvang, maar ook op het beleid ter voorkoming van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. Dit beleid is een onderdeel van het wettelijk verplichte Onderwijsachterstandenbeleid, dat gericht is op het compenseren van ontwikkelingsachterstanden en het verhogen van de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie.
Conclusie
De financiering van VVE-kindplaatsen is een complexe aangelegenheid die wordt geregeld via een juridisch kader dat is opgenomen in de Wet Oke, de Wet Kwo en de Verordening VVE-vergoeding. Deze wetgeving bepaalt de definities, vergoedingen, aanvraagprocedures en administratieve vereisten voor het aanbieden en gebruiken van VVE-kindplaatsen in peuterspeelzalen en andere voorschoolse voorzieningen.
De vergoedingen aan instellingen zijn bedoeld om de extra kosten te compenseren van het aanbieden van VVE, terwijl de tegemoetkomingen aan ouders gericht zijn op het verminderen van de financiële druk van het afnemen van VVE-kindplaatsen. Deze vergoedingen zijn onderworpen aan een aantal voorwaarden, zoals registratie in het LRKP, de aanwezigheid van een VVE-indicatie en het gebruik van erkende kindvolgsystemen.
De aanvraagprocedure is gestructureerd en is onderdeel van een raamovereenkomstbeleid, dat vanaf 2022 opengesteld is voor alle kinderopvangorganisaties die VVE willen aanbieden. Deze aanpak is gericht op resultaatgerichte samenwerking en het beleid ter voorkoming van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen.
Tot slot is duidelijk dat het beleid rond VVE-kindplaatsen niet alleen gericht is op het aanbod van kinderopvang, maar ook op het verhogen van de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie en het compenseren van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. Dit maakt VVE-kindplaatsen een belangrijk instrument in het onderwijsachterstandenbeleid en de voorschoolse voorzieningen.