Inleiding
Voorschoolse educatie (VVE) speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van jonge kinderen, met name diegenen die aan indicaties voldoen voor extra aandacht in de vorm van taal- of ontwikkelingsachterstanden. Het VVE-aanbod is daarom een essentieel onderdeel van het wettelijk kader dat gemeenten en instellingen in Nederland moeten naleven. In dit artikel worden de huidige beleidslijnen, kwaliteitseisen en praktische uitvoering van het VVE-aanbod beschreven, met aandacht voor regelgeving, organisatie en toekomstige ontwikkelingen.
De beschikbare bronnen tonen aan dat het VVE-aanbod in de kinderopvang en de basisscholen gericht is op het stimuleren van taalontwikkeling, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De beleidsdocumenten uit gemeenten zoals Valkenswaard en regelingen zoals die van Duiven leggen uit hoe het aanbod wordt gereguleerd, hoe het moet worden uitgevoerd en wat de kwaliteitseisen zijn. Bovendien is het VVE-aanbod niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente, maar ook van scholen en kinderopvanginstellingen die voldoen aan de wettelijke eisen.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste kwaliteitseisen, het aandeel van ouders, de organisatie van het aanbod en de toekomstige ontwikkelingen in het VVE-beleid, op basis van de beschikbare gegevens uit de bronnen.
Kwaliteitseisen voor VVE-aanbod
Het VVE-aanbod is wettelijk geregeld en verplicht voor kinderopvanginstellingen die aangesloten zijn op het landelijke register. In het kader van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, zijn er duidelijke kwaliteitseisen vastgelegd voor het aanbod van VVE. Deze eisen worden door de GGD of andere toezichthoudende instanties getoetst.
Uurlijnen en dagdelen
Het VVE-aanbod moet minstens vier dagdelen van ten minste 2,5 uur per week omvatten, wat overeenkomt met minstens 10 uur per week aan activiteiten die gericht zijn op het stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen. Voor VVE-kinderen, die extra aandacht nodig hebben, is het aanbod langer: 12 uur per week, verspreid over minstens 4 dagdelen en minstens 3 dagen.
In tegenstelling tot reguliere peuters, die 2 x 3 uur per week opvang ontvangen, ontvangen VVE-kinderen dus een aanzienlijk uitgebreider aanbod. Bovendien geldt dat ouders van VVE-kinderen het 3e en 4e dagdeel/6 uur gratis ontvangen. Dit is een wettelijk vastgelegde regeling, die ervoor zorgt dat VVE-kinderen het volledige aanbod kunnen ontvangen zonder extra financiële lasten voor de ouders.
Personeel en opleiding
De verhouding tussen beroepskrachten en kinderen moet minstens 1 op 8 zijn in groepen van maximaal 16 kinderen. In groepen van 9 tot 16 kinderen is er sprake van 2 beroepskrachten per groep, wat betekent dat het kind-beroepskrachtverhouding daarmee verbeterd wordt. Beroepskrachten moeten over minstens een opleiding op pedagogisch werk op minimaal MBO-3 niveau beschikken, waarbij ten minste één module over VVE een onderdeel uitmaakt. Als dit niet het geval is, moet de beroepskracht bewijzen hebben dat zij aan extra scholing heeft deelgenomen die gericht is op VVE.
Het kader waarin beroepskrachten werken is dus uiterst belangrijk. Niet alleen de kwaliteit van hun opleiding, maar ook hun scholing en nascholing bepalen de kwaliteit van het VVE-aanbod. Daarom is er in sommige gemeenten, zoals Valkenswaard, sprake van scholingprogramma’s die specifiek op VVE zijn gericht.
Groepsstructuur
VVE wordt gegeven in horizontale vaste groepen, waarin een peuter minstens twee dagdelen in dezelfde groep van 2 tot 4-jarigen zit. Dit is van belang voor de ontwikkeling van de kinderen, omdat het betekent dat zij zich kunnen ontwikkelen in een stabiele omgeving. Daarnaast geldt dat in een groep die het VVE-aanbod ontvangt, maximaal 50% van de kinderen geïndiceerd zijn, bijvoorbeeld met een VVE-indicatie of een sociaal-medicale indicatie. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, maar dit moet steeds goed onderbouwd worden.
De stabiliteit van de groep is daarom een sleutelaspect van het VVE-aanbod. Het is een manier om zowel de kinderen als de beroepskrachten een consistente en doelgerichte omgeving te bieden.
Ondersteuning en organisatie van het VVE-aanbod
Het VVE-aanbod wordt niet alleen georganiseerd door kinderopvanginstellingen, maar ook door basisscholen en gemeentelijke instellingen. In Valkenswaard, bijvoorbeeld, zijn er meerdere organisaties die VVE aanbieden, zoals Stichting Peuterdorp, Kids World en Mira. In 2020 zijn ook de locaties van Horizon begonnen met scholing en verwachten zij in 2021 VVE te kunnen aanbieden. Dit betekent dat er binnen de gemeente een dekkend aanbod is ontstaan.
In tegenstelling theretoeverkomen er ook gevallen waarin organisaties geen VVE-aanbod willen of kunnen bieden, zoals IkOok! en Bij de Boer in Valkenswaard. Dit is echter niet ongebruikelijk, omdat het aanbod van VVE niet verplicht is voor alle kinderopvanginstellingen, maar wel wettelijk geregeld is voor diegenen die VVE registreren en aanbieden.
Rol van de JGZ en GGD
Wanneer een voorschoolse voorziening voldoet aan de kwaliteitseisen van VVE, is de JGZ-verpleegkundige verantwoordelijk voor de toeleiding en indicering van VVE-doelgroepkinderen. Dit betekent dat de JGZ de kinderen die extra aandacht nodig hebben, doorverwezen naar een VVE-locatie die het aanbod kan bieden. Ouders hebben hierbij de vrije keuze om VVE op te nemen bij een van de aangeboden locaties.
De GGD speelt een rol bij de toetsing van de kwaliteit van het VVE-aanbod. Ze controleren of de instellingen aan de wettelijke eisen voldoen, zoals die zijn opgenomen in de Wet IKK (Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang) en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
Financiële aspecten en subsidie
Het VVE-aanbod wordt vaak ondersteund door subsidies, zoals in de gemeente Duiven. Hierbij is sprake van een subsidieplek die kan worden aangevraagd voor reguliere peuters of VVE-peuters. De subsidie is gebaseerd op een berekeningssystematiek die rekening houdt met het aantal uren, het aantal dagen en de ouderbijdrage.
Bijvoorbeeld, een reguliere subsidieplek wordt aangeboden gedurende 6 uur per week, verspreid over 2 dagdelen en 2 dagen per week, gedurende 40 weken per jaar. Dit leidt tot een vermenigvuldigfactor van 240. Voor VVE-subsidieplekken gaat het om 12 uur per week, verspreid over 4 dagdelen en minstens 3 dagen, wat resulteert in een vermenigvuldigfactor van 480.
De subsidiebedragen worden berekend aan de hand van een tarief per uur en een basisvergoeding per peuter. Ouders hebben in sommige gevallen een eigen bijdrage, afhankelijk van het inkomen. Voor toeslagouders zijn er specifieke tarieven voor het 3e en 4e dagdeel.
Beleid en toekomstige ontwikkelingen
Het VVE-beleid is een onderdeel van de bredere ontwikkelingsplannen van gemeenten, zoals het VVE-beleid 2020-2021 van Valkenswaard. Dit beleid richt zich op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen met een (taal- of spraak)achterstand, tussen de leeftijden van 2 tot 6 jaar. Het accent ligt op taalontwikkeling, maar ook op rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Het beleid wordt uitgevoerd in samenwerking met basisscholen en kinderopvanginstellingen. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor de voorschoolse periode, terwijl de scholen verantwoordelijk zijn voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). Dit betekent dat er een interdisciplinaire aanpak wordt gevolgd.
In Valkenswaard is er sprake van een harmonisatie van het VVE-aanbod. Dit betekent dat verschillende instellingen, zoals Stichting Peuterdorp en Mira, samenwerken om het aanbod te versterken. In 2020 startten ook de locaties van Horizon met scholing en verwachten zij in 2021 VVE aan te kunnen bieden. Dit leidt tot een dekkend en gediversifieerd aanbod.
De gemeente streeft ernaar dat alle kinderen die VVE nodig hebben, toegang kunnen krijgen tot een kwalitatief hoogwaardig aanbod. Dit is ook een vereiste volgens de wet OKE, waarin staat dat elke gemeente een dekkend aanbod van voor- en vroegschoolse voorzieningen moet realiseren.
Conclusie
Het VVE-aanbod is een essentieel onderdeel van de kinderopvang en het onderwijs in Nederland. Het is wettelijk geregeld en gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van jonge kinderen, met name diegenen die extra aandacht nodig hebben. De kwaliteitseisen zijn duidelijk vastgelegd en omvatten aspecten zoals de uurlijnen, groepsstructuur, verhouding kind-beroepskracht en opleiding van de beroepskrachten.
Het aanbod wordt georganiseerd in horizontale vaste groepen, waarin kinderen minstens twee dagdelen in dezelfde groep zitten. Dit is van belang voor de stabiliteit en consistentie van de ontwikkeling. Bovendien is er een subsidiesysteem in werking dat instellingen ondersteunt bij het aanbieden van VVE, waarbij ouders een vrije keuze hebben in de locatie.
In gemeenten zoals Valkenswaard en Duiven is er sprake van een harmonisatie en uitbreiding van het VVE-aanbod. Hierbij werken verschillende instellingen samen om het aanbod te versterken. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor het voorschoolse aanbod, terwijl scholen verantwoordelijk zijn voor de vroegschoolse periode. Dit betekent dat er een interdisciplinaire aanpak wordt gevolgd.
Toekomstige ontwikkelingen zullen gericht zijn op het verder versterken van het VVE-aanbod, zowel qua kwaliteit als qua bereikbaarheid. De wettelijke kaders en beleidslijnen zullen hierbij de richting geven.