Bij de inkomstenbelastingaangifte is het aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) een cruciale factor. Dit aandeel wordt belast in Box 3 van de aangifte en moet worden opgegeven, zolang het totale vermogen van de aangiftehouder boven de heffingsvrije grens ligt. De Belastingdienst berekent de belasting op basis van een verondersteld rendement over het vermogen. Voor 2024 zijn deze rendementpercentages voor banktegoeden 1,44% en voor overige bezittingen 6,04%.
Een belangrijk aandachtspunt is de geplande wijziging in het Belastingplan 2024, waarin het aandeel in het vermogen van de VvE behandeld zou kunnen worden als een banktegoed, wat het rendementpercentage zou verlagen van 6,04% naar 1,44%. Deze wijziging zou met terugwerkende kracht gelden tot en met januari 2023, wat directe gevolgen heeft voor de belastingaangifte in 2023 en 2024. Deze wijziging is nog afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer.
Belastingtechnische aandachtspunten voor het aandeel in het VvE-vermogen
Het aandeel in het vermogen van de VvE moet worden aangemeld in Box 3 van de inkomstenbelastingaangifte. Dit is enkel nodig als het totale vermogen van de aangiftehouder boven de heffingsvrije grens ligt. De Belastingdienst berekent de belasting op basis van een verondersteld rendement over het vermogen. Voor 2024 is het rendementpercentage voor banktegoeden 1,44%, en voor overige bezittingen 6,04%.
Het heffingsvrije vermogen in 2023 is € 57.000, wat betekent dat het aandeel in het VvE-vermogen ruim binnen deze grens valt. Een aangiftehouder betaalt daarover dus geen belasting, tenzij hij of zij nog ander vermogen heeft. Stel dat het aandeel in het VvE-vermogen € 15.000 is en de aangiftehouder heeft een fiscale partner, dan betaalt hij of zij pas belasting als de spaartegoeden en aandelen méér waard zijn dan € 99.000. Het heffingsvrije vermogen is in dat geval (2x € 57.000 =) € 114.000.
In het geval dat het totale vermogen boven de heffingsvrije grens komt, wordt de berekening ingewikkeld. Het aandeel in het VvE-vermogen wordt dan opgenomen in de berekening van het belastbare vermogen. Als het aandeel in het VvE-vermogen € 20.000 is en de aangiftehouder heeft een fiscale partner en samen met de partner € 100.000 op de bank, komt de aangiftehouder € 6.000 boven de heffingsvrije grens uit. De belasting wordt dan berekend over een bedrag van € 62,20, wat € 19 belasting oplevert. Gerekend over het totale vermogen van € 120.000 is dat 0,0158%.
In een ander voorbeeld waarbij het aandeel in het VvE-vermogen € 30.000 is en de aangiftehouder heeft een fiscale partner en samen met de partner € 100.000 op de bank plus een aandelenportefeuille van € 100.000, komt de aangiftehouder € 116.000 boven de heffingsvrije grens uit. De belasting wordt dan berekend over een bedrag van € 4.050,42, wat € 1.296 belasting oplevert. Gerekend over het totale vermogen is dat 0,563%.
Het is belangrijk om hier rekening mee te houden bij het indienen van de inkomstenbelastingaangifte. De Belastingdienst berekent de belasting op basis van een verondersteld rendement over het vermogen. Dit rendement is voor banktegoeden 1,44% en voor overige bezittingen 6,04%. In het kader van het Belastingplan 2024 is er een belangrijke wijziging voorgesteld: het aandeel in het vermogen van de VvE zou behandeld kunnen worden als een banktegoed in plaats van als overige bezittingen. Dit betekent dat het rendementpercentage zou dalen van 6,04% naar 1,44%, wat directe gevolgen heeft voor de belasting die betaald moet worden.
Aftrek van rente en schulden
Eigenaren van appartementen in een VvE hebben meerdere mogelijkheden om het belastbare vermogen en daarmee de belasting te verminderen. Twee belangrijke aftrekposten zijn renteaftrek en in mindering brengen van schulden aan de VvE.
Renteaftrek
Renteaftrek is van toepassing op de hypotheekrente die betaald wordt voor een eigen woning. Dit kan leiden tot een verlaging van het belastbaar inkomen. De renteaftrek is een belangrijk instrument voor appartementseigenaren, aangezien het helpt om het belastbare vermogen te verminderen.
In mindering brengen van schulden aan de VvE
Als een appartementseigenaar een schuld heeft aan de VvE, kan deze schuld worden ingemindert van het aandeel in het VvE-vermogen. Dit betekent dat de belastingaangiftehouder het bedrag van de schuld kan aftrekken van het aandeel in het VvE-vermogen. In het geval dat de aangiftehouder de eigenaarsbijdrage vooruit heeft betaald, moet het vooruitbetaalde bedrag bijtellen.
Belastingaangifte als lid van een Vereniging van Eigenaren (VvE)
Als lid van een VvE heeft het lidmaatschap invloed op de belastingaangifte. Zowel in Box 1 als in Box 3 zijn er verschillende aspecten waar rekening mee moet worden gehouden.
Box 1
In Box 1 kan het bezit van een eigen woning gevolgen hebben voor zaken zoals renteaftrek en het huurwaardeforfait. De renteaftrek is van toepassing op de hypotheekrente die betaald wordt voor een eigen woning. Dit kan leiden tot een verlaging van het belastbaar inkomen. Daarentegen geldt het huurwaardeforfait voor mensen die een eigen woning hebben, maar geen hypotheek hebben afgesloten. Het huurwaardeforfait is een bedrag dat bij het inkomen wordt opgeteld als een soort fictieve huur die ontvangen wordt voor een eigen woning.
Het huurwaardeforfait wordt bepaald aan de hand van de WOZ-waarde van de woning. In sommige gevallen kan de Wet Hillen van toepassing zijn als er geen hypotheekschuld is. Deze wet is bedoeld om huizenbezitters te stimuleren om hun hypotheek volledig af te lossen.
Box 3
In Box 3 moet het aandeel in het reservefonds van de VvE worden opgegeven als vermogen. Het reservefonds is een belangrijk onderdeel van het vermogen van de VvE en moet dus worden opgenomen in de belastingaangifte.
Belastingplan 2024: Aandeel in het VvE-vermogen als banktegoed
In het kader van het Belastingplan 2024 is er een belangrijke wijziging voorgesteld: het aandeel in het vermogen van de VvE zou behandeld kunnen worden als een banktegoed in plaats van als overige bezittingen. Dit betekent dat het rendementpercentage zou dalen van 6,04% naar 1,44%, wat directe gevolgen heeft voor de belasting die betaald moet worden.
De Belastingdienst berekent de belasting op basis van een verondersteld rendement over het vermogen. Voor 2024 is het rendementpercentage voor banktegoeden 1,44%, en voor overige bezittingen 6,04%. In het geval dat het aandeel in het VvE-vermogen als een banktegoed wordt behandeld, dalen deze percentages. Dit heeft directe gevolgen voor de belastingaangifte in 2023 en 2024.
Het geplande Belastingplan 2024 is nog afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer. Als het plan wordt goedgekeurd, geldt het met terugwerkende kracht tot en met januari 2023. Dit betekent dat appartementseigenaren nu al lager belast zouden kunnen worden, afhankelijk van de eventuele goedkeuring door de Eerste Kamer.
Aandachtspunten bij het opgeven van het aandeel in het VvE-vermogen
Het opgeven van het aandeel in het VvE-vermogen is een belangrijk onderdeel van de inkomstenbelastingaangifte. Hier zijn enkele aandachtspunten:
- De waarde van het aandeel: Het aandeel in het VvE-vermogen moet worden opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting 2023 die in 2024 wordt ingevuld. De waarde van het aandeel moet worden opgegeven per 1 januari 2023, wat hetzelfde is als de waarde per 31 december 2022.
- Schulden aan de VvE: Als een appartementseigenaar een schuld heeft aan de VvE, kan deze schuld worden ingemindert van het aandeel in het VvE-vermogen.
- Vooruitbetaalde eigenaarsbijdrage: In het geval dat een appartementseigenaar de eigenaarsbijdrage vooruit heeft betaald, moet het vooruitbetaalde bedrag bijtellen.
- Banktegoeden: Het aandeel in het VvE-vermogen is in sommige gevallen behandeld als banktegoed. Dit heeft gevolgen voor het rendementpercentage dat wordt gebruikt bij de berekening van de belasting.
Gerechtelijke uitspraak over het aandeel in het reservefonds van de VvE
Het Gerechtshof in Leeuwarden heeft besloten dat het aandeel in een reservefonds van een VvE mag worden gezien als een 'banktegoed' en moet dus belast worden tegen het lagere tarief. Dit is gunstig, aangezien het aandeel in het reservefonds van 5.000 euro bijvoorbeeld zo’n 80 euro aan belasting scheelt in Box 3 (boven de vrijstelling). Dit is een aandachtspunt bij de aangifte die vanaf 1 maart 2025 weer ingevuld kan worden.
Conclusie
Het aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) is een belangrijk onderdeel van de inkomstenbelastingaangifte. Het aandeel moet worden aangemeld in Box 3 van de aangifte, zolang het totale vermogen van de aangiftehouder boven de heffingsvrije grens ligt. De Belastingdienst berekent de belasting op basis van een verondersteld rendement over het vermogen. Voor 2024 zijn deze rendementpercentages voor banktegoeden 1,44% en voor overige bezittingen 6,04%.
Een belangrijk aandachtspunt is de geplande wijziging in het Belastingplan 2024, waarin het aandeel in het vermogen van de VvE behandeld zou kunnen worden als een banktegoed, wat het rendementpercentage zou verlagen van 6,04% naar 1,44%. Deze wijziging zou met terugwerkende kracht gelden tot en met januari 2023, wat directe gevolgen heeft voor de belastingaangifte in 2023 en 2024. Deze wijziging is nog afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer.
Appartementseigenaren moeten rekening houden met verschillende aandachtspunten bij het opgeven van het aandeel in het VvE-vermogen. Deze aandachtspunten zijn belangrijk om te begrijpen, aangezien ze directe gevolgen hebben voor de belastingaangifte en het belastbare vermogen.
Bronnen
- Wonen in Beaufort: Het aandeel in een VvE bij de aangifte inkomstenbelasting
- Appartementeneigenaar.nl: Uw belastingaangifte en uw aandeel in het vermogen van de VvE
- VvE.nl: Belastingaangifte voor VvE-leden
- PlusOnline.nl: Appartementbewoner let dan extra op bij de belastingaangifte
- Belastingdienst.nl: Aandeel in een reservefonds van een VvE in het rechtsherstel Box 3