Regionale governance speelt een kernrol bij het versterken van samenwerking tussen diverse partijen binnen een regio. In de komende jaren zal deze samenwerking van groter belang worden, aangezien op 1 januari 2026 de Wet ‘Van school naar duurzaam werk’ in werking treedt. Tegelijkertijd start de programmaperiode voor regionale programma’s rondom voortijdig schoolverlaten (vsv). Deze ontwikkelingen dwingen regio’s tot een grondige herziening en inrichting van hun governance.
Het Berenschot Realisatiemodel biedt een helder denkkader en stappenplan om regio’s te ondersteunen bij het inrichten van een toekomstbestendige governance. Het model bestaat uit drie kernstappen: richten, inrichten en verrichten. Deze stappen vormen een logische en doelgerichte cyclus die niet alleen het kader voor samenwerking legt, maar ook zorgt voor duurzaamheid, flexibiliteit en effectiviteit.
In dit artikel worden de drie stappen van het Berenschot Realisatiemodel in detail uitgelegd, met aandacht voor de inhoud, de uitgangspunten en de toepassing in de praktijk. Daarnaast wordt ingegaan op het belang van continue evaluatie en monitoring, zodat de governance ook in de toekomst blijft functioneren zoals bedoeld.
Richten: Het leggen van een gemeenschappelijke basis
De eerste fase van het Realisatiemodel is richten, wat inhoudt dat regio’s hun basis leggen voor een gezamenlijke visie en doelgerichte samenwerking. Dit is van essentieel belang, omdat het de fundamenten vormt voor het verdere inrichten en uitvoeren van het regionale programma.
Samenwerken is geen doel op zich, maar een middel om een bepaalde uitdaging aan te pakken. Deze uitdaging kan extern zijn, zoals het nieuwe regionale programma, of intern, zoals de mogelijkheid om domeinverbindend te werken. In ieder geval moet het duidelijk zijn waarom samenwerking noodzakelijk is.
Een essentieel element van de richtfase is het leggen van een gezamenlijke visie. Hierbij bepalen de betrokken partijen wat ze in de komende jaren willen bereiken en wat hun ambities zijn voor de doelgroep. Deze visie vormt het leidraad voor de verdere inrichting van de governance.
Bij het richten is het ook belangrijk dat alle partijen op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau elkaar leren kennen. Dit helpt bij het opbouwen van vertrouwen en samenhang binnen het netwerk. Daarnaast is het van belang dat alle betrokkenen hetzelfde beeld hebben van de richting waarin ze willen bewegen. Deze gezamenlijke gerichtheid is het fundament voor een effectieve governance en moet daarom centraal staan in het inrichten van samenwerkingsstructuren.
Het richten is dus een strategische fase die ervoor zorgt dat alle partijen op dezelfde golflengte staan. Zonder een heldere visie en een goed begrip van de doelen is het inrichten van een governancestructuren niet mogelijk.
Inrichten: Concretisering van visie en strategie
Zodra een gemeenschappelijke visie is gecreëerd, kan de tweede fase van het Berenschot Realisatiemodel beginnen: inrichten. In deze fase wordt de visie concreet gemaakt en wordt een strategie opgesteld die als uitgangspunt dient voor de governance.
Het inrichten begint met het concretiseren van de visie en het vastleggen van strategische doelstellingen. Als bijvoorbeeld de visie is om jongeren zo veel mogelijk preventief te ondersteunen, dan kan worden besloten om begeleidingsgesprekken aan te bieden voordat jongeren uitvallen van school. Door dergelijke doelstellingen expliciet te formuleren, wordt de visie tastbaar en uitvoerbaar.
Daarnaast wordt tijdens de inrichtende fase een passende governancestructuur ontworpen. Dit betreft zowel de samenstelling van overleggen als hun frequentie. Het is belangrijk dat deze structuren zodanig zijn dat ze zowel effectief als flexibel zijn. Een goed voorbeeld hiervan is dat het aantal en het type overleggen afgestemd zijn op de behoeften van de regio en de doelgroep. Dit zorgt ervoor dat de governance niet alleen goed functioneert in de korte termijn, maar ook blijft werken bij veranderende omstandigheden.
De inrichtende fase is dus een cruciale stap waarin de visie wordt uitgewerkt tot concrete doelen en structuren. Hierbij wordt zorgvuldig nagedacht over hoe de samenwerking er in de praktijk uit moet zien en welke governancevormen daar het beste bij passen.
Verrichten: Uitvoering en evaluatie
De derde en laatste fase in het Berenschot Realisatiemodel is verrichten, waarin het ingerichte kader daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Tijdens deze fase wordt de governance in de praktijk getest en geëvalueerd om te zien of het functioneert zoals bedoeld.
Allereerst is het belangrijk dat partijen van meet af aan overleggen over de monitoring van de voortgang. Door dit vanaf het begin in te zetten, kan er tijdig worden bijgestuurd waar nodig. Monitoring en evaluatie vormen een essentieel onderdeel van het verrichten, omdat ze ervoor zorgen dat de governance blijft functioneren zoals gepland en eventuele problemen op tijd worden opgemerkt en aangepakt.
Een belangrijk aspect van deze fase is het evalueren van de governance. Hierbij wordt gekeken of de governance in de praktijk werkt zoals beoogd. Werkt het overleg op de juiste manier? Is voor alle betrokkenen duidelijk waar ze naartoe kunnen escaleren? Komt informatie op de juiste plek terecht? Deze vragen zijn essentieel om te bepalen of de governance effectief is en of er aandacht is voor flexibiliteit.
Daarnaast is het tijdens de verrichtenfase ook zinvol om te beoordelen of de samenstelling en frequentie van de overleggen effectief zijn. Door regelmatig te monitoren en te evalueren blijft de governance toekomstbestendig en flexibel, wat essentieel is voor een duurzame samenwerking.
Het verrichten is dus een dynamische fase waarin de governance niet alleen wordt uitgevoerd, maar ook geëvalueerd en eventueel aangepast. Dit zorgt ervoor dat de governance zich aan kan passen aan veranderende omstandigheden en blijft functioneren zoals bedoeld.
Toekomstbestendige governance: De rol van evaluatie en flexibiliteit
Om ervoor te zorgen dat regionale governance op de lange termijn succesvol blijft, is het van groot belang dat er regelmatig wordt geëvalueerd. De informatie uit de bronnen benadrukt het belang van continue monitoring en evaluatie als onderdeel van het Berenschot Realisatiemodel. Door regelmatig te beoordelen of de governance werkt zoals bedoeld en of er aandacht is voor flexibiliteit, blijft de samenwerking toekomstbestendig.
Een belangrijk voordeel van een goed functionerende governance is dat regio’s flexibel kunnen reageren op veranderingen en uitdagingen. In de toekomst zullen regio’s waarschijnlijk te maken hebben met nieuwe wettelijke kaders, veranderende doelgroepen en nieuwe samenwerkingen. Een governance die is ingericht volgens het Berenschot Realisatiemodel is daarom niet alleen effectief in de korte termijn, maar ook geschikt voor de toekomst.
Het blijft daarom essentieel dat regio’s tijdens de verrichtenfase niet alleen uitvoeren, maar ook evalueren. Dit betreft zowel de inhoud van de governance als de manier waarop deze in de praktijk wordt uitgevoerd. Door dit te doen, kan de governance blijven functioneren zoals bedoeld en eventuele aandachtspunten worden vroegtijdig opgemerkt en aangepakt.
Conclusie
Het Berenschot Realisatiemodel biedt een duidelijk en doelgericht kader voor het inrichten van regionale governance. Met de drie stappen — richten, inrichten en verrichten — legt het model een solide basis voor duurzame en effectieve samenwerking binnen regio’s. In de richtfase wordt een gemeenschappelijke visie gecreëerd, die in de inrichtende fase wordt uitgewerkt tot concrete doelen en governancestructuren. In de verrichtenfase wordt deze governance daadwerkelijk uitgevoerd en geëvalueerd, zodat er tijdig bijgestuurd kan worden waar nodig.
Door de drie stappen van het Berenschot Realisatiemodel te doorlopen, kunnen regio’s hun governance effectief en toekomstbestendig inrichten. Dit betekent dat de samenwerking niet alleen duurzaam is, maar ook flexibel genoeg om veranderende omstandigheden aan te kunnen. De informatie uit de bronnen benadrukt het belang van continue evaluatie en monitoring, zodat de governance op de lange termijn blijft functioneren zoals bedoeld.
In de komende jaren zal regionale governance steeds belangrijker worden, aangezien regio’s zich moeten aanpassen aan nieuwe wettelijke kaders zoals de Wet ‘Van school naar duurzaam werk’. Het Berenschot Realisatiemodel biedt daarom een waardevolle ondersteuning bij het inrichten van governancestructuren die niet alleen effectief zijn, maar ook toekomstbestendig.