Tijdbeheer en Leerprocessen in MBO- en HBO-opleidingen

Inleiding

In het huidige onderwijslandschap is het belang van een goed gestructureerd leerproces steeds duidelijker. Zowel in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) als in het hoger beroepsonderwijs (HBO) wordt er steeds meer aandacht besteed aan het begeleiden van leerlingen en studenten bij het maken van keuzes op het gebied van vervolgopleidingen en beroep. De focus ligt hierbij niet alleen op academische kennis, maar ook op persoonlijke ontwikkeling, reflectie en het ontwikkelen van loopbaanvaardigheden.

In het kader van deze ontwikkeling zijn er diverse programma's en initiatieven ontwikkeld die gericht zijn op het inrichten van leertrajecten, het aanbieden van praktijkgerichte ervaringen en het begeleiden van leerlingen bij het maken van keuzes. De praktijkvoorbeelden die hier worden besproken geven een duidelijk beeld van hoe onderwijsinstellingen zoals Gilde Opleidingen, ROC Midden Nederland en Fontys deze doelen nastreven. In dit artikel worden de belangrijkste inrichtingen en activiteiten toegelicht, met een nadruk op hoe leerlingen tijdens deze programma’s in staat worden gesteld om hun eigen leertrajecten in te richten en hoe dit bijdraagt aan hun verdere ontwikkeling.

Pitstop MBO: een tussenjaar voor persoonlijke en academische ontwikkeling

Het Pitstop MBO-programma is een pilotproject dat door Gilde Opleidingen in Roermond is opgezet voor leerlingen die hun vmbo-diploma hebben behaald, maar nog onzeker zijn over hun vervolgopleiding. Tijdens het jaar dat ze in het Pitstop-programma doorbrengen, volgen de leerlingen vijf dagen per week generieke vakken zoals Nederlands, Engels, sport en keuzedelen in de ochtend. In de middag wordt er aandacht besteed aan persoonlijke ontwikkeling, waarbij workshops, bedrijfsbezoeken en specifieke vakken zoals ‘IK-ologie’, ‘WIJ – de psychologie van het gunnen’ en ‘Verbaal meesterschap’ centraal staan.

Deze aanpak heeft als doel om leerlingen tijd te geven om te reflecteren, zich te ontwikkelen en hun richting te bepalen. Hierbij wordt niet alleen aandacht besteed aan academische kwaliteiten, maar ook aan sociaal-emotionele vaardigheden en communicatieve competenties. Het programma is ontwikkeld door docenten Daniëlle Meijer en René Hendrikx, die binnen Gilde Opleidingen hebben gemerkt dat veel leerlingen onzeker waren over hun keuze voor een vervolgopleiding.

Een van de voornaamste voordelen van Pitstop MBO is dat het leerlingen in staat stelt om hun eigen tempo te bepalen. Zo is het mogelijk dat leerlingen met een snelle doorlooptijd in generieke vakken al in het tweede jaar van een vervolgopleiding instromen. Een voorbeeld hiervan is een leerlinge die tijdens Pitstop MBO rekenen en Nederlands op het hoogste niveau voltooide en daardoor in staat was om de opleiding voor onderwijsassistente in slechts 2,5 jaar in plaats van 3,5 jaar af te ronden. Niet alle leerlingen kunnen in het tweede jaar instromen, maar voor hen die dit wel doen, betekent het een aanzienlijke tijdswinst.

Ouders reageren over het algemeen positief op Pitstop MBO, ook al betekent het dat hun kind een extra jaar moet doorbrengen voordat ze een vervolgopleiding starten. Volgens René Hendrikx zeggen ouders vaak: “Geweldig! Laat ‘m maar lekker groeien, zich ontwikkelen en z’n richting bepalen, dan fluit-ie dadelijk door alles heen en heeft er z’n hele leven plezier van.” Deze reactie duidt op het belang dat ouders hechten aan persoonlijke groei en het bepalen van een passende vervolgrichting, ook als dat extra tijd kost.

Doedagen: ervaringen en keuzes in de praktijk

Naast Pitstop MBO zijn er ook andere initiatieven die gericht zijn op het helpen van leerlingen bij het maken van keuzes voor hun vervolgopleiding. Een voorbeeld hiervan zijn de Doedagen, die worden georganiseerd door MBO-scholen. Tijdens deze dagen leren leerlingen op praktische manier wat verschillende beroepen inhouden en welke opleidingen daarbij passen. De activiteiten zijn ondergebracht op zogenaamde ‘doe-eilanden’, waarin leerlingen een bepaalde activiteit kunnen meemaken die gerelateerd is aan een beroep of opleiding.

De Doedagen worden georganiseerd op twee dagen per schooljaar. Leerlingen ontvangen van tevoren een document met beschrijvingen van alle doe-eilanden en kunnen er vijf kiezen. De eerste keuze wordt altijd gehonoreerd, en vervolgens wordt gekeken naar de beschikbare ruimte per eiland. Elke activiteit duurt 30 minuten, waarna leerlingen verder kunnen naar het volgende eiland. Op de avond van de tweede dag kunnen ouders en leerlingen standjes van verschillende MBO-scholen bezoeken, zodat ze meer specifieke informatie kunnen verkrijgen over de aanbiedingen van verschillende opleidingen.

De Doedagen worden vooraf voorbereid door leerlingen, die op school – en soms thuis – opdrachten maken. Mentoren zijn aanwezig tijdens de activiteiten en kunnen later, bijvoorbeeld tijdens een coachgesprek, met de leerling terugkijken op de ervaringen die zijn gemaakt. Het doel is hierbij om leerlingen te stimuleren om nieuwe dingen te ontdekken en inzicht te krijgen in verschillende beroepen en opleidingen.

De activiteiten zijn ontworpen om leerlingen te laten ervaren wat het werken in een bepaald beroep inhoudt, zonder dat ze al direct een keuze moeten maken. Hierdoor kunnen ze een beter beeld krijgen van hun eigen interesses en passies, wat uiteindelijk kan leiden tot een betere keuze voor een vervolgopleiding.

Loopbaandossier: een persoonlijk instrument voor reflectie

Naast praktische ervaringen zoals de Doedagen en Pitstop MBO is er ook aandacht voor het ontwikkelen van een persoonlijk loopbaandossier. Dit dossier is bedoeld als een instrument voor leerlingen om zichzelf en hun interesses te bespreken, reflectie te doen op hun eigen ontwikkeling en keuzes te maken op basis van concrete inzichten. Het loopbaandossier kan op verschillende manieren worden samengesteld, afhankelijk van de keuze van de leerling. Naast een traditioneel Wordbestand kunnen leerlingen bijvoorbeeld ook kiezen voor een blog of een vlog.

In het kader van het ontwikkelen van zo’n loopbaandossier zijn er lesmaterialen ontwikkeld die aandacht besteden aan verschillende loopbaanvaardigheden. Bijvoorbeeld op maandag oefenen leerlingen met het benoemen van hun eigen kwaliteiten, zowel van zichzelf als van elkaar. Op dinsdag is er aandacht voor motievenreflectie, waarbij leerlingen nadenken over waar ze energie van krijgen en waarom ze bepaalde dingen belangrijk vinden. Deze oefeningen zijn bewust kort gehouden, zodat ze gemakkelijk aan andere vakken kunnen worden gekoppeld.

De oefeningen zijn ontworpen om leerlingen te helpen bij het maken van een persoonlijk loopbaandossier dat niet alleen academische prestaties weerspiegelt, maar ook reflectie en persoonlijke groei. Scholen reageren over het algemeen enthousiast op deze aanpak, omdat het leerlingen in staat stelt om creatief te werken en hun eigen ideeën te ontwikkelen.

Beroepenmanifestatie: inzicht in beroepsbeoefening

In leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs wordt de Beroepenmanifestatie georganiseerd. Tijdens deze activiteit komen beroepsbeoefenaars van diverse sectoren naar de school om te vertellen over hun werkzaamheden en wat hun beroep inhoudt. Leerlingen moeten drie voorlichtingsrondes kiezen, die elk 30 minuten duren. Het doel van deze activiteit is om leerlingen te informeren over de praktijk van verschillende beroepen en hen te helpen bij het maken van een keuze voor een vervolgopleiding.

De voorlichtingsrondes zijn bedoeld om leerlingen een concrete indruk te geven van het werken in een bepaald beroep. Beroepsbeoefenaars worden vooraf goed voorbereid op hun presentatie, zodat ze passie kunnen tonen voor hun werk en tegelijkertijd de leerlingen een duidelijk beeld kunnen geven van hun dagelijks werk. De leerlingen schrijven zich van tevoren in voor een voorlichtingsronde en krijgen een lijst met beschrijvingen van de beroepen, zodat ze een gerichte keuze kunnen maken.

De Beroepenmanifestatie is een waardevolle activiteit, omdat het leerlingen in staat stelt om direct contact te maken met mensen die werken in de beroepen waar ze mogelijk interesse in hebben. Hierdoor kunnen ze een beter beeld vormen van de werkelijkheid van verschillende beroepen en nagaan of een bepaalde opleiding bij hen past.

Advanced Modules in het HBO: verdieping in loopbaanontwikkeling en talentontwikkeling

Binnen het HBO is er ook aandacht voor loopbaanontwikkeling en talentontwikkeling. In het HRM deeltijdprogramma kiezen studenten in het tweede en derde jaar een viertal Advanced Modules uit een totaal aanbod van negen. Twee van deze modules zijn gericht op loopbaanontwikkeling en talentontwikkeling. Deze modules zijn onder voorwaarden ook beschikbaar voor studenten of afgestudeerden van andere studierichtingen.

De module Loopbanen besteedt aandacht aan de theorie van loopbaanontwikkeling en de praktische toepassing ervan. Studenten leren te werken met een loopbaanbegeleidingsmethodiek, waarbij het leerproces van de cliënt centraal staat. Het doel is om studenten te voorzien van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om anderen te begeleiden bij hun loopbaanontwikkeling. Het programma eindigt met twee eindopdrachten in de vorm van een beroepsproduct en een loopbaantraject.

De module Talentontwikkeling heeft een duidelijke relatie met het lectoraat ‘Dynamische talentinterventies’ van Fontys. Hier wordt talent gedefinieerd als een eigenschap van een persoon die, in de juiste context, leidt tot plezier, voldoening en uitzonderlijke prestaties. Het lectoraat richt zich op het ontdekken, ontwikkelen en benutten van talent in de werkcontext, met als doel dat ieder individu de kans krijgt om in een context te werken waarin zijn of haar talenten kunnen worden ontdekt, ontwikkeld en benut.

Talentenprogramma: voorbereiding op HBO

In het kader van het ondersteunen van leerlingen bij hun overstap naar het HBO is er ook een talentenprogramma ontwikkeld. Dit programma is gericht op leerlingen die in havo-4 zitten en mogelijk interesse hebben in een HBO-opleiding. Het programma duurt vier maanden, van maart tot juni, en vindt twee dagen per week plaats. De overige dagen gaan de leerlingen naar de vo-school, zodat ze de mogelijkheid hebben om hun vo-opleiding voort te zetten.

Van de 18 leerlingen die in het afgelopen jaar deelgenomen hebben aan dit programma, startte 89% het komende studiejaar met een MBO-opleiding. ROC Midden Nederland volgt deze leerlingen het komende studiejaar om te monitoren hoe ze zich verder ontwikkelen en in welke mate het talentenprogramma daaraan heeft bijgedragen.

Het doel van het programma is om leerlingen te voorzien van de vaardigheden en inzichten die nodig zijn om succesvol in het HBO te starten. Hierbij wordt aandacht besteed aan reflectie, begeleiding en het maken van keuzes. Een voorbeeld van een instrument dat hierbij wordt gebruikt is de Startthermometer, een online reflectie-instrument dat bijdraagt aan de reflectie op de start van de opleiding op het HBO.

De Startthermometer is ontwikkeld door Fontys, omdat ongeveer 30 tot 40 procent van de startende HBO-studenten binnen het eerste jaar stoppen met hun studie. De belangrijkste redenen die zij zelf aangeven zijn gebrek aan motivatie en een verkeerde studiekeuze. Het doel van de Startthermometer is om studenten al in de startfase van hun opleiding te helpen bij het maken van een juiste keuze en om begeleiding te bieden aan studenten die in het eerste jaar al moeilijkheden ondervinden.

Conclusie

In het huidige onderwijslandschap is het begeleiden van leerlingen bij het maken van keuzes voor vervolgopleidingen en beroepen steeds belangrijker geworden. Zowel in het MBO als in het HBO zijn er initiatieven ontwikkeld die gericht zijn op het inrichten van leertrajecten, het aanbieden van praktijkgerichte ervaringen en het ontwikkelen van loopbaanvaardigheden. Deze initiatieven, zoals Pitstop MBO, de Doedagen, het ontwikkelen van loopbaandossiers, de Beroepenmanifestatie en de Advanced Modules in het HBO, geven leerlingen en studenten de mogelijkheid om hun eigen tempo te bepalen, reflectie te doen en keuzes te maken op basis van concrete ervaringen en inzichten.

Het succes van deze programma’s ligt vooral in het feit dat ze gericht zijn op persoonlijke groei en het bepalen van een passende richting, ook als dat extra tijd kost. Ouders en docenten erkennen het belang van deze aanpak en reageren over het algemeen positief. Tevens blijkt dat programma’s zoals het talentenprogramma en de Startthermometer een waardevolle bijdrage leveren aan de overstap naar het HBO en het verminderen van de afstroom in het eerste studiejaar.

In het vervolg is het van belang om deze initiatieven verder te ontwikkelen en te verbreden, zodat leerlingen en studenten in steeds groter aantal de kans krijgen om een passende en succesvolle opleiding te volgen. Hierbij is het belangrijk om te blijven investeren in begeleiding, reflectie en het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden, zodat iedereen de kans krijgt om zijn of haar talenten te ontdekken, te ontwikkelen en te benutten.

Bronnen

  1. ExpertisepuntLOB – Praktijkvoorbeelden

Related Posts