Vennootschap onder eigen naam (VvE) en belastingaftrekbaarheid van kosten

Inleiding

In Nederland zijn vennootschappen onder eigen naam (VvE) een veelvoorkomende vorm voor het gezamenlijk beheren van onroerend goed, zoals appartementencomplexen of woonwijken. Deze vorm van samenwerking brengt met zich mee dat kosten gedeeld worden en beheer gecentraliseerd is. Vanuit fiscaal oogpunt zijn VvE’s echter geen ondernemingen in de klassieke zin, wat betekent dat ze in de regel geen inkomsten- of winstbelasting betalen. Toch ligt de vraag over de aftrekbaarheid van kosten voor belastingdoeleinden binnen de VvE regelmatig ter discussie, met name als het gaat om de administratie, onderhoudskosten of spaargeld dat in een reservefonds wordt opgenomen.

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belastingrechtelijke regels rondom VvE’s, met een focus op de aftrekbaarheid van kosten. Op basis van relevante bronnen, waaronder fiscale wetgeving en praktijkgerichte blogartikelen, worden de belangrijkste aandachtspunten voor onroerendgoedbezitters en -beheerders verduidelijkt. Aan de hand van de officiële tekst van de Nederlandse belastingwetgeving en fiscale uitleg wordt geanalyseerd in hoeverre kosten die binnen de VvE worden gemaakt, belastingaftrekbaar zijn – met name voor individuele leden of in het kader van gezamenlijke uitgaven.

De nadruk ligt op de volgende thema’s:

  • De fiscale aard van een VvE en de gevolgen hiervoor.
  • Belastingaftrekbaarheid van kosten die worden gemaakt in de context van de VvE.
  • Belastingverplichtingen rondom spaargeld in het reservefonds.
  • Praktische aandachtspunten bij administratie en belastingaangifte.

De aard van de Vennootschap onder eigen naam (VvE)

Een Vennootschap onder eigen naam is een wettelijk georganiseerde vorm van gezamenlijk onroerendgoedbeheer, waarbij meerdere personen samen een vennootschap vormen voor het beheer van onroerend goed, zoals woningen of panden. In tegenstelling tot een bv of nv, is een VvE niet een aparte juridische entiteit. De vennootschap is geen onderneming, maar een vorm van samenwerking waarin de vennootschapsleden verantwoordelijk zijn voor de verdeling van kosten en lasten, en waarin er geen winst wordt geboekt in de klassieke zin. In de praktijk is een VvE dus een vorm van collectief beheer waarin individuele woningen onderdeel zijn van een groter geheel, met een gedeeld beheer en gedeelde kosten.

Volgens de informatie uit bron [1], is het in de meeste gevallen zo dat een VvE zelf geen belasting betaalt over winst of inkomen. De fiscale behandeling van een VvE verschilt dus aanzienlijk van die van een commerciële onderneming. De vennootschap heeft geen belastingplicht op inkomsten, omdat ze geen onderneming is in de zin van het Belastingdienst. Dit betekent dat individuele vennootschapsleden verantwoordelijk zijn voor hun eigen belastingaangiften en eventuele belastingplicht, maar dat de VvE zelf geen inkomsten- of omzetbelasting betaalt.

Toch is er een uitzondering als het gaat om spaargeld in het reservefonds. Hierbij is sprake van eigen vermogen van de vennootschapsleden, wat belastingrechtelijk relevant kan zijn bij het vullen van de belastingaangifte. De Belastingdienst ziet een deel van het spaargeld in het reservefonds als eigendom van de vennootschapslid, wat betekent dat dit onderdeel van de belastingaangifte in Box 3 dient te worden opgenomen.

Belastingaftrekbaarheid van kosten binnen de VvE

Hoewel een VvE zelf geen inkomstenbelasting betaalt, is de belastingaftrekbaarheid van kosten die door individuele leden of het vennootschapsbestuur worden gemaakt, wel van belang. De aftrekbaarheid van kosten is namelijk bepalend voor de belastingplicht van individuele vennootschapsleden, omdat het omzetten van kosten in belastingaftrek een directe invloed heeft op het fiscaal resultaat.

Algemene regels over belastingaftrekbaarheid

Volgens de informatie uit bron [2], is de aftrekbaarheid van voorbelasting (btw) afhankelijk van of de kosten rechtstreeks toerekenbaar zijn aan een belastbare economische handeling. Voor een kostenpost is het dus van belang om te bepalen of deze direct verband houdt met een handeling die onder de werkingssfeer van de btw valt. Indien dit het geval is, is sprake van directe toerekening en is de btw op die kosten in beginsel aftrekbaar.

Als kosten niet direct toerekenbaar zijn aan een belastbare handeling, maar wel aan een vrijgestelde of niet-betalingsplichtige handeling, is de aftrekbaarheid van btw beperkt of uitgesloten. In dat geval moet een splitsing worden gemaakt tussen de aftrekbare en niet-aftrekbare btw. Deze splitsing wordt meestal gedaan op basis van de zogenoemde omzet pro rata methode, waarbij het totale volume van belaste en vrijgestelde omzetten als uitgangspunt dient.

Aftrekbaarheid van kosten voor gezamenlijke uitgaven

Bij gezamenlijke uitgaven die worden gemaakt in de VvE, zoals onderhoudskosten of kosten voor de verbouwing van gemeenschappelijke ruimtes, is de aftrekbaarheid van btw afhankelijk van de toerekening van de kosten aan belastbare of vrijgestelde handelingen. In deze context is het belangrijk om te onthouden dat de VvE zelf geen onderneming is, maar dat individuele vennootschapsleden wel belastingplicht zijn voor hun eigen activiteiten.

Volgens bron [2], is het voor de aftrekbaarheid van btw noodzakelijk dat een handeling inzake aandelen of onroerend goed binnen de werkingssfeer van de btw valt. Indien dit het geval is, kan sprake zijn van een belastbare handeling, en is de btw op die kosten in beginsel aftrekbaar. Dit geldt zowel voor kosten die voorafgaand aan een verkoop of overdracht worden gemaakt, als voor kosten die na afloop van de transactie zijn gemaakt, mits er sprake is van een directe en onmiddellijke samenhang met een belastbare handeling.

Indirecte toerekening en splitsing

In gevallen waarin kosten niet direct toerekenbaar zijn aan één specifieke handeling, maar gedeeld worden tussen meerdere handelingen of doeleinden, is het noodzakelijk om een splitsing te maken. Bron [2] legt uit dat de aftrekbaarheid van voorbelasting in dergelijke gevallen wordt bepaald op basis van de omzet pro rata methode. Deze methode bepaalt hoeveel van de kosten rechtstreekt verband houdt met belastbare handelingen, en hoeveel van de kosten niet-aftrekbare kosten zijn.

De splitsing wordt meestal uitgedrukt in een percentage, dat berekend wordt aan de hand van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzetten. Bijvoorbeeld: als een vennootschapslid 60% van zijn omzet verklaart uit belaste handelingen en 40% uit vrijgestelde of niet-betalingsplichtige handelingen, dan is 60% van de kostenposten in beginsel aftrekbaar. Dit percentage wordt afgerond naar boven op hele procenten, zoals de wet voorziet.

Aandachtspunten bij kosten voorafgaand aan of na een transactie

Een belangrijk aandachtspunt bij de aftrekbaarheid van kosten is of de kosten zijn gemaakt voorafgaand aan een transactie of na afloop van een transactie. Bron [2] benadrukt dat kosten die voorafgaand aan een belastbare handeling worden gemaakt, in beginsel aftrekbaar zijn, zolang er sprake is van een directe en onmiddellijke samenhang met de handeling. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kosten voor verbouwing of onderhoud van een onroerend goed dat verkopt of verhuurd wordt.

Daarentegen is de aftrekbaarheid van kosten die na afloop van een transactie zijn gemaakt, afhankelijk van de objectieve inhoud en aard van de betrokken prestatie. Als de prestatie niet uitsluitend is gericht op een belastbare handeling, dan is sprake van een indirecte toerekening en is de aftrekbaarheid van btw beperkt. In dat geval moet een splitsing worden gemaakt tussen de aftrekbare en niet-aftrekbare btw.

Spaargeld in het reservefonds en belastingaangifte

Een specifieke aandachtspunt bij de belastingaangifte van VvE-leden is de behandeling van spaargeld dat in het reservefonds wordt opgenomen. Bron [1] legt uit dat dit spaargeld in de ogen van de Belastingdienst een vorm van eigen vermogen vormt, wat betekent dat het in de belastingaangifte dient te worden opgenomen in Box 3. Dit geldt zolang het spaargeld onderdeel is van het reservefonds van de VvE en niet in de vorm van een lening of andere verplichting.

Het is belangrijk dat vennootschapsleden duidelijk weten hoeveel van hun aandeel in het reservefonds is, omdat dit van invloed is op de belastingaangifte. De verdeling van het reservefonds wordt meestal op basis van het aandeel dat ieder lid heeft in de vennootschap. Bijvoorbeeld: als een lid 20% van het aandeel heeft in de VvE, dan heeft het lid ook 20% van het spaargeld in het reservefonds.

Als een lid vermoedt dat het spaargeld belastingplicht is, is het verstandig om contact op te nemen met de VvE-beheerder of het bestuur van de vennootschap. Deze partijen kunnen een overzicht maken van het aandeel van het lid in het reservefonds en eventueel adviseren over de fiscale verplichtingen die hieruit voortvloeien. In sommige gevallen kan het nodig zijn om een belastingadviseur in te schakelen, met name als het om een complexe situatie gaat of als het lid twijfelt over de belastingaangifte.

Praktische aandachtspunten bij administratie en belastingaangifte

Administratie van VvE-kosten

De administratie van kosten die binnen de VvE worden gemaakt, is van groot belang voor de belastingaangifte van individuele leden. Bron [2] benadrukt dat het van essentieel belang is om kosten goed te registreren en te categoriseren, omdat dit bepalend is voor de aftrekbaarheid van btw. Dit geldt zowel voor gezamenlijke uitgaven als voor individuele kosten die worden gemaakt in het kader van de VvE.

Het is daarom belangrijk dat het bestuur van de VvE een goed administratief systeem heeft opgezet, waarin alle kosten en uitgaven zijn vastgelegd. Deze administratie dient te zijn toegankelijk voor vennootschapsleden, zodat zij in staat zijn om hun belastingaangifte correct en volledig te vullen. Binnen de VvE is het gebruikelijk om een jaarlijks overzicht van uitgaven en inkomsten op te stellen, dat vervolgens wordt ingezet bij het opstellen van de belastingaangifte.

Belastingaangifte voor vennootschapsleden

Vennootschapsleden die aandeel hebben in een VvE, zijn verantwoordelijk voor hun eigen belastingaangifte. Bron [1] en [2] leggen uit dat het aandeel in het reservefonds van de VvE dient te worden opgenomen in Box 3 van de belastingaangifte. Dit betekent dat vennootschapsleden hun aandeel in het reservefonds moeten declareren als een vorm van eigen vermogen.

Daarnaast is het belangrijk om ook eventuele kosten die binnen de VvE zijn gemaakt, in de belastingaangifte op te nemen, indien deze kosten aftrekbaar zijn. Deze kostenposten worden meestal in het kader van de btw-aftrek opgenomen, maar kunnen ook van invloed zijn op andere belastingaangiften, zoals de inkomstenbelastingaangifte.

Het is verstandig om deze administratie goed te onderhouden, omdat de Belastingdienst op elk moment kan controleren of de aangifte correct is. Daarom is het belangrijk dat vennootschapsleden zich goed informeren over hun belastingverplichtingen en, indien nodig, professionele hulp zoeken bij het opstellen van hun belastingaangifte.

Conclusie

De belastingaftrekbaarheid van kosten die binnen de VvE worden gemaakt, is een complex maar belangrijk onderwerp voor vennootschapsleden. Hoewel een VvE zelf geen inkomstenbelasting betaalt, is de aftrekbaarheid van kosten voor individuele leden wel van invloed op hun fiscale situatie. De aftrekbaarheid van btw is afhankelijk van of de kosten rechtstreeks toerekenbaar zijn aan een belastbare handeling of gedeeld worden tussen meerdere handelingen.

In het kader van gezamenlijke uitgaven is het belangrijk om de kosten goed te registreren en te categoriseren, zodat de aftrekbaarheid van btw kan worden bepaald. Bij indirecte toerekening is het noodzakelijk om een splitsing te maken op basis van de omzet pro rata methode. Ook is het belangrijk om te onthouden dat kosten die na een transactie zijn gemaakt, niet automatisch aftrekbaar zijn, tenzij er sprake is van een directe en onmiddellijke samenhang met een belastbare handeling.

Daarnaast is de behandeling van spaargeld in het reservefonds van de VvE een belangrijk aandachtspunt. Omdat dit spaargeld in de ogen van de Belastingdienst als eigen vermogen wordt gezien, dient het in de belastingaangifte van individuele leden opgenomen te worden in Box 3. Vennootschapsleden zijn verantwoordelijk voor hun eigen belastingaangifte, wat betekent dat het belangrijk is om goed geïnformeerd te zijn over de fiscale verplichtingen die hieruit voortvloeien.

In de praktijk is het aan te raden om contact op te nemen met de VvE-beheerder of het bestuur van de vennootschap bij vragen over de aftrekbaarheid van kosten of de behandeling van spaargeld in het reservefonds. In complexe gevallen kan het noodzakelijk zijn om een belastingadviseur in te schakelen, om te zorgen dat de belastingaangifte correct en volledig is.

Bronnen

  1. 247 VvE Beheer: Moet de VvE belasting betalen?
  2. Wetten.overheid.nl: Wetboek van Nederlandse Belastingrecht (Bw)

Related Posts