Inleiding
In Nederland is de betekenis van wilde bijen en vlinders voor het ecosysteem en het klimaat steeds duidelijker geworden. Deze bestuivers spelen een cruciale rol in het bestuiven van planten, zowel in natuurlijke als in stedelijke omgevingen. Het verlies van habitat en de vermindering van voedsel- en nestplekken hebben echter geleid tot een achteruitgang in het aantal wilde bestuivers. In reactie daarop ontwikkelen gemeenten, bedrijven, particulieren en andere partijen initiatieven om hun omgeving te herinrichten op een bijen- en vlindervriendelijke manier.
Op basis van bestaande praktijkvoorbeelden en onderzoek zijn diverse bouwstenen en ecoprofielen ontwikkeld die kunnen dienen als richtlijnen voor het inrichten van een bijenlandschap. Deze bouwstenen omvatten zowel de inrichting van tuinen, bermen en natuurgebieden als het beheer van open ruimtes. In dit artikel worden deze concepten toegelicht aan de hand van concrete voorbeelden uit het land. Ook worden maatregelen voor particulieren en bedrijven aangegeven die bijdragen aan een duurzaam en levendig bijenlandschap.
Het concept van het bijenlandschap
Het bijenlandschap is gedefinieerd als een landschap waarin wilde bestuivers zoals bijen en vlinders op de lange termijn kunnen voorkomen. Dit vereist een voldoende verscheidenheid aan voedsel- en nestplekken, die ook voldoende met elkaar verbonden zijn. Bovendien moet dit landschap op een manier beheerd worden die wilde bestuivers ondersteunt.
Onderzoekers van WENR, EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden en De Vlinderstichting hebben dit concept verder uitgewerkt in de praktijk. Ze hebben ecoprofielen ontwikkeld die aangeven welke soorten wilde bestuivers voorkomen in een bepaald type landschap, welke habitatkenmerken ze nodig hebben en welke benodigde oppervlakte en samenhang er voor nodig zijn. Deze ecoprofielen vormen de basis voor gerichte inrichting en beheermaatregelen.
Er zijn drie soorten bouwstenen die samen een bijenlandschap vormen:
- B&B-gebieden: Gebieden waar wilde bijen en vlinders het hele jaar voldoende nestgelegenheid en voedsel vinden.
- Verbindend landschap: De verbindingen tussen B&B-gebieden in de vorm van bloemrijke bermen, slootkanten of andere terreinen.
- Bij-tankstations: Kleine bijvriendelijke plekken zoals tuinen, balkons en kleine parkjes die geïsoleerd van het netwerk liggen.
Deze bouwstenen kunnen gebruikt worden door diverse partijen, van gemeenten en bedrijven tot particulieren en hoveniersbedrijven, om een bijenlandschap te realiseren dat wilde bestuivers ondersteunt.
Ecoprofielen: richtlijnen voor het ontwerp van een bijenlandschap
Ecoprofielen zijn ontwikkeld om wilde bestuivers te indelen op basis van de eisen die ze stellen aan hun leefomgeving. Deze ecoprofielen helpen om gerichte inrichtingsmaatregelen te nemen die het beste passen bij de soorten die voorkomen in een bepaald gebied. Voor het bijenlandschap zijn drie ecoprofielen gedefinieerd: Hommel, Zweefvlieg en Pionier.
Ecoprofiel Hommel
Het ecoprofiel Hommel is gericht op soorten wilde bijen en vlinders die bomen en struiken nodig hebben, gecombineerd met droge, grazige plekken met hier en daar kale stukjes. Voorbeelden van projecten die passen bij dit ecoprofiel zijn:
- Alkmaarder Hout, het oudste stadsbos van Nederland, waar wilde bijen gebruikt worden als habitat.
- Bijvriendelijke voorbeeldtuin van hoveniersbedrijf Rens de Rooij, die specifieke planten gebruikt die geschikt zijn voor hommels.
- De Alkmaarder Hout en kleine bosfragmenten in verschillende gemeenten, die als oases voor bestuivers dienen in een groene woestijn.
Het ecoprofiel Hommel vereist een voldoende grote oppervlakte van bomen en struiken, gecombineerd met droge graslanden. Deze soorten hebben een relatief beperkte vervoersafstand, waardoor het belangrijk is dat de benodigde habitat binnen een korte afstand beschikbaar is.
Ecoprofiel Zweefvlieg
Het ecoprofiel Zweefvlieg richt zich op soorten die een breed spectrum van bloemrijk grasland nodig hebben, vaak met een hoge biodiversiteit. Voorbeelden van projecten die passen bij dit ecoprofiel zijn:
- Bijen, zweefvliegen en beheer van bermen langs rijksweg N11.
- Bestuivers in het voedselbos in verschillende gemeenten, waar bloemrijke graslanden gebruikt worden als habitat.
- Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012, waarbij de aanwezigheid van zweefvliegen en bijen gevolgd wordt.
Voor dit ecoprofiel zijn grote, samenhangende bloemrijke graslanden nodig. Deze moeten zorgvuldig beheerd worden om de biodiversiteit te behouden en om ervoor te zorgen dat er genoeg voedsel beschikbaar is voor wilde bestuivers.
Ecoprofiel Pionier
Het ecoprofiel Pionier richt zich op soorten die erg mobiel zijn en niet kieskeurig zijn qua voedsel. Ze kunnen tijdelijk voedsel vinden op kleine plekken zoals tuinen of bloemrijke bermen. Voorbeelden van projecten die passen bij dit ecoprofiel zijn:
- Bij-tankstations in gemeenten zoals Zoetermeer, waar bloemrijke bermen en kleine parkjes gebruikt worden als tijdelijke voedselplekken.
- De bijvriendelijke tuin van familie De Boer, waar een brede variatie aan bloemen wordt gebruikt om wilde bijen en vlinders aan te trekken.
- Insectenbevorderende maatregelen in het kader van het ‘Programma Biodiversiteit’ van de gemeente Ede.
Het ecoprofiel Pionier vereist kleine, verspreid gelegen voedselplekken die regelmatig verspreid moeten zijn in het landschap. Deze plekken kunnen klein zijn, maar moeten wel voldoende bloemrijk zijn om wilde bestuivers aan te trekken.
Praktijkvoorbeelden van bijen- en vlindervriendelijke inrichting
Tuinen en hoven
Particuliere tuinen vormen een belangrijk onderdeel van een bijenlandschap. Ze kunnen als bij-tankstations dienen en voedsel en nestplekken bieden. Voorbeelden van bijvriendelijke tuinen zijn:
- De bijvriendelijke voorbeeldtuin van hoveniersbedrijf Rens de Rooij, waar een breed spectrum aan planten wordt gebruikt dat geschikt is voor wilde bijen en vlinders.
- De bijvriendelijke tuin van familie De Boer, waar zowel bloemen als struiken gebruikt worden om wilde bestuivers aan te trekken.
- Natuurlijk tuinieren in particuliere tuinen, waar een combinatie van open ruimtes en begroeide zones wordt gebruikt om vogels en insecten aan te trekken.
Een bijen- of vlindervriendelijke tuin houdt onder andere rekening met de volgende elementen:
- Bloemrijkheid: Een brede variatie aan bloemen die bloeien in verschillende seizoenen.
- Nestplekken: Struiken, bomen en insectenhavens die gebruikt kunnen worden als nestplekken.
- Halfverharding: In plaats van volledig bestrate tuinen wordt halfverharding gebruikt om ruimte te creëren voor begroeiing en insecten.
- Composthoop: Een composthoop biedt niet alleen voedsel voor insecten, maar ook bescherming en overwinterplekken.
Openbare ruimtes en bermen
Openbare ruimtes en bermen zijn cruciale onderdelen van het verbindend landschap. Ze dienen als verbindingen tussen B&B-gebieden en kunnen als voedsel- en nestplekken dienen. Voorbeelden van bijvriendelijke openbare ruimtes zijn:
- Bermen A15 op klei: Bloemrijke bermen langs de A15 die als habitat fungeren voor wilde bijen en vlinders.
- Bermen N-wegen West-Brabant, zand en klei: Bloemrijke bermen langs N-wegen in West-Brabant.
- Fiets- en bijenlint Duin, Horst en Heide: Een fietspad dat ook als verbinding fungeert voor wilde bestuivers.
- Insecten en botanisch bermbeheer: Een project waarbij bermen zorgvuldig worden beheerd om de biodiversiteit te behouden.
Voor het inrichten van bermen en openbare ruimtes zijn een aantal maatregelen belangrijk:
- Bloemrijke beplanting: De beplanting van bermen en openbare ruimtes met wilde bloemen die geschikt zijn voor wilde bestuivers.
- Niet-maaien: In sommige gevallen is het verstandig om minder te maaien om een dikkere begroeiing te creëren.
- Halfverharding: Ook in openbare ruimtes kan halfverharding gebruikt worden om ruimte te geven aan insecten en vogels.
Bedrijventerreinen en stedelijke ontwikkelingen
Bedrijventerreinen en stedelijke ontwikkelingen vormen een belangrijke ruimte voor het inrichten van een bijenlandschap. Voorbeelden van bijvriendelijke ontwikkelingen zijn:
- Bijvriendelijk bedrijfsterrein van firma TIB De Boer, waar een combinatie van groen en bebouwde ruimte gebruikt wordt om wilde bestuivers aan te trekken.
- De Duurzaamste Kilometer van Nederland, waarbij een brede variatie aan groene elementen gebruikt wordt om wilde bestuivers te ondersteunen.
- De herinrichting van het Lübeckplein te Zwolle, waarbij wilde planten gebruikt zijn in de beplanting.
- Het bedrijventerrein in Grote Polder in Zoeterwoude, waarbij advies is gegeven voor een bijvriendelijke inrichting.
In bedrijventerreinen en stedelijke ontwikkelingen zijn een aantal maatregelen van belang:
- Groendaken: De installatie van groendaken kan helpen om wilde bijen en vlinders aan te trekken.
- Bijvriendelijke beplanting: Het gebruik van wilde bloemen en struiken in de beplanting van openbare ruimtes.
- Nestplekken: Het aanbrengen van bijenkasten of insectenhavens om wilde bijen en vlinders te ondersteunen.
- Zonering en beheer: Het beheer van groene ruimtes moet gericht zijn op het behoud van biodiversiteit.
Wat kunt u doen als burger?
Zowel particuliere huizenbezitters als hoveniersbedrijven kunnen bijdragen aan een bijenlandschap. Voorbeelden van maatregelen die u als burger kunt nemen zijn:
- De tuin veranderen in een wilde bijentuin: Door bloemrijkheid, halfverharding en insectenhavens toe te voegen.
- Nestkastjes en insectenhavens aanbrengen: Deze kunnen dienen als nestplekken voor wilde bijen en vlinders.
- De composthoop gebruiken: Een composthoop biedt bescherming en overwinterplekken voor insecten.
- Niet weggeven van bladeren en snoeiafval: Deze kunnen gebruikt worden als bescherming voor insecten.
- Halfverharding in plaats van bestrating gebruiken: Dit biedt ruimte voor begroeiing en insecten.
- Bloemen en struiken aanbrengen die geschikt zijn voor wilde bijen en vlinders: Zoals rode klaver, vlinderstruik en andere wilde bloemen.
Conclusie
Het inrichten van een bijenlandschap is een belangrijke stap in de richting van een duurzamere en levendigere omgeving. Door het gebruik van ecoprofielen en bouwstenen kunnen zowel particulieren als bedrijven en gemeenten een bijdrage leveren aan de ondersteuning van wilde bestuivers. In dit artikel zijn verschillende praktijkvoorbeelden en ecoprofielen toegelicht die kunnen dienen als richtlijnen voor het inrichten van een bijenlandschap.
Een bijenlandschap vereist niet alleen het aanbrengen van wilde bloemen en insectenhavens, maar ook het bewust beheren van openbare ruimtes en bermen. Door samenwerking tussen verschillende partijen en het toepassen van ecoprofielen kan een duurzaam bijenlandschap worden gerealiseerd dat wilde bijen en vlinders ondersteunt.