In het huidige onderwijssysteem in Nederland is een diepe onrust te bespeuren, zowel op het basisonderwijs als op het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs. Docenten, ouders en studenten geven allemaal aan dat de huidige situatie niet langer te verdragen is. De stakingen, die zich regelmatig voordoen, zijn slechts het symptoom van een dieperliggend probleem: een onderwijssysteem dat niet langer in staat is om de verwachtingen van de samenleving te behouden, noch om de belangen van leerlingen, docenten en ouders gelijkwaardig te behartigen.
Deze artikel wil een overzicht geven van de kritiek die is geuit door docenten en andere betrokkenen, met een focus op de noodzaak om het systeem te herinrichten. De discussie is niet enkel financieel of administratief, maar ook cultureel, mentaal en pedagogisch. Met behulp van interviews en stukken uit de pers worden de belangrijkste problemen benoemd, evenals mogelijke richtingsgevende oplossingen.
De problemen met het huidige onderwijssysteem
1. Het lerarentekort en de werkdruk
Een van de kernproblemen is het lerarentekort, een situatie die vooral op het basisonderwijs en het middenonderwijs te merken valt. In het interview met Marg Cornelissen, Edwin Borger en Helene Steijn (1) is duidelijk dat het tekort niet alleen leidt tot overmacht, maar ook tot het inzetten van onbevoegde personen voor de klas. Dit ondermijnt niet alleen de kwaliteit van het onderwijs, maar ook het vertrouwen in de docentenberoep.
Helene Steijn benadrukt dat de huidige oplossingen – zoals het inzetten van kunstenaars, ouders en ouderen met diploma – noodmaatregelen zijn en niet voldoen aan de structurele tekortkomingen. Ze zegt dat "elke dag overmacht" op veel scholen voorkomt, wat wijst op een structureel probleem in de inrichting van het onderwijssysteem.
2. Werkdruk en mentale belasting
De werkdruk op docenten is extreem hoog, een kwestie die regelmatig ter sprake komt in interviews (1, 2). John Brewster, docent op een mbo-locatie, zegt dat hij amper tijd heeft voor zijn leerlingen. Hij benadrukt dat het onderwijs niet langer een aantrekkelijke sector is, vanwege het tekort aan docenten, de onbetaalbaarheid van het beroep en de mentale belasting. Docenten moeten niet alleen lesgeven, maar ook nakijken, rapporten schrijven, administratieve taken uitvoeren en – vaak – extra werk doen om de kwaliteit van het onderwijs te behouden. Dit heeft geleid tot een groeiende mentale uitputting en een toename van afwezigheden bij docenten.
3. Onvoldoende salaris en ongelijkheid tussen onderwijsniveaus
De salarisvraag is een ander belangrijk punt. In het voortgezet onderwijs verdienen docenten gemiddeld meer dan in het basisonderwijs, een situatie die door de vakbonden als onrechtvaardig wordt ervaren. In de stakingen eisen de bonden een gelijke beloning tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Het cao-akkoord van 340 miljoen euro extra, dat op 12 september 2023 is aangegrepen, wordt door veel bonden niet als genoeg beschouwd (3). Zij willen 900 miljoen euro extra, om het salarisniveau van het basisonderwijs aan te passen aan dat van het voortgezet onderwijs.
De kritiek op deze ongelijkheid is niet alleen financieel, maar ook cultureel. De waardering voor het basisonderwijs wordt als te laag gezien, wat bijdraagt aan het lerarentekort en het afnemend aantrekkelijkheid van het beroep.
4. Stakingen en hun gevolgen
Stakingen worden door docenten gezien als een noodzaak, maar ook als een zwaar middel. In het interview met vier docenten (2) is duidelijk dat het staken niet louter een kwestie van salaris is, maar ook van wetgeving, wetenschappelijke verantwoording en wettelijke regelgeving rondom het onderwijssysteem.
De stakingen hebben directe gevolgen voor leerlingen en ouders. Kinderen missen onderwijs, ouders moeten extra tijd maken voor zorg en educatie. Rob Pauwels van ‘Ouders in Actie’ zegt dat hij de stakingen niet begrijpt, omdat er al meer geld is toegewezen, en het akkoord is bereikt (3). Zijn argumentatie is duidelijk gericht op de belangen van ouders en kinderen, die in de stakingen volgens hem de dupe worden.
5. Bezuinigingen en kwaliteitsverlies in het hoger onderwijs
Het hoger onderwijs is ook niet vrij van problemen. In Groningen staken honderden docenten van de Rijksuniversiteit en de Hanze over bezuinigingen in de onderwijsbegroting. Dirk-Jan Scheffers benadrukt dat er 1,1 miljard euro is bezuinde en dat dit leidt tot minder opleidingen, minder onderzoek en minder kwaliteit in het onderwijs (4). Hij zegt dat studenten zich zorgen maken over de toekomst van hun opleiding en of ze nog kunnen studeren wat ze willen. Ook het internationale aanzien van het Nederlandse hoger onderwijs is onder druk, omdat internationale studenten steeds vaker afdraaien.
6. De rol van de overheid en politiek
Minister Slob heeft verschillende keren aangegeven dat het lerarentekort en de werkdruk prioriteit moeten krijgen, maar de kritiek van docenten is dat de maatregelen onvoldoende zijn. In de tekst over de onderwijsinspectie (5) wordt benadrukt dat er sprake is van kansenongelijkheid, met name voor leerlingen uit lageropgeleide gezinnen. De eindtoetsen en schooladviezen verschillen vaak van elkaar, wat leidt tot inschrijfproblemen voor leerlingen. Minister Slob wil dit aanpakken met een handreiking voor leraren, om onbewuste vooroordelen te verlagen en de transparantie van adviezen te vergroten.
Mogelijke richting voor herinrichting van het onderwijssysteem
1. Werkdrukreductie via minder lesuren per week
Een van de voorgestelde oplossingen is minder lesuren per week voor docenten. In het interview met een docent (2) wordt aangegeven dat het 27 lesuren per week aan werk niet haalbaar is. Dit leidt tot vertraging in nakijkwerk, emotieproblemen en mental burnout. De docent benadrukt dat het niet gaat om de individuele docent, maar om het systeem. Een reductie van het aantal lesuren zou kunnen leiden tot een beter balans tussen werk en privéleven, wat zou kunnen helpen bij het aantrekken van nieuwe docenten.
2. Verbetering van de wettelijke regelgeving
De stakingen en het tekort aan docenten wijzen op een wettelijke tekortkoming in de regelgeving rondom het onderwijssysteem. De regering zou een wettelijk kader kunnen opstellen dat de werkdruk beperkt, de beloning van docenten verhogen en de inzet van onbevoegden verboden. Dit zou de waardering van het beroep verhogen, en het aantrekkelijker maken voor jonge mensen om in het onderwijs te gaan werken.
3. Gelijkheid in beloning en waardering
De ongelijkheid in salaris tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs moet worden aangepakt. Docenten in het basisonderwijs verdienen gemiddeld minder dan in het voortgezet onderwijs, wat bijdraagt aan het lerarentekort. De stakingen zijn hierop gericht, en de bonden eisen meer geld voor het basisonderwijs. Een gelijke beloning zou ook de waardering van het beroep verhogen, wat zou kunnen leiden tot meer toekomstige docenten.
4. Beperking van bezuinigingen en toezicht op kwaliteit
In het hoger onderwijs is er sprake van bezuinigingen die leiden tot minder onderzoek, minder opleidingen en minder kwaliteit. De stakingen in Groningen geven aan dat dit niet aan te houden is. Er moet een duurzamere financiering komen, met meer toezicht op kwaliteit en meer investering in onderzoek en onderwijs. Dit zou ook kunnen leiden tot meer internationale studenten, die het Nederlandse onderwijs als aantrekkelijk ervaren.
5. Transparantie en gelijkheid in schooladviezen
De kansenongelijkheid in de schooladviezen is een ander punt dat aandacht verdient. In het interview met minister Slob (5) wordt benadrukt dat er sprake is van ongelijkheid in het advies dat leerlingen krijgen, vooral voor leerlingen uit lageropgeleide gezinnen. De eindtoetsen en schooladviezen verschillen vaak, wat leidt tot inschrijfproblemen en kansenongelijkheid. Er is een handreiking voor leraren opgesteld om dit te verbeteren, maar het is nog niet duidelijk of dit effectief is. Meer transparantie en duidelijke richtlijnen zouden hierbij kunnen helpen.
Conclusie
Het huidige onderwijssysteem in Nederland staat onder druk. Het lerarentekort, de hoog werkbelasting, de ongelijkheid in salaris, de bezuinigingen en de kansenongelijkheid zijn allemaal kwesties die aan de orde zijn in de stakingen en interviews. De stakingen worden gezien als een noodzaak, maar ook als zwaar middel, met directe gevolgen voor leerlingen en ouders.
De kritiek van docenten benadrukt dat het niet om salaris gaat, maar om werkbelasting, waardering en toekomstvisie. De stakingen zijn dus ook een oproep tot herinrichting van het onderwijssysteem. Dit betreft wetgeving, wettelijke regelgeving, beloning, duurzamheid van financiering, kwaliteit van onderwijs, gelijkheid van kansen en transparantie.
De oplossingen die worden voorgesteld – zoals minder lesuren, verbetering van beloning, verbod op onbevoegde docenten, meer toezicht op kwaliteit en meer transparantie in schooladviezen – zijn allemaal richtingsgevende stappen. Of deze oplossingen zullen werken, hangt af van de bereidheid van de overheid om het onderwijssysteem opnieuw in te richten, en van de samenwerking tussen docenten, ouders, studenten en werkgevers.
Bronnen
- Staking in het basisonderwijs: er is geen zicht op een oplossing
- Vier docenten vertellen waarom ze staken: 'Doe wat, voor we omvallen'
- Stakingen docenten: 'Kinderen zijn de dupe en ouders moeten het maar oplossen'
- Honderden docenten staken in Stad: 'Veel onderzoeksprojecten kunnen niet doorgaan'
- Onderwijsvernieuwing eind 20e-eeuw, begin 21e-eeuw