De opvoeding en voorbereiding van jonge kinderen op het schoolleven zijn essentieel voor hun latere groei en leertraject. In dit kader speelt VVE (voor- en vroegschoolse educatie) een centrale rol. VVE is een landelijk erkende aanpak die zich richt op het spelenderwijs stimuleren van jonge kinderen. Deze methode maakt gebruik van thema's die aansluiten bij de belevingswereld van kinderen en hun dagritme. In het kader van VVE-spelplezier worden kinderen in hun brede ontwikkeling gestimuleerd, bijvoorbeeld op het gebied van taal, sociaal- emotionele vaardigheden, motorische ontwikkeling en cognitief leren.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de kernprincipes van VVE-spelplezier thema's, het belang van deze aanpak, de werking van thema’s in de praktijk en de rol van professionals bij het begeleiden van het spel. Ook wordt ingegaan op de resultaten die kunnen worden behaald door een doorgestoken thema-gebaseerde aanpak in de voor- en vroegschoolse opvang.
De kern van VVE-spelplezier thema’s
VVE-spelplezier thema’s zijn een essentieel onderdeel van de VVE-methode. Deze thema’s zijn ontworpen om kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling via het spel. De thema’s zijn gericht op de belevingswereld van kinderen en sluiten aan bij hun dagritme. Hierdoor ontstaan natuurlijke leeromstandigheden waarin kinderen zich goed kunnen ontplooien.
Professionals gebruiken thema’s om kinderen in hun brede ontwikkeling te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van taalvaardigheden, het leren van wachten op zijn beurt, delen, kleuren herkennen en tellen. De thema’s zijn niet alleen gericht op cognitief leren, maar ook op sociaal-emotionele ontwikkeling en motorische vaardigheden.
Het belang van spel in de VVE-uitvoering
Spel is een natuurlijk en essentieel onderdeel van de ontwikkeling van jonge kinderen. In de VVE-methode wordt spel niet alleen als een vorm van ontspanning gezien, maar als een krachtig middel om leerprocessen te stimuleren. Spel helpt kinderen om te experimenteren met objecten, hun omgeving te verkennen en interacties met anderen te ontwikkelen.
In de praktijk van VVE-spelplezier thema’s is het belangrijk dat professionals goed in staat zijn om het spel van kinderen te observeren, erbij te komen en het te begeleiden zonder het te verstoren. Dit gebeurt via een methode die is opgebouwd uit drie stappen: Verkennen, Verbinden en Verrijken.
Verkennen
De eerste stap in het begeleiden van het spel is het observeren van het spel. Hierbij gaat de professional op de achtergrond staan en kijkt naar wat de kinderen doen en hoe ze met elkaar omgaan. Het doel is om te leren begrijpen welke onderwerpen of activiteiten de kinderen interesseren en hoe het spel zich ontwikkelt.
Verbinden
De tweede stap is het verbinden met het spel. Hierbij stelt de professional zich voor als een speelmaatje en voegt zich op een natuurlijke manier bij het spel. De professional probeert de betekenissen die kinderen tonen, te begrijpen en deze te verwoorden. Ook wordt geprobeerd andere kinderen in het spel te betrekken, zodat het samenspel en de interacties worden gestimuleerd.
Verrijken
De derde en laatste stap is het verrijken van het spel. Hierbij worden de kinderen uitgedaagd op handelend en cognitief niveau. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren via open vragen, hints of uitdagingen die het denken stimuleren. Het doel is om het spel complexer te maken en de kinderen aan te zetten tot creativiteit en probleemoplossend denken.
Themas in de praktijk
In de praktijk van VVE-spelplezier thema’s worden brede uitdagende thema’s gebruikt die gericht zijn op de ontwikkeling van jonge kinderen. Deze thema’s zijn niet alleen gericht op het verliefen van kinderen in hun omgeving, maar ook op het ondersteunen van hun leerproces. Themas zoals "museum" in plaats van "vader en moeder" geven kinderen een bredere context waarin ze kunnen leren en experimenteren.
Professionals passen de thema’s afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkelingsniveau van de kinderen aan. Bij jonge kinderen is het spel aanvankelijk objectgeoriënteerd en gericht op zintuiglijke ervaringen. Ze verkennen en experimenteren met objecten en hun functies. Met het ouder worden van de kinderen breidt het spel zich uit naar meer complexe vormen zoals fantasyspel en rollenspel.
Het thema’s in de praktijk te implementeren, is belangrijk om ervoor te zorgen dat kinderen zich veilig voelen en actief betrokken zijn in de activiteiten. Daarnaast is het van belang dat de materialen en activiteiten brede ervaringen bieden of uitlokken. Professionals moeten hun aanbod afstemmen op de ontwikkeling en ervaringen van de kinderen in de groep.
Echte materialen lijken dieper spel uit te lokken dan namaakmaterialen. Als kinderen actief meehelpen met het verzamelen of maken van materialen, draagt dat bij aan het gevoel van eigenaarschap en betrokkenheid. Inhoudelijk zijn brede uitdagende thema’s waarin kinderen nog iets te leren hebben van belang.
Resultaten van VVE-spelplezier thema’s
De implementatie van VVE-spelplezier thema’s heeft concrete resultaten opgeleverd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Deze resultaten worden gemonitord op vier ontwikkelingsgebieden: taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De monitoring vindt plaats in de voorschool op vier momenten (2;5 jaar, 2;11 jaar, 3;5 jaar, 3;11 jaar) en in de vroegschool in januari en juni elk jaar.
De doelstellingen voor de voorschool zijn duidelijk. De resultaten op de vier ontwikkelingsgebieden van de reguliere peuters komen niet onder de voor hun leeftijd geldende ontwikkelingsnormen. Bovendien moet de achterstand op deze ontwikkelingsgebieden van de doelgroeppeuters gedurende de voorschool tenminste verbeterd zijn ten opzichte van het startmoment of eerste meetmoment. Als er geen sprake is van achterstand, mag de peuter niet onder de voor hun leeftijd geldende ontwikkelingsnormen komen.
In de vroegschool moet hetzelfde gelden. De resultaten op de vier ontwikkelingsgebieden van de reguliere kleuters komen niet onder de voor hun leeftijd geldende ontwikkelingsnormen. Hierdoor wordt er gewaarborgd dat kinderen op een gestructureerde manier worden voorbereid op het schoolleven.
VVE-indicatie en de rol van de gemeente
Kinderen die een ontwikkelingsachterstand hebben, kunnen een VVE-indicatie krijgen. Deze indicatie betekent dat het kind vaker gebruik kan maken van de dagopvang en/of peuteropvang met VVE, en dat de gemeente deze extra uren vergoedt. De gemeente bepaalt of een kind in aanmerking komt voor een VVE-indicatie, en dit gebeurt meestal via het consultatiebureau.
De criteria voor een VVE-indicatie worden gesteld door de gemeente, net zoals het minimaal aantal dagdelen. Bovendien beslist de gemeente wie de keuze voor een VVE-programma maakt: de gemeente zelf, de basisschool of de opvangorganisatie. Dit is de reden waarom niet alle VVE-locaties met dezelfde methode werken. Het is belangrijk om te weten op welke locaties een kind met een VVE-indicatie terechtkan. Dit kan worden gecontroleerd via de website of door contact op te nemen met de klantenservice.
De rol van professionals in het VVE-proces
Professionals spelen een centrale rol in het VVE-proces. Zij zijn verantwoordelijk voor het begeleiden van het spel van kinderen, het ontwikkelen van thema’s en het implementeren van deze thema’s in de praktijk. De kwaliteit van de interactie tussen professionals en kinderen is een belangrijke factor in de ontwikkeling van jonge kinderen.
Er zijn verschillende opvattingen over de rol van spel en spelend leren. In de praktijk verschillen professionals in hun visie op spel. Grofweg zijn er drie opvattingen:
- Spel als middel voor ontspanning.
- Spel als een vorm van leren via actieve betrokkenheid.
- Spel als een middel om creativiteit en probleemoplossend denken te ontwikkelen.
De keuze voor een van deze opvattingen heeft invloed op de manier waarop professionals omgaan met het spel van kinderen. Het is belangrijk dat professionals hun visie op spel en spelend leren duidelijk maken en deze consequent toepassen in hun werk.
De toekomst van VVE-spelplezier thema’s
De toekomst van VVE-spelplezier thema’s is veelbelovend. De aanpak is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring. Er zijn tal van onderzoeken gedaan naar de effecten van een thema-gebaseerde aanpak in de voor- en vroegschoolse opvang. Deze onderzoeken tonen aan dat een goed uitgevoerde thema-gebaseerde aanpak een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van jonge kinderen.
De toekomstige ontwikkelingen van VVE-spelplezier thema’s zullen waarschijnlijk gericht zijn op het verder uitbouwen van de thema’s en het versterken van de samenwerking tussen professionals, ouders en kinderen. Het is belangrijk dat de thema’s blijven aansluiten bij de belevingswereld van kinderen en hun dagritme. Ook is het van belang dat de thema’s blijven gericht op de brede ontwikkeling van kinderen, met name op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Conclusie
VVE-spelplezier thema’s vormen een actieve en effectieve aanpak voor de ontwikkeling van jonge kinderen. De thema’s zijn gericht op het spelenderwijs stimuleren van kinderen in hun brede ontwikkeling. De aanpak is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring, en heeft concrete resultaten opgeleverd in de ontwikkeling van jonge kinderen.
De kern van VVE-spelplezier thema’s ligt in het begeleiden van het spel van kinderen via drie stappen: Verkennen, Verbinden en Verrijken. Deze stappen zorgen ervoor dat kinderen op een natuurlijke en effectieve manier worden gestimuleerd in hun ontwikkeling. Themas in de praktijk zijn breed uitdagend en gericht op de belevingswereld van kinderen. De implementatie van deze thema’s heeft geleid tot verbeteringen in de ontwikkeling van jonge kinderen op vier ontwikkelingsgebieden.
De rol van professionals is centraal in het VVE-proces. Zij zijn verantwoordelijk voor het begeleiden van het spel van kinderen, het ontwikkelen van thema’s en het implementeren van deze thema’s in de praktijk. Het is belangrijk dat professionals hun visie op spel en spelend leren duidelijk maken en deze consequent toepassen in hun werk.
De toekomst van VVE-spelplezier thema’s is veelbelovend. De aanpak is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring. Er zijn tal van onderzoeken gedaan naar de effecten van een thema-gebaseerde aanpak in de voor- en vroegschoolse opvang. Deze onderzoeken tonen aan dat een goed uitgevoerde thema-gebaseerde aanpak een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van jonge kinderen.
Bronnen
- De Haan, D. (2012). Verkennen, Verbinden, Verrijken: didactiek voor een goede interactie met jonge kinderen. Basistraining VVE plus. Gemeente Amsterdam in samenwerking met De Activiteit, CED-Groep, Cito en Nederlands Jeugdinstituut.
- Van Oers, B. & Duijkers, D. (2013). Teaching in a play-based curriculum: Theory, practice and evidence of developmental education for young children. Journal of Curriculum Studies, 45, 4, 511–534, http://dx.doi.org/10.1080/00220272.2011.637182
- Bouwman, A., Houtsma, S., Mulder, M., & Wanningen, K. (2021). Van thematisch werken naar thematiseren. Interactie en spel met kinderen van 3 tot 7 jaar. Pica.
- Bubikova-Moan, J., Næss Hjetland, H., & Wollscheid, S. (2019). ECE teachers’ views on play-based learning: a systematic review. European Early Childhood Education Research Journal, 27:6, 776-800, https://doi.org/10.1080/1350293X.2019.1678717
- Chambers, B., Cheung, A.C.K., & Slavin, R.E. (2016). Literacy and language outcomes of comprehensive and developmental-constructivist approaches to early childhood education: A systematic review. Educational Research Review, 18, 88-111. http://dx.doi.org/10.1016/j.edurev.2016.03.003
- De Haan, A., (2015). Effects of preschool education in mixed and targeted classrooms. Proefschrift Universiteit Utrecht. Ridderprint. Geraadpleegd van https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/322447
- Chien, N.C., Howes, C., Burchinal, M., Pianta, R.C., Ritchie, S., Bryant, D.M., Clifford, R.M., Early, D.M., & Barbarin, O.A. (2010). Children's Classroom Engagement and School Readiness Gains in Prekindergarten. Child Development, 81(5), 1534-1549.
- Fisher, K. R., Hirsh-Pasek, K., Newcombe, N., & Golinkoff, R. M. (2013). Taking shape: Supporting preschoolers’ acquisition of geometric knowledge through guided play. Child Development, 84(6), 1872–1878. https://doi.org/10.1111/cdev.12091
- Goorhuis-Brouwer, S. (2018). Peuters en kleuters zijn geen leerlingen. SWP.
- Harvard Center on the Developing Child. (z.d.). Play in Early Childhood: The Role of Play in Any Setting. Verkregen van https://developingchild.harvard.edu/resources/play-in-early-childhood-the-role-of-play-in-any-setting/ (3 maart 2022)
- Howard, S.J., Siraj, I., Melhuish, E.C., Kingston, D., Neilsen-Hewett, C., de Rosnay, M., Duursma, E., & Luu, B. (2020). Measuring interactional quality in pre-school settings: introduction and validation of the Sustained Shared Thinking and Emotional Wellbeing (SSTEW) scale. Early Child Development and Care, 190(7), 1017-1030. https://doi.org/10.1080/03004430.2018.1511549.
- Janssen-Vos, F. (2006). Spel en ontwikkeling. Spelen en leren in de onderbouw. Van Gorcum.
- Pyle, A. & Bigelow, A. (2015). Play in Kindergarten: An Interview and Observational Study in Three Canadian Classrooms. Early Childhood Education Journal, 43(5), 385–393.
- Voor- en Vroegschoolse Educatie. (2023). Spring Actief en VVE-methodes. Verkregen van https://www.spring-kinderopvang.nl/zo-werken-wij/spelend-ontwikkelen/
- Lokale regelgeving. (2023). CVDR709055. Verkregen van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709055
- Onderwijskennis. (2023). Leren en ontwikkelen door begeleid spel. Verkregen van https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/leren-en-ontwikkelen-door-begeleid-spel