De organisatie van bedrijfshulpverlening (BHV) is een wettelijke verplichting voor werkgevers in Nederland, en dit geldt niet alleen voor ondernemingen in de industrie of handel, maar ook voor woningbouwbedrijven, kantoorgebouwen, en andere verzamelgebouwen. Het doel van de BHV is om bij incidenten zoals ongevallen of branden de schade zo veel mogelijk te beperken, en zo de veiligheid van werknemers en bezoekers te waarborgen. Maar wie is verantwoordelijk voor het inrichten van deze organisatie? Moet de bhv’er zelf dit doen, of valt het volledig onder de verantwoordelijkheid van de werkgever?
In dit artikel geven we een overzicht van de wettelijke kaders, de praktijk en de rol van de werkgever bij het organiseren van bedrijfshulpverlening. We leggen uit wat de verplichtingen zijn van de werkgever, hoe de organisatie van BHV in een verzamelgebouw werkt, en waarom het belangrijk is dat deze taken op de juiste manier worden ingevuld.
Inleiding
De Arbowet stelt duidelijke eisen aan de organisatie van bedrijfshulpverlening. Werknemers moeten in staat worden gesteld om bij incidenten adequaat te reageren, en dit vereist niet alleen geschikte training, maar ook een goed georganiseerde BHV-structuur. De werkgever is verantwoordelijk voor het inrichten van deze organisatie, inclusief het aanduiden van bhv’ers, het regelen van opleidingen en het beschikbaar stellen van benodigdheden zoals eerste hulpkoffers en communicatiemiddelen.
De vraag die vaak opkomt is: moet de bhv’er zelf de organisatie inrichten? De antwoorden die we uit de beschikbare bronnen afleiden, wijzen duidelijk uit dat dit niet het geval is. De werkgever draagt de hoofdverantwoordelijkheid. De bhv’er is een uitvoerende instantie binnen deze organisatie, maar niet de architect of ontwerper ervan.
Verantwoordelijkheid van de werkgever
Wettelijke verplichtingen
Volgens artikel 15 lid 1 van de Arbowet is het aan de werkgever om zich bij te laten staan door één of meer werknemers die zijn aangewezen als bedrijfshulpverleners. Deze bhv’ers moeten zodanig worden opgeleid, uitgerust en georganiseerd dat zij hun taken naar behoren kunnen vervullen. Het aantal bhv’ers moet daarom afhankelijk zijn van de omvang van het bedrijf, de risico’s op de werkplek, en de complexiteit van de bedrijfsactiviteiten.
Bijvoorbeeld in kleine bedrijven mag de werkgever zelf de bhv-taken uitvoeren, maar hij moet dan wel zorgen voor een reserve bhv’er in geval van afwezigheid. Dit betekent dat de organisatie van de BHV een taak is van de werkgever, niet van de bhv’er zelf.
Praktijk van samenwerking
In de praktijk kunnen werkgevers kiezen om samen te werken met andere bedrijven of externe partijen bij het inrichten van de bhv. Dit is bijvoorbeeld toegestaan wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Werkgevers kunnen bijvoorbeeld kiezen voor een gedeelde bhv-organisatie in een verzamelgebouw, waarbij de werkgevers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het inrichten en onderhouden van de BHV-structuur.
Een dergelijke samenwerking is bijzonder relevant in kantoorgebouwen of woningbouwprojecten, waar meerdere gebruikers of verhuurders betrokken zijn. In dit geval is het van essentieel belang dat de verantwoordelijkheid voor de organisatie duidelijk gedefinieerd is, en dat alle betrokken partijen hun aandeel leveren.
Opleiding en bijscholing
Naast het aanduiden van bhv’ers moet de werkgever ook voorzien in continue opleiding en bijscholing. Volgens de Arbowet moet het opleidingsniveau van bhv’ers op peil worden gehouden. Dit houdt in dat bhv’ers regelmatig na- of bijscholing moeten volgen, en dat oefeningen op de werkplek worden georganiseerd om de vaardigheden te behouden.
Dit is een cruciale taak voor de werkgever, omdat het om veiligheid gaat. Als bhv’ers niet op de hoogte blijven van de nieuwste technieken of procedures bij ongevallen of branden, kan dat leiden tot onvoldoende reacties bij incidenten.
Rol van de bhv’er
Hoewel de werkgever verantwoordelijk is voor het organiseren van de BHV, heeft de bhv’er een essentiële rol in het uitvoeren van deze organisatie. De belangrijkste taken van een bhv’er zijn:
- Het verlenen van eerste hulp bij letsels;
- Het beperken van de gevolgen van letsels;
- Het beperken en bestrijden van brand;
- Het alarmeren en evacueren van werknemers en andere personen in het bedrijf bij noodsituaties.
De bhv’er dient dus goed opgeleid en uitgerust te zijn om deze taken uit te voeren. Hij of zij is verantwoordelijk voor het snel en adequaat handelen bij incidenten. Het alarmeren van professionele hulpdiensten is bijvoorbeeld sinds 2007 niet langer een verplichte taak van de bhv, maar in de praktijk wordt dit vaak wel door de bhv uitgevoerd.
Het is belangrijk om hier te benadrukken dat het aanduiden van bhv’ers, het regelen van opleidingen en het beschikbaar stellen van benodigdheden allemaal verplichtingen zijn van de werkgever. De bhv’er zelf is geen organisator, maar een uitvoerder van de taken die zijn gedefinieerd door de werkgever.
Verantwoordelijkheid in verzamelgebouwen
In verzamelgebouwen, zoals kantoorgebouwen of woningbouwprojecten met meerdere gebruikers, is de verantwoordelijkheid voor de BHV-organisatie een gezamenlijke taak van de werkgevers in het gebouw. Dit is een belangrijke conclusie uit de Arbowet, die stelt dat de BHV in gezamenlijkheid moet worden georganiseerd.
In deze situatie moet er een overlegstructuur zijn tussen de werkgevers om te zorgen voor een uniforme BHV-organisatie. Dit houdt in dat er afspraken worden gemaakt over het aantal bhv’ers, hun opleiding, het beschikbaar stellen van benodigdheden, en het organiseren van oefeningen.
Een dergelijke samenwerking is niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) controleert of en in welke mate de veiligheid van medewerkers is gegarandeerd. Als blijkt dat de BHV in een verzamelgebouw niet goed is georganiseerd, kan de NLA boetes opleggen aan de gebruikers van het gebouw.
Bij aparte gebouwen, waarin de gebruikers in bepaalde mate samenwerken, moet ieder gebouw een eigen BHV-organisatie hebben. In een dergelijke organisatie werkt men vaak met een hoofd bhv’er die leiding geeft aan de bhv’ers in het gebouw.
Verantwoordelijkheid bij alleen- of duowerkers
Een specifieke situatie waarbij de verantwoordelijkheid van de werkgever zich duidelijk aftekenen is bij alleen- of duowerkers. Deze werknemers werken vaak buiten de reguliere bedrijfstijden of in kleine groepen, en dit betekent dat het risico op incidenten hoger kan zijn.
In deze gevallen is het de verantwoordelijkheid van de werkgever om zorg te dragen voor de veiligheid van de werknemer. Dit houdt in dat afspraken worden gemaakt, instructies worden gegeven, en opleidingen worden verleend. Deze afspraken en instructies moeten schriftelijk vastgelegd worden, zodat duidelijk is wat de verantwoordelijkheden zijn bij een incident.
Als de alleen- of duowerker arbeid verricht bij een andere werkgever, dan wordt hij of zij beschouwd als een bezoeker. In dat geval moet de werkgever waarbij de taken worden uitgevoerd dit rekening houden bij de organisatie van de BHV.
Verantwoordelijkheid in relatie tot verzekeringen en schadevoorzieningen
Niet alleen de Arbowet, maar ook de eisen van verzekeraars spelen een rol bij de organisatie van de BHV. Verzekeraars stellen vaak strengere eisen dan de wettelijke kaders. Ze willen zekerheid over het niveau van voorbereiding bij incidenten, omdat dit direct invloed heeft op de schade die bij incidenten kan ontstaan.
Een goed opgeleide en geoefende BHV-organisatie kan schade aan personen en goederen beperken, en dit zorgt voor een lagere premie bij verzekeringen. Daarnaast kan het voorkomen dat een bedrijf schade leidt aan zijn reputatie als er incidenten optreden waarbij mensen gewond raken.
Het is daarom belangrijk dat de werkgever niet alleen aan de wettelijke kaders voldoet, maar ook aan de eisen van verzekeraars. Dit betekent dat investering in een goede BHV-organisatie niet alleen een verantwoordelijke keuze is, maar ook rendabel in de langere termijn.
De rol van externe partijen bij BHV
Ondanks dat de werkgever verantwoordelijk is voor het inrichten van de BHV, kan hij of zij kiezen om externe partijen in te schakelen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van een gezagsverhouding, waarbij de werkgever toelaat dat externe beveiligers bhv-taken uitvoeren.
In dat geval moet de werkgever wel zorgen dat deze externe partijen op de juiste manier zijn opgeleid en uitgerust. De werkgever blijft verantwoordelijk voor de kwaliteit van de BHV-organisatie, ook als externe partijen betrokken zijn.
De rol van het NIBHV-keurmerk
De Nederlandse Instelling voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) speelt een belangrijke rol bij het opstellen van kwaliteitsnormen voor bhv-cursussen. Hoewel er in Nederland geen wettelijke norm voor de kwaliteit van bhv-cursussen bestaat, heeft het NIBHV een eigen norm ontwikkeld in de vorm van het NIBHV Keurmerk.
Dit keurmerk garandeert dat een bhv-cursus voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen. Werkgevers die willen zorgen voor een hoog kwaliteitsniveau in hun bhv-organisatie, kunnen kiezen voor cursussen die dit keurmerk dragen.
Conclusie
De organisatie van bedrijfshulpverlening is een wettelijke verplichting voor werkgevers in Nederland. Het is een verantwoordelijkheid die niet ligt bij de bhv’er zelf, maar bij de werkgever. De werkgever moet ervoor zorgen dat er voldoende bhv’ers zijn aangewezen, dat deze werknemers goed worden opgeleid en georganiseerd, en dat het benodigde materiaal beschikbaar is.
In verzamelgebouwen is deze verantwoordelijkheid gezamenlijk van de werkgevers die in het gebouw actief zijn. Het is essentieel dat er overleg plaatsvindt tussen deze partijen om een uniforme en effectieve BHV-organisatie te realiseren.
Bij specifieke situaties, zoals het werken met alleen- of duowerkers, moet de werkgever extra zorg nemen voor de veiligheid van deze werknemers. Hierbij moeten afspraken en instructies schriftelijk worden vastgelegd.
De organisatie van de BHV heeft ook financiële en reputatieve gevolgen. Verzekeraars stellen vaak strengere eisen dan de wettelijke kaders, en een goed functionerende BHV-organisatie kan schade beperken en zo het bedrijf besparen op kosten. Daarnaast kan het voorkomen dat een bedrijf negatieve publiciteit krijgt bij incidenten.
Samenvattend is het duidelijk dat de bhv’er zelf geen verantwoordelijkheid draagt voor het inrichten van de BHV-organisatie. Deze taak ligt bij de werkgever, die verplicht is om een goed opgeleide en geoefende organisatie in te richten, waarin bhv’ers adequaat kunnen functioneren bij incidenten.