Inleiding
Bij het inrichten van open ruimtes, zoals terrassen, open terreinen en bebouwde delen van openbare inrichtingen, speelt geluid een belangrijke rol. Zowel vanuit een juridisch als vanuit een functioneel perspectief is het noodzakelijk om rekening te houden met geluidsvoorschriften en regels voor evenementen. In de gemeente Barendrecht zijn hierover gedetailleerde voorwaarden vastgelegd in het Besluit over de "Nadere regels geluidsplafond voor openbare inrichtingen en meldingsplichtige evenementen". Deze regeling bepaalt de maximale geluidsniveaus die mogen worden gehaald tijdens collectieve en incidentele festiviteiten in zowel bebouwde als niet-bebouwde delen van openbare inrichtingen.
Het doel van dit artikel is om een overzicht te geven van de juridische kaders en technische richtlijnen die van toepassing zijn bij de inrichting van open ruimtes in Barendrecht, met name in verband met geluidsoverlast en evenementen. Het artikel richt zich zowel op horeca-ondernemers als op andere betrokken partijen, zoals bouwmeesters, architecten en juridisch adviseurs. Door het begrijpen van deze voorschriften is het mogelijk om een evenwicht te vinden tussen de wensen van ondernemers en de behoeften van omwonenden.
Definities en juridisch kader
De regeling in Barendrecht definieert duidelijk welke delen van een openbare inrichting onder welke regels vallen. Dit is belangrijk bij het toepassen van geluidsvoorschriften en het bepalen van de toegestane geluidsproductie tijdens evenementen.
Bebouwde en niet-bebouwde delen
Volgens artikel 1 van het besluit worden de volgende definities gebruikt:
- Bebouwde deel van een openbare inrichting: het gedeelte van de inrichting zonder het open terreingedeelte en zonder het terrasdeel.
- Niet-bebouwde deel van een openbare inrichting: het open terreingedeelte of het terrasdeel. Ook tijdelijke bouwwerken, zoals tenten, worden gerekend tot het niet-bebouwde deel.
Deze onderscheiding is cruciaal, omdat de geluidsvoorschriften voor deze twee delen verschillend zijn. Het bebouwde deel kan bijvoorbeeld tijdens een festiviteit een hoger geluidsniveau toestaan dan het terras, wat het belang van een duidelijke classificatie benadrukt.
Juridische basis
Het besluit is gebaseerd op artikel 2.21 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, artikel 2.25 lid 2 en artikel 4.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Barendrecht. Deze regelgeving biedt een juridisch kader voor de beperking van geluidsoverlast en het reguleren van evenementen in openbare ruimtes.
De regulering is ontworpen om het evenwicht te bewaren tussen de wensen van horecaondernemers om evenementen te organiseren en de wensen van omwonenden om geluidsoverlast te voorkomen. In dat kader is sprake van vrijstellingen voor bepaalde geluidsvoorschriften, maar zijn er ook duidelijke plafonds vastgelegd.
Geluidsplafond voor bebouwde delen
Bij evenementen die plaatsvinden in het bebouwde deel van een openbare inrichting zijn er duidelijke regels voor het geluidsniveau. Deze regels zijn opgenomen in artikel 2 van het besluit en worden verder uitgelegd in de toelichting van het besluit.
Geluidsvoorschriften per tijdslot
De geluidsnormen zijn afhankelijk van het tijdstip en de dag van de week. De regeling maakt onderscheid tussen dag-, avond- en nachtperioden. Bovendien is er een speciale regeling voor de periode waarin de volgende dag een zaterdag, zondag of feestdag is. Dit is opgenomen in tabel 1a en 1b van het besluit.
Tabel 1a: Geluidsnormen bebouwde deel
| Tijdsperiode | Geluidsniveau op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen (LAr, 3 min) | Geluidsniveau in in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen (LAr, 3 min) |
|---|---|---|
| 7 – 19 uur | 70 dB(A) | 55 dB(A) |
| 19 – 23 uur | 55 dB(A) | 40 dB(A) |
| 23 – 7 uur | 55 dB(A) | 40 dB(A) |
Tabel 1b: Geluidsnormen bij vrijdag- en zaterdagavonden
| Tijdsperiode | Geluidsniveau op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen (LAr, 3 min) |
|---|---|
| 19 – 23 uur | 60 dB(A) |
| 23 – 7 uur | 55 dB(A) |
Deze waarden zijn gebaseerd op de geluidsoverlast die omwonenden waarschijnlijk kunnen tolereren. De ervaring leert dat mensen geluidsoverlast beter accepteren als de volgende dag een vrije dag is. Daarom is er een lichtere regeling voor vrijdag- en zaterdagavonden.
Vrijstelling en stimulering
De regeling stimuleert ondernemers om hun evenementen te organiseren op tijdstippen waaromwonenden minder overlast ondervinden. Door de geluidsnormen te differentiëren per tijdsperiode wordt dit gestimuleerd. Zo is de geluidsnorm voor de dagperiode (7 – 19 uur) 20 dB ruimer dan de reguliere geluidsnormen uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
De ervaring leert dat deze geluidsniveaus wel enige overlast bij omwonenden kunnen veroorzaken, maar dat het niet zal leiden tot ondraaglijke geluidsoverlast. Hiermee is er een evenwicht gevonden tussen de wensen van de horeca en de behoeften van de gemeenschap.
Geluidsplafond voor niet-bebouwde delen
Bij evenementen op het terras of andere open ruimtes gelden andere regels. Deze regels zijn opgenomen in artikel 3 van het besluit. Omdat geluidsproductie op het terras vaak harder is dan in bebouwde ruimtes, is er een aparte regeling nodig.
Geluidsvoorschriften voor terrassen
Het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut (LAeq,1 min) mag niet hoger zijn dan 95 dB(A) op een afstand van 10 meter van de geluidsbron. Dit geldt voor de periode van 7.00 tot 23.00 uur.
Bij incidentele en collectieve festiviteiten mag muziek op het niet-bebouwde deel alleen worden afgespeeld tussen 7.00 en 23.00 uur. Op zondagen en feestdagen geldt een eindtijd van 22.00 uur. Na deze tijd mag er geen muziek meer worden afgespeeld, om geluidsoverlast te voorkomen.
De regeling zorgt ervoor dat er een duidelijk plafond is voor het geluidsproductie op terrassen. Hiermee wordt geluidshinder bij omwonenden beperkt, zonder de mogelijkheid tot evenementen volledig uit te sluiten.
Onderscheid tussen bebouwde en niet-bebouwde delen
De regeling maakt een duidelijk onderscheid tussen het bebouwde en het niet-bebouwde deel van een openbare inrichting. Dit is van belang omdat het geluidsproductie anders wordt gereguleerd voor deze twee delen. Ook delen van het terras die overdekt zijn, vallen onder de regelgeving voor het niet-bebouwde deel.
Vrijstellingen en meldingsplicht
In bepaalde gevallen kunnen horecaondernemers vrijstellingen krijgen van de geluidsvoorschriften. Deze vrijstellingen zijn gebaseerd op de artikelen 4.2 en 4.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Barendrecht. Ze bieden ondernemers de mogelijkheid om meer geluid te produceren, zodat ze beter kunnen meewerken aan evenementen en festiviteiten in de gemeente.
Incidentele en collectieve evenementen
Ondernemers in Barendrecht hebben twaalf keer per jaar de mogelijkheid om een incidentele festiviteit te organiseren. Buiten deze twaalf keer kunnen er ook collectieve festiviteiten worden vastgesteld. Deze evenementen vallen onder de regeling en moeten voldoen aan de geluidsplafonds die zijn vastgelegd in het besluit.
Meldingsplicht
Bij meldingsplichtige evenementen geldt de regeling uit artikel 3 van het besluit. Veel van deze evenementen worden in de openlucht gehouden, wat betekent dat het geluidsplafond voor het niet-bebouwde deel van toepassing is. Hierbij geldt het maximum van 95 dB(A) op een afstand van 10 meter van de geluidsbron.
Aanvullende richtlijnen en praktische toepassing
Geluidsproductie en geluidshinder
De regeling in Barendrecht is niet alleen gericht op het bepalen van maximumgeluidsniveaus, maar ook op het voorkomen van geluidshinder bij omwonenden. Daarom zijn er richtlijnen opgenomen die ervoor zorgen dat ondernemers bewust omgaan met geluidsproductie tijdens evenementen.
Technische voorzieningen
Om aan de geluidsplafonds te voldoen, kunnen ondernemers technische voorzieningen inzetten. Dit kan bijvoorbeeld het gebruik van geluidssystemen zijn die gericht zijn op het beperken van geluidsverspreiding naar de omgeving. Ook het ontwerp van de inrichting speelt een rol, bijvoorbeeld door geluidsabsorberende materialen te gebruiken in bebouwde ruimtes.
Juridische aandachtspunten
Ondernemers moeten zich bewust zijn van de juridische aandachtspunten bij het organiseren van evenementen. Aan de ene kant is er sprake van vrijstellingen die het mogelijk maken om hogere geluidsproductie toegestaan wordt, aan de andere kant zijn er duidelijke plafonds die niet mogen worden overschreden. Het belangrijkste is om te weten wanneer welke regels van toepassing zijn en hoe men zich hieraan moet houden.
Conclusie
Het inrichten van open ruimtes in Barendrecht met betrekking tot geluid en evenementen vraagt om een duidelijke kennis van de juridische en technische voorschriften. De regeling over het geluidsplafond voor openbare inrichtingen en meldingsplichtige evenementen biedt een duidelijk kader dat zowel de wensen van horecaondernemers als de behoeften van omwonenden in acht neemt.
Door het onderscheid tussen bebouwde en niet-bebouwde delen, en het opstellen van geluidsplafonds per tijdsperiode, is het mogelijk om evenementen te organiseren zonder dat dit leidt tot ondraaglijke geluidsoverlast. De regeling stimuleert bovendien de organisatie van evenementen op tijdstippen waaromwonenden minder overlast ondervinden, wat bijdraagt aan een harmonieuze samenleving.
Voor ondernemers, architecten en andere betrokken partijen is het belangrijk om zich te richten op het naleven van deze voorschriften. Dit niet alleen om juridische risico's te voorkomen, maar ook om bij te dragen aan een duurzame en aangename leefomgeving voor alle bewoners van Barendrecht.