Slimme inrichting van parkeergarages: regels, normen en praktische toepassing

Inleiding

Parkeergarages zijn essentieel voor het functioneren van stedelijke gebieden en het behoud van leefbaarheid. Bij het inrichten van deze ruimtes is het niet alleen belangrijk om rekening te houden met het aantal benodigde parkeerplaatsen, maar ook met de toegankelijkheid, veiligheid en bruikbaarheid van de voorzieningen. De inrichting van een parkeergarage vraagt om een zorgvuldige balans tussen functionele eisen, verkeersveiligheid en de wens om moderne technologie, zoals oplaadpunten voor elektrische voertuigen, in te passen.

In deze bijdrage bespreken we de actuele regelgeving en richtlijnen voor het inrichten van parkeergarages, gebaseerd op de meest recente beleidsnota’s en normen. Wij leggen uit hoe de inrichting van parkeergarages moet voldoen aan eisen betreffende afmetingen, toegang, verkeersveiligheid, en de verdeling van parkeerplaatsen, inclusief toegang voor personen met een beperking. Daarnaast bekijken we de rol van oplaadpunten en de bepaling van de parkeereis in het kader van ruimtelijke ontwikkeling.

De rol van parkeergarages in stedelijke ontwikkeling

Parkeergarages zijn niet alleen een noodzakelijke voorziening voor het parkeerbeleid, maar ook een belangrijke factor in de leefbaarheid van stedelijke gebieden. Ze helpen om verkeer op straat te beperken, het milieu te ontlasten en het gebruik van openbare ruimte te optimaliseren. In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling moet het ontwerp van parkeergarages aansluiten bij bredere doelen als duurzaamheid, mobiliteit en toegankelijkheid.

In de gemeente Soest, bijvoorbeeld, is de beleidsnota over parkeernormen uit 2018 tot 2021 een centraal document geweest voor het bepalen van de parkeereis bij ontwikkelingen. Deze nota benadrukt dat het aanbod van parkeerplaatsen moet aansluiten bij de vraag, en dat dit moet gebeuren op een manier die leefbaarheid en vitaliteit van de stad ondersteunt.

Aanbevolen normen voor de inrichting van parkeergarages

Bij de inrichting van parkeergarages zijn diverse eisen van toepassing. Deze zijn vastgelegd in normen zoals de NEN 2443 en lokale beleidsregels. Hieronder geven we een overzicht van de belangrijkste richtlijnen.

1. Afmetingen van parkeervakken en rijbanen

De afmetingen van parkeervakken en rijbanen moeten afstemmen op de gangbare personenauto’s. Dit geldt zowel voor de nieuw aangelegde als voor de bestaande parkeervoorzieningen. Voor een parkeervak parallel aan de weg (langs parkeren) geldt een minimumbreedte van 2,0 meter en een minimumlengte van 6,0 meter. In specifieke gevallen, zoals wanneer het eerste parkeervak in een rij direct toegankelijk is via een inrit, mag de lengte worden verlaagd tot 5,0 meter.

Rijbanen langs parkeervakken moeten minimaal 3,50 meter breed zijn bij eenrichtingsverkeer en 5,0 meter bij tweerichtingsverkeer. Daarnaast moet na het laatste parkeervak minstens 5,0 meter rijbaan aanwezig zijn om het achteruit inparkeren mogelijk te maken.

Bij gestoken parkeren, waarbij parkeervakken loodrecht of schuin op de rijbaan staan, gelden aanvullende eisen, zoals het voorzien van een uitstapstrook van minimaal 0,53 meter breed, voorkeur gaat uit naar 0,83 meter. Deze ruimte is van belang voor veiligheid en toegankelijkheid, vooral voor fietsers en voetgangers.

2. Beleidsnota inritvergunningen

Een belangrijk aspect van de inrichting van parkeergarages is de toegang tot de openbare weg. Indien een nieuwe inrit of het verleggen van een bestaande inrit nodig is, moet dit worden toegelaten volgens de beleidsnota inritvergunningen. Als het duidelijk is dat een parkeerplaats niet kan ontsluiten op de openbare weg, is deze parkeerplaats niet bereikbaar en telt dus niet mee in de parkeereis.

3. Gehandicaptenparkeerplaatsen

In de inrichting van een parkeergarage moeten gehandicaptenparkeerplaatsen worden voorzien. De norm is dat bij functies zoals wonen, bedrijf en kantoor minstens elke 50e parkeerplaats als gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd. Voor alle andere functies is dit minstens elke 20e parkeerplaats. Gehandicaptenparkeerplaatsen moeten voldoen aan afwijkende afmetingen, zoals vermeld in de normen.

4. Oplaadpunten voor elektrische voertuigen

In de huidige stedelijke ontwikkeling is het ook belangrijk om oplaadpunten voor elektrische voertuigen in te passen. Volgens de beleidsrichtlijnen dient bij ontwikkelingen met 50 of meer parkeerplaatsen minstens elke 50e en 51e parkeerplaats ingericht te worden als oplaadpunt. Deze locaties moeten op de situatietekening worden aangeduid, meestal tussen twee naast elkaar gelegen parkeervakken. Voor kleinere projecten of bij woningbouw is het aanleggen van oplaadpunten vrijwillig.

5. Verkeersveiligheid

De verkeersveiligheid is een kernaspect bij het inrichten van een parkeergarage. Parkeervakken aan de openbare weg mogen bijvoorbeeld geen fietspad of trottoir kruisen. Daarnaast mogen parkeerplaatsen die schuin of loodrecht op de weg staan, alleen op eigen terrein of onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan. Zo moeten er geen sprake zijn van bezoekersintensieve functies en moet de verkeersintensiteit beperkt zijn.

Bij de uitgang van een ondergrondse garage moet minstens 5 meter afstand tussen het einde van de hellingbaan en een voetpad of rijbaan aanwezig zijn, om het veilig te maken voor voetgangers en fietsers.

6. Ronding van de parkeereis

De parkeereis, die wordt berekend op basis van de functie van het project, moet altijd worden afgerond op een heel getal. Bij combinaties met woningbouw is het echter mogelijk om een cijfer achter de komma te gebruiken, bijvoorbeeld 0,8 parkeerplaats. Dit is het gevolg van correctiefactoren voor parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen.

Praktische toepassing in ruimtelijke ontwikkeling

Het inrichten van parkeergarages speelt een centrale rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij het opstellen van een parkeerbalans zijn diverse tools beschikbaar, zoals het dynamische model Parkeer-in-Zicht, dat inzicht biedt in de effecten van ontwikkelingen voor de parkeerbalans in een bepaald gebied. Deze analyse helpt bij het doorrekenen van scenario’s, zoals de bouw van een parkeergarage in de binnenstad.

Microdata van het CBS kan ook worden gebruikt om het autobezit per buurt in kaart te brengen. Deze data zijn waardevol bij het bepalen van de parkeereis en het inrichten van parkeervoorzieningen die passen bij de lokale situatie.

Verkeersmodellen zoals ODiN helpen bovendien bij het inzicht in verplaatsingsgedrag. Dit is van belang om te begrijpen hoe verkeer en parkeerbehoefte zich gedragen in de toekomst.

Inrichting van parkeergarages bij woningbouw

Bij woningbouwprojecten is het aanleggen van parkeerplaatsen op eigen terrein verplicht. Een parkeerplaats op de oprit naar een garage telt als een parkeerplaats in de zin van de beleidsregels. Echter, een garage zonder oprit wordt ook als parkeerplaats gezien.

Woningen met een garage mogen in principe één parkeerplaats op eigen terrein realiseren. De rest van de parkeerbehoefte moet dan op openbare of gedeelde parkeervoorzieningen worden afgedekt.

Conclusie

Het inrichten van een parkeergarage is een complex proces dat niet alleen functionele, maar ook juridische en veiligheidsaspecten omvat. De regelgeving en beleidsrichtlijnen die in dit artikel zijn besproken, vormen een duidelijk kader voor het ontwerpen en realiseren van parkeergarages die aansluiten bij de wensen van zowel de gemeenschap als de projectontwikkelaars.

Bij het plannen van een parkeergarage is het essentieel om rekening te houden met de toegankelijkheid, de verdeling van parkeerplaatsen (waaronder oplaadpunten en gehandicaptenparkeerplaatsen), de toegang tot de openbare weg, en de afmetingen die voldoen aan de normen. Daarnaast is het gebruik van tools zoals parkeerbalansen en verkeersmodellen van groot belang om het effect van ontwikkelingen op de parkeerbehoefte in kaart te brengen.

Een parkeergarage die goed is afgestemd op de lokale context en de wensen van gebruikers, draagt bij aan een leefbare, duurzame en toegankelijke stad. Het is daarom aan te raden om in het ontwerpproces rekening te houden met zowel de wenselijke functies als de juridische en technische eisen.

Bronnen

  1. Parkeerbeleid effectief inzetten bij verstedelijking: tools en kennis
  2. CVDR609049
  3. CVDR407252/1

Related Posts