Tegemoetkoming voor verhuizing- en inrichtingskosten bij woningverbeteringprojecten

Woningen verbeteren, renoveren of opnieuw inrichten kan kosten verhuren of zelfs verplicht verhuizen. In de context van sociale huurwoningen en woonprojecten is het belangrijk dat huurders aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming om de financiële lasten van verhuizing en inrichting te verlichten. Deze aanspraak is afhankelijk van een aantal factoren zoals de aard van de woningverbetering, de woonvorm (zelfstandig of onzelfstandig), de kosten van de verbetering en of er sprake is van een tijdelijke of permanente verhuizing.

De informatie in dit artikel is gebaseerd op lokale regelgeving, beleidsregels en juridische precedenten die betrekking hebben op de tegemoetkomingen voor verhuizing- en inrichtingskosten. Het doel is om een overzicht te geven van de relevante normen en procedures, zodat huurders, verhuurders en investeerders beter begrip krijgen van hun rechten en plichten.


Algemene context en juridische basis

De juridische basis voor tegemoetkomingen in verhuis- en inrichtingskosten is te vinden in het Besluit beheer sociale huursector (oud) (Bbsh (oud)), en thans in artikel 7:220 leden 5 en 6 van het Wetboek van Koophandel (BW). Deze wetgeving legt vast dat huurders in bepaalde situaties aanspraak kunnen maken op een vergoeding om de kosten van verhuizing en inrichting te dekken.

Een belangrijk voorwaarde is dat de verhuizing noodzakelijk is als gevolg van woningverbetering. In het arrest van 10 november 2015 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is vastgesteld dat de renovatiewerkzaamheden zo ingrijpend waren dat verhuizing noodzakelijk was. De huurder had dan ook het recht om een forfaitaire vergoeding te ontvangen voor verhuizing en inrichting.


Definities en toepassingsgebied

In de relevante beleidsregel van burgemeester en wethouders is een duidelijke definitie opgenomen van begrippen zoals huurder, verhuurder, woonruimte, woningverbetering en startdatum. Deze definities helpen bij het bepalen van wie aanspraak kan maken op een tegemoetkoming.

Woonruimte

De woonruimte kan zich op een van de volgende vormen voordoen:

  • Zelfstandige woning: een woning met een eigen voordeur en voorziene faciliteiten zoals keuken, toilet en doucheruimte.
  • Oonzelfstandige wooneenheid: bijvoorbeeld een appartement in een woongebouw waar een gemeenschappelijke voordeur is en waar de doucheruimte of toilet niet op eigen niveau ligt.

Woningverbetering

Woningverbetering wordt gedefinieerd als het treffen van voorzieningen aan een woonruimte waardoor het woongerief wordt verhoogd. Dit kan in combinatie met onderhoud zijn. De kosten van woningverbetering moeten minimaal EUR 24.050,00 bedragen bij toegelaten instellingen en EUR 9.075,00 bij particuliere verhuurders.


Vraagstukken en voorwaarden voor tegemoetkomingen

Niet elke woningverbetering leidt automatisch tot een tegemoetkoming. Er zijn een aantal voorwaarden die moeten worden voldaan:

  1. Tijdsperiode en startdatum: De tegemoetkoming is afhankelijk van wanneer de verbetering begint. Bij renovatie in bewoonde toestand is de startdatum de dag waarop de werkzaamheden beginnen. Bij verhuizing naar een wisselwoning is de startdatum de dag van verhuizing.

  2. Vooroorlogse woningen: Voor woningen die zijn gebouwd vóór 1940 zijn er specifieke voorwaarden. De verbeteringskosten moeten minimaal EUR 24.050,00 bedragen bij woningen in bezit van een toegelaten instelling, of EUR 9.075,00 bij particuliere verhuurders.

  3. Cascoaanpak: Als er slechts sprake is van een cascoaanpak, is er geen tegemoetkoming mogelijk tenzij er schade is in de woning en minimaal twee maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in de bijlage van de beleidsregel.

  4. Exclusie beleggers: Huurders van vooroorlogse woningen die in bezit zijn van beleggers zijn standaard uitgesloten van een tegemoetkoming, tenzij de huurprijs lager is dan de maximale huurgrens voor individuele huursubsidie.


Hoogte van de tegemoetkoming

De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van de situatie van de huurder, de woonvorm en of er sprake is van een tijdelijke of permanente verhuizing. De bedragen zijn duidelijk vastgelegd in artikel 6 van de beleidsregel:

  • Zelfstandige woonruimte:

    • EUR 567,00 als de woningverbetering in bewoonde toestand plaatsvindt.
    • EUR 2.382,00 als er sprake is van verhuizing naar een wisselwoning en terugkeer.
    • EUR 2.269,00 als de huurder beslist om definitief te vertrekken.
  • Oonzelfstandige wooneenheid:

    • EUR 227,00 bij verbetering in bewoonde toestand.
    • EUR 567,00 bij verhuizing naar een wisselwoning en terugkeer.
    • EUR 567,00 bij definitief vertrek.

Deze bedragen zijn vastgesteld op basis van een beleidsregel en kunnen jaarlijks worden aangepast. Huurders kunnen de tegemoetkoming alleen ontvangen als zij voldoen aan alle juridische en praktische voorwaarden.


Aanvraagproces en tijdsvoorschriften

Het aanvraagproces is een belangrijk onderdeel van het beleidskader. Huurders kunnen een aanvraag indienen per huurder op het voor dit doel bestemde aanvraagformulier. De aanvraag moet binnen acht weken na de datum van definitieve ontruiming of na het gereedkomen van de woning of woningverbetering worden ingediend bij de burgemeester en wethouders.

Het is belangrijk om de termijn nauwkeurig te volgen, omdat vertraging de aanspraak op de tegemoetkoming kan ondermijnen. De gemeente speelt een centrale rol in het verwerken van de aanvragen en het toekennen van de tegemoetkoming. Huurders kunnen contact opnemen met het WMO-loket van hun gemeente voor meer informatie over het proces.


Tegemoetkoming bij verhuizing

Wanneer er sprake is van een verhuizing naar een wisselwoning, is de tegemoetkoming hoger dan bij een verbetering in bewoonde toestand. Dit komt doordat de kosten van verhuizing, zoals verhuizers, verpakkingsmateriaal en eventuele inrichtingskosten, een extra financiële druk op de huurder opleggen.

Bij verhuizing naar een wisselwoning ontvangt de huurder een hogere tegemoetkoming om deze extra kosten te dekken. De huurder moet in dit geval zelf zorgen voor de verhuizing naar en van de wisselwoning. Dit kan betekenen dat huurders extra kosten moeten maken, maar tegelijkertijd ook verantwoordelijkheid nemen voor het organiseren van de verhuizing.


Tegemoetkoming bij inrichting van een nieuwe woning

Bij het verlaten van een woning en het intrekken in een nieuwe woonruimte, is er ook een mogelijkheid voor een tegemoetkoming voor inrichtingskosten. Deze vergoeding kan helpen bij het aankopen van meubelstukken en andere essentiële voorzieningen. De hoogte van deze tegemoetkoming hangt af van het aantal personen in het huishouden en of het om een volledige inrichting gaat.

Volgens de beleidsregel gelden de volgende bedragen:

  • Alleenstaanden:

    • Kamerbewoner: € 1.709,00
    • Zelfstandig gehuisvest: € 3.271,00
  • Meerpersoonshuishouden:

    • Twee personen (gezamenlijke huishouding): € 3.803,50
    • Twee personen (geen gezamenlijke huishouding): € 3.757,00
    • Drie personen: € 4.211,50
    • Vier personen: € 4.838,50
    • Vijf personen: € 5.293,00
    • Voor elke extra persoon wordt het bedrag vermeerderd met € 506,00.

Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd aan de Consumentenprijsindex en kunnen periodiek worden aangepast aan de meest recente prijzengids van het NIBUD.


Bijzondere bijstand en draagkrachtberekening

In bepaalde gevallen kan een huurder ook aanspraak maken op bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. Deze bijstand is bedoeld voor personen die door een bijzondere situatie geen eigen inboedel hebben en die de kosten van inrichting niet uit eigen inkomen of vermogen kunnen betalen.

De toekenning van deze bijzondere bijstand hangt af van een draagkrachtberekening op basis van de Beleidsregels Algemene draagkrachtberekening bijzondere bijstand. De gemeente voert hiertoe een onderzoek in en berekent de draagkracht van de huurder. Indien de huurder aan de voorwaarden voldoet, kan een vergoeding worden verstrekt om de inrichtingskosten te dekken.


Tegemoetkomingen en andere subsidies

Het beleid legt ook vast dat er geen tegemoetkoming wordt verstrekt wanneer er al een vergoeding uit andere hoofde is verstrekt. Dit betekent dat huurders geen dubbele vergoeding kunnen ontvangen voor dezelfde kosten. De beleidsregel bevat ook een mogelijkheid voor een aanvulling op een bestaande tegemoetkoming tot het maximumbedrag zoals bepaald in artikel 6 van de beleidsregel.


Conclusie

Tegemoetkomingen voor verhuizing- en inrichtingskosten zijn een essentieel onderdeel van de woonbeleidslijnen van gemeenten en verhuurders. Deze vergoedingen helpen huurders om de financiële impact van verhuizing en inrichting te verlichten, vooral bij ingrijpende woningverbeteringen.

De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van verschillende factoren zoals woonvorm, verbeteringskosten, verhuizingstijd en het aantal personen in het huishouden. Huurders kunnen aanspraak maken op deze vergoedingen als ze voldoen aan de voorwaarden zoals vastgelegd in de beleidsregel en de juridische normen.

Het is belangrijk dat huurders en verhuurders goed onderbouwd zijn in het proces, zowel juridisch als administratief. Door een duidelijk beleidskader en vaste normen is het mogelijk om de woonstabiliteit en leefbaarheid van woningen te verhogen, terwijl de financiële druk op huurders tegelijkertijd wordt verminderd.


Bronnen

  1. Besluit beheer sociale huursector (oud)
  2. Beleidsregel subsidieverstrekking verhuis- en inrichtingskosten bij woningverbeteringprojecten
  3. Recht op inrichtingskosten
  4. Inrichtingskosten en bijzondere bijstand

Related Posts