Inleiding
Het inrichten van winkeluitstallingen, stellingen en gevelbanken is onderworpen aan een reeks voorschriften, die specifiek zijn voor stadsdeel West van Amsterdam. Deze voorschriften zijn bedoeld om de openbare ruimte te beschermen, de veiligheid te waarborgen en het straatbeeld te onderhouden. Binnen het kader van deze regeling zijn een aantal technische en juridische richtlijnen vastgesteld die zowel commerciële ondernemers als eigenaars van winkelpanden moeten volgen.
In dit artikel worden de relevante voorschriften voor het inrichten van stellingen en winkeluitstallingen uitgebreid toegelicht. De nadruk ligt op de technische aspecten van inrichting, de juridische kaders, de toepassing op gevelbanken en plantenbakken, en de verantwoordelijkheid van de ondernemer. Aan de hand van de regelgeving die geldt voor stadsdeel West, wordt een duidelijk beeld geschetst van de regels die van toepassing zijn op winkeluitstallingen, met name binnen het kader van mengformules, waarbij geen exploitatievergunning is verplicht.
De bronnen die voor dit artikel zijn gebruikt, zijn afkomstig uit de lokale regelgeving van Amsterdam-West en andere relevante documenten. Deze regelingen zijn vanaf 2016 van kracht en zijn opgenomen in algemene regels voor winkeluitstallingen, plantenbakken en gevelbanken.
Algemene voorschriften voor winkeluitstallingen
In artikel 1.5 van de regeling wordt duidelijk gemaakt dat winkeluitstallingen onder bepaalde voorwaarden mogen worden gebruikt door ondernemers die werken in een mengformule zonder exploitatievergunning. Dit betekent dat een ondernemer niet verplicht is om een vergunning aan te vragen voor het inrichten van een winkeluitstalling, mits aan de voorgeschreven eisen wordt voldaan.
Een winkeluitstalling mag echter niet dienen als onderdeel van een uitgebreid terras. De ondernemer mag wel consumenten toestaan om de gekochte eet- en drinkwaren ter plaatse te nuttigen, maar dit mag enkel gebeuren zonder dat er een permanente uitstallingsruimte wordt gecreëerd. Dit houdt in dat het niet toegestaan is om een permanente stelling of uitstallingsruimte aan te leggen die vergelijkbaar is met een traditioneel terras.
Definitie van winkeluitstalling
In artikel 1.1 t/m 1.5 worden de begrippen winkeluitstalling en de toegestane elementen uitgebreid toegelicht. Een winkeluitstalling omvat:
- Voorwerpen en stoffen die behoren tot het reguliere assortiment van een winkel;
- Uitstallingsmaterialen zoals rekken, manden, bakken en stellingen;
- Kleine apparaten zoals een vrieskist, een kippengrill of een speeltoestel voor kinderen;
- Reclame- of prijsaanduidingsborden ten behoeve van de verkoop van het winkelassortiment, met een maximaal vloeroppervlak van 1 m² en een hoogte van maximaal 1 meter;
- Gevelbanken bij mengformules waarvoor op grond van artikel 3.9 APV een exploitatievergunning niet verplicht is gesteld.
Deze definities zijn essentieel voor het begrijpen van wat in de praktijk mag worden geplaatst buiten de winkelgevel, zonder dat daarbij een vergunning nodig is.
Technische en ruimtelijke eisen
Het plaatsen van winkeluitstallingen is niet willekeurig toegestaan. De regeling bevat een aantal duidelijke technische en ruimtelijke eisen die moeten worden nageleefd:
Plaatsing tegen de gevel: De uitstalling moet direct tegen de gevel worden geplaatst. Hierbij dient het zodanig gebeuren dat er geen hinder is voor de toegang tot andere woningen, instellingen of bedrijven. Dit betekent dat de uitstalling niet mag overschrijden naar de openbare ruimte of het straatbeeld op zo'n manier beïnvloeden dat andere gebruikers daar last van ondervinden.
Afstand tot belangrijke objecten: Er moet een afstand van ten minste 2 meter worden gehouden tot objecten zoals brandkranen, elektriciteitsvoorzieningen, bomen en groenvoorzieningen. Deze eisen zijn bedoeld om de veiligheid en het functioneren van de openbare infrastructuur te waarborgen.
Afstand tot straathoek en gevelhoek: Ook moet een afstand van ten minste 2 meter worden gehouden tot de hoek van de straat, gemeten langs de gevel. Dit is gericht op het voorkomen van hinder voor het verkeer en voor ambulancediensten.
Toegang voor ambulances en voertuigen van politie en brandweer: De regeling vereist dat een doorrijdbreedte van ten minste 3,50 meter en een doorrijdhoogte van minimaal 4,20 meter overblijft voor de voertuigen van deze diensten. Dit is een essentieel veiligheidsaspect.
Uitzonderingen en specifieke regels
Hoewel de algemene regels gelden voor het hele stadsdeel, zijn er een aantal uitzonderingen vastgelegd. Deze zijn bedoeld om aanpassingen te maken aan de specifieke situaties die in bepaalde straten voorkomen.
De Van Limburg Stirumstraat
In de Van Limburg Stirumstraat geldt een uitzondering op de algemene regel dat winkeluitstallingen direct tegen de gevel moeten worden geplaatst. In deze straat mag, waar sprake is van een arcade per winkel, een beperkte uitstalling worden gemaakt. Dit betreft een kleine uitstalling van maximaal 1,25 meter hoog, 75 cm breed en 50 cm diep, tussen de pilaren. Daarnaast mogen twee reclameborden langs de gevel worden geplaatst, mits deze evenwijdig aan de gevel worden neergezet en op een maximale afstand van 50 cm van de gevel staan.
Alternatief is het ook mogelijk om één reclamebord tussen de pilaren te plaatsen en een reguliere winkeluitstalling langs de gevel. Deze uitzondering is bedoeld om de specifieke architectonische eigenschappen van de straat te respecteren en te voorkomen dat het straatbeeld wordt overschaduwd.
De hellingbaan naast het hoekpand Bos en Lommerplein 166
In een andere situatie, namelijk bij de hellingbaan naast het hoekpand Bos en Lommerplein 166, is er eveneens een uitzondering op de regel dat de uitstalling direct tegen de gevel moet worden geplaatst. In dit geval mag een uitstalling van maximaal 1 meter diep op 1,5 meter afstand van de gevel worden geplaatst, mits deze verrijdbaar is. Dit betekent dat de uitstalling niet mag vastzitten aan de grond of aan een constructie, maar moet zodanig zijn dat het eventueel kan worden verplaatst.
Gevelbanken en plantenbakken
De regeling bevat ook specifieke voorschriften voor gevelbanken en plantenbakken. Deze vormen van winkeluitstallingen vallen onder de categorie van geveluitstallingen en mogen worden gebruikt bij mengformules zonder exploitatievergunning.
Gevelbanken
Een gevelbank maakt deel uit van de winkeluitstalling en mag worden gebruikt om consumenten een gelegenheid te geven om de gekochte eet- en drinkwaren ter plaatse te nuttigen. Het uitgangspunt is dat gevelbanken bijdragen aan de sociale veiligheid en de sfeer in de openbare ruimte. Hierbij dient de ondernemer wel een keuze te maken tussen het plaatsen van een gevelbank of een andere vorm van winkeluitstalling, zoals een stelling voor het uitstallen van groenten.
De gevelbank mag uitsluitend worden geplaatst direct tegen de gevel. De uitstalling moet zodanig worden aangebracht dat er geen hinder ontstaat voor de toegang tot naastliggende woningen of instellingen.
Plantenbakken
Plantenbakken vallen eveneens onder de categorie van winkeluitstallingen en mogen worden gebruikt bij mengformules. Net zoals gevelbanken zijn plantenbakken bedoeld om de sfeer in de openbare ruimte te verbeteren. Ze dienen echter wel te voldoen aan de eisen van onderhoud en schoonheid, aangezien het stadsdeel de plantenbakken kan verwijderen in geval van verwaarlozing of als er sprake is van gevaar voor de omgeving.
Verantwoordelijkheid van de ondernemer
De ondernemer draagt een belangrijke verantwoordelijkheid bij het inrichten van winkeluitstallingen, gevelbanken en plantenbakken. In artikel 6 van de regeling wordt bepaald dat de ondernemer verantwoordelijk is voor het onderhoud van de winkeluitstalling en voor het schoonhouden van de openbare ruimte in de directe omgeving ervan. Dit omvat het voorkomen van het ophopen van zwerfvuil, het aantrekken van ongedierte en de ‘verrommeling’ van het straatbeeld.
Bij het weghalen van verwaarloosde of niet onderhouden objecten dient het stadsdeel eerst een brief te versturen aan de initiatiefnemer, waarin de constatering wordt gedaan en een redelijke termijn wordt opgegeven om het object te herstellen of het ordelijke aanzien te herstellen. Dit is een proces dat conform de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgevoerd.
Overgangsbepalingen en oude regelingen
Het stadsdeel heeft een overgangsregeling ingesteld voor oude plantenbakken die zijn geplaatst op basis van oude regels. In het voormalige stadsdeel Oud-West zijn een aantal plantenbakken langs de stoeprand geplaatst. Deze bakken zijn onderworpen aan een uitsterfbeleid, wat betekent dat ze geleidelijk worden verwijderd of vervangen. Conform de nieuwe algemene regels mogen er geen plantenbakken meer langs de stoeprand worden geplaatst.
Conclusie
Het inrichten van stellingen en winkeluitstallingen in stadsdeel West is onderworpen aan een reeks duidelijke en specifieke voorschriften. Deze regels zijn bedoeld om de veiligheid, de toegankelijkheid en het straatbeeld in de openbare ruimte te waarborgen. Ondernemers die werken in een mengformule zonder exploitatievergunning kunnen gebruikmaken van winkeluitstallingen, mits aan de voorgeschreven eisen wordt voldaan.
De technische en ruimtelijke eisen zijn strikt geregeld, met betrekking tot de plaatsing tegen de gevel, de afstand tot belangrijke objecten en de toegang voor ambulancediensten. Er zijn evenwel ook uitzonderingen voor specifieke situaties, zoals in de Van Limburg Stirumstraat en bij de hellingbaan naast het hoekpand Bos en Lommerplein 166. Deze uitzonderingen tonen aan dat de regeling zich aanpast aan de specifieke omstandigheden van bepaalde straten en locaties.
Gevelbanken en plantenbakken vallen ook onder de regelgeving en mogen worden gebruikt bij mengformules, mits de ondernemer zich aan de eisen houdt. Deze vormen van winkeluitstallingen dragen bij aan de sfeer en sociale veiligheid in de openbare ruimte, maar vereisen wel een zorgvuldige uitvoering en onderhoud.
De verantwoordelijkheid van de ondernemer is essentieel in het kader van deze regeling. Het stadsdeel is bevoegd om verwaarloosde of niet onderhouden objecten te verwijderen, mits eerst een procedure is ingezet die conform de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgevoerd. Hierbij dient de ondernemer de gelegenheid te krijgen om het object te herstellen.
De regeling bevat ook overgangsbepalingen die betrekking hebben op oude plantenbakken die zijn geplaatst op basis van oude regels. Deze bakken zijn onderworpen aan een uitsterfbeleid en kunnen geleidelijk worden vervangen of verwijderd. Dit duidt op de continue ontwikkeling en vernieuwing van de regelingen rond winkeluitstallingen in stadsdeel West.
In het kader van deze regeling is het belangrijk dat ondernemers en eigenaars zich grondig informeren over de geldende voorschriften en ervoor zorgen dat hun inrichting en uitstalling aan de eisen voldoen. Dit zorgt voor een harmonieuze samenwerking tussen de commerciële sector en de gemeente, met het oog op het behoud van de openbare ruimte en het straatbeeld.