Aftrekbaarheid van VvE-bijdragen in de belastingaangifte: wat is er mogelijk?

Inleiding

De vraag of bijdrage aan een VvE (Vereniging van Eigenaren) aftrekbaar is uit de belastingaangifte, is van groot belang voor eigenaren van woningen die lid zijn van een zogenaamde VvE. In de context van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kan het van belang zijn om te weten of bepaalde kosten als kosten tot het behoud van inkomsten, en dus aftrekbaar, worden aangemerkt. Dit artikel legt de juridische en fiscale kaders uit op basis van relevante jurisprudentie en belastingwetgeving.

De betrokken documenten tonen aan dat bijdrage aan de VvE niet altijd als kosten tot het behoud van inkomsten worden gerekend, waardoor ze niet aftrekbaar zijn bij het bepalen van het werkelijk behaalde rendement. Dit artikel biedt een duidelijke uitleg over de huidige situatie, aangevuld met toelichtingen vanuit juridische en fiscale perspectieven.

Aftrekbaarheid van VvE-bijdrage bij het bepalen van het werkelijke rendement

Definitie van werkelijk rendement

Het begrip werkelijk rendement speelt een centrale rol in de bepaling van belastbare inkomsten, vooral in het kader van de Herstelwet en het toepassen van belastingplannen. Volgens jurisprudentie en fiscale toelichtingen behoren kosten tot verwerving, inning en behoud van inkomsten tot het werkelijke rendement. Dit betekent dat enkel die kosten aftrekbaar zijn die direct gericht zijn op het verkrijgen, innen of behouden van inkomsten uit een bezitting.

In dit licht zijn bijdrage aan de VvE niet automatisch aftrekbaar, omdat ze meestal niet worden gezien als kosten tot het behoud van inkomsten uit de bezitting zelf. Dit is duidelijk gesteld in de toelichting bij een juridische uitspraak:

“De onderhavige kosten voor een aansprakelijkheidsverzekering, onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing, zuiveringsheffing, forensenbelasting en bijdragen aan de VvE als zogenaamde bronkosten zijn derhalve niet aftrekbaar bij het bepalen van het werkelijk behaalde rendement.”

Dit maakt duidelijk dat bijdrage aan een VvE niet als kosten tot het behoud van inkomsten worden aangemerkt, maar eerder als kosten tot het behoud van de bezitting zelf. En die zijn niet onderdeel van het werkelijke rendement, volgens de huidige fiscale regels.

Onderverdeling van kosten in de belastingregeling

Een belangrijk punt in de toelichting is dat het werkelijke rendement niet hetzelfde is als de totaal verworven inkomsten. Het werkelijke rendement is beperkt tot die kosten die direct gericht zijn op het verkrijgen of behouden van inkomsten. Kosten die gericht zijn op het behoud van de bezitting zelf – zoals onderhoud aan gemeenschappelijke ruimtes, verzekeringen of andere VvE-uitgaven – zijn niet inbegrepen.

De toelichting vermeldt verder dat:

“De onderhavige kosten voor een aansprakelijkheidsverzekering, onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing, zuiveringsheffing, forensenbelasting en bijdragen aan de VvE als zogenaamde bronkosten zijn derhalve niet aftrekbaar bij het bepalen van het werkelijk behaalde rendement.”

Dit betekent dat bijdrage aan de VvE, ondanks hun omvang, niet als kosten tot het behoud van inkomsten worden aangemerkt. Ze vallen dus buiten het kader van het werkelijke rendement en zijn daardoor niet aftrekbaar in de belastingaangifte.

Belastingvrijstellingen en tijdelijke maatregelen

Toepassing van de TOGS en de Subsidie vaste lasten

Het thema van belastingvrijstellingen en subsidie maatregelen is ook van betekenis in het kader van VvE-bijdrage. Het kabinet heeft in het kader van het Belastingplan 2021 en het Belastingplan 1974 tijdelijke maatregelen ingevoerd, zoals de TOGS (Tegemoetkoming Ondernemers Groene Stimulus) en de Subsidie vaste lasten. Deze maatregelen zijn bedoeld om bedrijven en particulieren te ondersteunen in tijden van economische onzekerheid.

De juridische toelichting van het kabinet benadrukt dat deze maatregelen niet in de materiële wet zijn verwerkt, maar via het Belastingplan zijn opgenomen. Dit betekent dat ze tijdelijk van toepassing zijn en dat ze bijvoorbeeld niet automatisch worden verlengd of in de fiscale regelgeving blijven verwerkt.

Het kabinet benadrukt verder dat:

“Door deze tijdelijkheid van de maatregelen – en daarmee ook de tijdelijkheid van de vrijstelling – acht het kabinet het wenselijk om deze maatregelen op te nemen in Belastingplan 2021 en dus niet de materiële wet aan te passen. Indien achteraf blijkt dat onterecht een tegemoetkoming of subsidie is toegekend, zal de corresponderende terugbetaling ook niet in aftrek kunnen worden gebracht.”

Dit laat zien dat er risico's zijn bij het vertrouwen op tijdelijke maatregelen. Ook als het gaat om bijdrage aan een VvE, kunnen tijdelijke belastingvrijstellingen slechts beperkt van toepassing zijn, en dan ook alleen voor bepaalde categorieën.

Waarom letselschadevergoedingen niet vrijgesteld zijn

In een reeds vermelde toelichting op de vraag van de SP-fractie in het kader van de TOGS en Subsidie vaste lasten, benadrukt de regering dat een eenmalige uitkering van een letselschadevergoeding niet belastbaar is in box 1. Echter, bij box 3 – waarin vermogen op 1 januari van een bepaald jaar wordt belast – geldt dat een vrijstelling van letselschadevergoedingen niet mogelijk is, omdat het in strijd is met het uitgangspunt van box 3.

De toelichting vermeldt dat:

“Het kabinet vindt een vrijstelling voor letselschadevergoedingen voor box 3 geen optie, omdat het in strijd is met het uitgangspunt van box 3 dat vermogen dat op de peildatum tot het bezit behoort deel uitmaakt van de rendementsgrondslag.”

Ondanks deze toelichting is er geen duidelijke uitleg over waarom bijdrage aan een VvE niet onder deze belastingvrijstellingen vallen. Het blijft echter duidelijk dat bijdrage aan een VvE niet automatisch als een inkomstenvervanging worden aangemerkt en dus niet in box 1 of box 3 kunnen worden vrijgesteld.

Invordering en rente bij terugbetaling van belasting

Renteaanslagen bij belastingterugbetaling

Bij het invorderen van belasting of het terugbetalen van belasting aan een belastingplichtige, zijn er fiscale regels opgenomen in de Algemene Landsverordening Landsbelastingen. Deze regels bepalen ook wanneer en hoeveel rente een belastingplichtige kan ontvangen bij een terugbetaling van belasting.

Een van de relevante bepalingen luidt als volgt:

“Indien op basis van een aanslag een bedrag aan belasting aan de belastingplichtige wordt terugbetaald, wordt een rente vergoed van 6% per jaar, te rekenen vanaf de in artikel 15, tweede of vierde lid, van de Algemene landsverordening landsbelastingen bedoelde datum dan wel die van de latere betaling en te rekenen tot de dagtekening van de aanslag of de beschikking waaruit het recht op terugbetaling blijkt.”

Dit betekent dat indien een belastingplichtige een terugbetaling ontvangt, deze rente kan krijgen op het bedrag. De rentevoet is 6% per jaar, maar deze kan door de minister worden aangepast. Dit is belangrijk bij situaties waarin de belastingplichtige tijdelijk belasting heeft betaald die uiteindelijk niet behoorde te worden ingehouden.

Toepassing op VvE-bijdrage

Hoewel deze bepalingen zich niet direct richten op VvE-bijdrage, kunnen ze indirect van invloed zijn. Bijvoorbeeld, indien een belastingplichtige op grond van VvE-bijdrage extra belasting heeft betaald of terug moet betalen, kunnen de regels rond terugbetaling en rente van toepassing zijn. Dit is echter een uitzondering en hangt af van de specifieke situatie van de belastingplichtige.

De toelichting in de officiële documenten benadrukt dat:

“De minister is bevoegd bij ministeriële regeling voor het percentage van de rentevoet, bedoeld in het eerste lid, een ander in de plaats te stellen. Artikel 42, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.”

Daarom is het belangrijk om bij terugbetaling van belasting, inclusief situaties waarin VvE-bijdrage een rol speelt, rekening te houden met eventuele rentevoeten en de toepassing van fiscale regels.

Fiscale regels rond VvE-bijdrage en de verdeling van inkomsten

Kosten en inkomsten in relatie tot bezittingen

In de fiscale regelgeving is het belangrijk om te onderscheiden tussen kosten die gericht zijn op het behoud van inkomsten en kosten die gericht zijn op het behoud van de bezitting zelf. Bijdrage aan een VvE vallen in de tweede categorie.

Een relevante uitleg hierover is te vinden in de jurisprudentie:

“De onderhavige kosten voor een aansprakelijkheidsverzekering, onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing, zuiveringsheffing, forensenbelasting en bijdragen aan de VvE als zogenaamde bronkosten zijn derhalve niet aftrekbaar bij het bepalen van het werkelijk behaalde rendement.”

Hiermee wordt duidelijk dat VvE-bijdrage niet automatisch als kosten tot het behoud van inkomsten worden aangemerkt. Ze vallen buiten het kader van het werkelijke rendement, wat betekent dat ze niet aftrekbaar zijn in de belastingaangifte.

Toelichting op het Belastingplan 1974

Het Belastingplan 1974 is historisch relevant in de context van het huurwaardeforfait en het voordeel van eigen gebruik van woningen. In deze context is het huurwaardeforfait ingevoerd om het belastingsysteem te rechtvaardigen voor eigenaars die hun woning zelf bewonen. De toelichting van de regering bij het Belastingplan 1974 benadrukt dat:

“Bij de totstandkoming van de huidige regeling in het najaar van 1970 is de leidende gedachte geweest dat men eigenaar-zelfbewoner van twee zijden kan benaderen: enerzijds kan men hem zien als belegger en anderzijds als consument van een duurzaam gebruiksgoed.”

Hoewel deze toelichting geen directe betrekking heeft op VvE-bijdrage, benadrukt het wel het feit dat het belastingstelsel gericht is op het differentiëren tussen inkomsten en bezittingen. VvE-bijdrage vallen in de categorie van bezittingen en worden daardoor niet als inkomstenvervanging gezien, wat betekent dat ze niet in het kader van het werkelijke rendement vallen.

Conclusie

VvE-bijdrage zijn in de huidige fiscale regelgeving niet automatisch aftrekbaar bij het bepalen van het werkelijke rendement. Ze worden niet gezien als kosten tot het behoud van inkomsten, maar als kosten tot het behoud van de bezitting zelf. Dit betekent dat ze niet in de belastingaangifte als aftrekbare kosten kunnen worden opgenomen.

Hoewel er in het kader van Belastingplan 2021 en Belastingplan 1974 tijdelijke maatregelen zijn ingevoerd, zoals de TOGS en Subsidie vaste lasten, zijn deze meestal niet van toepassing op VvE-bijdrage. Bovendien zijn deze maatregelen tijdelijk en kunnen ze niet worden vertrouwd op lange termijn.

Een belangrijk juridisch en fiscaal principe is het onderscheid tussen werkelijk rendement en totaal verworven inkomsten. Het werkelijk rendement bepaalt welke kosten aftrekbaar zijn, en bijdrage aan een VvE vallen hier niet onder. Dit is duidelijk gesteld in meerdere toelichtingen en jurisprudentie.

Aangezien bijdrage aan een VvE dus niet aftrekbaar zijn in de huidige fiscale regelgeving, is het belangrijk voor belastingplichtigen om deze regels goed te begrijpen en eventueel professionele hulp in te schakelen bij de opstelling van hun belastingaangifte.

Bronnen

  1. Inview.nl – Juridisch document over werkelijk rendement
  2. Zoek.officielebekendmakingen.nl – Toelichting op TOGS en Subsidie vaste lasten
  3. Lokale regelgeving – Algemene landsverordeningen en fiscale bepalingen

Related Posts