Het gebruik van foto’s bij de bepaling van de WOZ-waarde: duidelijkheid over wettelijke en praktische aspecten

Inleiding

De bepaling van de WOZ-waarde (Wet op de Waardebepaling van Onroerende Zaken) speelt een centrale rol in de belastingaanslagen van eigenaren van onroerend goed in Nederland. Aangezien deze waarde een basis vormt voor lokale belastingen zoals de onroerendezaakbelasting, is het van belang dat deze correct en eerlijk wordt bepaald. In 2022 kwam er een controverse op gang na het gebruik van foto’s van de binnenzijde van woningen om de onderhoudsstaat van woningen in kaart te brengen. Inwoners vonden deze praktijk een inbreuk op hun privacy, terwijl gemeenten er een middel in zagen om onnauwkeurigheden en bezwaarprocedures te voorkomen.

In reactie op deze discussie heeft de Waarderingskamer richtlijnen opgesteld voor het gebruik van foto’s bij de WOZ-waardebepaling. Bovendien heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) het onderwerp beoordeeld en maatregelen voorgesteld om het gebruik van foto’s binnen de wettelijke kaders te houden. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor inwoners, gemeenten en uitvoeringsorganisaties.

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wettelijke en praktische aspecten rondom het gebruik van foto’s bij de bepaling van de WOZ-waarde. Daarbij wordt ingegaan op de rol van de Waarderingskamer, de rechten en plichten van inwoners, de voorwaarden voor het gebruik van foto-apps, en de privacyaspecten.

De rol van de Waarderingskamer

De Waarderingskamer is de toezichthouder op het correct uitvoeren van de Wet WOZ. Deze wet regelt hoe de waarde van onroerend goed moet worden bepaald en gebruikt voor belastingdoeleinden. In het kader van de WOZ-waardebepaling zijn zowel primaire als secundaire woningkenmerken van belang. Primaire kenmerken zijn objectieve gegevens zoals het bouwjaar, de ligging, de oppervlakte en het type woning. Secundaire kenmerken, zoals de staat van onderhoud van de binnenzijde, zijn minder objectief en kunnen beter worden ingeschat aan de hand van actuele informatie.

In 2022 vroegen enkele gemeenten inwoners om foto’s van de binnenzijde van hun woning te leveren, met als doel een betere indruk te krijgen van de staat van onderhoud. Dit leidde tot kritiek en zelfs Kamervragen, omdat het gebruik van foto’s werd gezien als een inbreuk op de privacy. In reactie daarop heeft de Waarderingskamer richtlijnen opgesteld om gemeenten te helpen bij het verantwoord vragen naar foto’s voor de WOZ-waardebepaling.

De richtlijnen bepalen wat een gemeente mag vragen en hoe inwoners daaraan kunnen voldoen, zonder hun privacy te schenden. Daarnaast benadrukt de Waarderingskamer dat het is belangrijk om inwoners uitgebreide en duidelijke instructies te geven. Het doel is om het proces voor inwoners zo transparant en gemakkelijk mogelijk te maken, zodat de gegevens die worden verzameld zowel accuraat als eerlijk zijn.

Rechten en plichten van inwoners

Inwoners zijn niet verplicht om foto’s van hun woning te verstrekken. De Wet WOZ bepaalt dat de WOZ-waarde wordt bepaald op basis van de koopprijs van vergelijkbare woningen. Tegenwoordig worden ook secundaire kenmerken, zoals de staat van onderhoud, meegenomen in de waardebepaling. Hoewel deze informatie belangrijk is, is het niet wettelijk verplicht voor inwoners om deze informatie aan de gemeente te verstrekken.

Toch kan de gemeente informatie opvragen over de binnenzijde van de woning, bijvoorbeeld via een inlichtingsformulier of via foto’s. Als een inwoner geen informatie levert, kan de gemeente een informatiebeschikking opleggen. Dit betekent dat het verzoek om informatie verplicht wordt, maar dat de inwoner nog steeds de mogelijkheid heeft om bezwaar of beroep in te dienen.

In 2023 is er een gesprek geweest tussen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de Waarderingskamer en VNG (Vlaamse Netwerkbureau Gemeenten), waarin duidelijkheid werd geschaafd over het gebruik van foto’s. Het is daarbij benadrukt dat het gebruik van foto’s alleen toegestaan is indien de privacy van de inwoner wordt gerespecteerd. Het is niet de bedoeling om persoonsgegevens te verzamelen, maar enkel de staat van onderhoud van de woning in kaart te brengen.

Inwoners hebben de keuze om informatie te verstrekken via een inlichtingsformulier of via foto’s. Als ze voor foto’s kiezen, kan dat via een foto-app die door de gemeente is ontwikkeld. Het gebruik van deze app is vrijwillig en inwoners kunnen erin kiezen welke foto’s ze willen leveren. De app is ontworpen om het proces zo snel en eenvoudig mogelijk te maken. Volgens de bronnen is het proces binnen tien minuten afgerond.

Voorwaarden voor het gebruik van foto-apps

Het gebruik van een foto-app voor de WOZ-waardebepaling is enkel toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is dat een Data Protection Impact Assessment (DPIA) moet worden uitgevoerd. Dit is een instrument om vooraf de privacyrisico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen. Het doel van het DPIA is om risico’s op privacyverstoringen te identificeren en te verkleinen, zodat de rechten van inwoners op het gebied van persoonsgegevens worden gerespecteerd.

Iedere gemeente of uitvoeringsorganisatie die de foto-optie aanbiedt, dient een DPIA uit te voeren. Dit betekent dat het gebruik van foto-apps niet standaard is, maar alleen toegestaan is bij gemeenten die de benodigde privacymaatregelen hebben genomen. De DPIA is verplicht bij elk project dat persoonsgegevens verwerkt en waarbij de risico’s op privacyverstoringen hoog zijn.

Daarnaast dient er duidelijkheid te zijn over hoe de foto’s worden gebruikt. Het gebruik dient uitsluitend te zijn voor de bepaling van de WOZ-waarde en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals politiecontroles of andere vormen van toezicht. De foto’s mogen enkel worden opgeslagen voor zover nodig voor de waardebepaling en moeten na gebruik worden vernietigd of worden opgeslagen op een beveiligde manier.

Praktijkvoorbeeld: de foto-tool van BSOB

Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) is een voorbeeld van een uitvoeringsorganisatie die een foto-tool aanbiedt voor inwoners. Deze tool maakt het mogelijk om foto’s van de binnenzijde van de woning te maken en deze samen met enkele vragen over de staat van onderhoud door te geven aan de gemeente. Deze informatie helpt bij het bepalen van de WOZ-waarde.

Volgens de beschikbare informatie is het proces via de foto-tool binnen tien minuten afgerond. Inwoners maken foto’s van de leefruimten in hun woning, zoals de keuken, badkamer en woonkamer. Bovendien beantwoorden zij enkele vragen over de staat van onderhoud, zoals of er recente verbouwingen zijn geweest of of er sprake is van achterstallig onderhoud. Door deze actuele informatie door te geven, zorgen inwoners ervoor dat de informatie over hun woning volledig, juist en actueel is. Dit helpt bij de bepaling van een eerlijke WOZ-waarde.

De foto-tool is ontworpen om het proces voor inwoners zo gemakkelijk mogelijk te maken. Het is een digitale tool die via de digitale balie van de gemeente is toegankelijk. Inwoners kunnen kiezen of ze de foto-tool willen gebruiken of liever via een inlichtingsformulier informatie door willen geven. De tool is dus vrijwillig en inwoners kunnen kiezen of ze ervan gebruik maken.

Privacyaspecten en wettelijke kaders

Het gebruik van foto’s bij de WOZ-waardebepaling is een gevoelig onderwerp vanwege de privacyaspecten. In 2022 zijn er zorgen geweest bij inwoners over hoe er werd omgegaan met de foto’s. De landelijke media besteedden er veel aandacht aan en een aantal gemeenten stopte zelfs met het gebruik van de foto-app. Deze reactie benadrukt de belangrijkheid van privacy in het kader van de WOZ-waardebepaling.

In november 2023 is er een gesprek geweest tussen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de Waarderingskamer en VNG. In dit gesprek is benadrukt dat het gebruik van foto’s enkel toegestaan is indien de privacy van de inwoner wordt gerespecteerd. Het is niet de bedoeling om persoonsgegevens te verzamelen, maar enkel de staat van onderhoud van de woning in kaart te brengen. Daarbij is benadrukt dat het gebruik van foto’s niet mag leiden tot een overbelasting van inwoners of tot het creëren van een gevoel van surveillance.

De fiscale wetgeving bevat een wettelijke grondslag voor het opvragen van gegevens die van belang kunnen zijn voor het vaststellen van de WOZ-waarde. Echter, het gebruik van foto’s moet binnen de wettelijke kaders blijven. Dit betekent dat de gegevensverwerking dient te geschieden op een manier die overeenkomt met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De AVG stelt eisen aan de transparantie, doelgerichtheid en minimalisering van gegevensverwerking.

De rol van de Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is de toezichthouder op het gebied van gegevensbescherming. In het kader van het gebruik van foto’s bij de WOZ-waardebepaling heeft de AP een rol gespeeld bij het opleggen van maatregelen om privacyrisico’s te verminderen. In het gesprek met de Waarderingskamer en VNG is benadrukt dat het gebruik van foto’s enkel toegestaan is indien een Data Protection Impact Assessment (DPIA) is uitgevoerd.

Het DPIA is verplicht voor iedere gemeente of uitvoeringsorganisatie die de foto-optie aanbiedt. Het doel van het DPIA is om vooraf te bepalen welke privacyrisico’s er zijn bij het gebruik van foto’s en hoe deze risico’s kunnen worden verkleind. Dit betekent dat het gebruik van foto-apps niet standaard is, maar enkel toegestaan is bij gemeenten die de benodigde privacymaatregelen hebben genomen.

Daarnaast is benadrukt dat het gebruik van foto’s enkel mag geschieden indien de rechten van inwoners op het gebied van persoonsgegevens worden gerespecteerd. De foto’s mogen enkel worden gebruikt voor de bepaling van de WOZ-waarde en niet voor andere doeleinden. Bovendien dient er duidelijkheid te zijn over hoe de foto’s worden opgeslagen en gebruikt.

De praktische invloed op de WOZ-waarde

Het gebruik van foto’s heeft een directe invloed op de bepaling van de WOZ-waarde. Secundaire woningkenmerken, zoals de staat van onderhoud van de binnenzijde, zijn een belangrijke factor in de waardebepaling. Een woning met een recente verbouwing van de keuken of badkamer heeft bijvoorbeeld een hogere waarde dan een woning waar deze verbouwingen niet zijn uitgevoerd. Een woning met achterstallig onderhoud heeft daarentegen een lagere waarde.

Door foto’s van de binnenzijde van de woning te leveren, kunnen inwoners ervoor zorgen dat de informatie die wordt gebruikt voor de WOZ-waardebepaling accuraat is. Dit helpt bij het bepalen van een eerlijke WOZ-waarde en zorgt ervoor dat de belastingaanslagen eerlijk zijn. Echter, het is niet verplicht voor inwoners om foto’s te leveren. Als ze kiezen om geen foto’s te leveren, kan de gemeente de informatie op een andere manier vaststellen, bijvoorbeeld via vergelijkingsgegevens of via een inlichtingsformulier.

Het gebruik van foto’s kan ook leiden tot een snellere en efficiëntere bepaling van de WOZ-waarde. Inwoners kunnen actuele informatie doorgeven over de staat van onderhoud van hun woning, waardoor de gemeente niet afhankelijk is van oude gegevens of vergelijkingsgegevens. Dit helpt bij het voorkomen van bezwaarprocedures, omdat de waardebepaling transparanter en eerlijker is.

Conclusie

Het gebruik van foto’s bij de bepaling van de WOZ-waarde is een gevoelig onderwerp vanwege de privacyaspecten. In 2022 leidde het gebruik van foto’s tot kritiek en Kamervragen, omdat het werd gezien als een inbreuk op de privacy van inwoners. In reactie daarop heeft de Waarderingskamer richtlijnen opgesteld om gemeenten te helpen bij het verantwoord vragen naar foto’s voor de WOZ-waardebepaling.

Inwoners zijn niet verplicht om foto’s van hun woning te leveren. De Wet WOZ bepaalt dat de WOZ-waarde wordt bepaald op basis van de koopprijs van vergelijkbare woningen, waarbij zowel primaire als secundaire woningkenmerken van belang zijn. Secundaire kenmerken, zoals de staat van onderhoud van de binnenzijde, zijn minder objectief en kunnen beter worden ingeschat aan de hand van actuele informatie.

Het gebruik van foto-apps is enkel toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is dat een Data Protection Impact Assessment (DPIA) moet worden uitgevoerd. Dit is een instrument om vooraf de privacyrisico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen. Het doel van het DPIA is om risico’s op privacyverstoringen te identificeren en te verkleinen, zodat de rechten van inwoners op het gebied van persoonsgegevens worden gerespecteerd.

In het kader van het gebruik van foto-apps is het belangrijk dat inwoners voldoende informatie krijgen over hoe de foto’s worden gebruikt. Het is niet de bedoeling om persoonsgegevens te verzamelen, maar enkel de staat van onderhoud van de woning in kaart te brengen. Daarnaast dient er duidelijkheid te zijn over hoe de foto’s worden opgeslagen en gebruikt.

Het gebruik van foto’s heeft een directe invloed op de bepaling van de WOZ-waarde. Secundaire woningkenmerken, zoals de staat van onderhoud van de binnenzijde, zijn een belangrijke factor in de waardebepaling. Door foto’s van de binnenzijde van de woning te leveren, kunnen inwoners ervoor zorgen dat de informatie die wordt gebruikt voor de WOZ-waardebepaling accuraat is. Dit helpt bij het bepalen van een eerlijke WOZ-waarde en zorgt ervoor dat de belastingaanslagen eerlijk zijn.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft een rol gespeeld bij het opleggen van maatregelen om privacyrisico’s te verminderen. In het gesprek met de Waarderingskamer en VNG is benadrukt dat het gebruik van foto’s enkel toegestaan is indien een Data Protection Impact Assessment (DPIA) is uitgevoerd. Het doel van het DPIA is om vooraf te bepalen welke privacyrisico’s er zijn bij het gebruik van foto’s en hoe deze risico’s kunnen worden verkleind.

Bronnen

  1. Nieuwe richtlijnen gebruik foto’s voor WOZ-waardebepaling
  2. Instructies inzake foto’s voor WOZ-waardering
  3. Foto-tool van BSOB
  4. Aanleveren foto’s voor WOZ-waarde is niet verplicht
  5. Gebruik van inpandige foto’s bij uitvoering Wet WOZ

Related Posts